Elohim Bijbel

Psalmen 149

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Een nieuw lied voor Yahweh en Zijn getrouwen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een nieuw lied

1Halleluja! Zing voor Yahweh een nieuw lied, Zijn lofzang in de vergadering van de getrouwen.
הַ֥לְלוּ
(hallu)
prijst
יָ֨הּ
(yah)
Jah
שִׁ֣ירוּ
(shiru)
zingt
לַֽ֭יהוָה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁ֣יר
(shir)
lied
חָדָ֑שׁ
(chadash)
nieuw
תְּ֝הִלָּת֗וֹ
(tehilato)
Zijn lofzang
בִּקְהַ֥ל
(biqhal)
in de vergadering van
חֲסִידִֽים
(chasidim)
getrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’.

Jah is een korte vorm van Yahweh.

חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie Yahweh trouw bewijst.

קָהָל (qahal), ‘vergadering’.

Deze psalm heeft twee delen: lof en vreugde (vers 1–5) en een opdracht tegen de volken (vers 6–9). De zinnen van vers 6–9 zijn bewust letterlijk vertaald.

2Laat Israël zich verheugen in zijn Maker; laat de zonen van Sion jubelen over hun Koning.
יִשְׂמַ֣ח
(yismach)
laat zich verheugen
יִשְׂרָאֵ֣ל
(yisrael)
Israël
בְּעֹשָׂ֑יו
(beosav)
in zijn Maker
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
צִ֝יּ֗וֹן
(tsiyon)
Sion
יָגִ֥ילוּ
(yagilu)
laten jubelen
בְמַלְכָּֽם
(bemalkam)
over hun Koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

עֹשָׂיו (osav), ‘zijn Maker’: de vorm staat in het meervoud, zoals vaker bij namen en titels van Elohim.

Hij is de Maker van Israël.

Vergelijk Ps. 100:3.

3Laat hen Zijn naam prijzen met dans; laten zij met tamboerijn en lier voor Hem zingen.
יְהַֽלְל֣וּ
(yehallu)
laten zij prijzen
שְׁמ֣וֹ
(shemo)
Zijn naam
בְמָח֑וֹל
(bemachol)
met dans
בְּתֹ֥ף
(betof)
met tamboerijn
וְ֝כִנּ֗וֹר
(vekhinor)
en lier
יְזַמְּרוּ
(yezameru)
laten zij zingen
לֽוֹ
(lo)
voor Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָחוֹל (machol), ‘dans’: waarschijnlijk een reidans.

תֹּף (tof), ‘tamboerijn’; כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’.

Yahweh heeft behagen in Zijn volk

4Want Yahweh heeft behagen in Zijn volk; Hij tooit de nederigen met redding.
כִּֽי
(ki)
want
רוֹצֶ֣ה
(rotse)
heeft behagen
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּעַמּ֑וֹ
(beamo)
in Zijn volk
יְפָאֵ֥ר
(yefaer)
tooit
עֲ֝נָוִ֗ים
(anavim)
nederigen
בִּישׁוּעָֽה
(bishua)
met redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָנָו (anav), ‘nederige’: iemand die klein en afhankelijk is en op Yahweh wacht.

יְשׁוּעָה (yeshu’ah), ‘redding’.

5Laten de getrouwen jubelen in heerlijkheid; laten zij juichen op hun bedden.
יַעְלְז֣וּ
(yalezu)
laten jubelen
חֲסִידִ֣ים
(chasidim)
getrouwen
בְּכָב֑וֹד
(bekhavod)
in heerlijkheid
יְ֝רַנְּנ֗וּ
(yeranenu)
laten juichen
עַל
(al)
op
מִשְׁכְּבוֹתָֽם
(mishkevotam)
hun bedden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁכָּב (mishkav), ‘bed’ of ‘rustplaats’.

Waarschijnlijk jubelen de getrouwen ook in de rust van de nacht.

De betekenis is niet helemaal zeker.

Lof in de keel, een zwaard in de hand

6Hoge lofzangen op El zijn in hun keel, en een tweesnijdend zwaard in hun hand,
רוֹמְמ֣וֹת
(romemot)
verheffingen van
אֵ֭ל
(el)
El
בִּגְרוֹנָ֑ם
(bigronam)
in hun keel
וְחֶ֖רֶב
(vecherev)
en zwaard
פִּֽיפִיּ֣וֹת
(pifiyot)
tweesnijdend
בְּיָדָֽם
(beyadam)
in hun hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוֹמְמוֹת אֵל (romemot El), ‘hoge lofzangen op El’: letterlijk ‘verheffingen van El’, loftuitingen die El verheffen.

פִּיפִיּוֹת (pifiyyot), ‘tweesnijdend’: letterlijk ‘van twee monden’; het zwaard snijdt aan twee kanten.

7om wraak te nemen op de volken, straffen uit te delen aan de natiën,
לַעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
om te doen
נְ֭קָמָה
(neqama)
wraak
בַּגּוֹיִ֑ם
(bagoyim)
onder de volken
תּֽ֝וֹכֵחֹ֗ת
(tokhechot)
straffen
בַּל
(bal)
onder
אֻמִּֽים
(umim)
de natiën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wraak en straf op de volken zijn hier de taak van het volk van Yahweh.

Wij vertalen letterlijk.

Vergelijk Deut. 32:41–43, waar Yahweh wraak neemt op Zijn tegenstanders.

8om hun koningen te binden met ketenen en hun edelen met ijzeren boeien,
לֶאְסֹ֣ר
(lesor)
om te binden
מַלְכֵיהֶ֣ם
(malkheihem)
hun koningen
בְּזִקִּ֑ים
(beziqim)
met ketenen
וְ֝נִכְבְּדֵיהֶ֗ם
(venikhbedeihem)
en hun edelen
בְּכַבְלֵ֥י
(bekhavlei)
met boeien van
בַרְזֶֽל
(barzel)
ijzer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9om het geschreven recht aan hen uit te voeren. Dit is een eer voor al Zijn getrouwen. Halleluja!
לַעֲשׂ֤וֹת
(laasot)
om te doen
בָּהֶ֨ם
(bahem)
aan hen
מִשְׁפָּ֬ט
(mishpat)
recht
כָּת֗וּב
(katuv)
geschreven
הָדָ֣ר
(hadar)
eer
ה֭וּא
(hu)
is dit
לְכָל
(lekhal)
voor al
חֲסִידָ֗יו
(chasidav)
Zijn getrouwen
הַֽלְלוּ
(hallu)
prijst
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּט כָּתוּב (mishpat katuv), ‘geschreven recht’: een vonnis dat al vastligt in een geschrift.

Het is niet zeker welk geschreven vonnis bedoeld is. Het kan gaan om de belofte van wraak in Deut. 32:41–43 of om een vonnis in de Schriften als geheel.