Elohim Bijbel

Romeinen 11

12345678910111213141516

De rest, de olijfboom, het geheimenis van Israël en de lofprijs om Elohims wegen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Heeft Elohim Zijn volk verstoten?

1Ik vraag dan: heeft Elohim Zijn volk verstoten? Dat nooit! Want ook ik ben een Israëliet, uit het zaad van Abraham, van de stam Benjamin.
Λέγω
(Lego)
zeg ik
οὖν
(oun)
dan
μὴ
(me)
niet soms
ἀπώσατο
(aposato)
heeft verstoten
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
ἐγὼ
(ego)
ik
Ἰσραηλίτης
(Israelites)
Israëliet
εἰμί
(eimi)
ben
ἐκ
(ek)
uit
σπέρματος
(spermatos)
zaad
Ἀβραάμ
(Abraam)
van Abraham
φυλῆς
(phyles)
stam
Βενιαμίν
(Beniamin)
Benjamin
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπωθέω (apotheo), ‘verstoten’: wegduwen. μὴ γένοιτο (me genoito): ‘Dat nooit!’, zoals in 9:14.

‘Zijn volk’ (τὸν λαὸν αὐτοῦ): Israël.

Paulus noemt zichzelf een Israëliet uit de stam Benjamin.

Dat Yahweh Zijn volk niet verstoot, staat ook in 1 Sam. 12:22 en Ps. 94:14.

Zie ook 1 Sam. 12:22; Ps. 94:14; Rom. 9:14; 2 Kor. 11:22; Filip. 3:5.

2Elohim heeft Zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. Of weten jullie niet wat de Schrift zegt bij Elia, hoe hij bij Elohim pleit tegen Israël?
οὐκ
(ouk)
niet
ἀπώσατο
(aposato)
heeft verstoten
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὃν
(hon)
dat
προέγνω
(proegno)
Hij tevoren kende
ἢ
(e)
of
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ἐν
(en)
bij
Ἠλίᾳ
(Elia)
Elia
τί
(ti)
wat
λέγει
(legei)
zegt
ἡ
(he)
de
γραφή
(graphe)
Schrift
ὡς
(hos)
hoe
ἐντυγχάνει
(entynchanei)
pleit hij
τῷ
(to)
bij de
θεῷ
(theo)
Elohim
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

προγινώσκω (proginosko), ‘tevoren kennen’. ἐν Ἠλίᾳ (en Elia), letterlijk ‘in Elia’: in de passage over Elia. ἐντυγχάνω (entynchano), ‘zich wenden tot, pleiten’: hier een aanklacht tegen Israël bij Elohim.

Het verhaal staat in 1 Kon. 19.

Zie ook 1 Kon. 19:10; Rom. 8:29.

3„Yahweh, Uw profeten hebben zij gedood, Uw altaren hebben zij afgebroken, en ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn leven.”
Κύριε
(Kyrie)
Yahweh
τοὺς
(tous)
de
προφήτας
(prophetas)
profeten
σου
(sou)
Uw
ἀπέκτειναν
(apekteinan)
hebben zij gedood
τὰ
(ta)
de
θυσιαστήριά
(thysiasteria)
altaren
σου
(sou)
Uw
κατέσκαψαν
(kateskapsan)
hebben zij afgebroken
κἀγὼ
(kago)
en ik
ὑπελείφθην
(hypeleiphthen)
ben overgebleven
μόνος
(monos)
alleen
καὶ
(kai)
en
ζητοῦσιν
(zetousin)
zoeken zij
τὴν
(ten)
het
ψυχήν
(psychen)
leven
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar 1 Kon. 19:10 (ook 19:14).

Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik heb zeer geijverd voor Yahweh, Elohim van de legermachten.

Want de zonen van Israël hebben Uw verbond verlaten.

Zij hebben Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood.

Ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen’.

Paulus haalt korter aan en noemt eerst de profeten en dan de altaren.

De woorden zijn van Elia; daarom staan ze zwart. ψυχή (psyche), ‘leven, ziel’.

Zie ook 1 Kon. 19:10; 1 Kon. 19:14.

4Maar wat zegt de goddelijke aanwijzing tegen hem? „Ik heb voor Mij 7000 mannen laten overblijven, die hun knie niet voor de Baäl hebben gebogen.”
ἀλλὰ
(alla)
maar
τί
(ti)
wat
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
ὁ
(ho)
de
χρηματισμός
(chrematismos)
goddelijke aanwijzing
Κατέλιπον
(Katelipon)
heb Ik laten overblijven
ἐμαυτῷ
(emauto)
voor Mij
ἑπτακισχιλίους
(heptakischilious)
7000
ἄνδρας
(andras)
mannen
οἵτινες
(hoitines)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἔκαμψαν
(ekampsan)
hebben gebogen
γόνυ
(gony)
knie
τῇ
(te)
voor de
Βάαλ
(Baal)
Baäl
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar 1 Kon. 19:18.

Ons Hebreeuws heeft: ‘En Ik laat in Israël zevenduizend over.

Dat zijn allen die hun knieën niet voor de Baäl hebben gebogen’.

Yahweh spreekt zelf in de eerste persoon; daarom staat het citaat rood. χρηματισμός (chrematismos), ‘goddelijke aanwijzing’: een antwoord van Elohim; verwant aan χρηματίζω (chrematizo), ‘een aanwijzing krijgen’.

Het Griekse lidwoord τῇ (tei) bij Βάαλ is vrouwelijk; wij schrijven ‘de Baäl’ zoals in 1 Kon. 19:18.

Zie ook 1 Kon. 19:18.

Een rest naar de uitverkiezing van genade

5Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een rest ontstaan, naar de uitverkiezing van genade.
οὕτως
(houtos)
zo
οὖν
(oun)
dan
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νῦν
(nyn)
nu
καιρῷ
(kairo)
tijd
λεῖμμα
(leimma)
rest
κατ’
(kat’)
naar
ἐκλογὴν
(eklogen)
uitverkiezing
χάριτος
(charitos)
van genade
γέγονεν
(gegonen)
is ontstaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

λεῖμμα (leimma), ‘rest’: wat overblijft, zoals ὑπόλειμμα in 9:27. κατ᾽ ἐκλογὴν χάριτος (kat eklogen charitos), ‘naar de uitverkiezing van genade’: ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’; χάρις (charis), ‘genade’.

Zie ook Rom. 9:27.

Zie ookRom 9:27
6Maar als het door genade is, dan niet meer uit werken, anders wordt genade geen genade meer.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
χάριτι
(chariti)
door genade
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
ἐπεὶ
(epei)
anders
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
γίνεται
(ginetai)
wordt
χάρις
(charis)
genade
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Griekse χάρις (charis), ‘genade’, staat tegenover ἔργα (erga), ‘werken’.

Het vers zegt dat genade en werken elkaar uitsluiten.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het laatste woord ‘genade’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.

7Wat dan? Wat Israël zoekt, heeft het niet verkregen. De uitverkiezing heeft het wel verkregen. De overigen zijn verhard,
τί
(ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ὃ
(ho)
wat
ἐπιζητεῖ
(epizetei)
zoekt
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
τοῦτο
(touto)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπέτυχεν
(epetychen)
heeft verkregen
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
ἐκλογὴ
(ekloge)
uitverkiezing
ἐπέτυχεν
(epetychen)
heeft verkregen
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
λοιποὶ
(loipoi)
overigen
ἐπωρώθησαν
(eporothesan)
zijn verhard
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’: hier de uitverkorenen als groep; het Grieks zegt letterlijk ‘de uitverkiezing heeft het verkregen’. πωρόω (poroo), ‘verharden’: gevoelloos maken; het Grieks heeft een lijdende vorm (‘werden verhard’) en noemt niet wie verhardt.

Vergelijk 9:18, waar σκληρύνω (skleryno), ‘verharden’, staat.

Zie ook Rom. 9:18.

Zie ookRom 9:18
8zoals geschreven staat: „Elohim heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van vandaag.”
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Ἔδωκεν
(Edoken)
heeft gegeven
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πνεῦμα
(pneuma)
geest
κατανύξεως
(katanyxeos)
van diepe slaap
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
τοῦ
(tou)
om
μὴ
(me)
niet
βλέπειν
(blepein)
te zien
καὶ
(kai)
en
ὦτα
(ota)
oren
τοῦ
(tou)
om
μὴ
(me)
niet
ἀκούειν
(akouein)
te horen
ἕως
(heos)
tot
τῆς
(tes)
de
σήμερον
(semeron)
vandaag
ἡμέρας
(hemeras)
dag
Bron: SBLGNT
Uitleg

Samengesteld uit Deut. 29:3 en Jes. 29:10.

Ons Hebreeuws heeft in Deut. 29:3: ‘Maar tot op deze dag heeft Yahweh jullie geen hart gegeven om te weten, geen ogen om te zien en geen oren om te horen’; in Jes. 29:10: ‘Want Yahweh heeft over jullie een geest van diepe slaap uitgegoten’.

De Griekse tekst zegt: ‘Elohim heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen’. κατάνυξις (katanyxis), ‘diepe slaap, verdoving’: wij volgen de weergave van ons Jesaja.

Hier is het Elohim die ‘gegeven heeft’; het citaat staat zwart, want Paulus haalt het aan.

Zie ook Deut. 29:3; Jes. 29:10.

9En David zegt: „Laat hun tafel worden tot een strik, tot een vangnet, tot een struikelblok en tot een vergelding voor hen;
καὶ
(kai)
en
Δαυὶδ
(Dauid)
David
λέγει
(legei)
zegt
Γενηθήτω
(Genetheto)
laat worden
ἡ
(he)
de
τράπεζα
(trapeza)
tafel
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
tot
παγίδα
(pagida)
strik
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
θήραν
(theran)
vangnet
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
σκάνδαλον
(skandalon)
struikelblok
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
ἀνταπόδομα
(antapodoma)
vergelding
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Ps. 69:23–24 (in de Nederlandse telling 69:22–23).

Het opschrift van Ps. 69 zegt: ‘Van David’.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Laat hun tafel voor hen een strik worden, en voor wie in vrede leeft, een val’.

De Griekse tekst heeft vier woorden: παγίς (pagis), ‘strik’; θήρα (thera), ‘vangnet, jacht’; σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’; ἀνταπόδομα (antapodoma), ‘vergelding’.

Zie ook Ps. 69:23.

10laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien, en buig hun rug voortdurend neer.”
σκοτισθήτωσαν
(skotisthetosan)
laat verduisterd worden
οἱ
(hoi)
de
ὀφθαλμοὶ
(ophthalmoi)
ogen
αὐτῶν
(auton)
hun
τοῦ
(tou)
om
μὴ
(me)
niet
βλέπειν
(blepein)
te zien
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
νῶτον
(noton)
rug
αὐτῶν
(auton)
hun
διὰ
(dia)
voortdurend
παντὸς
(pantos)
altijd
σύγκαμψον
(synkampson)
buig neer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Ps. 69:24 (in de Nederlandse telling 69:23).

Ons Hebreeuws heeft: ‘Laat hun ogen donker worden, zodat ze niet zien, en laat hun lenden voortdurend wankelen’.

De Griekse tekst heeft νῶτον (noton), ‘rug’, en σύγκαμψον (sygkampson), ‘buig neer’. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’.

Zie ook Ps. 69:24.

Zie ookPs 69:24

Hun overtreding en de redding van de volken

11Ik vraag dan: zijn zij gestruikeld om te vallen? Dat nooit! Maar door hun overtreding is de redding gekomen voor de volken, om hen naijverig te maken.
Λέγω
(Lego)
zeg ik
οὖν
(oun)
dan
μὴ
(me)
niet soms
ἔπταισαν
(eptaisan)
zijn gestruikeld
ἵνα
(hina)
opdat
πέσωσιν
(pesosin)
zij vallen
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῷ
(to)
door de
αὐτῶν
(auton)
hun
παραπτώματι
(paraptomati)
overtreding
ἡ
(he)
de
σωτηρία
(soteria)
redding
τοῖς
(tois)
voor de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
εἰς
(eis)
om
τὸ
(to)
het
παραζηλῶσαι
(parazelosai)
naijverig te maken
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πταίω (ptaio), ‘struikelen’; πίπτω (pipto), ‘vallen’. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’: letterlijk een misstap of val, verwant aan πίπτω (pipto), ‘vallen’.

Wij houden dezelfde weergave als in 5:15–20.

Dat nooit! (μὴ γένοιτο) zoals in vers 1. παραζηλόω (parazeloo), ‘naijverig maken’, komt ook voor in 10:19 en 11:14.

Zie ook Rom. 10:19.

12Maar als hun overtreding de rijkdom van de wereld is en hun verlies de rijkdom van de volken, hoeveel te meer hun volheid!
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
de
παράπτωμα
(paraptoma)
overtreding
αὐτῶν
(auton)
hun
πλοῦτος
(ploutos)
rijkdom
κόσμου
(kosmou)
van de wereld
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ἥττημα
(hettema)
verlies
αὐτῶν
(auton)
hun
πλοῦτος
(ploutos)
rijkdom
ἐθνῶν
(ethnon)
van volken
πόσῳ
(poso)
hoeveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
τὸ
(to)
de
πλήρωμα
(pleroma)
volheid
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het vers is in het Grieks verkort: ‘hoeveel te meer hun volheid’; wij vullen niets aan. ἥττημα (hetteima), ‘verlies, nederlaag’. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: wat vol of voltallig is; het woord staat ook in vers 25 (‘de volheid van de volken’).

Wat Paulus met ‘hun volheid’ bedoelt, zegt de tekst niet verder.

Zie ook Rom. 11:25.

Zie ookRom 11:25
13Tegen jullie zeg ik, de volken. Voor zover ik dus apostel van de volken ben, eer ik mijn dienst,
Ὑμῖν
(Hymin)
tegen jullie
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg ik
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ἐφ’
(eph’)
voor
ὅσον
(hoson)
zover
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
εἰμι
(eimi)
ben
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐθνῶν
(ethnon)
van volken
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
τὴν
(ten)
de
διακονίαν
(diakonian)
dienst
μου
(mou)
mijn
δοξάζω
(doxazo)
eer ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόστολος ἐθνῶν (apostolos ethnon), ‘apostel van de volken’: zoals in Gal. 2:8. διακονία (diakonia), ‘dienst’: verwant aan διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. δοξάζω (doxazo), ‘eer geven, verheerlijken’.

Zie ook Gal. 2:8.

Zie ookGal 2:8
14of ik misschien mijn vlees naijverig kan maken en enkelen uit hen kan redden.
εἴ
(ei)
of
πως
(pos)
misschien
παραζηλώσω
(parazeloso)
ik naijverig maak
μου
(mou)
mijn
τὴν
(ten)
het
σάρκα
(sarka)
vlees
καὶ
(kai)
en
σώσω
(soso)
red ik
τινὰς
(tinas)
enkelen
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἴ πως (ei pos), ‘of misschien’: de zin geeft het doel van vers 13. σάρξ (sarx), ‘vlees’: ‘mijn vlees’ zijn Paulus’ volksgenoten, zoals in 9:3.

Zie ook Rom. 9:3.

15Want als hun verwerping de verzoening van de wereld is, wat zal hun aanneming dan zijn, behalve leven uit de doden?
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
ἀποβολὴ
(apobole)
verwerping
αὐτῶν
(auton)
hun
καταλλαγὴ
(katallage)
verzoening
κόσμου
(kosmou)
van de wereld
τίς
(tis)
wat
ἡ
(he)
de
πρόσλημψις
(proslempsis)
aanneming
εἰ
(ei)
behalve
μὴ
(me)
niet
ζωὴ
(zoe)
leven
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποβολή (apobole), ‘verwerping’; πρόσλημψις (proslempsis), ‘aanneming’: wat tegenover de verwerping staat. καταλλαγή (katallage), ‘verzoening’.

‘Leven uit de doden’ (ζωὴ ἐκ νεκρῶν): de tekst zegt niet of de opstanding of een overdrachtelijk nieuw leven bedoeld is.

De olijfboom

16Als de eersteling heilig is, dan ook het kneedsel. En als de wortel heilig is, dan ook de takken.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἡ
(he)
de
ἀπαρχὴ
(aparche)
eersteling
ἁγία
(hagia)
heilig
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
φύραμα
(phyrama)
kneedsel
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ἡ
(he)
de
ῥίζα
(rhiza)
wortel
ἁγία
(hagia)
heilig
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
κλάδοι
(kladoi)
takken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel dat aan Elohim gegeven wordt. φύραμα (fyrama), ‘kneedsel’: het gekneedde deeg; hetzelfde woord staat in 9:21.

Het beeld doet denken aan de koek van het eerste deeg in Num. 15:17–21.

De tekst noemt niet wie de eersteling en de wortel zijn.

Zie ook Num. 15:20; Rom. 9:21.

17Maar als enkele van de takken zijn afgebroken, en jij, een wilde olijfboom, tussen hen bent ingeënt en deelgenoot bent geworden van de wortel van het vette van de olijfboom,
Εἰ
(Ei)
als
δέ
(de)
maar
τινες
(tines)
enkele
τῶν
(ton)
van de
κλάδων
(kladon)
takken
ἐξεκλάσθησαν
(exeklasthesan)
zijn afgebroken
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
ἀγριέλαιος
(agrielaios)
wilde olijfboom
ὢν
(on)
zijnde
ἐνεκεντρίσθης
(enekentristhes)
bent ingeënt
ἐν
(en)
tussen
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
συγκοινωνὸς
(synkoinonos)
deelgenoot
τῆς
(tes)
van de
ῥίζης
(rhizes)
wortel
τῆς
(tes)
van het
πιότητος
(piotetos)
vette
τῆς
(tes)
van de
ἐλαίας
(elaias)
olijfboom
ἐγένου
(egenou)
bent geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het beeld van de olijfboom: κλάδος (klados), ‘tak’; ῥίζα (riza), ‘wortel’; ἀγριέλαιος (agrielaios), ‘wilde olijfboom’; ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’: een tak van de ene boom in de andere zetten; πιότης (piotes), ‘het vette, het sap’; συγκοινωνός (sygkoinonos), ‘deelgenoot’. ἐκκλάω (ekklao), ‘afbreken’, staat in de verzen 17, 19 en 20; ἐκκόπτω (ekkopto), ‘afhouwen’, in de verzen 22 en 24.

Ook elders worden Israël en de olijfboom naast elkaar genoemd (Jer. 11:16; Hos. 14:7, in de Nederlandse telling 14:6).

Zie ook Jer. 11:16; Hos. 14:7.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘wortel’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.

18roem dan niet tegen de takken. Maar als je toch tegen hen roemt: jij draagt de wortel niet, maar de wortel draagt jou.
μὴ
(me)
niet
κατακαυχῶ
(katakaucho)
roem tegen
τῶν
(ton)
van de
κλάδων
(kladon)
takken
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
κατακαυχᾶσαι
(katakauchasai)
roem je tegen
οὐ
(ou)
niet
σὺ
(sy)
jij
τὴν
(ten)
de
ῥίζαν
(rhizan)
wortel
βαστάζεις
(bastazeis)
draagt
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἡ
(he)
de
ῥίζα
(rhiza)
wortel
σέ
(se)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατακαυχάομαι (katakauchaomai), ‘roemen tegen, opscheppen over’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’.

De zin richt zich tot één ‘jij’, een lezer uit de volken.

19Je zult dan zeggen: „Takken zijn afgebroken, opdat ik ingeënt zou worden.”
ἐρεῖς
(ereis)
zult zeggen
οὖν
(oun)
dan
Ἐξεκλάσθησαν
(Exeklasthesan)
zijn afgebroken
κλάδοι
(kladoi)
takken
ἵνα
(hina)
opdat
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐγκεντρισθῶ
(enkentristho)
word ingeënt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’: zie vers 17.

De tegenwerping staat in het enkelvoud, ‘ik’.

Zie ookRom 11:17
20Goed: door ongeloof zijn zij afgebroken, en jij staat door geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees.
καλῶς
(kalos)
goed
τῇ
(te)
door
ἀπιστίᾳ
(apistia)
ongeloof
ἐξεκλάσθησαν
(exeklasthesan)
zijn afgebroken
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
τῇ
(te)
door
πίστει
(pistei)
geloof
ἕστηκας
(hestekas)
staat
μὴ
(me)
niet
ὑψηλὰ
(hypsela)
hoog
φρόνει
(phronei)
denk
ἀλλὰ
(alla)
maar
φοβοῦ
(phobou)
vrees
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑψηλὰ φρονέω (hypsela phroneo), letterlijk ‘hoog denken’: hoogmoedig zijn. ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’, πίστις (pistis), ‘geloof’. φοβέομαι (foboumai), ‘vrezen’.

21Want als Elohim de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zal Hij ook jou niet sparen.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῶν
(ton)
van de
κατὰ
(kata)
naar
φύσιν
(physin)
natuur
κλάδων
(kladon)
takken
οὐκ
(ouk)
niet
ἐφείσατο
(epheisato)
heeft gespaard
οὐδὲ
(oude)
ook niet
σοῦ
(sou)
jou
φείσεται
(pheisetai)
zal sparen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ φύσιν (kata fysin), ‘naar de natuur’: de takken die van nature bij de boom horen. φείδομαι (feidomai), ‘sparen’.

22Zie dan de goedheid en de strengheid van Elohim. Strengheid over hen die gevallen zijn, maar goedheid van Elohim over jou, als je in die goedheid blijft. Anders word ook jij afgehouwen.
ἴδε
(ide)
zie
οὖν
(oun)
dan
χρηστότητα
(chrestoteta)
goedheid
καὶ
(kai)
en
ἀποτομίαν
(apotomian)
strengheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐπὶ
(epi)
over
μὲν
(men)
wel
τοὺς
(tous)
hen die
πεσόντας
(pesontas)
zijn gevallen
ἀποτομία
(apotomia)
strengheid
ἐπὶ
(epi)
over
δὲ
(de)
maar
σὲ
(se)
jou
χρηστότης
(chrestotes)
goedheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐὰν
(ean)
als
ἐπιμένῃς
(epimenes)
je blijft
τῇ
(te)
in de
χρηστότητι
(chrestoteti)
goedheid
ἐπεὶ
(epei)
anders
καὶ
(kai)
ook
σὺ
(sy)
jij
ἐκκοπήσῃ
(ekkopese)
word afgehouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’, ἀποτομία (apotomia), ‘strengheid’: het laatste woord hoort bij ἀποτέμνω, ‘afsnijden’. ἐκκόπτω (ekkopto), ‘afhouwen’: zie vers 17.

Zie ookRom 11:17
23Ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, worden ingeënt. Want Elohim is machtig hen opnieuw in te enten.
κἀκεῖνοι
(kakeinoi)
ook zij
δέ
(de)
maar
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
ἐπιμένωσι
(epimenosi)
blijven
τῇ
(te)
in het
ἀπιστίᾳ
(apistia)
ongeloof
ἐγκεντρισθήσονται
(enkentristhesontai)
zullen worden ingeënt
δυνατὸς
(dynatos)
machtig
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἐγκεντρίσαι
(enkentrisai)
in te enten
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’. δυνατός (dynatos), ‘machtig, in staat’.

24Want als jij uit de van nature wilde olijfboom bent afgehouwen en tegen de natuur in bent ingeënt in een tamme olijfboom, hoeveel te meer zullen dezen, die het van nature zijn, in hun eigen olijfboom worden ingeënt.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
σὺ
(sy)
jij
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
κατὰ
(kata)
naar
φύσιν
(physin)
natuur
ἐξεκόπης
(exekopes)
werd afgehouwen
ἀγριελαίου
(agrielaiou)
wilde olijfboom
καὶ
(kai)
en
παρὰ
(para)
tegen
φύσιν
(physin)
natuur
ἐνεκεντρίσθης
(enekentristhes)
werd ingeënt
εἰς
(eis)
in
καλλιέλαιον
(kallielaion)
tamme olijfboom
πόσῳ
(poso)
hoeveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
οὗτοι
(houtoi)
dezen
οἱ
(hoi)
die
κατὰ
(kata)
naar
φύσιν
(physin)
natuur
ἐγκεντρισθήσονται
(enkentristhesontai)
zullen worden ingeënt
τῇ
(te)
in de
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
ἐλαίᾳ
(elaia)
olijfboom
Bron: SBLGNT
Uitleg

καλλιέλαιος (kallielaios), ‘tamme olijfboom’: een gekweekte olijfboom, tegenover de wilde.

Paulus noemt de inenting zelf ‘tegen de natuur in’ (παρὰ φύσιν, para fysin).

‘Hun eigen olijfboom’ is de boom waar de takken van nature bij horen.

Een verharding ten dele en heel Israël

25Want ik wil niet, broers, dat jullie dit geheimenis niet kennen, opdat jullie niet in eigen ogen verstandig zijn. Een verharding ten dele is over Israël gekomen, totdat de volheid van de volken is binnengekomen,
Οὐ
(Ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
θέλω
(thelo)
wil ik
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀγνοεῖν
(agnoein)
onkundig zijn
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
τὸ
(to)
het
μυστήριον
(mysterion)
geheimenis
τοῦτο
(touto)
dit
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ἦτε
(ete)
zijn
ἑαυτοῖς
(heautois)
bij jezelf
φρόνιμοι
(phronimoi)
verstandig
ὅτι
(hoti)
dat
πώρωσις
(porosis)
verharding
ἀπὸ
(apo)
van
μέρους
(merous)
deel
τῷ
(to)
aan
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
γέγονεν
(gegonen)
is gekomen
ἄχρι
(achri)
tot
οὗ
(hou)
wanneer
τὸ
(to)
de
πλήρωμα
(pleroma)
volheid
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
εἰσέλθῃ
(eiselthe)
binnenkomt
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: wat verborgen was en nu bekendgemaakt wordt. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: ook zusters. φρόνιμος παρ᾽ ἑαυτοῖς (fronimos par heautois), ‘in eigen ogen verstandig’: vergelijk Spr. 3:7, ‘Wees niet wijs in je eigen ogen’. πώρωσις (porosis), ‘verharding’; ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘ten dele’: voor een deel van Israël, of een tijd lang; het Grieks laat dat open. πλήρωμα τῶν ἐθνῶν (pleroma ton ethnon), ‘de volheid van de volken’: wat precies die volheid is, zegt de tekst niet.

De zin loopt door in vers 26.

Zie ook Spr. 3:7; Rom. 11:12.

26en zo zal heel Israël gered worden, zoals geschreven staat: „Uit Sion zal de Bevrijder komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.”
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
πᾶς
(pas)
heel
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
σωθήσεται
(sothesetai)
zal gered worden
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Ἥξει
(Hexei)
zal komen
ἐκ
(ek)
uit
Σιὼν
(Sion)
Sion
ὁ
(ho)
de
ῥυόμενος
(rhyomenos)
Bevrijder
ἀποστρέψει
(apostrepsei)
zal afwenden
ἀσεβείας
(asebeias)
goddeloosheden
ἀπὸ
(apo)
van
Ἰακώβ
(Iakob)
Jakob
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

οὕτως (houtos), ‘zo’: ‘en zo’ kan ‘op die manier’ of ‘en daarna’ betekenen. πᾶς Ἰσραήλ (pas Israel), ‘heel Israël’: het Grieks zegt niet of het volk als geheel, elke Israëliet of het Israël van 9:6 bedoeld is.

Het citaat is Jes. 59:20, met een deel van 59:21.

Ons Hebreeuws heeft in 59:20: ‘Een Verlosser komt naar Sion, en naar hen in Jakob die zich van overtreding afkeren’; de Griekse tekst heeft ‘uit Sion’ en ‘zal goddeloosheden van Jakob afwenden’. ῥύομαι (ryomai), ‘bevrijden, redden’; ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’.

Zie ook Jes. 59:20; Rom. 9:6.

27„En dit is voor hen het verbond van Mij, wanneer Ik hun zonden wegneem.”
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
dit
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
ἡ
(he)
het
παρ’
(par’)
van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
διαθήκη
(diatheke)
verbond
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἀφέλωμαι
(aphelomai)
Ik wegneem
τὰς
(tas)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Jes. 59:21, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt (‘Dit is Mijn verbond met hen, zegt Yahweh’); daarom staat het rood.

Ons Hebreeuws gaat verder met de Geest en de woorden die Yahweh in de mond van Zijn volk legde.

‘Wanneer Ik hun zonden wegneem’ lijkt op Jes. 27:9, waar ‘het wegnemen van zijn zonde’ staat. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’.

Zie ook Jes. 59:21; Jes. 27:9.

De roeping is onherroepelijk

28Wat de goede boodschap betreft zijn zij vijanden, om jullie. Wat de uitverkiezing betreft zijn zij geliefden, om de vaders.
κατὰ
(kata)
naar
μὲν
(men)
wel
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
ἐχθροὶ
(echthroi)
vijanden
δι’
(di’)
om
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
κατὰ
(kata)
naar
δὲ
(de)
maar
τὴν
(ten)
de
ἐκλογὴν
(eklogen)
uitverkiezing
ἀγαπητοὶ
(agapetoi)
geliefden
διὰ
(dia)
om
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐχθρός (echthros), ‘vijand’; ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’.

‘Om jullie’ (δι᾽ ὑμᾶς): ter wille van de volken.

‘Om de vaders’: de verbonden en beloften aan de vaders, zie 9:4–5.

Zie ook Rom. 9:4.

Zie ookRom 9:4
29Want de genadegaven en de roeping van Elohim zijn onherroepelijk.
ἀμεταμέλητα
(ametameleta)
onherroepelijk
γὰρ
(gar)
want
τὰ
(ta)
de
χαρίσματα
(charismata)
genadegaven
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
κλῆσις
(klesis)
roeping
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμεταμέλητος (ametameletos), ‘onherroepelijk’: wat niet teruggenomen wordt. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’; κλῆσις (klesis), ‘roeping’.

30Want zoals jullie eens ongehoorzaam waren aan Elohim, maar nu ontferming hebben ontvangen door hun ongehoorzaamheid,
ὥσπερ
(hosper)
zoals
γὰρ
(gar)
want
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ποτε
(pote)
eens
ἠπειθήσατε
(epeithesate)
waren ongehoorzaam
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
ἠλεήθητε
(eleethete)
hebben ontferming ontvangen
τῇ
(te)
door de
τούτων
(touton)
dezer
ἀπειθείᾳ
(apeitheia)
ongehoorzaamheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’; ἀπείθεια (apeitheia), ‘ongehoorzaamheid’. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’; ‘ontferming ontvangen’ is de lijdende vorm.

31zo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest door jullie ontferming, opdat ook zij nu ontferming ontvangen.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
οὗτοι
(houtoi)
dezen
νῦν
(nyn)
nu
ἠπείθησαν
(epeithesan)
zijn ongehoorzaam geweest
τῷ
(to)
door de
ὑμετέρῳ
(hymetero)
jullie
ἐλέει
(eleei)
ontferming
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zij
νῦν
(nyn)
nu
ἐλεηθῶσιν
(eleethosin)
ontferming ontvangen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τῷ ὑμετέρῳ ἐλέει (toi hymeterioi eleei), ‘door jullie ontferming’: het Grieks laat open of het bij ‘ongehoorzaam geweest’ hoort of bij ‘ontferming ontvangen’; ‘jullie ontferming’ is de ontferming die de volken ontvingen.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het tweede ‘nu’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.

32Want Elohim heeft allen opgesloten in ongehoorzaamheid, opdat Hij Zich over allen ontfermt.
συνέκλεισεν
(synekleisen)
heeft opgesloten
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τοὺς
(tous)
de
πάντας
(pantas)
allen
εἰς
(eis)
in
ἀπείθειαν
(apeitheian)
ongehoorzaamheid
ἵνα
(hina)
opdat
τοὺς
(tous)
de
πάντας
(pantas)
allen
ἐλεήσῃ
(eleese)
Hij Zich ontfermt
Bron: SBLGNT
Uitleg

συγκλείω (sygkleio), ‘opsluiten’: zoals in Gal. 3:22–23. τοὺς πάντας (tous pantas), letterlijk ‘de allen’: allen samen, Joden en volken. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’.

Zie ook Gal. 3:22.

De diepte van Elohims rijkdom

33O diepte van de rijkdom en van de wijsheid en van de kennis van Elohim! Hoe onnaspeurlijk zijn Zijn oordelen en hoe ondoorgrondelijk Zijn wegen!
Ὦ
(O)
o
βάθος
(bathos)
diepte
πλούτου
(ploutou)
van rijkdom
καὶ
(kai)
en
σοφίας
(sophias)
van wijsheid
καὶ
(kai)
en
γνώσεως
(gnoseos)
van kennis
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ὡς
(hos)
hoe
ἀνεξεραύνητα
(anexerauneta)
onnaspeurlijk
τὰ
(ta)
de
κρίματα
(krimata)
oordelen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
ἀνεξιχνίαστοι
(anexichniastoi)
ondoorgrondelijk
αἱ
(hai)
de
ὁδοὶ
(hodoi)
wegen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

βάθος (bathos), ‘diepte’. ἀνεξεραύνητος (anexeraunetos), ‘onnaspeurlijk’ en ἀνεξιχνίαστος (anexichniastos), ‘ondoorgrondelijk’: letterlijk ‘niet na te speuren’, ‘niet na te sporen’. κρίμα (krima), ‘oordeel’.

Het Grieks laat open of ‘rijkdom’, ‘wijsheid’ en ‘kennis’ drie eigenschappen zijn, of dat ‘rijkdom’ de diepte van wijsheid en kennis noemt.

34Want wie heeft de gedachte van Yahweh gekend? Of wie is Zijn raadgever geworden?
Τίς
(Tis)
wie
γὰρ
(gar)
want
ἔγνω
(egno)
heeft gekend
νοῦν
(noun)
gedachte
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
wie
σύμβουλος
(symboulos)
raadgever
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐγένετο
(egeneto)
is geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Jes. 40:13.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie heeft de Geest van Yahweh uitgemeten?

En welke man, als Zijn raadgever, onderricht Hem?’

De Griekse tekst heeft νοῦς (nous), ‘gedachte’, waar ons Hebreeuws ‘Geest’ heeft; zo ook 1 Kor. 2:16. κύριος staat hier voor Yahweh.

Zie ook Jes. 40:13; 1 Kor. 2:16.

35Of wie heeft Hem vooraf gegeven, en zal hem worden vergolden?
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
wie
προέδωκεν
(proedoken)
heeft vooraf gegeven
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
καὶ
(kai)
en
ἀνταποδοθήσεται
(antapodothesetai)
zal worden vergolden
αὐτῷ
(auto)
aan hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Job 41:3 (in de Nederlandse telling is dit 41:11).

Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie is Mij voorgegaan, zodat Ik zou vergelden?

Onder heel de hemel is alles van Mij’.

In het Hebreeuws spreekt Elohim zelf; Paulus formuleert het als vraag over Hem, daarom staat het zwart. προδίδωμι (prodidomi), ‘vooraf geven’; ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘vergelden’.

Zie ook Job 41:3.

Zie ookJob 41:3
36Want uit Hem en door Hem en tot Hem is alles. Aan Hem is de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.
ὅτι
(hoti)
want
ἐξ
(ex)
uit
αὐτοῦ
(autou)
Hem
καὶ
(kai)
en
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
αὐτὸν
(auton)
Hem
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
εἰς
(eis)
tot in
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwigheid
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Uit Hem en door Hem en tot Hem’ (ἐξ αὐτοῦ καὶ δι᾽ αὐτοῦ καὶ εἰς αὐτόν): Elohim is oorsprong, middel en doel van alles.

De lofprijs sluit de hoofdstukken 9–11 af; dezelfde slotzin ‘tot in eeuwigheid.

Amen’ staat in 9:5.

Zie ook 1 Kor. 8:6; Rom. 9:5.