Elohim Bijbel

Psalmen 30

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Van rouw tot dans

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Een psalm. Een lied bij de inwijding van het huis. Van David.
מִזְמ֡וֹר
(mizmor)
een psalm
שִׁיר
(shir)
een lied
חֲנֻכַּ֖ת
(chanukat)
bij de inwijding van
הַבַּ֣יִת
(habayit)
het huis
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

חֲנֻכַּת הַבַּיִת (chanukkat habayit), ‘inwijding van het huis’: het opschrift noemt niet welk huis. Het kan Davids paleis zijn (2 Sam. 5:11) of de plaats van het altaar (2 Sam. 24:18–25). Wij laten het open.

Dank voor redding uit de dood

2Ik verhef U, Yahweh, want U hebt mij omhooggetrokken. U liet mijn vijanden niet blij zijn over mij.
אֲרוֹמִמְךָ֣
(aromimkha)
ik verhef U
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֣י
(ki)
want
דִלִּיתָ֑נִי
(dilitani)
U hebt mij omhooggetrokken
וְלֹא
(velo)
en niet
שִׂמַּ֖חְתָּ
(simachta)
U liet blij zijn
אֹיְבַ֣י
(oyevay)
mijn vijanden
לִֽי
(li)
over mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Yahweh, mijn Elohim, ik riep tot U om hulp en U hebt mij genezen.
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֑י
(elohay)
mijn Elohim
שִׁוַּ֥עְתִּי
(shivati)
ik riep om hulp
אֵ֝לֶ֗יךָ
(eleikha)
tot U
וַתִּרְפָּאֵֽנִי
(vatirpaeni)
en U hebt mij genezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Yahweh, U hebt mijn ziel uit de Sjeol omhooggebracht. U hebt mij in leven gehouden, zodat ik niet in de kuil afdaalde.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הֶֽעֱלִ֣יתָ
(heelita)
U hebt omhooggebracht
מִן
(min)
uit
שְׁא֣וֹל
(sheol)
de Sjeol
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
חִ֝יִּיתַ֗נִי
(chiyitani)
U hebt mij in leven gehouden
מִיָּֽרְדִי
(miyaredi)
zodat ik niet afdaalde
בֽוֹר
(bor)
de kuil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven van de dichter.

שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk. Zie ook Gen. 37:35.

בּוֹר (bor), ‘kuil’: een beeld van het graf en de dood.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is מיורדי־בור, ‘van hen die afdalen naar de kuil’.

De te lezen vorm (qere) is מירדי־בור, ‘dat ik niet afdaal naar de kuil’.

Wij volgen de qere.

5Zing voor Yahweh, Zijn getrouwen, en dank bij de herinnering aan Zijn heiligheid.
זַמְּר֣וּ
(zameru)
zing
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
voor Yahweh
חֲסִידָ֑יו
(chasidav)
Zijn getrouwen
וְ֝הוֹד֗וּ
(vehodu)
en dank
לְזֵ֣כֶר
(lezekher)
bij de herinnering aan
קָדְשֽׁוֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: mensen die trouw (chesed) bewijzen en aan wie Yahweh trouw bewijst.

זֵכֶר (zecher), ‘herinnering’: ook ‘gedachtenis’ of ‘naam’, zoals in Exod. 3:15.

6Want één ogenblik duurt Zijn toorn, een leven lang Zijn welbehagen. Bij de avond blijft het wenen overnachten, maar bij de morgen is er jubel.
כִּ֤י
(ki)
want
רֶ֨גַע
(rega)
een ogenblik
בְּאַפּוֹ֮
(beapo)
in Zijn toorn
חַיִּ֪ים
(chayim)
leven
בִּרְצ֫וֹנ֥וֹ
(birtsono)
in Zijn welbehagen
בָּ֭עֶרֶב
(baerev)
bij de avond
יָלִ֥ין
(yalin)
overnacht
בֶּ֗כִי
(bekhi)
wenen
וְלַבֹּ֥קֶר
(velaboqer)
en bij de morgen
רִנָּֽה
(rina)
jubel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִנָּה (rinnah), ‘jubel’: een blij geroep.

Voorspoed, nood en gebed

7Ik zei in mijn gerustheid: „Ik zal nooit wankelen.”
וַ֭אֲנִי
(vaani)
en ik
אָמַ֣רְתִּי
(amarti)
zei ik
בְשַׁלְוִ֑י
(beshalvi)
in mijn gerustheid
בַּל
(bal)
niet
אֶמּ֥וֹט
(emot)
zal ik wankelen
לְעוֹלָֽם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Yahweh, door Uw welbehagen had U mijn berg sterk doen staan. U verborg Uw aangezicht en ik werd verschrikt.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בִּרְצוֹנְךָ֮
(birtsonekha)
door Uw welbehagen
הֶעֱמַ֪דְתָּה
(heemadta)
U deed staan
לְֽהַרְרִ֫י
(leharri)
voor mijn berg
עֹ֥ז
(oz)
sterkte
הִסְתַּ֥רְתָּ
(histarta)
U verborg
פָנֶ֗יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
הָיִ֥יתִי
(hayiti)
ik werd
נִבְהָֽל
(nivhal)
verschrikt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַרְרִי עֹז (harri oz), ‘mijn berg, sterkte’: de berg is een beeld voor de veilige plaats of positie van de dichter.

De zin is in het Hebreeuws kort en lastig.

9Tot U, Yahweh, riep ik. Tot mijn Heer smeekte ik om genade.
אֵלֶ֣יךָ
(eleikha)
tot U
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶקְרָ֑א
(eqra)
roep ik
וְאֶל
(veel)
en tot
אֲ֝דֹנָ֗י
(adonay)
mijn Heer
אֶתְחַנָּֽן
(etchanan)
smeek ik om genade
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreektitel voor Yahweh.

10Wat is de winst in mijn bloed, als ik afdaal naar de kuil? Zal het stof U danken? Zal het Uw waarheid verkondigen?
מַה
(ma)
wat
בֶּ֥צַע
(betsa)
winst
בְּדָמִי֮
(bedami)
in mijn bloed
בְּרִדְתִּ֪י
(beridti)
als ik afdaal
אֶ֫ל
(el)
naar
שָׁ֥חַת
(shachat)
de kuil
הֲיוֹדְךָ֥
(hayodekha)
zal het danken
עָפָ֑ר
(afar)
stof
הֲיַגִּ֥יד
(hayagid)
zal het verkondigen
אֲמִתֶּֽךָ
(amitekha)
Uw waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּמִי (dami), ‘mijn bloed’: hier mijn dood.

Wat baat het Yahweh, als de dichter sterft?

De doden loven Yahweh niet meer (vergelijk Jes. 38:18).

11Hoor, Yahweh, en wees mij genadig. Yahweh, wees mijn helper.
שְׁמַע
(shema)
hoor
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
וְחָנֵּ֑נִי
(vechaneni)
en wees mij genadig
יְ֝הוָה
(Yahweh)
Yahweh
הֱֽיֵה
(heye)
wees
עֹזֵ֥ר
(ozer)
helper
לִֽי
(li)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Rouw veranderd in dans

12U hebt mijn weeklacht voor mij veranderd in een reidans. U hebt mijn rouwkleed losgemaakt en mij omgord met blijdschap.
הָפַ֣כְתָּ
(hafakhta)
U hebt veranderd
מִסְפְּדִי֮
(mispedi)
mijn weeklacht
לְמָח֪וֹל
(lemachol)
in een reidans
לִ֥י
(li)
voor mij
פִּתַּ֥חְתָּ
(pitachta)
U hebt losgemaakt
שַׂקִּ֑י
(saqi)
mijn rouwkleed
וַֽתְּאַזְּרֵ֥נִי
(vateazereni)
en omgord
שִׂמְחָֽה
(simcha)
blijdschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Zodat de eer U bezingt en niet zwijgt. Yahweh, mijn Elohim, voor eeuwig zal ik U danken.
לְמַ֤עַן
(lemaan)
zodat
יְזַמֶּרְךָ֣
(yezamerkha)
bezingt U
כָ֭בוֹד
(kavod)
de eer
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִדֹּ֑ם
(yidom)
zwijgt
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱ֝לֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
אוֹדֶֽךָּ
(odeka)
zal ik U danken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: hier waarschijnlijk ‘mijn ziel’, ‘mijn eer’ als wat ik ben, die Yahweh bezingt.

Dezelfde betekenis staat in Ps. 16:9 en 57:9.