Elohim Bijbel

Psalmen 89

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Yahweh, waar is Uw trouw aan David?

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Een Maskil van Etan, de Ezrachiet.
מַ֝שְׂכִּ֗יל
(maskil)
Maskil
לְאֵיתָ֥ן
(leeitan)
van Etan
הָֽאֶזְרָחִֽי
(haezrachi)
de Ezrachiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

אֵיתָן הָאֶזְרָחִי (Etan ha-Ezrachi), ‘Etan de Ezrachiet’: de wijze die ook in 1 Kon. 5:11 en 1 Kron. 2:6 voorkomt.

Ik bezing de trouw van Yahweh

2Ik zal voor eeuwig de trouw van Yahweh bezingen. Van geslacht op geslacht maak ik met mijn mond Uw betrouwbaarheid bekend.
חַֽסְדֵ֣י
(chasdei)
de daden van trouw van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
עוֹלָ֣ם
(olam)
voor eeuwig
אָשִׁ֑ירָה
(ashira)
ik zal zingen
לְדֹ֥ר
(ledor)
van geslacht
וָדֹ֓ר
(vador)
tot geslacht
אוֹדִ֖יעַ
(odia)
ik maak bekend
אֱמוּנָתְךָ֣
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
בְּפִֽי
(befi)
met mijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: dat Yahweh Zijn woord houdt.

Beide woorden komen in deze psalm steeds terug.

3Want ik zei: „Voor eeuwig wordt trouw gebouwd; de hemel, daarin vestigt U Uw betrouwbaarheid.”
כִּֽי
(ki)
want
אָמַ֗רְתִּי
(amarti)
ik zei
ע֭וֹלָם
(olam)
voor eeuwig
חֶ֣סֶד
(chesed)
trouw
יִבָּנֶ֑ה
(yibane)
wordt gebouwd
שָׁמַ֓יִם
(shamayim)
de hemel
תָּכִ֖ן
(takhin)
U vestigt
אֱמוּנָתְךָ֣
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
בָהֶֽם
(bahem)
daarin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De dichter citeert zijn eigen gedachte: de trouw van Yahweh staat zo vast als de hemel.

De belofte aan David

4„Ik heb een verbond gesloten met Mijn uitverkorene. Ik heb gezworen aan David, Mijn dienaar:
כָּרַ֣תִּֽי
(karati)
ik heb gesloten
בְ֭רִית
(berit)
een verbond
לִבְחִירִ֑י
(livchiri)
met Mijn uitverkorene
נִ֝שְׁבַּ֗עְתִּי
(nishbati)
ik heb gezworen
לְדָוִ֥ד
(ledavid)
aan David
עַבְדִּֽי
(avdi)
Mijn dienaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier tot en met vers 5 haalt de dichter de belofte van Yahweh aan David aan.

Wij zetten die woorden rood, omdat Yahweh zelf in de eerste persoon spreekt.

Zie 2 Sam. 7:8–16 en Ps. 132:11–12.

5Tot in eeuwigheid zal Ik uw nageslacht vestigen, en Ik zal uw troon bouwen van geslacht op geslacht.” Sela.
עַד
(ad)
tot
ע֭וֹלָם
(olam)
eeuwigheid
אָכִ֣ין
(akhin)
ik zal vestigen
זַרְעֶ֑ךָ
(zarekha)
uw nageslacht
וּבָנִ֨יתִי
(uvaniti)
en ik zal bouwen
לְדֹר
(ledor)
van geslacht
וָד֖וֹר
(vador)
tot geslacht
כִּסְאֲךָ֣
(kisakha)
uw troon
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh in de hemel en over de schepping

6De hemel looft Uw wonder, Yahweh, ook Uw betrouwbaarheid in de vergadering van de heiligen.
וְי֘וֹד֤וּ
(veyodu)
en loven
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
de hemel
פִּלְאֲךָ֣
(pilakha)
Uw wonder
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אַף
(af)
ook
אֱ֝מֽוּנָתְךָ֗
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
בִּקְהַ֥ל
(biqhal)
in de vergadering van
קְדֹשִֽׁים
(qedoshim)
de heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Want wie in de wolken is te vergelijken met Yahweh? Wie onder de zonen van de goden is gelijk aan Yahweh?
כִּ֤י
(ki)
want
מִ֣י
(mi)
wie
בַ֭שַּׁחַק
(bashachaq)
in de wolken
יַעֲרֹ֣ךְ
(yaarokh)
is te vergelijken
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
met Yahweh
יִדְמֶ֥ה
(yidme)
is gelijk
לַ֝יהוָ֗ה
(laYahweh)
aan Yahweh
בִּבְנֵ֥י
(bivnei)
onder de zonen van
אֵלִים
(elim)
de goden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּבְנֵי אֵלִים (bivnei elim), ‘onder de zonen van de goden’: אֵלִים (elim) is het meervoud van אֵל (El).

Het zijn hemelse wezens in de raad van Yahweh.

Zie ook vers 8 en Ps. 82:1.

שַׁחַק (shachaq), ‘wolken’: de lucht en de hemelhoogte boven de aarde.

8El wordt gevreesd in de raad van de heiligen. Hij is groot en ontzagwekkend, meer dan allen rondom Hem.
אֵ֣ל
(el)
El
נַ֭עֲרָץ
(naarats)
gevreesd
בְּסוֹד
(besod)
in de raad van
קְדֹשִׁ֣ים
(qedoshim)
de heiligen
רַבָּ֑ה
(raba)
groot
וְ֝נוֹרָ֗א
(venora)
en ontzagwekkend
עַל
(al)
boven
כָּל
(kal)
allen
סְבִיבָֽיו
(sevivav)
rondom Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוֹד (sod), ‘raad’: een kring van vertrouwelijke gesprekspartners.

9Yahweh, Elohim van de legermachten, wie is zoals U, machtige Jah? Uw betrouwbaarheid is rondom U.
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹ֘הֵ֤י
(elohei)
Elohim van
צְבָא֗וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
מִֽי
(mi)
wie
כָֽמ֖וֹךָ
(kamokha)
is zoals U
חֲסִ֥ין
(chasin)
machtig
יָ֑הּ
(yah)
Jah
וֶ֝אֱמֽוּנָתְךָ֗
(veemunatekha)
en Uw betrouwbaarheid
סְבִיבוֹתֶֽיךָ
(sevivoteikha)
rondom U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְהוָה אֱלֹהֵי צְבָאוֹת (Yahweh Elohei Tsevaot), ‘Yahweh, Elohim van de legermachten’.

צְבָאוֹת (tsevaot) betekent ‘legers’ of ‘machten’.

10U heerst over de opzwelling van de zee. Als haar golven zich verheffen, stilt U ze.
אַתָּ֣ה
(ata)
U
מ֭וֹשֵׁל
(moshel)
heerst
בְּגֵא֣וּת
(begeut)
over de opzwelling van
הַיָּ֑ם
(hayam)
de zee
בְּשׂ֥וֹא
(beso)
als zich verheffen
גַ֝לָּ֗יו
(galav)
haar golven
אַתָּ֥ה
(ata)
U
תְשַׁבְּחֵֽם
(teshabechem)
stilt ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֵּאוּת (ge’ut), ‘opzwelling’: het stijgen van de zee, ook ‘hoogmoed’.

Vergelijk Job 38:11.

11U hebt Rahab verbrijzeld als een gesneuvelde; met Uw sterke arm hebt U Uw vijanden verstrooid.
אַתָּ֤ה
(ata)
U
דִכִּ֣אתָ
(dikita)
hebt verbrijzeld
כֶחָלָ֣ל
(kechalal)
als een gesneuvelde
רָ֑הַב
(rahav)
Rahab
בִּזְר֥וֹעַ
(bizroa)
met de arm van
עֻ֝זְּךָ֗
(uzekha)
Uw kracht
פִּזַּ֥רְתָּ
(pizarta)
U hebt verstrooid
אוֹיְבֶֽיךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַהַב (Rahav), ‘Rahab’: een zeemonster dat staat voor de krachten van chaos.

Zie ook Job 26:12.

De naam wordt ook voor Egypte gebruikt (Ps. 87:4).

Wij beschouwen de naam niet als plaatsnaam.

12Van U is de hemel, ook van U is de aarde. De wereld en alles wat haar vervult, U hebt ze gegrondvest.
לְךָ֣
(lekha)
van U
שָׁ֭מַיִם
(shamayim)
de hemel
אַף
(af)
ook
לְךָ֥
(lekha)
van U
אָ֑רֶץ
(arets)
de aarde
תֵּבֵ֥ל
(tevel)
de wereld
וּ֝מְלֹאָ֗הּ
(umeloah)
en alles wat haar vervult
אַתָּ֥ה
(ata)
U
יְסַדְתָּֽם
(yesadtam)
hebt ze gegrondvest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Het noorden en het zuiden, U hebt ze geschapen. De Tabor en de Hermon jubelen bij Uw naam.
צָפ֣וֹן
(tsafon)
het noorden
וְ֭יָמִין
(veyamin)
en het zuiden
אַתָּ֣ה
(ata)
U
בְרָאתָ֑ם
(beratam)
hebt ze geschapen
תָּב֥וֹר
(tavor)
de Tabor
וְ֝חֶרְמ֗וֹן
(vechermon)
en de Hermon
בְּשִׁמְךָ֥
(beshimkha)
bij Uw naam
יְרַנֵּֽנוּ
(yeranenu)
jubelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Tabor (Har Tavor) is een afgeronde berg van ongeveer 588 meter in Neder-Galilea, ten oosten van Nazaret, in het huidige Israël.

De Hermon (Jebel esh-Sheikh) is een berg van ongeveer 2.814 meter in het noorden, op de grens van Syrië en Libanon.

Uitleg

צָפוֹן וְיָמִין (tsafon veyamin), ‘het noorden en het zuiden’.

יָמִין (yamin) betekent ‘rechterhand’ en vanuit het oosten gezien ook ‘het zuiden’.

14U hebt een arm met kracht. Sterk is Uw hand, verheven is Uw rechterhand.
לְךָ֣
(lekha)
aan U
זְ֭רוֹעַ
(zeroa)
een arm
עִם
(im)
met
גְּבוּרָ֑ה
(gevura)
kracht
תָּעֹ֥ז
(taoz)
is sterk
יָ֝דְךָ֗
(yadekha)
Uw hand
תָּר֥וּם
(tarum)
is verheven
יְמִינֶֽךָ
(yeminekha)
Uw rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Gerechtigheid en recht zijn de grondslag van Uw troon. Trouw en waarheid gaan voor Uw aangezicht uit.
צֶ֣דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
וּ֭מִשְׁפָּט
(umishpat)
en recht
מְכ֣וֹן
(mekhon)
grondslag van
כִּסְאֶ֑ךָ
(kisekha)
Uw troon
חֶ֥סֶד
(chesed)
trouw
וֶ֝אֱמֶ֗ת
(veemet)
en waarheid
יְֽקַדְּמ֥וּ
(yeqademu)
gaan voor uit
פָנֶֽיךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צֶדֶק (tsedeq), ‘gerechtigheid’, en מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: de grondslag van de troon.

חֶסֶד וֶאֱמֶת (chesed ve’emet), ‘trouw en waarheid’.

Zie ook Exod. 34:6, waar dit paar met ‘trouw en betrouwbaarheid’ is weergegeven.

Gelukkig het volk dat Yahweh kent

16Gelukkig het volk dat de jubelroep kent. Zij wandelen in het licht van Uw aangezicht, Yahweh.
אַשְׁרֵ֣י
(ashrei)
gelukkig
הָ֭עָם
(haam)
het volk
יוֹדְעֵ֣י
(yodeei)
dat kent
תְרוּעָ֑ה
(terua)
de jubelroep
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּֽאוֹר
(beor)
in het licht van
פָּנֶ֥יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
יְהַלֵּכֽוּן
(yehalekhun)
zij wandelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּרוּעָה (teru’ah), ‘jubelroep’: de kreet van vreugde bij de ark en bij de feesten, maar ook de ramshoornstoot bij de strijd.

Zie ook Num. 23:21.

17Zij juichen de hele dag om Uw naam, en door Uw gerechtigheid worden zij verheven.
בְּ֭שִׁמְךָ
(beshimkha)
om Uw naam
יְגִיל֣וּן
(yegilun)
zij juichen
כָּל
(kal)
de hele
הַיּ֑וֹם
(hayom)
dag
וּבְצִדְקָתְךָ֥
(uvetsidqatekha)
en door Uw gerechtigheid
יָרֽוּמוּ
(yarumu)
worden zij verheven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Want U bent de luister van hun kracht, en door Uw welbehagen wordt onze hoorn verheven.
כִּֽי
(ki)
want
תִפְאֶ֣רֶת
(tiferet)
de luister van
עֻזָּ֣מוֹ
(uzamo)
hun kracht
אָ֑תָּה
(ata)
U
וּ֝בִרְצֹנְךָ֗
(uvirtsonekha)
en door Uw welbehagen
תָּר֥וּם
(tarum)
wordt verheven
קַרְנֵֽנוּ
(qarnenu)
onze hoorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: beeld van kracht en overwinning, zoals bij een stier.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is תָּרִים (tarim), ‘U verheft onze hoorn’.

Het gelezen woord (qere) is תָּרוּם (tarum), ‘onze hoorn wordt verheven’.

Wij volgen de qere.

19Want van Yahweh is ons schild, en van de Heilige van Israël is onze koning.
כִּ֣י
(ki)
want
לַֽ֭יהוָה
(laYahweh)
van Yahweh
מָֽגִנֵּ֑נוּ
(maginenu)
ons schild
וְלִקְד֖וֹשׁ
(veliqdosh)
en van de Heilige van
יִשְׂרָאֵ֣ל
(yisrael)
Israël
מַלְכֵּֽנוּ
(malkenu)
onze koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh spreekt over David

20Toen sprak U in een visioen tot Uw getrouwen. U zei: „Ik heb hulp gelegd op een held; Ik heb een uitgekozen jongeman uit het volk verheven.
אָ֤ז
(az)
toen
דִּבַּ֥רְתָּֽ
(dibarta)
sprak U
בְחָ֡זוֹן
(bechazon)
in een visioen
לַֽחֲסִידֶ֗יךָ
(lachasideikha)
tot Uw getrouwen
וַתֹּ֗אמֶר
(vatomer)
en U zei
שִׁוִּ֣יתִי
(shiviti)
ik heb gelegd
עֵ֭זֶר
(ezer)
hulp
עַל
(al)
op
גִּבּ֑וֹר
(gibor)
een held
הֲרִימ֖וֹתִי
(harimoti)
ik heb verheven
בָח֣וּר
(bachur)
een uitgekozen jongeman
מֵעָֽם
(meam)
uit het volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Met ‘visioen’ (חָזוֹן, chazon) wordt de profetie van Natan bedoeld (2 Sam. 7:17).

De woorden van Yahweh in dit visioen staan rood tot en met vers 38.

De dichter citeert hier Yahweh zelf in de eerste persoon.

חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die in het verbond met Yahweh leeft.

21Ik heb David, Mijn dienaar, gevonden. Met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd.
מָ֭צָאתִי
(matsati)
ik heb gevonden
דָּוִ֣ד
(david)
David
עַבְדִּ֑י
(avdi)
Mijn dienaar
בְּשֶׁ֖מֶן
(beshemen)
met olie
קָדְשִׁ֣י
(qadeshi)
Mijn heilige
מְשַׁחְתִּֽיו
(meshachtiv)
heb ik hem gezalfd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

David wordt gezalfd: 1 Sam. 16:13.

22Mijn hand zal vast bij hem staan, ook Mijn arm zal hem sterk maken.
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יָ֭דִי
(yadi)
Mijn hand
תִּכּ֣וֹן
(tikon)
zal vast staan
עִמּ֑וֹ
(imo)
bij hem
אַף
(af)
ook
זְרוֹעִ֥י
(zeroi)
Mijn arm
תְאַמְּצֶֽנּוּ
(teametsenu)
zal hem sterk maken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Geen vijand zal hem iets afdwingen, en geen zoon van onrecht zal hem kwellen.
לֹֽא
(lo)
niet
יַשִּׁ֣א
(yashi)
zal afdwingen
אוֹיֵ֣ב
(oyev)
een vijand
בּ֑וֹ
(bo)
van hem
וּבֶן
(uven)
en een zoon van
עַ֝וְלָ֗ה
(avla)
onrecht
לֹ֣א
(lo)
niet
יְעַנֶּֽנּוּ
(yeanenu)
zal hem kwellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Ik verbrijzel zijn tegenstanders voor hem uit; wie hem haten, sla Ik neer.
וְכַתּוֹתִ֣י
(vekhatoti)
en ik verbrijzel
מִפָּנָ֣יו
(mipanav)
voor hem uit
צָרָ֑יו
(tsarav)
zijn tegenstanders
וּמְשַׂנְאָ֥יו
(umesanav)
en wie hem haten
אֶגּֽוֹף
(egof)
ik sla neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Mijn betrouwbaarheid en Mijn trouw zijn met hem, en door Mijn naam wordt zijn hoorn verheven.
וֶֽאֶֽמוּנָתִ֣י
(veemunati)
en Mijn betrouwbaarheid
וְחַסְדִּ֣י
(vechasdi)
en Mijn trouw
עִמּ֑וֹ
(imo)
met hem
וּ֝בִשְׁמִ֗י
(uvishmi)
en door Mijn naam
תָּר֥וּם
(tarum)
wordt verheven
קַרְנֽוֹ
(qarno)
zijn hoorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Ik leg zijn hand op de zee en zijn rechterhand op de rivieren.
וְשַׂמְתִּ֣י
(vesamti)
en ik leg
בַיָּ֣ם
(bayam)
op de zee
יָד֑וֹ
(yado)
zijn hand
וּֽבַנְּהָר֥וֹת
(uvaneharot)
en op de rivieren
יְמִינֽוֹ
(yemino)
zijn rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De hand op ‘de zee’ en ‘de rivieren’ geeft het gebied van het rijk aan, van de Middellandse Zee tot de Eufraat.

Zie ook Exod. 23:31 en Ps. 72:8.

27Hij zal Mij aanroepen: ‘U bent mijn vader, mijn El en de rots van mijn redding.’
ה֣וּא
(hu)
hij
יִ֭קְרָאֵנִי
(yiqraeni)
zal Mij aanroepen
אָ֣בִי
(avi)
mijn vader
אָ֑תָּה
(ata)
U
אֵ֝לִ֗י
(eli)
mijn El
וְצ֣וּר
(vetsur)
en rots van
יְשׁוּעָתִֽי
(yeshuati)
mijn redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De koning noemt Yahweh ‘mijn vader’.

Zie ook 2 Sam. 7:14.

28Ook zal Ik hem tot eerstgeborene maken, de hoogste bij de koningen van de aarde.
אַף
(af)
ook
אָ֭נִי
(ani)
Ik
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene
אֶתְּנֵ֑הוּ
(etenehu)
zal ik hem maken
עֶ֝לְי֗וֹן
(elyon)
de hoogste
לְמַלְכֵי
(lemalkhei)
bij de koningen van
אָֽרֶץ
(arets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּכוֹר (bechor), ‘eerstgeborene’: de koning krijgt de plaats van de eerstgeborene.

Zie ook Exod. 4:22.

עֶלְיוֹן (elyon) staat hier als bijvoeglijk naamwoord: ‘de hoogste’. Het is niet de naam ‘de Allerhoogste’.

29Mijn trouw bewaar Ik voor hem voor eeuwig, en Mijn verbond is betrouwbaar voor hem.
לְ֭עוֹלָ֗ם
(leolam)
voor eeuwig
אֶשְׁמָר
(eshmar)
bewaar ik
ל֣וֹ
(lo)
voor hem
חַסְדִּ֑י
(chasdi)
Mijn trouw
וּ֝בְרִיתִ֗י
(uveriti)
en Mijn verbond
נֶאֱמֶ֥נֶת
(neemenet)
betrouwbaar
לֽוֹ
(lo)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is אֶשְׁמוֹר (eshmor), het gelezen woord (qere) is אֶשְׁמָר (eshmar).

Beide betekenen ‘Ik bewaar’.

Wij volgen de qere.

30Ik maak zijn nageslacht tot een blijvend nageslacht en zijn troon tot een troon zoals de dagen van de hemel.
וְשַׂמְתִּ֣י
(vesamti)
en ik maak
לָעַ֣ד
(laad)
tot blijvend
זַרְע֑וֹ
(zaro)
zijn nageslacht
וְ֝כִסְא֗וֹ
(vekhiso)
en zijn troon
כִּימֵ֥י
(kimei)
zoals de dagen van
שָׁמָֽיִם
(shamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Als zijn zonen Mijn wet verlaten en niet wandelen volgens Mijn bepalingen,
אִם
(im)
als
יַֽעַזְב֣וּ
(yaazvu)
verlaten
בָ֭נָיו
(banav)
zijn zonen
תּוֹרָתִ֑י
(torati)
Mijn wet
וּ֝בְמִשְׁפָּטַ֗י
(uvemishpatay)
en Mijn bepalingen
לֹ֣א
(lo)
niet
יֵלֵכֽוּן
(yelekhun)
wandelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: onderwijs en richtlijn.

מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’; חֻקּוֹת (chuqqot), ‘verordeningen’; מִצְוֹת (mitsvot), ‘geboden’ (vers 32).

32als zij Mijn verordeningen ontheiligen en Mijn geboden niet bewaren.
אִם
(im)
als
חֻקֹּתַ֥י
(chuqotay)
Mijn verordeningen
יְחַלֵּ֑לוּ
(yechalelu)
ontheiligen
וּ֝מִצְוֺתַ֗י
(umitsvotay)
en Mijn geboden
לֹ֣א
(lo)
niet
יִשְׁמֹֽרוּ
(yishmoru)
bewaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookPs 55:21
33Dan straf Ik hun overtreding met de staf en hun schuld met slagen.
וּפָקַדְתִּ֣י
(ufaqadti)
en ik straf
בְשֵׁ֣בֶט
(beshevet)
met de staf
פִּשְׁעָ֑ם
(pisham)
hun overtreding
וּבִנְגָעִ֥ים
(uvingaim)
en met slagen
עֲוֺנָֽם
(avonam)
hun schuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zonen van David zullen bij ontrouw worden gestraft.

Zie ook 2 Sam. 7:14.

De belofte van Yahweh houdt echter Zijn trouw in stand (vers 34).

34Maar Mijn trouw zal Ik niet van hem wegnemen, en Ik zal niet liegen in Mijn betrouwbaarheid.
וְ֭חַסְדִּי
(vechasdi)
en Mijn trouw
לֹֽא
(lo)
niet
אָפִ֣יר
(afir)
zal ik wegnemen
מֵֽעִמּ֑וֹ
(meimo)
van hem
וְלֹֽא
(velo)
en niet
אֲ֝שַׁקֵּ֗ר
(ashaqer)
zal ik liegen
בֶּאֱמוּנָתִֽי
(beemunati)
in Mijn betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen en niet veranderen wat over Mijn lippen is gekomen.
לֹא
(lo)
niet
אֲחַלֵּ֥ל
(achalel)
zal ik ontheiligen
בְּרִיתִ֑י
(beriti)
Mijn verbond
וּמוֹצָ֥א
(umotsa)
en wat uitgaat van
שְׂ֝פָתַ֗י
(sefatay)
Mijn lippen
לֹ֣א
(lo)
niet
אֲשַׁנֶּֽה
(ashane)
zal ik veranderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Eenmaal heb Ik gezworen bij Mijn heiligheid: nooit zal Ik David bedriegen.
אַ֭חַת
(achat)
eenmaal
נִשְׁבַּ֣עְתִּי
(nishbati)
heb ik gezworen
בְקָדְשִׁ֑י
(beqadeshi)
bij Mijn heiligheid
אִֽם
(im)
zeker niet
לְדָוִ֥ד
(ledavid)
aan David
אֲכַזֵּֽב
(akhazev)
zal ik bedriegen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִם־לְדָוִד אֲכַזֵּב (im ledavid achazzev), letterlijk ‘als Ik David bedrieg’.

Dit is een eedformule: ‘nooit zal Ik David bedriegen’.

37Zijn nageslacht zal er voor eeuwig zijn, en zijn troon is als de zon voor Mij.
זַ֭רְעוֹ
(zaro)
zijn nageslacht
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
יִהְיֶ֑ה
(yihye)
zal zijn
וְכִסְא֖וֹ
(vekhiso)
en zijn troon
כַשֶּׁ֣מֶשׁ
(kashemesh)
als de zon
נֶגְדִּֽי
(negdi)
voor Mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38Als de maan wordt hij voor eeuwig bevestigd, en de getuige in de wolken is betrouwbaar.” Sela.
כְּ֭יָרֵחַ
(keyareach)
als de maan
יִכּ֣וֹן
(yikon)
wordt bevestigd
עוֹלָ֑ם
(olam)
voor eeuwig
וְעֵ֥ד
(veed)
en de getuige
בַּ֝שַּׁ֗חַק
(bashachaq)
in de wolken
נֶאֱמָ֥ן
(neeman)
betrouwbaar
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵד (ed), ‘getuige’: de maan, of de regenboog, of de hemel zelf als getuige.

De dichter noemt niet wie bedoeld wordt.

Wij vertalen het woord letterlijk.

Maar U hebt verworpen

39Maar U hebt verstoten en verworpen. U bent vertoornd op Uw gezalfde.
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en U
זָ֭נַחְתָּ
(zanachta)
hebt verstoten
וַתִּמְאָ֑ס
(vatimas)
en verworpen
הִ֝תְעַבַּ֗רְתָּ
(hitabarta)
U bent vertoornd
עִם
(im)
op
מְשִׁיחֶֽךָ
(meshichekha)
Uw gezalfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְשִׁיחַ (masjiach), ‘gezalfde’: de koning uit het huis van David.

Het woord komt ook voor in vers 52.

40Het verbond met Uw dienaar hebt U afgewezen. Zijn kroon hebt U op de grond ontheiligd.
נֵ֭אַרְתָּה
(nearta)
U hebt afgewezen
בְּרִ֣ית
(berit)
verbond van
עַבְדֶּ֑ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
חִלַּ֖לְתָּ
(chilalta)
U hebt ontheiligd
לָאָ֣רֶץ
(laarets)
op de grond
נִזְרֽוֹ
(nizro)
zijn kroon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֵאַרְתָּה (ne’artah), ‘afgewezen’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis volgt uit de samenhang.

41U hebt al zijn muren doorbroken. U hebt zijn vestingen tot puin gemaakt.
פָּרַ֥צְתָּ
(paratsta)
U hebt doorbroken
כָל
(kal)
alle
גְּדֵרֹתָ֑יו
(gederotav)
zijn muren
שַׂ֖מְתָּ
(samta)
U hebt gemaakt
מִבְצָרָ֣יו
(mivtsarav)
zijn vestingen
מְחִתָּה
(mechita)
tot puin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
42Alle voorbijgangers plunderen hem. Hij is een smaad geworden voor zijn buren.
שַׁ֭סֻּהוּ
(shasuhu)
plunderen hem
כָּל
(kal)
alle
עֹ֣בְרֵי
(overei)
voorbijgangers van
דָ֑רֶךְ
(darekh)
de weg
הָיָ֥ה
(haya)
hij is geworden
חֶ֝רְפָּ֗ה
(cherpa)
een smaad
לִשְׁכֵנָֽיו
(lishkhenav)
voor zijn buren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
43U hebt de rechterhand van zijn tegenstanders verheven. U hebt al zijn vijanden verheugd.
הֲ֭רִימוֹתָ
(harimota)
U hebt verheven
יְמִ֣ין
(yemin)
de rechterhand van
צָרָ֑יו
(tsarav)
zijn tegenstanders
הִ֝שְׂמַ֗חְתָּ
(hismachta)
U hebt verheugd
כָּל
(kal)
alle
אוֹיְבָֽיו
(oyevav)
zijn vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
44Ook doet U de snede van zijn zwaard terugkeren, en U hebt hem in de strijd niet laten standhouden.
אַף
(af)
ook
תָּ֭שִׁיב
(tashiv)
doet U terugkeren
צ֣וּר
(tsur)
de snede van
חַרְבּ֑וֹ
(charbo)
zijn zwaard
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
הֲ֝קֵימֹת֗וֹ
(haqeimoto)
U hebt hem laten standhouden
בַּמִּלְחָמָֽה
(bamilchama)
in de strijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צוּר (tsur) kan ‘rots’, ‘vuursteen’ of ‘snede’ betekenen.

Wij nemen ‘de snede van zijn zwaard’; de betekenis is onzeker.

45U hebt een einde gemaakt aan zijn glans, en zijn troon hebt U ter aarde geworpen.
הִשְׁבַּ֥תָּ
(hishbata)
U hebt doen ophouden
מִטְּהָר֑וֹ
(miteharo)
van zijn glans
וְ֝כִסְא֗וֹ
(vekhiso)
en zijn troon
לָאָ֥רֶץ
(laarets)
ter aarde
מִגַּֽרְתָּה
(migarta)
hebt U geworpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִטֶּהֳרוֹ (mittehoro), ‘van zijn glans’: dit woord komt alleen hier voor en de betekenis is onzeker.

Mogelijk gaat het om zijn glans of zijn reinheid.

46U hebt de dagen van zijn jeugd verkort. U hebt hem met schaamte bedekt. Sela.
הִ֭קְצַרְתָּ
(hiqtsarta)
U hebt verkort
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
עֲלוּמָ֑יו
(alumav)
zijn jeugd
הֶֽעֱטִ֨יתָ
(heetita)
U hebt bedekt
עָלָ֖יו
(alav)
over hem
בּוּשָׁ֣ה
(busha)
schaamte
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Hoe lang nog, Yahweh?

47Hoe lang nog, Yahweh? Blijft U voor altijd verborgen? Hoe lang brandt Uw woede als vuur?
עַד
(ad)
hoe lang
מָ֣ה
(ma)
nog
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
תִּסָּתֵ֣ר
(tisater)
blijft U verborgen
לָנֶ֑צַח
(lanetsach)
voor altijd
תִּבְעַ֖ר
(tivar)
brandt
כְּמוֹ
(kemo)
als
אֵ֣שׁ
(esh)
vuur
חֲמָתֶֽךָ
(chamatekha)
Uw woede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַד־מָה (ad mah), ‘hoe lang nog’: de klacht van de psalmist.

Zie ook Ps. 13:2 en Ps. 79:5.

48Gedenk hoe kort mijn tijd is. Voor welke ijdelheid hebt U alle mensenkinderen geschapen?
זְכָר
(zekhar)
gedenk
אֲנִ֥י
(ani)
ik
מֶה
(me)
hoe
חָ֑לֶד
(chaled)
kort mijn tijd is
עַל
(al)
voor
מַה
(ma)
welke
שָּׁ֝֗וְא
(shave)
ijdelheid
בָּרָ֥אתָ
(barata)
hebt U geschapen
כָל
(kal)
alle
בְּנֵי
(benei)
zonen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

זְכָר־אֲנִי מֶה־חָלֶד (zechor ani meh-chaled): de tekst is moeilijk.

Wij lezen: ‘Gedenk hoe kort mijn tijd is.’

Het woord חֶלֶד (cheled) betekent ‘levensduur’ of ‘wereld’.

De betekenis blijft onzeker; wij laten de dichter zelf spreken.

49Welke man leeft en ziet de dood niet? Wie redt zijn ziel uit de hand van de Sjeol? Sela.
מִ֤י
(mi)
wie
גֶ֣בֶר
(gever)
man
יִֽ֭חְיֶה
(yichye)
leeft
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִרְאֶה
(yire)
ziet
מָּ֑וֶת
(mavet)
de dood
יְמַלֵּ֨ט
(yemalet)
redt
נַפְשׁ֖וֹ
(nafsho)
zijn ziel
מִיַּד
(miyad)
uit de hand van
שְׁא֣וֹל
(sheol)
de Sjeol
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (She’ol), ‘Sjeol’: het dodenrijk.

Zie ook Ps. 6:6.

50Waar zijn Uw eerdere daden van trouw, mijn Heer, die U in Uw betrouwbaarheid aan David hebt gezworen?
אַיֵּ֤ה
(aye)
waar
חֲסָדֶ֖יךָ
(chasadeikha)
Uw daden van trouw
הָרִאשֹׁנִ֥ים
(harishonim)
de eerdere
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
נִשְׁבַּ֥עְתָּ
(nishbata)
die U gezworen hebt
לְ֝דָוִ֗ד
(ledavid)
aan David
בֶּאֱמוּנָתֶֽךָ
(beemunatekha)
in Uw betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: de aanspreking van Yahweh, in dit slot ook in vers 51.

51Gedenk, mijn Heer, de smaad van Uw dienaren, die ik in mijn boezem draag, van alle grote volken.
זְכֹ֣ר
(zekhor)
gedenk
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
חֶרְפַּ֣ת
(cherpat)
de smaad van
עֲבָדֶ֑יךָ
(avadeikha)
Uw dienaren
שְׂאֵתִ֥י
(seeti)
die ik draag
בְ֝חֵיקִ֗י
(becheiqi)
in mijn boezem
כָּל
(kal)
alle
רַבִּ֥ים
(rabim)
grote
עַמִּֽים
(amim)
volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreker draagt de smaad van de volken ‘in zijn boezem’: hij voelt die als eigen pijn.

Er staat ‘alle grote volken’ (rabbim ammim), letterlijk ‘vele volken’.

52Daarmee hebben Uw vijanden gesmaad, Yahweh, daarmee hebben zij de voetsporen van Uw gezalfde gesmaad.
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
waarmee
חֵרְפ֖וּ
(cherefu)
hebben gesmaad
אוֹיְבֶ֥יךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waarmee
חֵ֝רְפ֗וּ
(cherefu)
hebben gesmaad
עִקְּב֥וֹת
(iqevot)
de voetsporen van
מְשִׁיחֶֽךָ
(meshichekha)
Uw gezalfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Lofprijs

53Gezegend zij Yahweh voor eeuwig. Amen en amen.
בָּר֖וּךְ
(barukh)
gezegend
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
לְ֝עוֹלָ֗ם
(leolam)
voor eeuwig
אָ֘מֵ֥ן
(amen)
amen
וְאָמֵֽן
(veamen)
en amen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze lofprijs sluit het derde boek van de Psalmen af (Ps. 73–89).

Elk van de vijf boeken van de Psalmen sluit af met zo’n lofprijs: Ps. 41:14, 72:18–19, 89:53, 106:48 en Ps. 150.