Open in de app Alle boeken Psalmen ← 88 90 → Psalmen 89 Yahweh, waar is Uw trouw aan David?
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Opschrift 1 Een Maskil van Etan, de Ezrachiet.
מַ֝שְׂכִּ֗יל
(maskil)
Maskil
לְאֵיתָ֥ן
(leeitan)
van Etan
הָֽאֶזְרָחִֽי
(haezrachi)
de Ezrachiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
אֵיתָן הָאֶזְרָחִי (Etan ha-Ezrachi), ‘Etan de Ezrachiet’: de wijze die ook in 1 Kon. 5:11 en 1 Kron. 2:6 voorkomt.
Ik bezing de trouw van Yahweh 2 Ik zal voor eeuwig de trouw van Yahweh bezingen. Van geslacht op geslacht maak ik met mijn mond Uw betrouwbaarheid bekend.
חַֽסְדֵ֣י
(chasdei)
de daden van trouw van
אָשִׁ֑ירָה
(ashira)
ik zal zingen
לְדֹ֥ר
(ledor)
van geslacht
וָדֹ֓ר
(vador)
tot geslacht
אוֹדִ֖יעַ
(odia)
ik maak bekend
אֱמוּנָתְךָ֣
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
בְּפִֽי
(befi)
met mijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.
אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: dat Yahweh Zijn woord houdt.
Beide woorden komen in deze psalm steeds terug.
3 Want ik zei: „Voor eeuwig wordt trouw gebouwd; de hemel, daarin vestigt U Uw betrouwbaarheid.”
אָמַ֗רְתִּי
(amarti)
ik zei
יִבָּנֶ֑ה
(yibane)
wordt gebouwd
שָׁמַ֓יִם
(shamayim)
de hemel
אֱמוּנָתְךָ֣
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De dichter citeert zijn eigen gedachte: de trouw van Yahweh staat zo vast als de hemel.
De belofte aan David 4 „Ik heb een verbond gesloten met Mijn uitverkorene. Ik heb gezworen aan David, Mijn dienaar:
כָּרַ֣תִּֽי
(karati)
ik heb gesloten
בְ֭רִית
(berit)
een verbond
לִבְחִירִ֑י
(livchiri)
met Mijn uitverkorene
נִ֝שְׁבַּ֗עְתִּי
(nishbati)
ik heb gezworen
לְדָוִ֥ד
(ledavid)
aan David
עַבְדִּֽי
(avdi)
Mijn dienaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vanaf hier tot en met vers 5 haalt de dichter de belofte van Yahweh aan David aan.
Wij zetten die woorden rood, omdat Yahweh zelf in de eerste persoon spreekt.
Zie 2 Sam. 7:8–16 en Ps. 132:11–12.
5 Tot in eeuwigheid zal Ik uw nageslacht vestigen, en Ik zal uw troon bouwen van geslacht op geslacht.” Sela.
אָכִ֣ין
(akhin)
ik zal vestigen
זַרְעֶ֑ךָ
(zarekha)
uw nageslacht
וּבָנִ֨יתִי
(uvaniti)
en ik zal bouwen
וָד֖וֹר
(vador)
tot geslacht
כִּסְאֲךָ֣
(kisakha)
uw troon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Yahweh in de hemel en over de schepping 6 De hemel looft Uw wonder, Yahweh, ook Uw betrouwbaarheid in de vergadering van de heiligen.
וְי֘וֹד֤וּ
(veyodu)
en loven
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
de hemel
פִּלְאֲךָ֣
(pilakha)
Uw wonder
אֱ֝מֽוּנָתְךָ֗
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
בִּקְהַ֥ל
(biqhal)
in de vergadering van
קְדֹשִֽׁים
(qedoshim)
de heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Want wie in de wolken is te vergelijken met Yahweh? Wie onder de zonen van de goden is gelijk aan Yahweh?
בַ֭שַּׁחַק
(bashachaq)
in de wolken
יַעֲרֹ֣ךְ
(yaarokh)
is te vergelijken
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
met Yahweh
לַ֝יהוָ֗ה
(laYahweh)
aan Yahweh
בִּבְנֵ֥י
(bivnei)
onder de zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בִּבְנֵי אֵלִים (bivnei elim), ‘onder de zonen van de goden’: אֵלִים (elim) is het meervoud van אֵל (El).
Het zijn hemelse wezens in de raad van Yahweh.
Zie ook vers 8 en Ps. 82:1.
שַׁחַק (shachaq), ‘wolken’: de lucht en de hemelhoogte boven de aarde.
8 El wordt gevreesd in de raad van de heiligen. Hij is groot en ontzagwekkend, meer dan allen rondom Hem.
נַ֭עֲרָץ
(naarats)
gevreesd
בְּסוֹד
(besod)
in de raad van
קְדֹשִׁ֣ים
(qedoshim)
de heiligen
וְ֝נוֹרָ֗א
(venora)
en ontzagwekkend
סְבִיבָֽיו
(sevivav)
rondom Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סוֹד (sod), ‘raad’: een kring van vertrouwelijke gesprekspartners.
9 Yahweh, Elohim van de legermachten, wie is zoals U, machtige Jah? Uw betrouwbaarheid is rondom U.
אֱלֹ֘הֵ֤י
(elohei)
Elohim van
צְבָא֗וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
כָֽמ֖וֹךָ
(kamokha)
is zoals U
וֶ֝אֱמֽוּנָתְךָ֗
(veemunatekha)
en Uw betrouwbaarheid
סְבִיבוֹתֶֽיךָ
(sevivoteikha)
rondom U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יְהוָה אֱלֹהֵי צְבָאוֹת (Yahweh Elohei Tsevaot), ‘Yahweh, Elohim van de legermachten’.
צְבָאוֹת (tsevaot) betekent ‘legers’ of ‘machten’.
10 U heerst over de opzwelling van de zee. Als haar golven zich verheffen, stilt U ze.
בְּגֵא֣וּת
(begeut)
over de opzwelling van
בְּשׂ֥וֹא
(beso)
als zich verheffen
גַ֝לָּ֗יו
(galav)
haar golven
תְשַׁבְּחֵֽם
(teshabechem)
stilt ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֵּאוּת (ge’ut), ‘opzwelling’: het stijgen van de zee, ook ‘hoogmoed’.
Vergelijk Job 38:11.
11 U hebt Rahab verbrijzeld als een gesneuvelde; met Uw sterke arm hebt U Uw vijanden verstrooid.
דִכִּ֣אתָ
(dikita)
hebt verbrijzeld
כֶחָלָ֣ל
(kechalal)
als een gesneuvelde
בִּזְר֥וֹעַ
(bizroa)
met de arm van
עֻ֝זְּךָ֗
(uzekha)
Uw kracht
פִּזַּ֥רְתָּ
(pizarta)
U hebt verstrooid
אוֹיְבֶֽיךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רַהַב (Rahav), ‘Rahab’: een zeemonster dat staat voor de krachten van chaos.
Zie ook Job 26:12.
De naam wordt ook voor Egypte gebruikt (Ps. 87:4).
Wij beschouwen de naam niet als plaatsnaam.
12 Van U is de hemel, ook van U is de aarde. De wereld en alles wat haar vervult, U hebt ze gegrondvest.
שָׁ֭מַיִם
(shamayim)
de hemel
וּ֝מְלֹאָ֗הּ
(umeloah)
en alles wat haar vervult
יְסַדְתָּֽם
(yesadtam)
hebt ze gegrondvest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Het noorden en het zuiden, U hebt ze geschapen. De Tabor en de Hermon jubelen bij Uw naam.
צָפ֣וֹן
(tsafon)
het noorden
וְ֭יָמִין
(veyamin)
en het zuiden
בְרָאתָ֑ם
(beratam)
hebt ze geschapen
וְ֝חֶרְמ֗וֹן
(vechermon)
en de Hermon
בְּשִׁמְךָ֥
(beshimkha)
bij Uw naam
יְרַנֵּֽנוּ
(yeranenu)
jubelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De Tabor (Har Tavor) is een afgeronde berg van ongeveer 588 meter in Neder-Galilea, ten oosten van Nazaret, in het huidige Israël.
De Hermon (Jebel esh-Sheikh) is een berg van ongeveer 2.814 meter in het noorden, op de grens van Syrië en Libanon.
Uitleg
צָפוֹן וְיָמִין (tsafon veyamin), ‘het noorden en het zuiden’.
יָמִין (yamin) betekent ‘rechterhand’ en vanuit het oosten gezien ook ‘het zuiden’.
14 U hebt een arm met kracht. Sterk is Uw hand, verheven is Uw rechterhand.
תָּר֥וּם
(tarum)
is verheven
יְמִינֶֽךָ
(yeminekha)
Uw rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 Gerechtigheid en recht zijn de grondslag van Uw troon. Trouw en waarheid gaan voor Uw aangezicht uit.
צֶ֣דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
וּ֭מִשְׁפָּט
(umishpat)
en recht
מְכ֣וֹן
(mekhon)
grondslag van
כִּסְאֶ֑ךָ
(kisekha)
Uw troon
וֶ֝אֱמֶ֗ת
(veemet)
en waarheid
יְֽקַדְּמ֥וּ
(yeqademu)
gaan voor uit
פָנֶֽיךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צֶדֶק (tsedeq), ‘gerechtigheid’, en מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: de grondslag van de troon.
חֶסֶד וֶאֱמֶת (chesed ve’emet), ‘trouw en waarheid’.
Zie ook Exod. 34:6, waar dit paar met ‘trouw en betrouwbaarheid’ is weergegeven.
Gelukkig het volk dat Yahweh kent 16 Gelukkig het volk dat de jubelroep kent. Zij wandelen in het licht van Uw aangezicht, Yahweh.
אַשְׁרֵ֣י
(ashrei)
gelukkig
יוֹדְעֵ֣י
(yodeei)
dat kent
תְרוּעָ֑ה
(terua)
de jubelroep
בְּֽאוֹר
(beor)
in het licht van
פָּנֶ֥יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
יְהַלֵּכֽוּן
(yehalekhun)
zij wandelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּרוּעָה (teru’ah), ‘jubelroep’: de kreet van vreugde bij de ark en bij de feesten, maar ook de ramshoornstoot bij de strijd.
Zie ook Num. 23:21.
17 Zij juichen de hele dag om Uw naam, en door Uw gerechtigheid worden zij verheven.
בְּ֭שִׁמְךָ
(beshimkha)
om Uw naam
יְגִיל֣וּן
(yegilun)
zij juichen
וּבְצִדְקָתְךָ֥
(uvetsidqatekha)
en door Uw gerechtigheid
יָרֽוּמוּ
(yarumu)
worden zij verheven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Want U bent de luister van hun kracht, en door Uw welbehagen wordt onze hoorn verheven.
תִפְאֶ֣רֶת
(tiferet)
de luister van
עֻזָּ֣מוֹ
(uzamo)
hun kracht
וּ֝בִרְצֹנְךָ֗
(uvirtsonekha)
en door Uw welbehagen
תָּר֥וּם
(tarum)
wordt verheven
קַרְנֵֽנוּ
(qarnenu)
onze hoorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: beeld van kracht en overwinning, zoals bij een stier.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is תָּרִים (tarim), ‘U verheft onze hoorn’.
Het gelezen woord (qere) is תָּרוּם (tarum), ‘onze hoorn wordt verheven’.
Wij volgen de qere.
19 Want van Yahweh is ons schild, en van de Heilige van Israël is onze koning.
לַֽ֭יהוָה
(laYahweh)
van Yahweh
מָֽגִנֵּ֑נוּ
(maginenu)
ons schild
וְלִקְד֖וֹשׁ
(veliqdosh)
en van de Heilige van
יִשְׂרָאֵ֣ל
(yisrael)
Israël
מַלְכֵּֽנוּ
(malkenu)
onze koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Yahweh spreekt over David 20 Toen sprak U in een visioen tot Uw getrouwen. U zei: „Ik heb hulp gelegd op een held; Ik heb een uitgekozen jongeman uit het volk verheven.
דִּבַּ֥רְתָּֽ
(dibarta)
sprak U
בְחָ֡זוֹן
(bechazon)
in een visioen
לַֽחֲסִידֶ֗יךָ
(lachasideikha)
tot Uw getrouwen
וַתֹּ֗אמֶר
(vatomer)
en U zei
שִׁוִּ֣יתִי
(shiviti)
ik heb gelegd
הֲרִימ֖וֹתִי
(harimoti)
ik heb verheven
בָח֣וּר
(bachur)
een uitgekozen jongeman
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Met ‘visioen’ (חָזוֹן , chazon) wordt de profetie van Natan bedoeld (2 Sam. 7:17).
De woorden van Yahweh in dit visioen staan rood tot en met vers 38.
De dichter citeert hier Yahweh zelf in de eerste persoon.
חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die in het verbond met Yahweh leeft.
21 Ik heb David, Mijn dienaar, gevonden. Met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd.
מָ֭צָאתִי
(matsati)
ik heb gevonden
עַבְדִּ֑י
(avdi)
Mijn dienaar
בְּשֶׁ֖מֶן
(beshemen)
met olie
קָדְשִׁ֣י
(qadeshi)
Mijn heilige
מְשַׁחְתִּֽיו
(meshachtiv)
heb ik hem gezalfd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
David wordt gezalfd: 1 Sam. 16:13.
22 Mijn hand zal vast bij hem staan, ook Mijn arm zal hem sterk maken.
תִּכּ֣וֹן
(tikon)
zal vast staan
תְאַמְּצֶֽנּוּ
(teametsenu)
zal hem sterk maken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23 Geen vijand zal hem iets afdwingen, en geen zoon van onrecht zal hem kwellen.
יַשִּׁ֣א
(yashi)
zal afdwingen
וּבֶן
(uven)
en een zoon van
יְעַנֶּֽנּוּ
(yeanenu)
zal hem kwellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24 Ik verbrijzel zijn tegenstanders voor hem uit; wie hem haten, sla Ik neer.
וְכַתּוֹתִ֣י
(vekhatoti)
en ik verbrijzel
מִפָּנָ֣יו
(mipanav)
voor hem uit
צָרָ֑יו
(tsarav)
zijn tegenstanders
וּמְשַׂנְאָ֥יו
(umesanav)
en wie hem haten
אֶגּֽוֹף
(egof)
ik sla neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25 Mijn betrouwbaarheid en Mijn trouw zijn met hem, en door Mijn naam wordt zijn hoorn verheven.
וֶֽאֶֽמוּנָתִ֣י
(veemunati)
en Mijn betrouwbaarheid
וְחַסְדִּ֣י
(vechasdi)
en Mijn trouw
וּ֝בִשְׁמִ֗י
(uvishmi)
en door Mijn naam
תָּר֥וּם
(tarum)
wordt verheven
קַרְנֽוֹ
(qarno)
zijn hoorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26 Ik leg zijn hand op de zee en zijn rechterhand op de rivieren.
וְשַׂמְתִּ֣י
(vesamti)
en ik leg
וּֽבַנְּהָר֥וֹת
(uvaneharot)
en op de rivieren
יְמִינֽוֹ
(yemino)
zijn rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De hand op ‘de zee’ en ‘de rivieren’ geeft het gebied van het rijk aan, van de Middellandse Zee tot de Eufraat.
Zie ook Exod. 23:31 en Ps. 72:8.
27 Hij zal Mij aanroepen: ‘U bent mijn vader, mijn El en de rots van mijn redding.’
יִ֭קְרָאֵנִי
(yiqraeni)
zal Mij aanroepen
וְצ֣וּר
(vetsur)
en rots van
יְשׁוּעָתִֽי
(yeshuati)
mijn redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De koning noemt Yahweh ‘mijn vader’.
Zie ook 2 Sam. 7:14.
28 Ook zal Ik hem tot eerstgeborene maken, de hoogste bij de koningen van de aarde.
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene
אֶתְּנֵ֑הוּ
(etenehu)
zal ik hem maken
עֶ֝לְי֗וֹן
(elyon)
de hoogste
לְמַלְכֵי
(lemalkhei)
bij de koningen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּכוֹר (bechor), ‘eerstgeborene’: de koning krijgt de plaats van de eerstgeborene.
Zie ook Exod. 4:22.
עֶלְיוֹן (elyon) staat hier als bijvoeglijk naamwoord: ‘de hoogste’. Het is niet de naam ‘de Allerhoogste’.
29 Mijn trouw bewaar Ik voor hem voor eeuwig, en Mijn verbond is betrouwbaar voor hem.
לְ֭עוֹלָ֗ם
(leolam)
voor eeuwig
אֶשְׁמָר
(eshmar)
bewaar ik
חַסְדִּ֑י
(chasdi)
Mijn trouw
וּ֝בְרִיתִ֗י
(uveriti)
en Mijn verbond
נֶאֱמֶ֥נֶת
(neemenet)
betrouwbaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is אֶשְׁמוֹר (eshmor), het gelezen woord (qere) is אֶשְׁמָר (eshmar).
Beide betekenen ‘Ik bewaar’.
Wij volgen de qere.
30 Ik maak zijn nageslacht tot een blijvend nageslacht en zijn troon tot een troon zoals de dagen van de hemel.
וְשַׂמְתִּ֣י
(vesamti)
en ik maak
זַרְע֑וֹ
(zaro)
zijn nageslacht
וְ֝כִסְא֗וֹ
(vekhiso)
en zijn troon
כִּימֵ֥י
(kimei)
zoals de dagen van
שָׁמָֽיִם
(shamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31 Als zijn zonen Mijn wet verlaten en niet wandelen volgens Mijn bepalingen,
יַֽעַזְב֣וּ
(yaazvu)
verlaten
תּוֹרָתִ֑י
(torati)
Mijn wet
וּ֝בְמִשְׁפָּטַ֗י
(uvemishpatay)
en Mijn bepalingen
יֵלֵכֽוּן
(yelekhun)
wandelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תּוֹרָה (torah), ‘wet’: onderwijs en richtlijn.
מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘bepalingen’; חֻקּוֹת (chuqqot), ‘verordeningen’; מִצְוֹת (mitsvot), ‘geboden’ (vers 32).
32 als zij Mijn verordeningen ontheiligen en Mijn geboden niet bewaren.
חֻקֹּתַ֥י
(chuqotay)
Mijn verordeningen
יְחַלֵּ֑לוּ
(yechalelu)
ontheiligen
וּ֝מִצְוֺתַ֗י
(umitsvotay)
en Mijn geboden
יִשְׁמֹֽרוּ
(yishmoru)
bewaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33 Dan straf Ik hun overtreding met de staf en hun schuld met slagen.
וּפָקַדְתִּ֣י
(ufaqadti)
en ik straf
בְשֵׁ֣בֶט
(beshevet)
met de staf
פִּשְׁעָ֑ם
(pisham)
hun overtreding
וּבִנְגָעִ֥ים
(uvingaim)
en met slagen
עֲוֺנָֽם
(avonam)
hun schuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De zonen van David zullen bij ontrouw worden gestraft.
Zie ook 2 Sam. 7:14.
De belofte van Yahweh houdt echter Zijn trouw in stand (vers 34).
34 Maar Mijn trouw zal Ik niet van hem wegnemen, en Ik zal niet liegen in Mijn betrouwbaarheid.
וְ֭חַסְדִּי
(vechasdi)
en Mijn trouw
אָפִ֣יר
(afir)
zal ik wegnemen
אֲ֝שַׁקֵּ֗ר
(ashaqer)
zal ik liegen
בֶּאֱמוּנָתִֽי
(beemunati)
in Mijn betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35 Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen en niet veranderen wat over Mijn lippen is gekomen.
אֲחַלֵּ֥ל
(achalel)
zal ik ontheiligen
בְּרִיתִ֑י
(beriti)
Mijn verbond
וּמוֹצָ֥א
(umotsa)
en wat uitgaat van
שְׂ֝פָתַ֗י
(sefatay)
Mijn lippen
אֲשַׁנֶּֽה
(ashane)
zal ik veranderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36 Eenmaal heb Ik gezworen bij Mijn heiligheid: nooit zal Ik David bedriegen.
נִשְׁבַּ֣עְתִּי
(nishbati)
heb ik gezworen
בְקָדְשִׁ֑י
(beqadeshi)
bij Mijn heiligheid
לְדָוִ֥ד
(ledavid)
aan David
אֲכַזֵּֽב
(akhazev)
zal ik bedriegen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִם־לְדָוִד אֲכַזֵּב (im ledavid achazzev), letterlijk ‘als Ik David bedrieg’.
Dit is een eedformule: ‘nooit zal Ik David bedriegen’.
37 Zijn nageslacht zal er voor eeuwig zijn, en zijn troon is als de zon voor Mij.
זַ֭רְעוֹ
(zaro)
zijn nageslacht
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
וְכִסְא֖וֹ
(vekhiso)
en zijn troon
כַשֶּׁ֣מֶשׁ
(kashemesh)
als de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38 Als de maan wordt hij voor eeuwig bevestigd, en de getuige in de wolken is betrouwbaar.” Sela.
כְּ֭יָרֵחַ
(keyareach)
als de maan
יִכּ֣וֹן
(yikon)
wordt bevestigd
וְעֵ֥ד
(veed)
en de getuige
בַּ֝שַּׁ֗חַק
(bashachaq)
in de wolken
נֶאֱמָ֥ן
(neeman)
betrouwbaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֵד (ed), ‘getuige’: de maan, of de regenboog, of de hemel zelf als getuige.
De dichter noemt niet wie bedoeld wordt.
Wij vertalen het woord letterlijk.
Maar U hebt verworpen 39 Maar U hebt verstoten en verworpen. U bent vertoornd op Uw gezalfde.
זָ֭נַחְתָּ
(zanachta)
hebt verstoten
וַתִּמְאָ֑ס
(vatimas)
en verworpen
הִ֝תְעַבַּ֗רְתָּ
(hitabarta)
U bent vertoornd
מְשִׁיחֶֽךָ
(meshichekha)
Uw gezalfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְשִׁיחַ (masjiach), ‘gezalfde’: de koning uit het huis van David.
Het woord komt ook voor in vers 52.
40 Het verbond met Uw dienaar hebt U afgewezen. Zijn kroon hebt U op de grond ontheiligd.
נֵ֭אַרְתָּה
(nearta)
U hebt afgewezen
בְּרִ֣ית
(berit)
verbond van
עַבְדֶּ֑ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
חִלַּ֖לְתָּ
(chilalta)
U hebt ontheiligd
לָאָ֣רֶץ
(laarets)
op de grond
נִזְרֽוֹ
(nizro)
zijn kroon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֵאַרְתָּה (ne’artah), ‘afgewezen’: het woord komt alleen hier voor; de betekenis volgt uit de samenhang.
41 U hebt al zijn muren doorbroken. U hebt zijn vestingen tot puin gemaakt.
פָּרַ֥צְתָּ
(paratsta)
U hebt doorbroken
גְּדֵרֹתָ֑יו
(gederotav)
zijn muren
שַׂ֖מְתָּ
(samta)
U hebt gemaakt
מִבְצָרָ֣יו
(mivtsarav)
zijn vestingen
מְחִתָּה
(mechita)
tot puin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
42 Alle voorbijgangers plunderen hem. Hij is een smaad geworden voor zijn buren.
שַׁ֭סֻּהוּ
(shasuhu)
plunderen hem
עֹ֣בְרֵי
(overei)
voorbijgangers van
הָיָ֥ה
(haya)
hij is geworden
חֶ֝רְפָּ֗ה
(cherpa)
een smaad
לִשְׁכֵנָֽיו
(lishkhenav)
voor zijn buren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
43 U hebt de rechterhand van zijn tegenstanders verheven. U hebt al zijn vijanden verheugd.
הֲ֭רִימוֹתָ
(harimota)
U hebt verheven
יְמִ֣ין
(yemin)
de rechterhand van
צָרָ֑יו
(tsarav)
zijn tegenstanders
הִ֝שְׂמַ֗חְתָּ
(hismachta)
U hebt verheugd
אוֹיְבָֽיו
(oyevav)
zijn vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
44 Ook doet U de snede van zijn zwaard terugkeren, en U hebt hem in de strijd niet laten standhouden.
תָּ֭שִׁיב
(tashiv)
doet U terugkeren
חַרְבּ֑וֹ
(charbo)
zijn zwaard
הֲ֝קֵימֹת֗וֹ
(haqeimoto)
U hebt hem laten standhouden
בַּמִּלְחָמָֽה
(bamilchama)
in de strijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צוּר (tsur) kan ‘rots’, ‘vuursteen’ of ‘snede’ betekenen.
Wij nemen ‘de snede van zijn zwaard’; de betekenis is onzeker.
45 U hebt een einde gemaakt aan zijn glans, en zijn troon hebt U ter aarde geworpen.
הִשְׁבַּ֥תָּ
(hishbata)
U hebt doen ophouden
מִטְּהָר֑וֹ
(miteharo)
van zijn glans
וְ֝כִסְא֗וֹ
(vekhiso)
en zijn troon
לָאָ֥רֶץ
(laarets)
ter aarde
מִגַּֽרְתָּה
(migarta)
hebt U geworpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִטֶּהֳרוֹ (mittehoro), ‘van zijn glans’: dit woord komt alleen hier voor en de betekenis is onzeker.
Mogelijk gaat het om zijn glans of zijn reinheid.
46 U hebt de dagen van zijn jeugd verkort. U hebt hem met schaamte bedekt. Sela.
הִ֭קְצַרְתָּ
(hiqtsarta)
U hebt verkort
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
עֲלוּמָ֑יו
(alumav)
zijn jeugd
הֶֽעֱטִ֨יתָ
(heetita)
U hebt bedekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Hoe lang nog, Yahweh? 47 Hoe lang nog, Yahweh? Blijft U voor altijd verborgen? Hoe lang brandt Uw woede als vuur?
תִּסָּתֵ֣ר
(tisater)
blijft U verborgen
לָנֶ֑צַח
(lanetsach)
voor altijd
חֲמָתֶֽךָ
(chamatekha)
Uw woede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עַד־מָה (ad mah), ‘hoe lang nog’: de klacht van de psalmist.
Zie ook Ps. 13:2 en Ps. 79:5.
48 Gedenk hoe kort mijn tijd is. Voor welke ijdelheid hebt U alle mensenkinderen geschapen?
חָ֑לֶד
(chaled)
kort mijn tijd is
שָּׁ֝֗וְא
(shave)
ijdelheid
בָּרָ֥אתָ
(barata)
hebt U geschapen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
זְכָר־אֲנִי מֶה־חָלֶד (zechor ani meh-chaled): de tekst is moeilijk.
Wij lezen: ‘Gedenk hoe kort mijn tijd is.’
Het woord חֶלֶד (cheled) betekent ‘levensduur’ of ‘wereld’.
De betekenis blijft onzeker; wij laten de dichter zelf spreken.
49 Welke man leeft en ziet de dood niet? Wie redt zijn ziel uit de hand van de Sjeol? Sela.
נַפְשׁ֖וֹ
(nafsho)
zijn ziel
מִיַּד
(miyad)
uit de hand van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁאוֹל (She’ol), ‘Sjeol’: het dodenrijk.
Zie ook Ps. 6:6.
50 Waar zijn Uw eerdere daden van trouw, mijn Heer, die U in Uw betrouwbaarheid aan David hebt gezworen?
חֲסָדֶ֖יךָ
(chasadeikha)
Uw daden van trouw
הָרִאשֹׁנִ֥ים
(harishonim)
de eerdere
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
נִשְׁבַּ֥עְתָּ
(nishbata)
die U gezworen hebt
לְ֝דָוִ֗ד
(ledavid)
aan David
בֶּאֱמוּנָתֶֽךָ
(beemunatekha)
in Uw betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: de aanspreking van Yahweh, in dit slot ook in vers 51.
51 Gedenk, mijn Heer, de smaad van Uw dienaren, die ik in mijn boezem draag, van alle grote volken.
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
חֶרְפַּ֣ת
(cherpat)
de smaad van
עֲבָדֶ֑יךָ
(avadeikha)
Uw dienaren
שְׂאֵתִ֥י
(seeti)
die ik draag
בְ֝חֵיקִ֗י
(becheiqi)
in mijn boezem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De spreker draagt de smaad van de volken ‘in zijn boezem’: hij voelt die als eigen pijn.
Er staat ‘alle grote volken’ (rabbim ammim), letterlijk ‘vele volken’.
52 Daarmee hebben Uw vijanden gesmaad, Yahweh, daarmee hebben zij de voetsporen van Uw gezalfde gesmaad.
חֵרְפ֖וּ
(cherefu)
hebben gesmaad
אוֹיְבֶ֥יךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
חֵ֝רְפ֗וּ
(cherefu)
hebben gesmaad
עִקְּב֥וֹת
(iqevot)
de voetsporen van
מְשִׁיחֶֽךָ
(meshichekha)
Uw gezalfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lofprijs 53 Gezegend zij Yahweh voor eeuwig. Amen en amen.
בָּר֖וּךְ
(barukh)
gezegend
לְ֝עוֹלָ֗ם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Deze lofprijs sluit het derde boek van de Psalmen af (Ps. 73–89).
Elk van de vijf boeken van de Psalmen sluit af met zo’n lofprijs: Ps. 41:14, 72:18–19, 89:53, 106:48 en Ps. 150.