Elohim Bijbel

Job 26

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142

Job over de macht van Eloah

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Hoe heb je geholpen!

1Job antwoordde en zei:
וַיַּ֥עַן
(vayaan)
en antwoordde
אִיּ֗וֹב
(iyov)
Job
וַיֹּאמַֽר
(vayomar)
en zei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Hoe heb je de krachteloze geholpen, de arm zonder sterkte gered!
מֶה
(me)
hoe
עָזַ֥רְתָּ
(azarta)
heb je geholpen
לְלֹא
(lelo)
wie zonder
כֹ֑חַ
(koach)
kracht
ה֝וֹשַׁ֗עְתָּ
(hoshata)
gered
זְר֣וֹעַ
(zeroa)
een arm
לֹא
(lo)
zonder
עֹֽז
(oz)
sterkte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Job is sarcastisch: wat een hulp hebben jullie mij geboden, aan mij die zonder kracht ben!

Vers 2–4 spreken Bildad persoonlijk aan, die in hoofdstuk 25 niets nieuws bracht.

3Hoe heb je de onwijze geadviseerd en inzicht in overvloed bekendgemaakt!
מַה
(ma)
hoe
יָּ֭עַצְתָּ
(yaatsta)
heb je geadviseerd
לְלֹ֣א
(lelo)
wie zonder
חָכְמָ֑ה
(chakhema)
wijsheid
וְ֝תוּשִׁיָּ֗ה
(vetushiya)
en inzicht
לָרֹ֥ב
(larov)
in overvloed
הוֹדָֽעְתָּ
(hodata)
bekendgemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Aan wie heb je deze woorden gericht, en wiens adem kwam uit jou voort?
אֶת
(et)
aan
מִ֭י
(mi)
wie
הִגַּ֣דְתָּ
(higadta)
heb je meegedeeld
מִלִּ֑ין
(milin)
woorden
וְנִשְׁמַת
(venishmat)
en adem van
מִ֝י
(mi)
wie
יָצְאָ֥ה
(yatsea)
kwam uit
מִמֶּֽךָּ
(mimeka)
van jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De macht van Eloah

5De schimmen beven onder de wateren en hun bewoners.
הָרְפָאִ֥ים
(harefaim)
de schimmen
יְחוֹלָ֑לוּ
(yecholalu)
beven
מִתַּ֥חַת
(mitachat)
onder
מַ֝֗יִם
(mayim)
wateren
וְשֹׁכְנֵיהֶֽם
(veshokheneihem)
en hun bewoners
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְפָאִים (refa’im) zijn de schimmen van de doden in het dodenrijk (Jes. 14:9; Ps. 88:11).

Ook zij beven voor Elohim.

6Naakt ligt het dodenrijk voor Hem open, en de Afgrond heeft geen bedekking.
עָר֣וֹם
(arom)
naakt
שְׁא֣וֹל
(sheol)
het dodenrijk
נֶגְדּ֑וֹ
(negdo)
voor Hem
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is er
כְּ֝ס֗וּת
(kesut)
bedekking
לָֽאֲבַדּֽוֹן
(laavadon)
voor de Afgrond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲבַדּוֹן (Avaddon), ‘de Afgrond’ of ‘Verderf’, is een andere naam voor het dodenrijk (28:22; Ps. 88:12; Spr. 15:11).

Vergelijk Openb. 9:11.

7Hij spant het noorden uit over de leegte en hangt de aarde op aan niets.
נֹטֶ֣ה
(note)
Hij die uitspant
צָפ֣וֹן
(tsafon)
het noorden
עַל
(al)
over
תֹּ֑הוּ
(tohu)
leegte
תֹּ֥לֶה
(tole)
hangt op
אֶ֝֗רֶץ
(erets)
aarde
עַל
(al)
aan
בְּלִי
(beli)
niets
מָֽה
(ma)
zonder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צָפוֹן (tsafon), ‘het noorden’, is de noordelijke hemel; vergelijk Ps. 48:3.

De aarde die ‘aan niets hangt’ is een opmerkelijk beeld: zij rust niet op een fundament, maar op Zijn macht.

8Hij bindt de wateren in Zijn wolken, en de wolk scheurt er niet onder.
צֹרֵֽר
(tsorer)
bindt
מַ֥יִם
(mayim)
wateren
בְּעָבָ֑יו
(beavav)
in Zijn wolken
וְלֹא
(velo)
en niet
נִבְקַ֖ע
(nivqa)
scheurt
עָנָ֣ן
(anan)
wolk
תַּחְתָּֽם
(tachtam)
onder hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Hij bedekt het aanzicht van de troon en spreidt Zijn wolk erover uit.
מְאַחֵ֥ז
(meachez)
bedekt
פְּנֵי
(penei)
aanzicht van
כִסֵּ֑ה
(kise)
de troon
פַּרְשֵׁ֖ז
(parshez)
spreidt uit
עָלָ֣יו
(alav)
erover
עֲנָנֽוֹ
(anano)
Zijn wolk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

מְאַחֵז פְּנֵי־כִסֵּה (me’achez pene-chisse), ‘Hij bedekt het aanzicht van de troon’: sommigen lezen ‘de volle maan’ (כֶּסֶא, keseh) in plaats van ‘troon’ (כִּסֵּא, kisse).

Wij volgen de Masoretische klinkers.

10Een grens heeft Hij getrokken over het water, tot waar licht en duisternis eindigen.
חֹֽק
(choq)
een grens
חָ֭ג
(chag)
heeft Hij getrokken
עַל
(al)
over
פְּנֵי
(penei)
oppervlak van
מָ֑יִם
(mayim)
water
עַד
(ad)
tot
תַּכְלִ֖ית
(takhlit)
einde van
א֣וֹר
(or)
licht
עִם
(im)
met
חֹֽשֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een grens trekken over het water: dit is het beeld van het uitgespannen hemelgewelf dat de oceaan omsluit, op de horizon waar licht en duisternis elkaar ontmoeten (vergelijk Spr. 8:27).

11De pilaren van de hemel wankelen en staan verbaasd bij Zijn dreiging.
עַמּוּדֵ֣י
(amudei)
pilaren van
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
hemel
יְרוֹפָ֑פוּ
(yerofafu)
wankelen
וְ֝יִתְמְה֗וּ
(veyitmehu)
en staan verbaasd
מִגַּעֲרָתֽוֹ
(migaarato)
bij Zijn dreiging
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Met Zijn kracht heeft Hij de zee bedaard, met Zijn inzicht Rahab verbrijzeld.
בְּ֭כֹחוֹ
(bekhocho)
met Zijn kracht
רָגַ֣ע
(raga)
bedaarde
הַיָּ֑ם
(hayam)
de zee
וּ֝בִתְבוּנָת֗וֹ
(uvitvunato)
en met Zijn inzicht
מָ֣חַץ
(machats)
verbrijzelde
רָֽהַב
(rahav)
Rahab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַהַב (Rahav), ‘Rahab’, het zeemonster dat de chaos voorstelt (zie 9:13).

Hier heeft Elohim hem verslagen.

13Door Zijn adem is de hemel helder. Zijn hand doorboorde de vluchtende slang.
בְּ֭רוּחוֹ
(berucho)
door Zijn adem
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
hemel
שִׁפְרָ֑ה
(shifra)
is helder
חֹֽלֲלָ֥ה
(cholala)
doorboorde
יָ֝ד֗וֹ
(yado)
Zijn hand
נָחָ֥שׁ
(nachash)
slang
בָּרִֽיחַ
(bariach)
vluchtende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָחָשׁ בָּרִחַ (nachash bariach), ‘vluchtende slang’, is Leviatan (3:8; Jes. 27:1).

Dit zijn de chaosmonsters waarover Elohim heerst.

14Zie, dit zijn slechts de randen van Zijn wegen. Wat een fluistering van een woord horen wij van Hem! En de donder van Zijn krachten, wie begrijpt die?”
הֶן
(hen)
zie
אֵ֤לֶּה
(ele)
dit
קְצ֬וֹת
(qetsot)
randen van
דְּרָכָ֗יו
(derakhav)
Zijn wegen
וּמַה
(uma)
en wat
שֵּׁ֣מֶץ
(shemets)
fluistering van
דָּ֭בָר
(davar)
woord
נִשְׁמַע
(nishma)
horen wij
בּ֑וֹ
(bo)
van Hem
וְרַ֥עַם
(veraam)
en donder van
גְּ֝בוּרוֹתָ֗יו
(gevurotav)
Zijn krachten
מִ֣י
(mi)
wie
יִתְבּוֹנָֽן
(yitbonan)
begrijpt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Job eindigt met nederigheid: alles wat wij van Hem zien en horen, is maar een fluistering.

De volle donder van Zijn macht begrijpt niemand.