Elohim Bijbel

Psalmen 115

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Niet aan ons, maar aan Uw naam

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Niet aan ons, maar aan Uw naam

1Niet aan ons, Yahweh, niet aan ons, maar aan Uw naam geef heerlijkheid, om Uw trouw, om Uw waarheid.
לֹ֤א
(lo)
niet
לָ֥נוּ
(lanu)
aan ons
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹ֫א
(lo)
niet
לָ֥נוּ
(lanu)
aan ons
כִּֽי
(ki)
maar
לְ֭שִׁמְךָ
(leshimkha)
aan Uw naam
תֵּ֣ן
(ten)
geef
כָּב֑וֹד
(kavod)
heerlijkheid
עַל
(al)
om
חַ֝סְדְּךָ֗
(chasdekha)
Uw trouw
עַל
(al)
om
אֲמִתֶּֽךָ
(amitekha)
Uw waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid.

Het paar staat ook in Ps. 40:11.

Onze Elohim is in de hemel, hun beelden zijn dood

2Waarom zouden de volken zeggen: „Waar is toch hun Elohim?”
לָ֭מָּה
(lama)
waarom
יֹאמְר֣וּ
(yomru)
zouden zeggen
הַגּוֹיִ֑ם
(hagoyim)
de volken
אַיֵּה
(aye)
waar
נָ֝֗א
(na)
toch
אֱלֹהֵיהֶֽם
(eloheihem)
hun Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלֹהֵיהֶם (elohehem), ‘hun Elohim’: de volken spotten met de Elohim van Israël, die zij niet kunnen zien.

Hun eigen goden zijn beelden (vers 4–8).

3Maar onze Elohim is in de hemel. Alles wat Hem behaagt, doet Hij.
וֵֽאלֹהֵ֥ינוּ
(veloheinu)
en onze Elohim
בַשָּׁמָ֑יִם
(bashamayim)
in de hemel
כֹּ֭ל
(kol)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
חָפֵ֣ץ
(chafets)
Hem behaagt
עָשָֽׂה
(asa)
doet Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Hun afgodsbeelden zijn zilver en goud, werk van mensenhanden.
עֲֽ֭צַבֵּיהֶם
(atsabeihem)
hun afgodsbeelden
כֶּ֣סֶף
(kesef)
zilver
וְזָהָ֑ב
(vezahav)
en goud
מַ֝עֲשֵׂ֗ה
(maase)
werk van
יְדֵ֣י
(yedei)
handen van
אָדָֽם
(adam)
mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲצַבִּים (atsabbim), ‘afgodsbeelden’: gemaakte beelden van goden.

Vers 4–8 komen bijna letterlijk voor in Ps. 135:15–18.

5Zij hebben een mond, maar spreken niet. Zij hebben ogen, maar zien niet.
פֶּֽה
(pe)
mond
לָ֭הֶם
(lahem)
hebben zij
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יְדַבֵּ֑רוּ
(yedaberu)
spreken zij
עֵינַ֥יִם
(einayim)
ogen
לָ֝הֶ֗ם
(lahem)
hebben zij
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִרְאֽוּ
(yiru)
zien zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJer 10:5
6Zij hebben oren, maar horen niet. Zij hebben een neus, maar ruiken niet.
אָזְנַ֣יִם
(azenayim)
oren
לָ֭הֶם
(lahem)
hebben zij
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִשְׁמָ֑עוּ
(yishmau)
horen zij
אַ֥ף
(af)
neus
לָ֝הֶ֗ם
(lahem)
hebben zij
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יְרִיחֽוּן
(yerichun)
ruiken zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Hun handen voelen niet. Hun voeten lopen niet. Zij geven geen geluid met hun keel.
יְדֵיהֶ֤ם
(yedeihem)
hun handen
וְלֹ֬א
(velo)
en niet
יְמִישׁ֗וּן
(yemishun)
voelen zij
רַ֭גְלֵיהֶם
(ragleihem)
hun voeten
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יְהַלֵּ֑כוּ
(yehalekhu)
lopen zij
לֹֽא
(lo)
niet
יֶ֝הְגּ֗וּ
(yehgu)
geven zij geluid
בִּגְרוֹנָֽם
(bigronam)
met hun keel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶהְגּוּ (yehgu), ‘zij geven geluid’: een laag geluid uit de keel, zoals mompelen of kreunen.

Beelden kunnen dat niet.

8Zoals zij worden hun makers, ieder die op hen vertrouwt.
כְּ֭מוֹהֶם
(kemohem)
zoals zij
יִהְי֣וּ
(yihyu)
worden
עֹשֵׂיהֶ֑ם
(oseihem)
hun makers
כֹּ֭ל
(kol)
ieder
אֲשֶׁר
(asher)
die
בֹּטֵ֣חַ
(boteach)
vertrouwt
בָּהֶֽם
(bahem)
op hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie de beelden maakt en wie erop vertrouwt, wordt zoals zij: zonder spreken, zien of horen.

Vertrouw op Yahweh

9Israël, vertrouw op Yahweh! Hij is hun hulp en hun schild.
יִ֭שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
בְּטַ֣ח
(betach)
vertrouw
בַּיהוָ֑ה
(baYahweh)
op Yahweh
עֶזְרָ֖ם
(ezram)
hun hulp
וּמָגִנָּ֣ם
(umaginam)
en hun schild
הֽוּא
(hu)
Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Drie groepen worden opgeroepen: Israël (vers 9), het huis van Aäron, de priesters (vers 10), en wie Yahweh vrezen (vers 11).

De derde groep kan ook mensen uit de volken omvatten die Yahweh vrezen.

Wij vertalen ‘wie Yahweh vrezen’ en kiezen niet.

Het Hebreeuws heeft in vers 9 de enkelvoudsvorm van ‘vertrouw’ (Israël als één persoon) en in vers 10–11 de meervoudsvorm.

10Huis van Aäron, vertrouwt op Yahweh! Hij is hun hulp en hun schild.
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
אַ֭הֲרֹן
(aharon)
Aäron
בִּטְח֣וּ
(bitchu)
vertrouwt
בַיהוָ֑ה
(baYahweh)
op Yahweh
עֶזְרָ֖ם
(ezram)
hun hulp
וּמָגִנָּ֣ם
(umaginam)
en hun schild
הֽוּא
(hu)
Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Jullie die Yahweh vrezen, vertrouwt op Yahweh! Hij is hun hulp en hun schild.
יִרְאֵ֣י
(yirei)
vrezers van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בִּטְח֣וּ
(bitchu)
vertrouwt
בַיהוָ֑ה
(baYahweh)
op Yahweh
עֶזְרָ֖ם
(ezram)
hun hulp
וּמָגִנָּ֣ם
(umaginam)
en hun schild
הֽוּא
(hu)
Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh heeft aan ons gedacht

12Yahweh heeft aan ons gedacht; Hij zal zegenen. Hij zal het huis van Israël zegenen; Hij zal het huis van Aäron zegenen.
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
זְכָרָ֪נוּ
(zekharanu)
heeft aan ons gedacht
יְבָ֫רֵ֥ךְ
(yevarekh)
Hij zal zegenen
יְ֭בָרֵךְ
(yevarekh)
Hij zal zegenen
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
יְ֝בָרֵ֗ךְ
(yevarekh)
Hij zal zegenen
אֶת
(et)
(obj.)
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
אַהֲרֹֽן
(aharon)
Aäron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Hij zal wie Yahweh vrezen zegenen, de kleinen samen met de groten.
יְ֭בָרֵךְ
(yevarekh)
Hij zal zegenen
יִרְאֵ֣י
(yirei)
vrezers van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
הַ֝קְּטַנִּ֗ים
(haqetanim)
de kleinen
עִם
(im)
met
הַגְּדֹלִֽים
(hagedolim)
de groten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Moge Yahweh het vermeerderen voor jullie, voor jullie en voor jullie zonen.
יֹסֵ֣ף
(yosef)
moge vermeerderen
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
עֲלֵיכֶ֑ם
(aleikhem)
voor jullie
עֲ֝לֵיכֶ֗ם
(aleikhem)
voor jullie
וְעַל
(veal)
en voor
בְּנֵיכֶֽם
(beneikhem)
jullie zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֹסֵף (yosef), ‘vermeerderen’, letterlijk ‘toevoegen’: er staat geen voorwerp bij.

Het gaat om zegen, leven en nageslacht.

Wij laten het open.

15Gezegend zijn jullie door Yahweh, die hemel en aarde heeft gemaakt.
בְּרוּכִ֣ים
(berukhim)
gezegend
אַ֭תֶּם
(atem)
jullie
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
door Yahweh
עֹ֝שֵׂ֗ה
(ose)
die maakte
שָׁמַ֥יִם
(shamayim)
hemel
וָאָֽרֶץ
(vaarets)
en aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Hemel en aarde

16De hemel is de hemel van Yahweh, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven.
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
שָׁ֭מַיִם
(shamayim)
hemel
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
van Yahweh
וְ֝הָאָ֗רֶץ
(vehaarets)
en de aarde
נָתַ֥ן
(natan)
heeft Hij gegeven
לִבְנֵי
(livnei)
aan kinderen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנֵי אָדָם (bene adam), ‘mensenkinderen’, letterlijk ‘zonen van mensen’: de mensen, de mensheid.

Niet de doden, maar wij prijzen Jah

17De doden prijzen Jah niet, en ook niemand van hen die neerdalen in de stilte.
לֹ֣א
(lo)
niet
הַ֭מֵּתִים
(hametim)
de doden
יְהַֽלְלוּ
(yehallu)
prijzen
יָ֑הּ
(yah)
Jah
וְ֝לֹ֗א
(velo)
en niet
כָּל
(kal)
allen
יֹרְדֵ֥י
(yoredei)
die neerdalen naar
דוּמָֽה
(duma)
stilte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דּוּמָה (dumah), ‘stilte’: een naam voor het dodenrijk, zoals de Sjeol.

Zie ook Ps. 94:17.

18Maar wij, wij zullen Jah zegenen, van nu af en voor eeuwig. Halleluja!
וַאֲנַ֤חְנוּ
(vaanachnu)
en wij
נְבָ֘רֵ֤ךְ
(nevarekh)
zullen zegenen
יָ֗הּ
(yah)
Jah
מֵֽעַתָּ֥ה
(meata)
van nu af
וְעַד
(vead)
en tot
עוֹלָ֗ם
(olam)
eeuwig
הַֽלְלוּ
(hallu)
prijst
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 17–18 zetten de doden tegenover de levenden: wie leeft, prijst Jah.

Halleluja: zie bij Ps. 113:1.