Hebreeën 2
Let op wat wij gehoord hebben: de Zoon deelt in bloed en vlees en wordt een barmhartige hogepriester
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een ernstige waarschuwing
προσέχω (prosecho), ‘letten op’. περισσοτέρως (perissoteros), ‘des te meer, overvloediger’. παραρρέω (pararreo), ‘wegdrijven, wegglijden’: letterlijk ‘langs iets heen stromen’, zoals een schip dat afdrijft.
De SBLGNT markeert bij ‘letten op … wij’ (προσέχειν ἡμᾶς) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
‘Het woord dat door engelen gesproken werd’: het Grieks zegt niet welk woord; vergelijk Hand. 7:53 en Gal. 3:19, waar de wet in verband met engelen wordt genoemd. βέβαιος (bebaios), ‘vast, bindend’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een grens. παρακοή (parakoe), ‘ongehoorzaamheid’: letterlijk ‘niet luisteren’. μισθαποδοσία (misthapodosia), ‘vergelding’: letterlijk ‘loonbetaling’; ἔνδικος (endikos), ‘rechtvaardig’.
De zin loopt door in vers 3.
Zie ook Hand. 7:53; Gal. 3:19.
ἀμελέω (ameleo), ‘verwaarlozen’.
‘De Heer’ (ὁ κύριος) is hier Yeshua: de redding is eerst door Hem gesproken. βεβαιόω (bebaioo), ‘bevestigen’.
‘Hen die het gehoord hebben’ zijn degenen die Hem gehoord hebben; het Grieks noemt hen niet bij naam.
De zin loopt door in vers 4.
συνεπιμαρτυρέω (synepimartyreo), ‘meegetuigen’: Elohim getuigde mee met hen die het gehoord hadden. σημεῖον (semeion), ‘teken’; τέρας (teras), ‘wonder’; δύναμις (dynamis), ‘kracht’: een krachtige daad. μερισμός (merismos), ‘uitdeling’: de Geest verdeelt Zijn gaven. θέλησις (thelesis), ‘wil’: ‘naar Zijn wil’ kan op Elohim slaan.
Zie ook Hand. 2:22; Hand. 14:3; 1 Kor. 12:11.
De bewoonde wereld en de mens
Aanhaling van Ps. 8:5–7 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 8:4–6).
Hebreeën noemt de schrijver niet: ‘Ergens heeft iemand ernstig getuigd’ (πού τις, pou tis). διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘ernstig getuigen’: zoals in Hand. 2:40. μιμνῄσκομαι (mimnesko), ‘denken aan’; ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘omkijken naar, bezoeken’. υἱὸς ἀνθρώπου (huios anthropou), ‘mensenkind’: zonder lidwoord, de uitdrukking van de psalm; het is niet de titel ‘de Mensenzoon’ uit de evangeliën, al past vers 9 de woorden toe op Yeshua.
Zie ook Ps. 8:5–7.
Ons Hebreeuws van Ps. 8:6 heeft ‘U hebt hem weinig minder gemaakt dan Elohim’ (אֱלֹהִים, elohim); de Griekse tekst heeft ‘dan engelen’. βραχύ τι (brachy ti), ‘een weinig’: het kan een geringe mate zijn (‘iets minder’) of een korte tijd (‘een korte tijd minder’); zie vers 9. ἐλαττόω (elattoo), ‘minder maken’.
De regel van Ps. 8:7 ‘U laat hem heersen over de werken van Uw handen’ staat niet in de SBLGNT-tekst van dit vers.
De SBLGNT markeert bij ‘hem’ (αὐτόν) aan het eind van het vers een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De aanhaling van Ps. 8 eindigt bij ‘onder zijn voeten’; daarna legt Hebreeën haar uit.
‘Hem’ is in de psalm de mens; in vers 9 past Hebreeën de woorden toe op Yeshua. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’; ἀνυπότακτος (anypotaktos), ‘niet onderworpen’.
‘Nog niet’ (οὔπω, oupo): de onderwerping is nog niet zichtbaar.
Zie ook 1 Kor. 15:27.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij τῷ γάρ (‘doordat … want’) en bij ‘onderwerpen’ (ὑποτάξαι).
Wij volgen de SBLGNT.
βλέπω (blepo), ‘zien’.
Het Grieks zet ‘vanwege het lijden van de dood’ (διὰ τὸ πάθημα τοῦ θανάτου) tussen ‘gemaakt’ en ‘gekroond’; het kan bij ‘gekroond’ horen (gekroond vanwege het lijden) of bij ‘minder gemaakt’.
Wij hebben het bij ‘gekroond’ gezet. πάθημα (pathema), ‘lijden’. γεύομαι (geuomai), ‘smaken’: de dood werkelijk ondergaan. παντός (pantos), ‘ieder, alles’: de vorm kan ‘voor ieder mens’ of ‘voor alles’ zijn. χωρὶς θεοῦ (choris theou), ‘zonder Elohim, los van Elohim’: het Grieks laat meer dan één opvatting toe, bijvoorbeeld ‘in verlatenheid van Elohim’ of ‘met uitzondering van Elohim’ (vergelijk 1 Kor. 15:27); wij vertalen letterlijk.
Zie ook Matt. 27:46; 1 Kor. 15:27.
De SBLGNT markeert bij ‘zonder’ (χωρίς) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De Leidsman en Zijn broers
‘Hem’ is Elohim: ‘om wie alles is en door wie alles is’. ἀρχηγός (archegos), ‘Leidsman’: wie voorop gaat en anderen meeneemt, zoals in Hand. 3:15; het kan ook ‘Aanvoerder’ of ‘Oorsprong’ zijn. τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: tot het doel brengen, zijn bestemming laten bereiken; zo ook in 5:9, 7:28 en 11:40. ἀγαγόντα (agagonta), ‘gebracht hebbend’: de vorm kan bij ‘Hem’ (Elohim) horen of bij ‘de Leidsman’; wij kiezen het eerste en vertalen ‘terwijl Hij … bracht’. πάθημα (pathema), ‘lijden’; ‘hun redding’ is de redding van de ‘veel zonen’.
Zie ook Hand. 3:15; Hand. 5:31.
ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: apart zetten voor Elohim.
‘Hij die heiligt’ is Yeshua; ‘zij die geheiligd worden’ zijn de gelovigen. ἐξ ἑνός (ex henos), ‘uit één’: het Grieks zegt niet uit wie of wat; het kan ‘uit één Vader’ of ‘uit één oorsprong’ zijn. ἐπαισχύνομαι (epaischynomai), ‘zich schamen’. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters.
Wij gebruiken ‘broers’ in de hele brief.
Aanhaling van Ps. 22:23 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 22:22).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal Uw naam vertellen aan mijn broeders.
Te midden van de vergadering zal ik U prijzen.’
Het Hebreeuwse woord voor ‘vergadering’ is קָהָל (qahal); Hebreeën heeft ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’.
Hebreeën legt deze woorden in de mond van Yeshua; daarom staan ze rood. ἀπαγγέλλω (apangello), ‘verkondigen’; ὑμνέω (hymneo), ‘lofzingen’.
Zie ook Ps. 22:23.
Twee aanhalingen, elk met ‘En weer’.
De tweede is Jes. 8:18: ‘Zie, ik en de kinderen die Yahweh mij heeft gegeven’; Hebreeën heeft ‘Elohim’ in plaats van ‘Yahweh’.
De eerste (‘Ik zal op Hem vertrouwen’) lijkt in ons Hebreeuws op Jes. 8:17, ‘Ik zal op Hem hopen’, en op Ps. 18:3, ‘bij Hem schuil ik’ (Hebreeuwse telling).
Hebreeën legt deze woorden in de mond van Yeshua; daarom staan ze rood. παιδία (paidia), ‘kinderen’.
Zie ook Jes. 8:17–18; Ps. 18:3.
Bloed en vlees, de dood en de duivel
Het Grieks heeft in de verzen 14–15 één zin met ‘opdat’ (ἵνα, hina); wij splitsen haar en beginnen een nieuwe zin met ‘Zo’. κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben aan’; μετέχω (metecho), ‘deelnemen aan’.
‘Bloed en vlees’ is het gewone Griekse (en Hebreeuwse) woordenpaar voor de menselijke natuur. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 3:17. κράτος (kratos), ‘macht’. διάβολος (diabolos), ‘duivel’, letterlijk ‘lasteraar, aanklager’.
De Griekse zin loopt door in vers 15.
Zie ook Joh. 1:14; Rom. 8:3; Gal. 4:4.
De SBLGNT markeert bij ‘bloed en vlees’ (αἵματος καὶ σαρκός) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀπαλλάσσω (apallasso), ‘bevrijden, losmaken’. ἔνοχος (enochos), ‘onderworpen aan, vastgehouden door’. δουλεία (douleia), ‘slavernij’: zoals in Rom. 8:15, waar ook ‘angst’ en ‘slavernij’ bij elkaar staan.
Zie ook Rom. 8:15.
ἐπιλαμβάνομαι (epilambanomai), ‘vastgrijpen, zich aannemen van’: het woord beschrijft de hand die uitgestoken wordt om iemand te redden, zoals in Matt. 14:31. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: de nakomelingen van Abraham; zie Gal. 3:29.
Wij houden het ‘zaad’, zoals in Galaten.
Zie ook Matt. 14:31; Gal. 3:29.
Een barmhartige en trouwe hogepriester
Ook hier splitsen wij de Griekse zin met ‘opdat’ (ἵνα) en beginnen wij de tweede zin met ‘Zo’. ὁμοιόω (homoioo), ‘gelijk maken’. ἐλεήμων (eleemon), ‘barmhartig’; πιστός (pistos), ‘trouw, betrouwbaar’. ἀρχιερεύς (archiereus), ‘hogepriester’: de priester die op de Verzoendag het heiligdom inging (Lev. 16). ἱλάσκομαι (hilaskomai), ‘verzoening doen’: het Hebreeuwse werkwoord כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’, staat in Lev. 16:16. τὰ πρὸς τὸν θεόν (ta pros ton theon), ‘wat Elohim betreft’: de zaken die tussen mensen en Elohim staan.
Zie ook Lev. 16:15–16.
πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: het Griekse woord betekent zowel ‘beproeven’ als ‘verzoeken’. βοηθέω (boetheo), ‘te hulp komen’.
Dit thema keert terug in 4:15.
Zie ook Hebr. 4:15.