Hebreeën 12
Volhouden onder de tucht van de Vader, en de berg Sion tegenover de berg Sinaï
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Volhouden in de wedstrijd, onder de tucht van de Vader
νέφος μαρτύρων (nephos martyron), ‘wolk van getuigen’: de getuigen zijn de gelovigen van hoofdstuk 11, getuigen van wat geloof vermag (vergelijk 11:2, 11:39). εὐπερίστατον (euperistaton), ‘gemakkelijk omringend’, komt alleen hier voor; het kan ook ‘gemakkelijk te omringen’, dat wil zeggen ‘lastig’, betekenen of ‘waar men gemakkelijk in verstrikt raakt’. ἀγών (agon), ‘wedstrijd, strijd’.
Zie ook Hebr. 11:2; Hebr. 11:39; Hebr. 10:36.
ἀρχηγός (archegos), ‘Leidsman’: zoals in 2:10; τελειωτής (teleiotes), ‘Volmaker’, komt alleen hier voor, van τελειόω, ‘volmaken’ (zie 2:10 en 5:9). ἀντί (anti) kan betekenen ‘in plaats van’ (de vreugde die Hij kon hebben gehad) of ‘om’ (met het oog op de vreugde die Hem wachtte).
Wij kiezen ‘in plaats van’.
‘Is gaan zitten’: κεκάθικεν (kekathiken), voltooide tijd; zie Ps. 110:1 en Hebr. 1:3, 8:1, 10:12.
Zie ook Hebr. 2:10; Hebr. 5:9; Hebr. 1:3; Hebr. 10:12; Ps. 110:1; Fil. 2:8.
ἀναλογίζομαι (analogizomai), ‘nauwkeurig overwegen, tegen elkaar afwegen’. ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak, tegenstand’.
De SBLGNT leest εἰς ἑαυτούς (eis heautous), ‘tegen zichzelf’: de tegenspraak van de zondaars richt zich zo tegen henzelf. κάμνω (kamno), ‘moe worden’; ἐκλύομαι (eklyomai), ‘uitgeput raken, verslappen’, zoals in vers 5.
Zie ook Hebr. 12:5.
De SBLGNT markeert bij ἑαυτούς (heautous), ‘zichzelf’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
‘Tot bloedens toe’: μέχρις αἵματος (mechris haimatos), letterlijk ‘tot bloed’.
Het kan betekenen: tot het vergieten van het eigen bloed, dat wil zeggen tot de marteldood. ἀνταγωνίζομαι (antagonizomai), ‘strijden tegen’; hetzelfde beeld van de wedstrijd als in vers 1.
Zie ook Hebr. 10:32–34.
Citaat uit Spr. 3:11–12 (Hebreeuwse telling = NL-telling), in de vorm van de Griekse tekst van de brief.
Ons OT-bestand heeft in 3:11: ‘Mijn zoon, verwerp de tucht van Yahweh niet en walg niet van Zijn terechtwijzing.’
De Griekse tekst heeft: ‘acht de tucht van de Heer niet gering en verslap niet wanneer je door Hem terechtgewezen wordt’.
Het wordt hier als vermaning aan ‘zonen’ voorgesteld.
Wij zetten het citaat zwart: een mens spreekt over Yahweh in de derde persoon, zoals in Spr. 3:11–12 zelf (‘tucht van Yahweh’).
Zie de Uitleg bij vers 6. ὀλιγωρέω (oligoreo), ‘geringschatten’; ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen, overtuigen’. παιδεία (paideia), ‘tucht’, zoals in ons OT-bestand (Spr. 3:11).
Zie ook Spr. 3:11; Spr. 3:12.
Slot van het citaat uit Spr. 3:12.
Ons OT-bestand heeft: ‘Want Yahweh wijst terecht wie Hij liefheeft, zoals een vader de zoon in wie hij behagen heeft.’
De Griekse tekst van de brief heeft: ‘Wie de Heer liefheeft, tuchtigt Hij, en Hij geselt elke zoon die Hij aanneemt.’
Het beeld van de vader (tweede helft van de Hebreeuwse regel) is dus vervangen door ‘Hij geselt’. μαστιγόω (mastigoo), ‘geselen’; παραδέχομαι (paradechomai), ‘aannemen, in ontvangst nemen’.
Het Griekse κύριος (kyrios) geven wij in dit citaat als Yahweh weer, zoals in het OT.
Zie ook Spr. 3:12.
εἰς παιδείαν ὑπομένετε (eis paideian hypomenete): de vorm ὑπομένετε kan een gebiedende wijs (‘houd vol’) of een aanzegging (‘jullie houden vol’) zijn.
Wij kiezen de gebiedende wijs, omdat de zin met ‘want’ de reden geeft.
Het gaat om volharding ‘met het oog op tucht’: de tucht is bedoeld als opvoeding. προσφέρεται (prospheretai), ‘Hij behandelt, Hij gaat om met’; hetzelfde woord als voor het ‘aanbieden’ van offers (bijvoorbeeld 5:1, 9:14).
De SBLGNT markeert bij γάρ (gar), ‘want’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
μέτοχοι (metochoi), ‘deelhebbers, deelnemers’; νόθοι (nothoi), ‘onechte kinderen, kinderen buiten het huwelijk’, die niet de erfgenamen zijn.
Wie niet getuchtigd wordt, hoort dus niet tot het gezin.
De SBLGNT markeert bij καί (kai), ‘en’, en bij ἐστε (este), ‘jullie zijn’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
‘De Vader van de geesten’: vergelijk Num. 16:22 en 27:16, ‘Elohim van de geesten van alle vlees’; de tegenstelling is met ‘onze vaders naar het vlees’. ἐνετρεπόμεθα (enetrepometha), ‘wij ontzagen, wij hadden eerbied voor’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’.
‘En leven’: het leven dat Hij geeft.
Zie ook Num. 16:22; Num. 27:16.
De SBLGNT markeert bij πολύ (poly), ‘veel’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
κατὰ τὸ δοκοῦν αὐτοῖς (kata to dokoun autois), ‘naar wat hun goeddacht’: de aardse vaders tuchtigden niet altijd naar wat goed was. τὸ συμφέρον (to sympheron), ‘wat nuttig is’. ἁγιότης (hagiotes), ‘heiligheid’: dat wil zeggen deel krijgen aan Zijn heiligheid, zoals in 12:14 de ἁγιασμός (heiliging).
Zie ook Hebr. 12:14.
γυμνάζω (gymnazo), ‘trainen, oefenen’: het beeld van de atleet uit vers 1.
‘Vrucht van gerechtigheid’ kan ook ‘de vrucht die gerechtigheid is’ betekenen; vergelijk Jak. 3:18.
Zie ook Jak. 3:18; Fil. 1:11.
De SBLGNT markeert bij δέ (de), ‘maar’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Jaag vrede en heiliging na
Vrij naar Jes. 35:3.
Ons OT-bestand heeft: ‘Versterk de slappe handen.
Maak de struikelende knieën sterk.’
Het Grieks heeft ‘richt weer op’ (ἀνορθόω, anorthoo). παρίημι (pariemi), ‘slap laten hangen’; παραλύομαι (paralyomai), ‘verlamd raken’.
Het is een vrije aanhaling in de zin van de schrijver, geen woordelijk citaat; daarom zwart en zonder aanhalingstekens.
Zie ook Jes. 35:3.
Vergelijk Spr. 4:26 (Hebreeuwse telling = NL-telling), dat in ons OT-bestand luidt: ‘Maak het pad van je voet effen, en al je wegen zullen vaststaan.’ τροχιά (trochia), ‘spoor, pad’. ἐκτρέπω (ektrepo) kan betekenen ‘van de weg afraken’ of, als medische term, ‘ontwricht raken’; het gaat om wat lam is, dus beide betekenissen liggen dicht bij elkaar.
Wij kiezen ‘van de weg raken’.
Zie ook Spr. 4:26.
De SBLGNT markeert bij ποιεῖτε (poieite), ‘maakt’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Bij ‘de Heer’ onderscheidt het Grieks κύριος (kyrios) niet of Yeshua of Elohim bedoeld is.
Vergelijk Ps. 34:15, in ons OT-bestand ‘Zoek vrede en jaag erop na’. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’.
Zie 12:10 en 10:10.
Zie ook Ps. 34:15; Hebr. 10:10; 1 Petr. 1:15–16.
ἐπισκοπέω (episkopeo), ‘toezien, letten op’. ὑστερέω ἀπό (hystereo apo), ‘achterblijven bij’.
‘Wortel van bitterheid’: vergelijk Deut. 29:17 (Hebreeuwse telling; NL-telling 29:18), in ons OT-bestand: ‘Zorg dat er onder jullie geen wortel is die gif en alsem voortbrengt.’
De Griekse tekst van de brief heeft ‘wortel van bitterheid’. μιαίνω (miaino), ‘besmetten’.
Zie ook Deut. 29:17.
De SBLGNT markeert bij δι’ αὐτῆς (di’ autes), ‘daardoor’, en bij πολλοί (polloi), ‘velen’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Ezau (Ἠσαῦ) verkocht zijn eerstgeboorterecht (πρωτοτόκια, prototokia) voor linzengerecht: zie Gen. 25:29–34, vooral 25:34 (‘Zo minachtte Ezau het eerstgeboorterecht’). βέβηλος (bebelos), ‘onheilig, ongewijd’: iemand voor wie het heilige niets betekent.
‘Ontuchtige’ (πόρνος, pornos) en ‘onheilige’ zijn twee soorten mensen voor wie gewaarschuwd wordt; ‘zoals Ezau’ hoort vooral bij ‘onheilige’.
Zie ook Gen. 25:29–34; Gen. 25:34.
De SBLGNT markeert bij ἑαυτοῦ (heautou), ‘zijn eigen’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Vergelijk Gen. 27:34 en 27:38 (Ezau huilt om de zegen). μετανοίας τόπον (metanoias topon), ‘plaats voor bekering’ (μετάνοια, ‘verandering van denken’, zoals in 6:1 en 6:6): dit kan betekenen dat Ezau geen gelegenheid vond om de zegen terug te krijgen, of dat hij geen omkeer bij zijn vader Isaak kon bewerken.
Het slotwoord αὐτήν (auten) is vrouwelijk en kan terugslaan op de zegen (εὐλογίαν) of op de bekering (μετανοίας).
Wij laten het op ‘de zegen’ slaan, maar de zin laat beide toe.
De brief gebruikt dit beeld ook in 6:4–6.
Zie ook Gen. 27:34; Gen. 27:38; Hebr. 6:4–6.
Niet de berg Sinaï, maar de berg Sion
De verzen 18–21 beschrijven de gebeurtenissen aan de berg Sinaï (Exod. 19:12–22; 20:18–21; Deut. 4:11–12; 5:22–26).
Het Grieks heeft geen woord ‘berg’; ψηλαφωμένῳ (psephalomeno), ‘aangeraakt wordend’, is onzijdig en slaat terug op een berg die men niet mocht aanraken (zie vers 20).
In ons OT-bestand: ‘donkere wolk’ (Deut. 4:11). γνόφος (gnophos), ‘donkere wolk, duisternis’; ζόφος (zophos), ‘duisternis’; θύελλα (thyella), ‘storm’.
Zie ook Exod. 19:12; Exod. 19:16; Deut. 4:11.
De SBLGNT markeert bij ψηλαφωμένῳ (psephalomeno), ‘aanraakbaar’, en bij ζόφῳ (zopho), ‘duisternis’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
σάλπιγξ (salpinx), ‘bazuin’, zoals elders in de brieven; heeft ons OT-bestand in Exod. 19:13 ‘ramshoorn’ en in Exod. 19:16 ‘hoorngeluid’. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen, zich verontschuldigen’: het volk smeekte dat Elohim niet meer tot hen zou spreken (Exod. 20:19; Deut. 5:25).
Zie ook Exod. 19:16; Exod. 20:19; Deut. 5:25.
De SBLGNT markeert bij μή (me), ‘niet’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Vergelijk Exod. 19:12–13.
In ons OT-bestand staat: ‘Wie de berg aanraakt, zal zeker gedood worden’ (19:12) en ‘Geen hand mag hem aanraken, want hij zal gestenigd of doorschoten worden.
Of het een dier is of een mens, hij mag niet blijven leven’ (19:13).
Het Griekse citaat is een samenvatting; de brief voegt ‘een dier’ vooraan en laat ‘of doorschoten’ weg.
Wij zetten het zwart: het is een weergave door de schrijver, geen woordelijke uitspraak. διαστέλλω (diastello), ‘bevelen, nadrukkelijk gebieden’.
Zie ook Exod. 19:12; Exod. 19:13.
De woorden ‘Ik ben bevreesd en bevend’ staan niet zo in het OT.
Vergelijk Deut. 9:19, in ons OT-bestand: ‘Want ik was bang voor de toorn en de woede waarmee Yahweh zich tegen jullie verbolgen had.’
Wij zetten de woorden zwart (de schrijver haalt ze aan). ἔκφοβος (ekphobos), ‘doodsbang’; ἔντρομος (entromos), ‘bevend’ (Hand. 7:32).
Zie ook Deut. 9:19; Hand. 7:32.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem.
Σιὼν ὄρει (Sion orei) is ‘de berg Sion’.
Sion is hier de hemelse stad (Jeruzalem), de plaats van de levende Elohim; zie 11:10, 11:16 en 13:14. μυριάς (myrias), ‘tienduizendtal’.
De SBLGNT zet een komma vóór πανηγύρει (panegyrei), ‘feestelijke vergadering’, zodat dit woord bij het volgende ἐκκλησίᾳ (ekklesia), ‘gemeente’, hoort: ‘tot de feestelijke vergadering en gemeente van eerstgeborenen’.
Een andere indeling verbindt het met de engelen: ‘tienduizenden engelen in feestelijke vergadering’.
Zie ook Hebr. 11:10; Hebr. 11:16; Hebr. 13:14; Openb. 21:2; Openb. 21:10.
ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’. πρωτότοκοι (prototokoi), ‘eerstgeborenen’: de gelovigen als erfgenamen; zie ook de Uitleg bij vers 16. ἀπογράφω (apographo), ‘inschrijven, optekenen’; vergelijk Luk. 10:20.
‘Rechter van allen’ is Elohim zelf.
‘Geesten van rechtvaardigen die volmaakt zijn gemaakt’: de gelovigen van hoofdstuk 11 (zie 11:40). τελειόω (teleioo), ‘volmaken’, zoals in 10:14 en 11:40.
Zie ook Luk. 10:20; Hebr. 10:14; Hebr. 11:40; Fil. 4:3; Openb. 21:27.
De SBLGNT markeert bij ἀπογεγραμμένων ἐν οὐρανοῖς (apogegrammenon en ouranois), ‘ingeschreven in de hemelen’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
νέα (nea), ‘nieuw’ (ook ‘jong’).
In 8:8 en 9:15 staat καινή (kaine), ‘nieuw’; het Grieks gebruikt hier een ander woord, wij vertalen beide ‘nieuw’.
‘Bloed van besprenkeling’: zie 9:19–21 en 10:22.
‘Dat beter spreekt dan Abel’: het bloed van Abel riep (Gen. 4:10, in ons OT-bestand: ‘het bloed van je broer schreeuwt naar Mij vanuit de grond’); het bloed van Yeshua spreekt beter.
Het Grieks heeft παρὰ τὸν Ἅβελ (para ton Habel), ‘dan Abel’, dat wil zeggen dan het bloed van Abel.
Zie ook Gen. 4:10; Hebr. 9:15; Hebr. 11:4.
Weiger Hem niet die spreekt
παραιτέομαι (paraiteomai), ‘weigeren, afwijzen’, zoals in vers 19. χρηματίζω (chrematizo), ‘een godswoord geven, waarschuwen’: dit is de stem op de Sinaï (‘op aarde’) tegenover de stem uit de hemelen.
‘Uit de hemelen’ is Elohim als Spreker van het nieuwe verbond; zie 1:1–2 en 2:1–4.
Zie ook Hebr. 1:1; Hebr. 2:2–3.
De SBLGNT markeert bij ἐξέφυγον (exefygon), ‘ontkwamen’, bij ἐπὶ γῆς … τὸν (epi ges … ton), ‘op aarde’, en bij πολύ (poly), ‘veel’, varianten.
Wij volgen de SBLGNT.
Citaat uit Hag. 2:6 (Hebreeuwse telling = NL-telling).
Ons OT-bestand heeft: ‘Nog één keer, binnen korte tijd, schud Ik de hemel en de aarde, de zee en het droge.’
De Griekse tekst van de brief heeft: ‘Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel schudden.’
Dit is een samenvatting met de nadruk op ‘niet alleen … maar ook’; ‘de zee en het droge’ ontbreekt.
Wij zetten het citaat rood: Yahweh spreekt in de eerste persoon (‘Ik’).
‘Wiens stem’: de stem van Elohim op de Sinaï (Exod. 19:18, de berg beefde; Ps. 68:9). σείω (seio), ‘schudden’.
Zie ook Hag. 2:6; Exod. 19:18; Ps. 68:9.
De SBLGNT markeert bij σείσω (seiso), ‘zal schudden’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
μετάθεσις (metathesis), ‘wegneming’: zoals het ‘weggenomen worden’ van Henoch in 11:5 (μετατίθημι, ‘wegnemen’).
Het ‘nog eenmaal’ wijst erop dat het geschapen, schuddende wordt weggenomen, zodat het blijft wat niet geschud wordt, het onwankelbare koninkrijk uit vers 28. σαλεύω (saleuo), ‘schudden, doen wankelen’.
Zie ook Hebr. 11:5; Hebr. 12:28.
De SBLGNT markeert bij τῶν σαλευομένων (ton saleuomenon), ‘van wat geschud wordt’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἔχωμεν χάριν (echomen charin) kan betekenen ‘laten wij dankbaar zijn’ (een bekende uitdrukking: ‘dank hebben’) of ‘laten wij de genade vasthouden’.
Wij kiezen het tweede, omdat ‘waardoor’ (δι’ ἧς) dan op de genade terugslaat. λατρεύω (latreuo), ‘godsdienstig dienen’, zoals in 8:5 en 9:14; λατρεύωμεν is aanvoegende wijs, daarom ‘mogen dienen’. εὐλάβεια (eulabeia), ‘ontzag’; δέος (deos), ‘vrees’. ἀσάλευτος (asaleutos), ‘onwankelbaar’.
Zie ook Hebr. 9:14; Hebr. 12:27.
De SBLGNT markeert bij λατρεύωμεν (latreuomen), ‘laten wij dienen’, en bij εὐλαβείας καὶ δέους (eulabeias kai deous), ‘ontzag en vrees’, varianten.
Wij volgen de SBLGNT.
Deut. 4:24: ‘Want Yahweh, jullie Elohim, is een verterend vuur, een na-ijverige El.’ (ons OT-bestand).
De brief past het toe op ‘onze Elohim’. καταναλίσκω (katanalisko), ‘geheel verteren’.
Hier zwart: de schrijver spreekt, hij citeert de bekende woorden van Mozes.
Zie ook Deut. 4:24; Hebr. 10:27.