Elohim Bijbel

Johannes 17

123456789101112131415161718192021

Het gebed van Yeshua voor Zichzelf, Zijn leerlingen en allen die zullen geloven

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua bidt voor Zichzelf

1Dit sprak Yeshua. Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: „Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk Uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijkt,
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἐπάρας
(eparas)
opgeslagen hebbend
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
εἶπεν
(eipen)
zei
Πάτερ
(Pater)
Vader
ἐλήλυθεν
(elelythen)
is gekomen
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
δόξασόν
(doxason)
verheerlijk
σου
(sou)
Uw
τὸν
(ton)
de
υἱόν
(huion)
Zoon
ἵνα
(hina)
opdat
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
δοξάσῃ
(doxase)
verheerlijkt
σέ
(se)
U
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὥρα (hora), ‘uur’: het beslissende moment van Yeshua’s lijden en verheerlijking; zie ook Joh. 2:4, 7:30, 8:20, 12:23 en 13:1.

δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: eer en heerlijkheid geven. Yeshua spreekt de Vader aan met ‘U’ en ‘Uw’; de Zoon noemt Zichzelf hier ‘de Zoon’.

2zoals U Hem gezag gegeven hebt over alle mensen, opdat Hij aan allen die U Hem gegeven hebt, eeuwig leven geeft.
καθὼς
(kathos)
zoals
ἔδωκας
(edokas)
U gaf
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
πάσης
(pases)
van alle
σαρκός
(sarkos)
vlees
ἵνα
(hina)
opdat
πᾶν
(pan)
alles
ὃ
(ho)
wat
δέδωκας
(dedokas)
U hebt gegeven
αὐτῷ
(auto)
Hem
δώσῃ
(dose)
Hij zal geven
αὐτοῖς
(autois)
hun
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

σάρξ (sarx), ‘vlees’: de mens in zijn sterfelijkheid.

Het Grieks heeft ‘over alle vlees’; wij schrijven ‘alle mensen’.

πᾶν ὅ (pan ho), ‘alles wat’: het Grieks heeft hier een enkelvoud (‘alles wat U Hem gegeven hebt’) met daarna ‘hun’; wij schrijven ‘allen die’.

3Dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen, de enige waarachtige Elohim, en Hem die U gezonden hebt, Yeshua de Messias.
αὕτη
(haute)
dit
δέ
(de)
maar
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
αἰώνιος
(aionios)
eeuwige
ζωὴ
(zoe)
leven
ἵνα
(hina)
opdat
γινώσκωσι
(ginoskosi)
zij kennen
σὲ
(se)
U
τὸν
(ton)
de
μόνον
(monon)
enige
ἀληθινὸν
(alethinon)
waarachtige
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ὃν
(hon)
die
ἀπέστειλας
(apesteilas)
U zond
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Χριστόν
(Christon)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’.

Χριστός (Christos), ‘Messias’: ‘gezalfde’, Hebreeuws מָשִׁיחַ (mashiach). γινώσκω (ginosko), ‘kennen’: kennen door omgang met iemand.

Vergelijk Deut. 6:4 en Jer. 10:10 (‘Yahweh is een Elohim van waarheid’).

4Ik heb U verheerlijkt op de aarde, door het werk te voltooien dat U Mij gegeven hebt om te doen.
ἐγώ
(ego)
Ik
σε
(se)
U
ἐδόξασα
(edoxasa)
verheerlijkte
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
τελειώσας
(teleiosas)
voltooiend
ὃ
(ho)
wat
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
ποιήσω
(poieso)
Ik zou doen
Bron: SBLGNT
Lezing

In sommige latere handschriften staat hier ‘Ik heb het werk voltooid dat U Mij gegeven hebt’.

De SBLGNT heeft ‘door het werk te voltooien’.

5En nu, Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had voordat de wereld bestond.
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
δόξασόν
(doxason)
verheerlijk
με
(me)
Mij
σύ
(sy)
U
πάτερ
(pater)
Vader
παρὰ
(para)
bij
σεαυτῷ
(seauto)
Uzelf
τῇ
(te)
de
δόξῃ
(doxe)
heerlijkheid
ᾗ
(he)
waarmee
εἶχον
(eichon)
Ik had
πρὸ
(pro)
voor
τοῦ
(tou)
het
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
εἶναι
(einai)
zijn
παρὰ
(para)
bij
σοί
(soi)
U
Bron: SBLGNT
Uitleg

σύ (sy), ‘U’: het Grieks legt nadruk op ‘U’; wij laten die nadruk in de zin vallen.

Yeshua bidt voor Zijn leerlingen

6Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U, en U hebt hen aan Mij gegeven. Zij hebben Uw woord bewaard.
Ἐφανέρωσά
(Ephanerosa)
Ik heb geopenbaard
σου
(sou)
Uw
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
οὓς
(hous)
die
ἔδωκάς
(edokas)
U gaf
μοι
(moi)
Mij
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
σοὶ
(soi)
aan U
ἦσαν
(esan)
zij waren
κἀμοὶ
(kamoi)
en aan Mij
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἔδωκας
(edokas)
U gaf
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
σου
(sou)
Uw
τετήρηκαν
(teterekan)
zij hebben bewaard
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄνομα (onoma), ‘naam’: in de Schrift ook de persoon zelf en wat Hij is.

φανερόω (phaneroo), ‘openbaren’: zichtbaar maken. τηρέω (tereo), ‘bewaren’.

7Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt.
νῦν
(nyn)
nu
ἔγνωκαν
(egnokan)
zij hebben erkend
ὅτι
(hoti)
dat
πάντα
(panta)
alles
ὅσα
(hosa)
wat
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
παρὰ
(para)
van
σοῦ
(sou)
U
εἰσιν
(eisin)
is
Bron: SBLGNT
8Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik aan hen gegeven. Zij hebben ze aangenomen en werkelijk erkend dat Ik van U ben uitgegaan. Zij hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt.
ὅτι
(hoti)
omdat
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ἃ
(ha)
die
ἔδωκάς
(edokas)
U gaf
μοι
(moi)
Mij
δέδωκα
(dedoka)
Ik heb gegeven
αὐτοῖς
(autois)
hun
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἔλαβον
(elabon)
namen aan
καὶ
(kai)
en
ἔγνωσαν
(egnosan)
erkenden
ἀληθῶς
(alethos)
werkelijk
ὅτι
(hoti)
dat
παρὰ
(para)
van
σοῦ
(sou)
U
ἐξῆλθον
(exelthon)
Ik ben uitgegaan
καὶ
(kai)
en
ἐπίστευσαν
(episteusan)
zij geloofden
ὅτι
(hoti)
dat
σύ
(sy)
U
με
(me)
Mij
ἀπέστειλας
(apesteilas)
zondt
Bron: SBLGNT
9Ik vraag voor hen. Ik vraag niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, omdat zij van U zijn.
ἐγὼ
(ego)
Ik
περὶ
(peri)
over
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐρωτῶ
(eroto)
vraag
οὐ
(ou)
niet
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἐρωτῶ
(eroto)
Ik vraag
ἀλλὰ
(alla)
maar
περὶ
(peri)
over
ὧν
(hon)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ὅτι
(hoti)
omdat
σοί
(soi)
van U
εἰσιν
(eisin)
zij zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐρωτάω (erotao), ‘vragen’: hier een verzoek doen; zie de voetnoot bij Joh. 16:23.

Zie ookJoh 16:23
10En al het Mijne is het Uwe, en het Uwe is het Mijne. En Ik ben in hen verheerlijkt.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
het
ἐμὰ
(ema)
Mijne
πάντα
(panta)
alles
σά
(sa)
het Uwe
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
het
σὰ
(sa)
Uwe
ἐμά
(ema)
het Mijne
καὶ
(kai)
en
δεδόξασμαι
(dedoxasmai)
Ik ben verheerlijkt
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
11Ik ben niet meer in de wereld, en zij zijn in de wereld, en Ik kom naar U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw naam, die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij.
καὶ
(kai)
en
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
εἰμὶ
(eimi)
Ik ben
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
εἰσίν
(eisin)
zijn
κἀγὼ
(kago)
en Ik
πρὸς
(pros)
naar
σὲ
(se)
U
ἔρχομαι
(erchomai)
kom
πάτερ
(pater)
Vader
ἅγιε
(hagie)
heilige
τήρησον
(tereson)
bewaar
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
σου
(sou)
Uw
ᾧ
(ho)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
ὦσιν
(osin)
zij zijn
ἓν
(hen)
één
καθὼς
(kathos)
zoals
ἡμεῖς
(hemeis)
Wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡμεῖς (hemeis), ‘Wij’: de Vader en de Zoon; hoofdletter, zoals in Gen. 1:26.

Vergelijk Joh. 10:30.

τηρέω (tereo), ‘bewaren’; ἅγιος (hagios), ‘heilig’.

Lezing

In sommige latere handschriften staat hier ‘bewaar hen die U Mij gegeven hebt, in Uw naam’.

De SBLGNT heeft ‘in Uw naam, die U Mij gegeven hebt’.

12Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw naam, die U Mij gegeven hebt. Ik heb hen beschermd, en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld zou worden.
ὅτε
(hote)
toen
ἤμην
(emen)
Ik was
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐτήρουν
(eteroun)
bewaarde
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
σου
(sou)
Uw
ᾧ
(ho)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
καὶ
(kai)
en
ἐφύλαξα
(ephylaxa)
Ik heb beschermd
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
ἀπώλετο
(apoleto)
is verloren gegaan
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
zoon
τῆς
(tes)
van het
ἀπωλείας
(apoleias)
verderf
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
πληρωθῇ
(plerothe)
vervuld wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ υἱὸς τῆς ἀπωλείας (ho huios tes apoleias), ‘de zoon van het verderf’: een Hebreeuwse manier om te zeggen dat iemand bestemd is voor het verderf.

De tekst noemt geen naam.

φυλάσσω (phylasso), ‘beschermen’. ἡ γραφή (he graphe), ‘de Schrift’: het Grieks zegt niet welke Schriftplaats; vergelijk Joh. 13:18.

Zie ookJoh 13:18
13Maar nu kom Ik naar U, en dit spreek Ik in de wereld, opdat zij Mijn vreugde vervuld in zichzelf hebben.
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
naar
σὲ
(se)
U
ἔρχομαι
(erchomai)
Ik kom
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
dit
λαλῶ
(lalo)
Ik spreek
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
ἵνα
(hina)
opdat
ἔχωσιν
(echosin)
zij hebben
τὴν
(ten)
de
χαρὰν
(charan)
vreugde
τὴν
(ten)
de
ἐμὴν
(emen)
Mijne
πεπληρωμένην
(pepleromenen)
vervuld
ἐν
(en)
in
ἑαυτοῖς
(heautois)
henzelf
Bron: SBLGNT
14Ik heb hun Uw woord gegeven. En de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.
ἐγὼ
(ego)
Ik
δέδωκα
(dedoka)
heb gegeven
αὐτοῖς
(autois)
hun
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
σου
(sou)
Uw
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
ἐμίσησεν
(emisesen)
haatte
αὐτούς
(autous)
hen
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσὶν
(eisin)
zij zijn
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐγὼ
(ego)
Ik
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
Bron: SBLGNT
15Ik vraag niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze.
οὐκ
(ouk)
niet
ἐρωτῶ
(eroto)
Ik vraag
ἵνα
(hina)
dat
ἄρῃς
(ares)
U wegneemt
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
dat
τηρήσῃς
(tereses)
U bewaart
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐκ
(ek)
voor
τοῦ
(tou)
de
πονηροῦ
(ponerou)
boze
Bron: SBLGNT
Uitleg

τοῦ πονηροῦ (tou ponerou), ‘de boze’ of ‘het kwade’: het Grieks kan beide zijn.

Wij schrijven ‘de boze’, zoals in Matt. 6:13.

Zie ookMat 6:13
16Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσὶν
(eisin)
zij zijn
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐγὼ
(ego)
Ik
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
Bron: SBLGNT
17Heilig hen in de waarheid. Uw woord is waarheid.
ἁγίασον
(hagiason)
heilig
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ὁ
(ho)
het
σὸς
(sos)
Uwe
ἀλήθειά
(aletheia)
waarheid
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: apart zetten voor Elohim.

18Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden.
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐμὲ
(eme)
Mij
ἀπέστειλας
(apesteilas)
U zond
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
κἀγὼ
(kago)
ook Ik
ἀπέστειλα
(apesteila)
Ik zond
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
Bron: SBLGNT
19En voor hen heilig Ik Mijzelf, opdat ook zij geheiligd zijn in waarheid.
καὶ
(kai)
en
ὑπὲρ
(hyper)
voor
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἁγιάζω
(hagiazo)
heilig
ἐμαυτόν
(emauton)
Mijzelf
ἵνα
(hina)
opdat
ὦσιν
(osin)
zij zijn
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἡγιασμένοι
(hegiasmenoi)
geheiligd
ἐν
(en)
in
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
Bron: SBLGNT

Yeshua bidt voor allen die geloven

20Ik vraag niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven,
Οὐ
(Ou)
niet
περὶ
(peri)
over
τούτων
(touton)
dezen
δὲ
(de)
maar
ἐρωτῶ
(eroto)
Ik vraag
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
περὶ
(peri)
over
τῶν
(ton)
de
πιστευόντων
(pisteuonton)
gelovenden
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
het
λόγου
(logou)
woord
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
in
ἐμέ
(eme)
Mij
Bron: SBLGNT
21opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U. Opdat ook zij in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt.
ἵνα
(hina)
opdat
πάντες
(pantes)
allen
ἓν
(hen)
één
ὦσιν
(osin)
zij zijn
καθὼς
(kathos)
zoals
σύ
(sy)
U
πάτερ
(pater)
Vader
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
κἀγὼ
(kago)
en Ik
ἐν
(en)
in
σοί
(soi)
U
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
Ons
ὦσιν
(osin)
zij zijn
ἵνα
(hina)
opdat
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
πιστεύῃ
(pisteue)
gelooft
ὅτι
(hoti)
dat
σύ
(sy)
U
με
(me)
Mij
ἀπέστειλας
(apesteilas)
zondt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡμῖν (hemin), ‘Ons’: de Vader en de Zoon; hoofdletter, zoals ‘Wij’ in 17:11.

22De heerlijkheid die U Mij gegeven hebt, heb Ik aan hen gegeven, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn,
κἀγὼ
(kago)
en Ik
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
ἣν
(hen)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
δέδωκα
(dedoka)
Ik heb gegeven
αὐτοῖς
(autois)
hun
ἵνα
(hina)
opdat
ὦσιν
(osin)
zij zijn
ἓν
(hen)
één
καθὼς
(kathos)
zoals
ἡμεῖς
(hemeis)
Wij
ἕν
(hen)
één
Bron: SBLGNT
23Ik in hen en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn. Opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt zoals U Mij liefgehad hebt.
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
σὺ
(sy)
U
ἐν
(en)
in
ἐμοί
(emoi)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
ὦσιν
(osin)
zij zijn
τετελειωμένοι
(teteleiomenoi)
volmaakt gemaakt
εἰς
(eis)
tot
ἕν
(hen)
één
ἵνα
(hina)
opdat
γινώσκῃ
(ginoske)
erkent
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
ὅτι
(hoti)
dat
σύ
(sy)
U
με
(me)
Mij
ἀπέστειλας
(apesteilas)
zondt
καὶ
(kai)
en
ἠγάπησας
(egapesas)
U hebt liefgehad
αὐτοὺς
(autous)
hen
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐμὲ
(eme)
Mij
ἠγάπησας
(egapesas)
U hebt liefgehad
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’; ἀγάπη (agape), ‘liefde’ (17:26).

τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: het Grieks heeft ‘volmaakt gemaakt tot één’; wij schrijven ‘volmaakt één’.

γινώσκω (ginosko) met ‘dat’ vertalen wij hier met ‘erkennen’.

24Vader, wat U Mij gegeven hebt: Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn. Opdat zij Mijn heerlijkheid zien die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij liefgehad hebt vóór de grondlegging van de wereld.
πάτερ
(pater)
Vader
ὃ
(ho)
wat
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
θέλω
(thelo)
Ik wil
ἵνα
(hina)
opdat
ὅπου
(hopou)
waar
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἐγὼ
(ego)
Ik
κἀκεῖνοι
(kakeinoi)
en die ook
ὦσιν
(osin)
zij zijn
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
θεωρῶσιν
(theorosin)
zij aanschouwen
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
τὴν
(ten)
de
ἐμὴν
(emen)
Mijne
ἣν
(hen)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ὅτι
(hoti)
omdat
ἠγάπησάς
(egapesas)
U hebt liefgehad
με
(me)
Mij
πρὸ
(pro)
voor
καταβολῆς
(kataboles)
grondlegging
κόσμου
(kosmou)
van de wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταβολὴ κόσμου (katabole kosmou), ‘grondlegging van de wereld’: het begin van de schepping.

Lezing

In sommige latere handschriften staat hier ‘hen die U Mij gegeven hebt’.

De SBLGNT heeft ‘wat U Mij gegeven hebt’.

25Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt.
Πάτερ
(Pater)
Vader
δίκαιε
(dikaie)
rechtvaardige
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
σε
(se)
U
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνω
(egno)
kende
ἐγὼ
(ego)
Ik
δέ
(de)
maar
σε
(se)
U
ἔγνων
(egnon)
kende
καὶ
(kai)
en
οὗτοι
(houtoi)
dezen
ἔγνωσαν
(egnosan)
erkenden
ὅτι
(hoti)
dat
σύ
(sy)
U
με
(me)
Mij
ἀπέστειλας
(apesteilas)
zondt
Bron: SBLGNT
Uitleg

δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’.

26Ik heb hun Uw naam bekendgemaakt en zal hem bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij liefgehad hebt, in hen is en Ik in hen.”
καὶ
(kai)
en
ἐγνώρισα
(egnorisa)
Ik maakte bekend
αὐτοῖς
(autois)
hun
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
σου
(sou)
Uw
καὶ
(kai)
en
γνωρίσω
(gnoriso)
zal bekendmaken
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
ἣν
(hen)
waarmee
ἠγάπησάς
(egapesas)
U hebt liefgehad
με
(me)
Mij
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
ᾖ
(e)
is
κἀγὼ
(kago)
en Ik
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT