Open in de app Alle boeken Psalmen ← 40 42 → Psalmen 41 Gelukkig wie zorgt voor de zwakke
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1 Voor de koorleider. Een psalm. Van David.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.
Wij kiezen ‘koorleider’.
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
Yahweh zorgt voor wie zorgt voor de zwakke 2 Gelukkig wie inzicht heeft in de zwakke. Op de dag van onheil redt Yahweh hem.
אַ֭שְׁרֵי
(ashrei)
gelukkig
מַשְׂכִּ֣יל
(maskil)
wie inzicht heeft
בְּי֥וֹם
(beyom)
op de dag van
יְֽמַלְּטֵ֥הוּ
(yemaletehu)
zal hem redden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַשְׂכִּיל אֶל־דָּל (maskil el dal), ‘wie inzicht heeft in de zwakke’: wie verstandig en met aandacht omgaat met iemand die zwak, arm of ziek is.
3 Yahweh bewaart hem en houdt hem in leven. Hij wordt gelukkig genoemd in het land. Geef hem niet over aan de begeerte van zijn vijanden.
יִשְׁמְרֵ֣הוּ
(yishmerehu)
zal hem bewaren
וִֽ֭יחַיֵּהוּ
(vichayehu)
en zal hem in leven houden
וְאֻשַּׁ֣ר
(veushar)
en hij wordt gelukkig genoemd
בָּאָ֑רֶץ
(baarets)
in het land
תִּ֝תְּנֵ֗הוּ
(titenehu)
geef hem
בְּנֶ֣פֶשׁ
(benefesh)
aan de begeerte van
אֹיְבָֽיו
(oyevav)
zijn vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: eigenlijk het levende wezen met zijn verlangens.
In vers 3 vertalen wij ‘begeerte’; in vers 5 staat ‘ziel’.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is יאשר (ya’asher), een andere vorm van het werkwoord ‘gelukkig zijn’ of ‘gelukkig prijzen’.
De te lezen vorm (qere) is וְאֻשַּׁר (ve’ushshar), ‘en hij wordt gelukkig genoemd’.
Wij volgen de qere.
4 Yahweh ondersteunt hem op zijn ziekbed. Heel zijn legerstede maakt U om in zijn ziekte.
יִ֭סְעָדֶנּוּ
(yisadenu)
ondersteunt hem
מִ֝שְׁכָּב֗וֹ
(mishkavo)
zijn legerstede
הָפַ֥כְתָּ
(hafakhta)
U maakt om
בְחָלְיֽוֹ
(bechaleyo)
in zijn ziekte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָפַכְתָּ (hafakta), ‘U maakt om’: letterlijk ‘U draait om’.
Het beeld is waarschijnlijk dat Yahweh het bed van de zieke opnieuw opmaakt en hem zo helpt te herstellen.
Een zieke tussen vijanden en een valse vriend 5 Ik zei: „Yahweh, wees mij genadig. Genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.”
חָנֵּ֑נִי
(chaneni)
wees mij genadig
נַ֝פְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
חָטָ֥אתִי
(chatati)
ik heb gezondigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רְפָאָה נַפְשִׁי (refa’ah nafshi), ‘genees mijn ziel’: de dichter vraagt om genezing van zijn hele wezen en belijdt zijn zonde.
6 Mijn vijanden spreken kwaad over mij: „Wanneer sterft hij, en gaat zijn naam verloren?”
אוֹיְבַ֗י
(oyevay)
mijn vijanden
יָ֝מ֗וּת
(yamut)
zal hij sterven
וְאָבַ֥ד
(veavad)
en gaat verloren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Als er iemand komt om te kijken, spreekt hij leugens. Zijn hart verzamelt onheil voor zichzelf. Hij gaat naar buiten en spreekt erover.
לִרְא֨וֹת
(lirot)
om te zien
יְדַבֵּ֗ר
(yedaber)
spreekt
יִקְבָּץ
(yiqbats)
verzamelt
לַח֣וּץ
(lachuts)
naar buiten
יְדַבֵּֽר
(yedaber)
hij spreekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8 Samen fluisteren al mijn haters over mij. Zij bedenken kwaad voor mij:
יִ֭תְלַחֲשׁוּ
(yitlachashu)
fluisteren
שֹׂנְאָ֑י
(soneay)
mijn haters
יַחְשְׁב֖וּ
(yachshevu)
bedenken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 „Een ding van Belial is over hem uitgegoten. Nu hij ligt, staat hij niet meer op.”
בְּ֭לִיַּעַל
(beliyaal)
Belial
יָצ֣וּק
(yatsuq)
is uitgegoten
שָׁ֝כַ֗ב
(shakhav)
neerligt
לָקֽוּם
(laqum)
om op te staan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דְּבַר־בְּלִיַּעַל (devar belijja’al), ‘een ding van Belial’: een verderfelijke zaak of ziekte.
Het woord דָּבָר (davar) betekent ‘woord’ of ‘ding’.
Belial betekent ‘waardeloosheid’ of ‘verderf’.
10 Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de hiel groot gemaakt tegen mij.
שְׁלוֹמִ֨י
(shelomi)
mijn vrede
בָּטַ֣חְתִּי
(batachti)
ik vertrouwde
לַחְמִ֑י
(lachmi)
mijn brood
הִגְדִּ֖יל
(higdil)
heeft groot gemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִישׁ שְׁלוֹמִי (ish shelomi), ‘de man van mijn vrede’: een goede vriend, met wie de dichter vrede had en brood at.
הִגְדִּיל עָלַי עָקֵב (higdil alai aqev), ‘heeft de hiel groot gemaakt tegen mij’: waarschijnlijk een beeld van schoppen of verraad.
Zie ook Joh. 13:18.
Richt mij op 11 Maar U, Yahweh, wees mij genadig en richt mij op. Dan zal ik het hun vergelden.
חָנֵּ֥נִי
(chaneni)
wees mij genadig
וַהֲקִימֵ֑נִי
(vahaqimeni)
en richt mij op
וַֽאֲשַׁלְּמָ֥ה
(vaashalema)
en ik zal vergelden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וַאֲשַׁלְּמָה לָהֶם (va’ashallemah lahem), ‘dan zal ik het hun vergelden’: wij vertalen letterlijk, zonder verzachting.
12 Hieraan weet ik dat U vreugde aan mij hebt: mijn vijand juicht niet over mij.
יָ֭דַעְתִּי
(yadati)
weet ik
חָפַ֣צְתָּ
(chafatsta)
U vreugde hebt
אֹיְבִ֣י
(oyevi)
mijn vijand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Mij hebt U vastgehouden vanwege mijn rechtschapenheid. U stelt mij voor Uw aangezicht, voor eeuwig.
בְּ֭תֻמִּי
(betumi)
in mijn rechtschapenheid
תָּמַ֣כְתָּ
(tamakhta)
hebt U vastgehouden
וַתַּצִּיבֵ֖נִי
(vatatsiveni)
en U stelt mij
לְפָנֶ֣יךָ
(lefaneikha)
voor Uw aangezicht
לְעוֹלָֽם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Slotzegen van het eerste boek 14 Gezegend zij Yahweh, de Elohim van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen en amen.
בָּ֘ר֤וּךְ
(barukh)
gezegend
אֱלֹ֘הֵ֤י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
מֵֽ֭הָעוֹלָם
(mehaolam)
van de eeuwigheid
הָעוֹלָ֗ם
(haolam)
de eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers is geen deel van het lied zelf, maar de afsluitende lofzegening van het eerste boek van de Psalmen (Ps. 1–41).
Vergelijk Ps. 72:18–19, Ps. 89:53 en Ps. 106:48.