Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Haast U, Yahweh
1Een psalm van David. Yahweh, ik heb U aangeroepen. Kom haastig naar mij. Luister naar mijn stem als ik tot U roep.
מִזְמ֗וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
קְ֭רָאתִיךָ
(qeratikha)
ik heb U aangeroepen
ח֣וּשָׁה
(chusha)
haast U
לִּ֑י
(li)
naar mij
הַאֲזִ֥ינָה
(haazina)
luister
ק֝וֹלִ֗י
(qoli)
naar mijn stem
בְּקָרְאִי
(beqarei)
als ik roep
לָֽךְ
(lakh)
tot U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִזְמוֹר (mizmor), ‘psalm’: een lied met snarenspel.
2Moge mijn gebed voor Uw aangezicht gereedstaan als reukwerk, het opheffen van mijn handen als het avondgraanoffer.
תִּכּ֤וֹן
(tikon)
moge gereedstaan
תְּפִלָּתִ֣י
(tefilati)
mijn gebed
קְטֹ֣רֶת
(qetoret)
als reukwerk
לְפָנֶ֑יךָ
(lefaneikha)
voor Uw aangezicht
מַֽשְׂאַ֥ת
(masat)
het opheffen van
כַּ֝פַּ֗י
(kapay)
mijn handen
מִנְחַת
(minchat)
als graanoffer van
עָֽרֶב
(arev)
de avond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קְטֹרֶת (qetoret), ‘reukwerk’, en מִנְחָה (minchah), ‘graanoffer’: het gebed stijgt op zoals de rook van het reukwerk (Exod. 30:7–8) en zoals het avondoffer (Exod. 29:41).
5Moge een rechtvaardige mij slaan: dat is trouw. Moge hij mij terechtwijzen: dat is olie op het hoofd. Mijn hoofd mag dat niet weigeren. Want nog altijd is mijn gebed tegen hun kwaad.
יֶֽהֶלְמֵֽנִי
(yehelmeni)
moge slaan mij
צַדִּ֨יק
(tsadiq)
een rechtvaardige
חֶ֡סֶד
(chesed)
trouw
וְֽיוֹכִיחֵ֗נִי
(veyokhicheni)
en moge terechtwijzen mij
שֶׁ֣מֶן
(shemen)
olie van
רֹ֭אשׁ
(rosh)
hoofd
אַל
(al)
niet
יָנִ֣י
(yani)
moge weigeren
רֹאשִׁ֑י
(roshi)
mijn hoofd
כִּי
(ki)
want
ע֥וֹד
(od)
nog
וּ֝תְפִלָּתִ֗י
(utefilati)
en mijn gebed
בְּרָעוֹתֵיהֶֽם
(beraoteihem)
tegen hun kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de persoon zelf, met zijn leven (vers 8).
Lezing
Dit vers is moeilijk.
Het Hebreeuws zegt: ‘laat een rechtvaardige mij slaan, trouw, en laat hem mij terechtwijzen, olie van het hoofd; mijn hoofd mag dat niet weigeren’.
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: een slag van een rechtvaardige wordt een daad van trouw genoemd.
Het slot van de zin (‘want nog altijd is mijn gebed tegen hun kwaad’) is onzeker: het kan ook luiden ‘mijn gebed is nog bij hun rampen’.