Elohim Bijbel

Klaagliederen 5

12345

Gebed van het volk: Yahweh, breng ons terug

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Gedenk wat ons is overkomen

1Denk eraan, Yahweh, wat ons is overkomen. Kijk en zie onze smaad.
זְכֹ֤ר
(zekhor)
gedenk
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
מֶֽה
(me)
wat
הָ֣יָה
(haya)
is geweest
לָ֔נוּ
(lanu)
ons
הַבִּ֖יטָה
(habita)
kijk
וּרְאֵ֥ה
(uree)
en zie
אֶת
(et)
(obj.)
חֶרְפָּתֵֽנוּ
(cherpatenu)
onze smaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit hoofdstuk heeft ook 22 verzen, maar is geen alfabetgedicht.

Het is een gebed van het volk aan Yahweh, in de ‘wij’-vorm.

חֶרְפָּה (cherpah), ‘smaad’: schande, bespotting. Zie 3:61.

2Ons erfdeel is aan vreemden overgegaan, onze huizen aan buitenlanders.
נַחֲלָתֵ֨נוּ֙
(nachalatenu)
ons erfdeel
נֶֽהֶפְכָ֣ה
(nehefkha)
is omgekeerd
לְזָרִ֔ים
(lezarim)
naar vreemden
בָּתֵּ֖ינוּ
(bateinu)
onze huizen
לְנָכְרִֽים
(lenakherim)
naar buitenlanders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נַחֲלָה (nachalah), ‘erfdeel’: het land dat Yahweh aan Israël gaf om te bezitten (Num. 26:52–56).

3Wij zijn wezen geworden, zonder vader. Onze moeders zijn als weduwen.
יְתוֹמִ֤ים
(yetomim)
wezen
הָיִ֨ינוּ֙
(hayinu)
wij zijn geworden
וְאֵ֣ין
(veein)
en niet is
אָ֔ב
(av)
vader
אִמֹּתֵ֖ינוּ
(imoteinu)
onze moeders
כְּאַלְמָנֽוֹת
(kealmanot)
als weduwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dat de vaders er niet meer zijn, kan in het Hebreeuws om hun dood of om hun afwezigheid in de ballingschap gaan.

4Ons water drinken wij voor geld. Ons hout komt tegen betaling.
מֵימֵ֨ינוּ֙
(meimeinu)
ons water
בְּכֶ֣סֶף
(bekhesef)
voor geld
שָׁתִ֔ינוּ
(shatinu)
wij drinken
עֵצֵ֖ינוּ
(etseinu)
ons hout
בִּמְחִ֥יר
(bimchir)
tegen betaling
יָבֹֽאוּ
(yavou)
het komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Op onze nek worden wij achtervolgd. Wij zijn moe en er is ons geen rust gegund.
עַ֤ל
(al)
op
צַוָּארֵ֨נוּ֙
(tsavarenu)
onze nek
נִרְדָּ֔פְנוּ
(nirdafenu)
wij worden achtervolgd
יָגַ֖עְנוּ
(yaganu)
wij zijn moe geworden
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
הֽוּנַ֖ח
(hunach)
is rust gegeven
לָֽנוּ
(lanu)
aan ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַל צַוָּארֵנוּ (al tsavvarenu), ‘op onze nek’: de achtervolgers zitten ons op de nek.

Het kan ook betekenen dat het juk op onze nek ligt.

De betekenis is niet helemaal zeker.

6Wij hebben de hand gereikt aan Egypte en aan Assyrië, om verzadigd te worden met brood.
מִצְרַ֨יִם֙
(mitsrayim)
aan Egypte
נָתַ֣נּוּ
(natanu)
wij hebben gegeven
יָ֔ד
(yad)
hand
אַשּׁ֖וּר
(ashur)
aan Assyrië
לִשְׂבֹּ֥עַֽ
(lisboa)
om te verzadigen
לָֽחֶם
(lachem)
brood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Assur (Assyrië): Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

נָתַן יָד (natan yad), ‘de hand reiken’: zich overgeven of een verdrag sluiten.

Juda zocht brood bij Egypte en Assyrië; zie Hos. 7:11 en Jer. 2:18.

7Onze vaderen hebben gezondigd; zij zijn er niet meer. Wij dragen hun ongerechtigheden.
אֲבֹתֵ֤ינוּ
(avoteinu)
onze vaderen
חָֽטְאוּ֙
(chateu)
hebben gezondigd
וְאֵינָ֔ם
(veeinam)
en zij zijn er niet meer
וַאֲנַ֖חְנוּ
(vaanachnu)
en wij
עֲוֺנֹתֵיהֶ֥ם
(avonoteihem)
hun ongerechtigheden
סָבָֽלְנוּ
(savalenu)
wij hebben gedragen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is anders dan Ezech. 18:2–4, waar Yahweh zegt dat ieder voor zijn eigen zonde sterft.

Hier spreekt het volk zijn ervaring uit: de straf van de vaderen drukt op de kinderen.

Zie ook Jer. 31:29–30.

8Knechten heersen over ons. Niemand rukt ons los uit hun hand.
עֲבָדִים֙
(avadim)
knechten
מָ֣שְׁלוּ
(mashelu)
zij heersen
בָ֔נוּ
(banu)
over ons
פֹּרֵ֖ק
(poreq)
iemand die losrukt
אֵ֥ין
(ein)
niet is
מִיָּדָֽם
(miyadam)
uit hun hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲבָדִים (avadim), ‘knechten’: de dienaren van de vreemde koningen, zoals hun ambtenaren.

Dat zij nu over het volk heersen, is een omkering van de orde.

9Ons brood halen wij met gevaar voor ons leven, vanwege het zwaard in de woestijn.
בְּנַפְשֵׁ֨נוּ֙
(benafshenu)
met onze ziel
נָבִ֣יא
(navi)
wij brengen
לַחְמֵ֔נוּ
(lachmenu)
ons brood
מִפְּנֵ֖י
(mipenei)
vanwege
חֶ֥רֶב
(cherev)
zwaard van
הַמִּדְבָּֽר
(hamidbar)
de woestijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנַפְשֵׁנוּ (benafshenu), ‘met gevaar voor ons leven’: letterlijk ‘met onze ziel’.

Het woord נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’, staat hier voor het leven zelf.

חֶרֶב הַמִּדְבָּר (cherev hammidbar), ‘het zwaard in de woestijn’: rovers en vijanden op de wegen.

10Onze huid gloeit als een oven door de verzengende gloed van de honger.
עוֹרֵ֨נוּ֙
(orenu)
onze huid
כְּתַנּ֣וּר
(ketanur)
als een oven
נִכְמָ֔רוּ
(nikhmaru)
is verhit
מִפְּנֵ֖י
(mipenei)
vanwege
זַלְעֲפ֥וֹת
(zalafot)
gloed van
רָעָֽב
(raav)
honger
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִכְמָרוּ (nikmaru), ‘gloeit’: van het werkwoord כָּמַר (kamar), ‘verschrompelen, gloeien’.

De huid wordt heet en donker als een oven.

זַלְעָפוֹת (zalafot), ‘verzengende gloed’: een brandende hitte. Het woord staat ook in Ps. 11:6 en Ps. 119:53. De betekenis is niet helemaal zeker.

11Vrouwen in Sion zijn vernederd, maagden in de steden van Juda.
נָשִׁים֙
(nashim)
vrouwen
בְּצִיּ֣וֹן
(betsiyon)
in Sion
עִנּ֔וּ
(inu)
zij zijn vernederd
בְּתֻלֹ֖ת
(betulot)
maagden
בְּעָרֵ֥י
(bearei)
in steden van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Uitleg

עִנּוּ (innu), ‘zij zijn vernederd’: het werkwoord betekent ‘vernederen, geweld aandoen’ en wordt ook gebruikt voor verkrachting (Gen. 34:2).

12Oversten zijn door hun hand opgehangen. Het aangezicht van oudsten is niet geëerd.
שָׂרִים֙
(sarim)
oversten
בְּיָדָ֣ם
(beyadam)
door hun hand
נִתְל֔וּ
(nitlu)
zijn opgehangen
פְּנֵ֥י
(penei)
aangezicht van
זְקֵנִ֖ים
(zeqenim)
oudsten
לֹ֥א
(lo)
niet
נֶהְדָּֽרוּ
(nehdaru)
zij zijn geëerd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּיָדָם נִתְלוּ (beyadam nitlu), ‘door hun hand opgehangen’: zij werden door de vijanden opgehangen.

Het kan ook ‘bij hun hand’ betekenen.

De betekenis is niet helemaal zeker.

13Jongemannen dragen de maalsteen en jongens struikelen onder het hout.
בַּחוּרִים֙
(bachurim)
jongemannen
טְח֣וֹן
(techon)
maalsteen
נָשָׂ֔אוּ
(nasau)
zij dragen
וּנְעָרִ֖ים
(unearim)
en jongens
בָּעֵ֥ץ
(baets)
onder het hout
כָּשָֽׁלוּ
(kashalu)
zij struikelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טְחוֹן (techon), ‘maalsteen’: het werk van slaven en vrouwen (Exod. 11:5).

Jongemannen moeten nu zware handenarbeid doen.

14De oudsten zijn weggebleven uit de poort, de jongemannen uit hun muziek.
זְקֵנִים֙
(zeqenim)
oudsten
מִשַּׁ֣עַר
(mishaar)
uit de poort
שָׁבָ֔תוּ
(shavatu)
zij zijn weggebleven
בַּחוּרִ֖ים
(bachurim)
jongemannen
מִנְּגִינָתָֽם
(mineginatam)
uit hun muziek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְנַגִּינָתָם (menaginatam), ‘hun muziek’: het snarenspel.

Hetzelfde woord als in 3:14 en 3:63, daar als ‘spotlied’.

15De vreugde van ons hart is opgehouden. Onze reidans is in rouw veranderd.
שָׁבַת֙
(shavat)
is opgehouden
מְשׂ֣וֹשׂ
(mesos)
vreugde van
לִבֵּ֔נוּ
(libenu)
ons hart
נֶהְפַּ֥ךְ
(nehpakh)
is veranderd
לְאֵ֖בֶל
(leevel)
in rouw
מְחֹלֵֽנוּ
(mecholenu)
onze reidans
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָחוֹל (machol), ‘reidans’: de dans van de feesten, zoals in Ps. 30:12 (NL 30:11) en Jer. 31:13.

16De kroon van ons hoofd is gevallen. Wee ons, want wij hebben gezondigd.
נָֽפְלָה֙
(nafela)
is gevallen
עֲטֶ֣רֶת
(ateret)
kroon van
רֹאשֵׁ֔נוּ
(roshenu)
ons hoofd
אֽוֹי
(oy)
wee
נָ֥א
(na)
toch
לָ֖נוּ
(lanu)
ons
כִּ֥י
(ki)
want
חָטָֽאנוּ
(chatanu)
wij hebben gezondigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲטֶרֶת רֹאשֵׁנוּ (ateret roshenu), ‘de kroon van ons hoofd’: de eer en glans van het volk, zoals in Job 19:9.

Het kan ook de koning betekenen.

17Hierom is ons hart ziek geworden. Hierom zijn onze ogen donker geworden:
עַל
(al)
om
זֶ֗ה
(ze)
dit
הָיָ֤ה
(haya)
is geworden
דָוֶה֙
(dave)
ziek
לִבֵּ֔נוּ
(libenu)
ons hart
עַל
(al)
om
אֵ֖לֶּה
(ele)
deze dingen
חָשְׁכ֥וּ
(chashekhu)
zij zijn donker geworden
עֵינֵֽינוּ
(eineinu)
onze ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18om de berg Sion, die verwoest is. Vossen lopen erop rond.
עַ֤ל
(al)
om
הַר
(har)
berg
צִיּוֹן֙
(tsiyon)
Sion
שֶׁשָּׁמֵ֔ם
(sheshamem)
die verwoest is
שׁוּעָלִ֖ים
(shualim)
vossen
הִלְּכוּ
(hilekhu)
zij lopen
בֽוֹ
(bo)
erop rond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

שׁוּעָלִים (shu’alim), ‘vossen’: het woord kan ook ‘jakhalzen’ betekenen.

Dieren die in ruïnes wonen, zoals ook in Ps. 63:11 (NL 63:10) en Neh. 3:35 (NL 4:3).

U, Yahweh, troont voor eeuwig

19U, Yahweh, troont voor eeuwig. Uw troon blijft van generatie op generatie.
אַתָּ֤ה
(ata)
U
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
תֵּשֵׁ֔ב
(teshev)
U troont
כִּסְאֲךָ֖
(kisakha)
Uw troon
לְדֹ֥ר
(ledor)
van generatie
וָדֽוֹר
(vador)
op generatie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֵּשֵׁב (teshev), ‘U troont’: het werkwoord betekent ‘zitten’ en ‘wonen’.

Yahweh zetelt onveranderlijk, ook nu de aardse troon van Sion is verwoest.

Zie ook Ps. 102:13 (NL 102:12).

20Waarom vergeet U ons voor altijd? Waarom verlaat U ons zo lange tijd?
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
לָנֶ֨צַח֙
(lanetsach)
voor altijd
תִּשְׁכָּחֵ֔נוּ
(tishkachenu)
U vergeet ons
תַּֽעַזְבֵ֖נוּ
(taazvenu)
U verlaat ons
לְאֹ֥רֶךְ
(leorekh)
voor lengte van
יָמִֽים
(yamim)
dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Breng ons terug naar U, Yahweh, dan keren wij terug. Maak onze dagen nieuw zoals vroeger.
הֲשִׁיבֵ֨נוּ
(hashivenu)
breng ons terug
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלֶ֨יךָ֙
(eleikha)
naar U
וְֽנָשׁ֔וּבָה
(venashuva)
en wij zullen terugkeren
חַדֵּ֥שׁ
(chadesh)
maak nieuw
יָמֵ֖ינוּ
(yameinu)
onze dagen
כְּקֶֽדֶם
(keqedem)
zoals vroeger
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֲשִׁיבֵנוּ (hashivenu), ‘breng ons terug’: het werkwoord שׁוּב (shuv) betekent ‘terugkeren’ en ‘terugbrengen’.

De bede is dat Yahweh het volk keert, zodat het zelf kan terugkeren.

Zie ook Jer. 31:18 en Ps. 80:4 (NL 80:3).

22Of hebt U ons helemaal verworpen? Bent U buitengewoon vertoornd op ons?
כִּ֚י
(ki)
of
אִם
(im)
tenzij
מָאֹ֣ס
(maos)
helemaal verwerpen
מְאַסְתָּ֔נוּ
(meastanu)
U hebt ons verworpen
קָצַ֥פְתָּ
(qatsafta)
U bent vertoornd
עָלֵ֖ינוּ
(aleinu)
over ons
עַד
(ad)
tot aan
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּי אִם (ki im): de betekenis van deze twee woorden is niet helemaal zeker.

Ze kunnen ‘tenzij’, ‘want als’ of ‘of’ betekenen.

Wij lezen het gebed als een vraag: ‘Of hebt U ons helemaal verworpen?’

Een andere lezing is: ‘tenzij U ons helemaal hebt verworpen en buitengewoon op ons vertoornd bent’.

In de joodse leestraditie herhaalt men na dit vers vers 21, zodat het boek niet met de klacht eindigt.