Romeinen 11
De rest, de olijfboom, het geheimenis van Israël en de lofprijs om Elohims wegen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Heeft Elohim Zijn volk verstoten?
ἀπωθέω (apotheo), ‘verstoten’: wegduwen. μὴ γένοιτο (me genoito): ‘Dat nooit!’, zoals in 9:14.
‘Zijn volk’ (τὸν λαὸν αὐτοῦ): Israël.
Paulus noemt zichzelf een Israëliet uit de stam Benjamin.
Dat Yahweh Zijn volk niet verstoot, staat ook in 1 Sam. 12:22 en Ps. 94:14.
Zie ook 1 Sam. 12:22; Ps. 94:14; Rom. 9:14; 2 Kor. 11:22; Filip. 3:5.
προγινώσκω (proginosko), ‘tevoren kennen’. ἐν Ἠλίᾳ (en Elia), letterlijk ‘in Elia’: in de passage over Elia. ἐντυγχάνω (entynchano), ‘zich wenden tot, pleiten’: hier een aanklacht tegen Israël bij Elohim.
Het verhaal staat in 1 Kon. 19.
Zie ook 1 Kon. 19:10; Rom. 8:29.
Naar 1 Kon. 19:10 (ook 19:14).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik heb zeer geijverd voor Yahweh, Elohim van de legermachten.
Want de zonen van Israël hebben Uw verbond verlaten.
Zij hebben Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood.
Ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn leven om het weg te nemen’.
Paulus haalt korter aan en noemt eerst de profeten en dan de altaren.
De woorden zijn van Elia; daarom staan ze zwart. ψυχή (psyche), ‘leven, ziel’.
Zie ook 1 Kon. 19:10; 1 Kon. 19:14.
Naar 1 Kon. 19:18.
Ons Hebreeuws heeft: ‘En Ik laat in Israël zevenduizend over.
Dat zijn allen die hun knieën niet voor de Baäl hebben gebogen’.
Yahweh spreekt zelf in de eerste persoon; daarom staat het citaat rood. χρηματισμός (chrematismos), ‘goddelijke aanwijzing’: een antwoord van Elohim; verwant aan χρηματίζω (chrematizo), ‘een aanwijzing krijgen’.
Het Griekse lidwoord τῇ (tei) bij Βάαλ is vrouwelijk; wij schrijven ‘de Baäl’ zoals in 1 Kon. 19:18.
Zie ook 1 Kon. 19:18.
Een rest naar de uitverkiezing van genade
λεῖμμα (leimma), ‘rest’: wat overblijft, zoals ὑπόλειμμα in 9:27. κατ᾽ ἐκλογὴν χάριτος (kat eklogen charitos), ‘naar de uitverkiezing van genade’: ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’; χάρις (charis), ‘genade’.
Zie ook Rom. 9:27.
Het Griekse χάρις (charis), ‘genade’, staat tegenover ἔργα (erga), ‘werken’.
Het vers zegt dat genade en werken elkaar uitsluiten.
De SBLGNT markeert bij het laatste woord ‘genade’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.
ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’: hier de uitverkorenen als groep; het Grieks zegt letterlijk ‘de uitverkiezing heeft het verkregen’. πωρόω (poroo), ‘verharden’: gevoelloos maken; het Grieks heeft een lijdende vorm (‘werden verhard’) en noemt niet wie verhardt.
Vergelijk 9:18, waar σκληρύνω (skleryno), ‘verharden’, staat.
Zie ook Rom. 9:18.
Samengesteld uit Deut. 29:3 en Jes. 29:10.
Ons Hebreeuws heeft in Deut. 29:3: ‘Maar tot op deze dag heeft Yahweh jullie geen hart gegeven om te weten, geen ogen om te zien en geen oren om te horen’; in Jes. 29:10: ‘Want Yahweh heeft over jullie een geest van diepe slaap uitgegoten’.
De Griekse tekst zegt: ‘Elohim heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen’. κατάνυξις (katanyxis), ‘diepe slaap, verdoving’: wij volgen de weergave van ons Jesaja.
Hier is het Elohim die ‘gegeven heeft’; het citaat staat zwart, want Paulus haalt het aan.
Zie ook Deut. 29:3; Jes. 29:10.
Naar Ps. 69:23–24 (in de Nederlandse telling 69:22–23).
Het opschrift van Ps. 69 zegt: ‘Van David’.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Laat hun tafel voor hen een strik worden, en voor wie in vrede leeft, een val’.
De Griekse tekst heeft vier woorden: παγίς (pagis), ‘strik’; θήρα (thera), ‘vangnet, jacht’; σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’; ἀνταπόδομα (antapodoma), ‘vergelding’.
Zie ook Ps. 69:23.
Naar Ps. 69:24 (in de Nederlandse telling 69:23).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Laat hun ogen donker worden, zodat ze niet zien, en laat hun lenden voortdurend wankelen’.
De Griekse tekst heeft νῶτον (noton), ‘rug’, en σύγκαμψον (sygkampson), ‘buig neer’. διὰ παντός (dia pantos), ‘voortdurend’.
Zie ook Ps. 69:24.
Hun overtreding en de redding van de volken
πταίω (ptaio), ‘struikelen’; πίπτω (pipto), ‘vallen’. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’: letterlijk een misstap of val, verwant aan πίπτω (pipto), ‘vallen’.
Wij houden dezelfde weergave als in 5:15–20.
Dat nooit! (μὴ γένοιτο) zoals in vers 1. παραζηλόω (parazeloo), ‘naijverig maken’, komt ook voor in 10:19 en 11:14.
Zie ook Rom. 10:19.
Het vers is in het Grieks verkort: ‘hoeveel te meer hun volheid’; wij vullen niets aan. ἥττημα (hetteima), ‘verlies, nederlaag’. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: wat vol of voltallig is; het woord staat ook in vers 25 (‘de volheid van de volken’).
Wat Paulus met ‘hun volheid’ bedoelt, zegt de tekst niet verder.
Zie ook Rom. 11:25.
ἀπόστολος ἐθνῶν (apostolos ethnon), ‘apostel van de volken’: zoals in Gal. 2:8. διακονία (diakonia), ‘dienst’: verwant aan διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. δοξάζω (doxazo), ‘eer geven, verheerlijken’.
Zie ook Gal. 2:8.
ἀποβολή (apobole), ‘verwerping’; πρόσλημψις (proslempsis), ‘aanneming’: wat tegenover de verwerping staat. καταλλαγή (katallage), ‘verzoening’.
‘Leven uit de doden’ (ζωὴ ἐκ νεκρῶν): de tekst zegt niet of de opstanding of een overdrachtelijk nieuw leven bedoeld is.
De olijfboom
ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel dat aan Elohim gegeven wordt. φύραμα (fyrama), ‘kneedsel’: het gekneedde deeg; hetzelfde woord staat in 9:21.
Het beeld doet denken aan de koek van het eerste deeg in Num. 15:17–21.
De tekst noemt niet wie de eersteling en de wortel zijn.
Zie ook Num. 15:20; Rom. 9:21.
Het beeld van de olijfboom: κλάδος (klados), ‘tak’; ῥίζα (riza), ‘wortel’; ἀγριέλαιος (agrielaios), ‘wilde olijfboom’; ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’: een tak van de ene boom in de andere zetten; πιότης (piotes), ‘het vette, het sap’; συγκοινωνός (sygkoinonos), ‘deelgenoot’. ἐκκλάω (ekklao), ‘afbreken’, staat in de verzen 17, 19 en 20; ἐκκόπτω (ekkopto), ‘afhouwen’, in de verzen 22 en 24.
Ook elders worden Israël en de olijfboom naast elkaar genoemd (Jer. 11:16; Hos. 14:7, in de Nederlandse telling 14:6).
Zie ook Jer. 11:16; Hos. 14:7.
De SBLGNT markeert bij ‘wortel’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.
κατακαυχάομαι (katakauchaomai), ‘roemen tegen, opscheppen over’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’.
De zin richt zich tot één ‘jij’, een lezer uit de volken.
ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’: zie vers 17.
De tegenwerping staat in het enkelvoud, ‘ik’.
ὑψηλὰ φρονέω (hypsela phroneo), letterlijk ‘hoog denken’: hoogmoedig zijn. ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’, πίστις (pistis), ‘geloof’. φοβέομαι (foboumai), ‘vrezen’.
κατὰ φύσιν (kata fysin), ‘naar de natuur’: de takken die van nature bij de boom horen. φείδομαι (feidomai), ‘sparen’.
χρηστότης (chrestotes), ‘goedheid’, ἀποτομία (apotomia), ‘strengheid’: het laatste woord hoort bij ἀποτέμνω, ‘afsnijden’. ἐκκόπτω (ekkopto), ‘afhouwen’: zie vers 17.
ἐγκεντρίζω (egkentrizo), ‘inenten’. δυνατός (dynatos), ‘machtig, in staat’.
καλλιέλαιος (kallielaios), ‘tamme olijfboom’: een gekweekte olijfboom, tegenover de wilde.
Paulus noemt de inenting zelf ‘tegen de natuur in’ (παρὰ φύσιν, para fysin).
‘Hun eigen olijfboom’ is de boom waar de takken van nature bij horen.
Een verharding ten dele en heel Israël
μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: wat verborgen was en nu bekendgemaakt wordt. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: ook zusters. φρόνιμος παρ᾽ ἑαυτοῖς (fronimos par heautois), ‘in eigen ogen verstandig’: vergelijk Spr. 3:7, ‘Wees niet wijs in je eigen ogen’. πώρωσις (porosis), ‘verharding’; ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘ten dele’: voor een deel van Israël, of een tijd lang; het Grieks laat dat open. πλήρωμα τῶν ἐθνῶν (pleroma ton ethnon), ‘de volheid van de volken’: wat precies die volheid is, zegt de tekst niet.
De zin loopt door in vers 26.
Zie ook Spr. 3:7; Rom. 11:12.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
οὕτως (houtos), ‘zo’: ‘en zo’ kan ‘op die manier’ of ‘en daarna’ betekenen. πᾶς Ἰσραήλ (pas Israel), ‘heel Israël’: het Grieks zegt niet of het volk als geheel, elke Israëliet of het Israël van 9:6 bedoeld is.
Het citaat is Jes. 59:20, met een deel van 59:21.
Ons Hebreeuws heeft in 59:20: ‘Een Verlosser komt naar Sion, en naar hen in Jakob die zich van overtreding afkeren’; de Griekse tekst heeft ‘uit Sion’ en ‘zal goddeloosheden van Jakob afwenden’. ῥύομαι (ryomai), ‘bevrijden, redden’; ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’.
Zie ook Jes. 59:20; Rom. 9:6.
Naar Jes. 59:21, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt (‘Dit is Mijn verbond met hen, zegt Yahweh’); daarom staat het rood.
Ons Hebreeuws gaat verder met de Geest en de woorden die Yahweh in de mond van Zijn volk legde.
‘Wanneer Ik hun zonden wegneem’ lijkt op Jes. 27:9, waar ‘het wegnemen van zijn zonde’ staat. διαθήκη (diatheke), ‘verbond’.
Zie ook Jes. 59:21; Jes. 27:9.
De roeping is onherroepelijk
ἐχθρός (echthros), ‘vijand’; ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’.
‘Om jullie’ (δι᾽ ὑμᾶς): ter wille van de volken.
‘Om de vaders’: de verbonden en beloften aan de vaders, zie 9:4–5.
Zie ook Rom. 9:4.
ἀμεταμέλητος (ametameletos), ‘onherroepelijk’: wat niet teruggenomen wordt. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’; κλῆσις (klesis), ‘roeping’.
ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’; ἀπείθεια (apeitheia), ‘ongehoorzaamheid’. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’; ‘ontferming ontvangen’ is de lijdende vorm.
τῷ ὑμετέρῳ ἐλέει (toi hymeterioi eleei), ‘door jullie ontferming’: het Grieks laat open of het bij ‘ongehoorzaam geweest’ hoort of bij ‘ontferming ontvangen’; ‘jullie ontferming’ is de ontferming die de volken ontvingen.
De SBLGNT markeert bij het tweede ‘nu’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.
συγκλείω (sygkleio), ‘opsluiten’: zoals in Gal. 3:22–23. τοὺς πάντας (tous pantas), letterlijk ‘de allen’: allen samen, Joden en volken. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’.
Zie ook Gal. 3:22.
De diepte van Elohims rijkdom
βάθος (bathos), ‘diepte’. ἀνεξεραύνητος (anexeraunetos), ‘onnaspeurlijk’ en ἀνεξιχνίαστος (anexichniastos), ‘ondoorgrondelijk’: letterlijk ‘niet na te speuren’, ‘niet na te sporen’. κρίμα (krima), ‘oordeel’.
Het Grieks laat open of ‘rijkdom’, ‘wijsheid’ en ‘kennis’ drie eigenschappen zijn, of dat ‘rijkdom’ de diepte van wijsheid en kennis noemt.
Citaat uit Jes. 40:13.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie heeft de Geest van Yahweh uitgemeten?
En welke man, als Zijn raadgever, onderricht Hem?’
De Griekse tekst heeft νοῦς (nous), ‘gedachte’, waar ons Hebreeuws ‘Geest’ heeft; zo ook 1 Kor. 2:16. κύριος staat hier voor Yahweh.
Zie ook Jes. 40:13; 1 Kor. 2:16.
Naar Job 41:3 (in de Nederlandse telling is dit 41:11).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie is Mij voorgegaan, zodat Ik zou vergelden?
Onder heel de hemel is alles van Mij’.
In het Hebreeuws spreekt Elohim zelf; Paulus formuleert het als vraag over Hem, daarom staat het zwart. προδίδωμι (prodidomi), ‘vooraf geven’; ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘vergelden’.
Zie ook Job 41:3.