Elohim Bijbel

Psalmen 99

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Yahweh is koning, heilig is Hij

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yahweh is koning in Sion

1Yahweh is koning. De volken beven. Hij zetelt op de cherubs. De aarde wankelt.
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
מָ֭לָךְ
(malakh)
is koning
יִרְגְּז֣וּ
(yirgezu)
beven
עַמִּ֑ים
(amim)
volken
יֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
Hij die zetelt op
כְּ֝רוּבִ֗ים
(keruvim)
cherubs
תָּנ֥וּט
(tanut)
wankelt
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֹשֵׁב כְּרוּבִים (yoshev keruvim), ‘Hij zetelt op de cherubs’: de cherubs op het verzoendeksel van de ark, waar Yahweh Zijn aanwezigheid laat zien.

Zie ook Exod. 25:22 en 1 Sam. 4:4.

מָלָךְ (malakh), ‘is koning’: zoals in 93:1, 96:10 en 97:1.

2Yahweh is groot in Sion. Hij is hoog verheven boven alle volken.
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּצִיּ֣וֹן
(betsiyon)
in Sion
גָּד֑וֹל
(gadol)
groot
וְרָ֥ם
(veram)
en hoog verheven
ה֝֗וּא
(hu)
Hij
עַל
(al)
boven
כָּל
(kal)
alle
הָֽעַמִּֽים
(haamim)
de volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

3Laten zij Uw grote en ontzagwekkende naam loven. Heilig is Hij.
יוֹד֣וּ
(yodu)
laten loven
שִׁ֭מְךָ
(shimkha)
Uw naam
גָּד֥וֹל
(gadol)
groot
וְנוֹרָ֗א
(venora)
en ontzagwekkend
קָד֥וֹשׁ
(qadosh)
heilig
הֽוּא
(hu)
Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het refrein ‘Heilig is Hij’ komt driemaal voor: in vers 3, 5 en 9.

De koning die het recht liefheeft

4De kracht van de koning is dat Hij het recht liefheeft. U hebt rechtschapenheid gevestigd. Recht en gerechtigheid hebt U zelf gedaan in Jakob.
וְעֹ֥ז
(veoz)
en kracht van
מֶלֶךְ֮
(melekh)
koning
מִשְׁפָּ֪ט
(mishpat)
recht
אָ֫הֵ֥ב
(ahev)
die liefheeft
אַ֭תָּה
(ata)
U
כּוֹנַ֣נְתָּ
(konanta)
U hebt gevestigd
מֵישָׁרִ֑ים
(meisharim)
rechtschapenheid
מִשְׁפָּ֥ט
(mishpat)
recht
וּ֝צְדָקָ֗ה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
בְּיַעֲקֹ֤ב
(beyaaqov)
in Jakob
אַתָּ֬ה
(ata)
U
עָשִֽׂיתָ
(asita)
hebt gedaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵישָׁרִים (mesharim), ‘rechtschapenheid’: rechtheid, eerlijkheid.

Lezing

Het Hebreeuws is kort en kan op twee manieren gelezen worden: ‘de kracht van de koning is dat Hij het recht liefheeft’, of ‘sterke koning, die het recht liefheeft’.

In beide gevallen hoort de macht van Yahweh bij het recht.

Wij kiezen de eerste lezing; daarna spreekt de dichter Yahweh rechtstreeks aan.

5Verhef Yahweh, onze Elohim, en buig je neer voor de voetbank van Zijn voeten. Heilig is Hij.
רֽוֹמְמ֡וּ
(romemu)
verheft
יְה֘וָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֗ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
וְֽ֭הִשְׁתַּחֲווּ
(vehishtachavu)
en buigt je neer
לַהֲדֹ֥ם
(lahadom)
voor de voetbank van
רַגְלָ֗יו
(raglav)
Zijn voeten
קָד֥וֹשׁ
(qadosh)
heilig
הֽוּא
(hu)
Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֲדֹם רַגְלָיו (hadom raglav), ‘de voetbank van Zijn voeten’: vermoedelijk de ark of het heiligdom op Sion.

Zie 1 Kron. 28:2 en Klaagl. 2:1.

Mozes, Aäron en Samuël

6Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, en Samuël onder hen die Zijn naam aanriepen. Zij riepen tot Yahweh, en Hij antwoordde hen.
מֹ֘שֶׁ֤ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֨ן
(veaharon)
en Aäron
בְּֽכֹהֲנָ֗יו
(bekhohanav)
onder Zijn priesters
וּ֭שְׁמוּאֵל
(ushemuel)
en Samuël
בְּקֹרְאֵ֣י
(beqoreei)
onder hen die aanriepen
שְׁמ֑וֹ
(shemo)
Zijn naam
קֹרִ֥אים
(qoriym)
zij die riepen
אֶל
(el)
tot
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
וְה֣וּא
(vehu)
en Hij
יַעֲנֵֽם
(yaanem)
antwoordde hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Drie voorbeelden van mensen die tot Yahweh riepen en antwoord kregen: Mozes (Exod. 32:11–14), Aäron (Num. 17:11–13) en Samuël (1 Sam. 7:9; 12:18).

Mozes verrichtte de priesterdienst bij de wijding van Aäron (Lev. 8).

7In een wolkkolom sprak Hij tot hen. Zij bewaarden Zijn getuigenissen en het voorschrift dat Hij hun gaf.
בְּעַמּ֣וּד
(beamud)
in kolom van
עָ֭נָן
(anan)
wolk
יְדַבֵּ֣ר
(yedaber)
sprak Hij
אֲלֵיהֶ֑ם
(aleihem)
tot hen
שָׁמְר֥וּ
(shameru)
zij bewaarden
עֵ֝דֹתָ֗יו
(edotav)
Zijn getuigenissen
וְחֹ֣ק
(vechoq)
en voorschrift
נָֽתַן
(natan)
gaf Hij
לָֽמוֹ
(lamo)
hun
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie voor de wolkkolom Exod. 33:9 en Num. 12:5.

עֵדוֹת (edot), ‘getuigenissen’: wat Yahweh liet weten. Zie ook 93:5.

8Yahweh, onze Elohim, U antwoordde hen. U was voor hen een El die vergaf, maar ook wraak nam op hun daden.
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵינוּ֮
(eloheinu)
onze Elohim
אַתָּ֪ה
(ata)
U
עֲנִ֫יתָ֥ם
(anitam)
antwoordde hen
אֵ֣ל
(el)
El
נֹ֭שֵׂא
(nose)
die vergaf
הָיִ֣יתָ
(hayita)
U was
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
וְ֝נֹקֵ֗ם
(venoqem)
en wraak nemend
עַל
(al)
op
עֲלִילוֹתָֽם
(alilotam)
hun daden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֹשֵׂא (nose), ‘die vergaf’: letterlijk ‘die droeg’, namelijk de schuld van het volk op Zich nam.

Zie Exod. 34:7.

Heilig is Yahweh, onze Elohim

9Verhef Yahweh, onze Elohim, en buig je neer bij Zijn heilige berg, want heilig is Yahweh, onze Elohim.
רֽוֹמְמ֡וּ
(romemu)
verheft
יְה֘וָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֗ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
וְ֭הִֽשְׁתַּחֲווּ
(vehishtachavu)
en buigt je neer
לְהַ֣ר
(lehar)
bij berg van
קָדְשׁ֑וֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
כִּֽי
(ki)
want
קָ֝ד֗וֹשׁ
(qadosh)
heilig
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַר קָדְשׁוֹ (har qodsho), ‘Zijn heilige berg’: Sion.