Het gebed van Yeshua voor Zichzelf, Zijn leerlingen en allen die zullen geloven
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua bidt voor Zichzelf
1Dit sprak Yeshua. Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: „Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk Uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijkt,
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἐπάρας
(eparas)
opgeslagen hebbend
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
εἶπεν
(eipen)
zei
Πάτερ
(Pater)
Vader
ἐλήλυθεν
(elelythen)
is gekomen
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
δόξασόν
(doxason)
verheerlijk
σου
(sou)
Uw
τὸν
(ton)
de
υἱόν
(huion)
Zoon
ἵνα
(hina)
opdat
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
δοξάσῃ
(doxase)
verheerlijkt
σέ
(se)
U
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὥρα (hora), ‘uur’: het beslissende moment van Yeshua’s lijden en verheerlijking; zie ook Joh. 2:4, 7:30, 8:20, 12:23 en 13:1.
δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: eer en heerlijkheid geven. Yeshua spreekt de Vader aan met ‘U’ en ‘Uw’; de Zoon noemt Zichzelf hier ‘de Zoon’.
4Ik heb U verheerlijkt op de aarde, door het werk te voltooien dat U Mij gegeven hebt om te doen.
ἐγώ
(ego)
Ik
σε
(se)
U
ἐδόξασα
(edoxasa)
verheerlijkte
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
τελειώσας
(teleiosas)
voltooiend
ὃ
(ho)
wat
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
ποιήσω
(poieso)
Ik zou doen
Bron: SBLGNT
Lezing
In sommige latere handschriften staat hier ‘Ik heb het werk voltooid dat U Mij gegeven hebt’.
De SBLGNT heeft ‘door het werk te voltooien’.
5En nu, Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had voordat de wereld bestond.
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
δόξασόν
(doxason)
verheerlijk
με
(me)
Mij
σύ
(sy)
U
πάτερ
(pater)
Vader
παρὰ
(para)
bij
σεαυτῷ
(seauto)
Uzelf
τῇ
(te)
de
δόξῃ
(doxe)
heerlijkheid
ᾗ
(he)
waarmee
εἶχον
(eichon)
Ik had
πρὸ
(pro)
voor
τοῦ
(tou)
het
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
εἶναι
(einai)
zijn
παρὰ
(para)
bij
σοί
(soi)
U
Bron: SBLGNT
Uitleg
σύ (sy), ‘U’: het Grieks legt nadruk op ‘U’; wij laten die nadruk in de zin vallen.
Yeshua bidt voor Zijn leerlingen
6Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U, en U hebt hen aan Mij gegeven. Zij hebben Uw woord bewaard.
Ἐφανέρωσά
(Ephanerosa)
Ik heb geopenbaard
σου
(sou)
Uw
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
οὓς
(hous)
die
ἔδωκάς
(edokas)
U gaf
μοι
(moi)
Mij
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
σοὶ
(soi)
aan U
ἦσαν
(esan)
zij waren
κἀμοὶ
(kamoi)
en aan Mij
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἔδωκας
(edokas)
U gaf
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
σου
(sou)
Uw
τετήρηκαν
(teterekan)
zij hebben bewaard
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὄνομα (onoma), ‘naam’: in de Schrift ook de persoon zelf en wat Hij is.
7Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt.
νῦν
(nyn)
nu
ἔγνωκαν
(egnokan)
zij hebben erkend
ὅτι
(hoti)
dat
πάντα
(panta)
alles
ὅσα
(hosa)
wat
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
παρὰ
(para)
van
σοῦ
(sou)
U
εἰσιν
(eisin)
is
Bron: SBLGNT
8Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik aan hen gegeven. Zij hebben ze aangenomen en werkelijk erkend dat Ik van U ben uitgegaan. Zij hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt.
ὅτι
(hoti)
omdat
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ἃ
(ha)
die
ἔδωκάς
(edokas)
U gaf
μοι
(moi)
Mij
δέδωκα
(dedoka)
Ik heb gegeven
αὐτοῖς
(autois)
hun
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἔλαβον
(elabon)
namen aan
καὶ
(kai)
en
ἔγνωσαν
(egnosan)
erkenden
ἀληθῶς
(alethos)
werkelijk
ὅτι
(hoti)
dat
παρὰ
(para)
van
σοῦ
(sou)
U
ἐξῆλθον
(exelthon)
Ik ben uitgegaan
καὶ
(kai)
en
ἐπίστευσαν
(episteusan)
zij geloofden
ὅτι
(hoti)
dat
σύ
(sy)
U
με
(me)
Mij
ἀπέστειλας
(apesteilas)
zondt
Bron: SBLGNT
9Ik vraag voor hen. Ik vraag niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, omdat zij van U zijn.
ἐγὼ
(ego)
Ik
περὶ
(peri)
over
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐρωτῶ
(eroto)
vraag
οὐ
(ou)
niet
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἐρωτῶ
(eroto)
Ik vraag
ἀλλὰ
(alla)
maar
περὶ
(peri)
over
ὧν
(hon)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ὅτι
(hoti)
omdat
σοί
(soi)
van U
εἰσιν
(eisin)
zij zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐρωτάω (erotao), ‘vragen’: hier een verzoek doen; zie de voetnoot bij Joh. 16:23.
10En al het Mijne is het Uwe, en het Uwe is het Mijne. En Ik ben in hen verheerlijkt.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
het
ἐμὰ
(ema)
Mijne
πάντα
(panta)
alles
σά
(sa)
het Uwe
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
het
σὰ
(sa)
Uwe
ἐμά
(ema)
het Mijne
καὶ
(kai)
en
δεδόξασμαι
(dedoxasmai)
Ik ben verheerlijkt
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
11Ik ben niet meer in de wereld, en zij zijn in de wereld, en Ik kom naar U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw naam, die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij.
καὶ
(kai)
en
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
εἰμὶ
(eimi)
Ik ben
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
εἰσίν
(eisin)
zijn
κἀγὼ
(kago)
en Ik
πρὸς
(pros)
naar
σὲ
(se)
U
ἔρχομαι
(erchomai)
kom
πάτερ
(pater)
Vader
ἅγιε
(hagie)
heilige
τήρησον
(tereson)
bewaar
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
σου
(sou)
Uw
ᾧ
(ho)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
ὦσιν
(osin)
zij zijn
ἓν
(hen)
één
καθὼς
(kathos)
zoals
ἡμεῖς
(hemeis)
Wij
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἡμεῖς (hemeis), ‘Wij’: de Vader en de Zoon; hoofdletter, zoals in Gen. 1:26.
12Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw naam, die U Mij gegeven hebt. Ik heb hen beschermd, en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld zou worden.
ὅτε
(hote)
toen
ἤμην
(emen)
Ik was
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐτήρουν
(eteroun)
bewaarde
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
σου
(sou)
Uw
ᾧ
(ho)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
καὶ
(kai)
en
ἐφύλαξα
(ephylaxa)
Ik heb beschermd
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
ἀπώλετο
(apoleto)
is verloren gegaan
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
zoon
τῆς
(tes)
van het
ἀπωλείας
(apoleias)
verderf
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
πληρωθῇ
(plerothe)
vervuld wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁ υἱὸς τῆς ἀπωλείας (ho huios tes apoleias), ‘de zoon van het verderf’: een Hebreeuwse manier om te zeggen dat iemand bestemd is voor het verderf.
De tekst noemt geen naam.
φυλάσσω (phylasso), ‘beschermen’. ἡ γραφή (he graphe), ‘de Schrift’: het Grieks zegt niet welke Schriftplaats; vergelijk Joh. 13:18.
τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: het Grieks heeft ‘volmaakt gemaakt tot één’; wij schrijven ‘volmaakt één’.
γινώσκω (ginosko) met ‘dat’ vertalen wij hier met ‘erkennen’.
24Vader, wat U Mij gegeven hebt: Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn. Opdat zij Mijn heerlijkheid zien die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij liefgehad hebt vóór de grondlegging van de wereld.
πάτερ
(pater)
Vader
ὃ
(ho)
wat
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
θέλω
(thelo)
Ik wil
ἵνα
(hina)
opdat
ὅπου
(hopou)
waar
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἐγὼ
(ego)
Ik
κἀκεῖνοι
(kakeinoi)
en die ook
ὦσιν
(osin)
zij zijn
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἵνα
(hina)
opdat
θεωρῶσιν
(theorosin)
zij aanschouwen
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
τὴν
(ten)
de
ἐμὴν
(emen)
Mijne
ἣν
(hen)
die
δέδωκάς
(dedokas)
U hebt gegeven
μοι
(moi)
Mij
ὅτι
(hoti)
omdat
ἠγάπησάς
(egapesas)
U hebt liefgehad
με
(me)
Mij
πρὸ
(pro)
voor
καταβολῆς
(kataboles)
grondlegging
κόσμου
(kosmou)
van de wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg
καταβολὴ κόσμου (katabole kosmou), ‘grondlegging van de wereld’: het begin van de schepping.
Lezing
In sommige latere handschriften staat hier ‘hen die U Mij gegeven hebt’.
De SBLGNT heeft ‘wat U Mij gegeven hebt’.
25Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt.
Πάτερ
(Pater)
Vader
δίκαιε
(dikaie)
rechtvaardige
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
σε
(se)
U
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνω
(egno)
kende
ἐγὼ
(ego)
Ik
δέ
(de)
maar
σε
(se)
U
ἔγνων
(egnon)
kende
καὶ
(kai)
en
οὗτοι
(houtoi)
dezen
ἔγνωσαν
(egnosan)
erkenden
ὅτι
(hoti)
dat
σύ
(sy)
U
με
(me)
Mij
ἀπέστειλας
(apesteilas)
zondt
Bron: SBLGNT
Uitleg
δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’.
26Ik heb hun Uw naam bekendgemaakt en zal hem bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij liefgehad hebt, in hen is en Ik in hen.”