Elohim Bijbel

Filippenzen 3

1234

Pas op voor wie op het vlees vertrouwt, winst wordt verlies om de Messias, jagen naar het doel en ons burgerschap

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Verheug jullie in de Heer

1Verder, mijn broers: verheug jullie in de Heer. Hetzelfde aan jullie schrijven is voor mij niet vervelend, maar voor jullie een zekerheid.
Τὸ
(To)
het
λοιπόν
(loipon)
overige
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
χαίρετε
(chairete)
verheugt jullie
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
τὰ
(ta)
het
αὐτὰ
(auta)
dezelfde
γράφειν
(graphein)
schrijven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἐμοὶ
(emoi)
voor mij
μὲν
(men)
wel
οὐκ
(ouk)
niet
ὀκνηρόν
(okneron)
vervelend
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
δὲ
(de)
maar
ἀσφαλές
(asphales)
zeker
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ λοιπόν (to loipon), ‘verder’: letterlijk ‘het overige’. χαίρετε (chairete), ‘verheug jullie’: het Griekse woord is ook een gewone groet; wij kiezen ‘verheug jullie’ zoals in 4:4. ὀκνηρός (oknēros), ‘vervelend’: eigenlijk ‘traag, aarzelend’. ἀσφαλής (asfales), ‘zekerheid’: wat vastheid geeft.

De brief zegt niet welke dingen Paulus herhaalt.

Pas op voor de honden

2Let op de honden, let op de slechte werkers, let op de verminking.
Βλέπετε
(Blepete)
let op
τοὺς
(tous)
de
κύνας
(kynas)
honden
βλέπετε
(blepete)
let op
τοὺς
(tous)
de
κακοὺς
(kakous)
slechte
ἐργάτας
(ergatas)
werkers
βλέπετε
(blepete)
let op
τὴν
(ten)
de
κατατομήν
(katatomen)
verminking
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύων (kyon), ‘hond’: in de Bijbel vaak een scheldwoord, zie bijvoorbeeld 1 Sam. 17:43.

De brief noemt niet wie met ‘de honden’ en ‘de slechte werkers’ bedoeld worden. κατατομή (katatome), ‘verminking’: ‘wegsnijding’; het woord klinkt als περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’, in het volgende vers.

Vergelijk Gal. 5:12.

Zie ook 1 Sam. 17:43; Gal. 5:12.

3Want wij zijn de besnijdenis, wij die door de Geest van Elohim dienen, roemen in Yeshua de Messias en niet op het vlees vertrouwen,
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
γάρ
(gar)
want
ἐσμεν
(esmen)
zijn
ἡ
(he)
de
περιτομή
(peritome)
besnijdenis
οἱ
(hoi)
die
πνεύματι
(pneumati)
door de Geest
θεοῦ
(theou)
van Elohim
λατρεύοντες
(latreuontes)
dienend
καὶ
(kai)
en
καυχώμενοι
(kauchomenoi)
roemend
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐν
(en)
in
σαρκὶ
(sarki)
vlees
πεποιθότες
(pepoithotes)
vertrouwend
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’: de brief noemt hier de gemeente van de Messias ‘de besnijdenis’, wie Elohim in de Geest dient. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: de eredienst verrichten. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: zoals in Galaten ook de zwakke menselijke natuur en wat men uit zichzelf heeft; de verzen 4–6 sommen op wat Paulus daarvan kan noemen. πνεύματι θεοῦ (pneumati theou), ‘door de Geest van Elohim’: ook ‘in de geest van Elohim’.

Zie ook Gal. 3:3; Kol. 2:11.

Paulus’ eigen voorrechten

4hoewel ik ook in het vlees vertrouwen heb. Als iemand anders denkt op het vlees te vertrouwen, ik nog meer:
καίπερ
(kaiper)
hoewel
ἐγὼ
(ego)
ik
ἔχων
(echon)
hebbend
πεποίθησιν
(pepoithesin)
vertrouwen
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
σαρκί
(sarki)
vlees
Εἴ
(Ei)
als
τις
(tis)
iemand
δοκεῖ
(dokei)
denkt
ἄλλος
(allos)
anders
πεποιθέναι
(pepoithenai)
te vertrouwen
ἐν
(en)
in
σαρκί
(sarki)
vlees
ἐγὼ
(ego)
ik
μᾶλλον
(mallon)
meer
Bron: SBLGNT
5op de achtste dag besneden, uit het geslacht van Israël, van de stam Benjamin, Hebreeër uit Hebreeën, volgens de wet een Farizeeër,
περιτομῇ
(peritome)
in besnijdenis
ὀκταήμερος
(oktaemeros)
achtdaags
ἐκ
(ek)
uit
γένους
(genous)
geslacht
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
φυλῆς
(phyles)
van de stam
Βενιαμίν
(Beniamin)
Benjamin
Ἑβραῖος
(Hebraios)
Hebreeër
ἐξ
(ex)
uit
Ἑβραίων
(Hebraion)
Hebreeën
κατὰ
(kata)
volgens
νόμον
(nomon)
wet
Φαρισαῖος
(Pharisaios)
Farizeeër
Bron: SBLGNT
Uitleg

De opsomming noemt voorrechten: besneden op de achtste dag (zie Lev. 12:3), uit Israël, uit de stam Benjamin, ‘Hebreeër uit Hebreeën’ en Farizeeër.

Het Griekse woord Ἑβραῖος (Hebraios) wijst op Hebreeuwse afkomst en taal; de brief zegt niet meer. νόμος (nomos), ‘wet’: zie Gal. 2:16 voor het Hebreeuwse tora, ‘onderwijs, instructie’.

Zie ook Lev. 12:3; Hand. 22:3; Hand. 23:6; Hand. 26:5; 2 Kor. 11:22.

6wat ijver betreft een vervolger van de gemeente, wat de gerechtigheid in de wet betreft onberispelijk geworden.
κατὰ
(kata)
wat betreft
ζῆλος
(zelos)
ijver
διώκων
(diokon)
vervolgend
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
κατὰ
(kata)
wat betreft
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
τὴν
(ten)
die
ἐν
(en)
in
νόμῳ
(nomo)
wet
γενόμενος
(genomenos)
geworden
ἄμεμπτος
(amemptos)
onberispelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

διώκω (dioko), ‘vervolgen’: hetzelfde Griekse woord staat in 3:12 en 3:14, waar wij ‘jagen’ schrijven; het woord betekent zowel ‘achtervolgen’ als ‘najagen’. ἄμεμπτος (amemptos), ‘onberispelijk’: zonder aanklacht; zoals in 2:15.

In het Grieks staat ‘ijver’ in een vorm die de SBLGNT met een variantmarkering aangeeft.

Zie ook Hand. 8:3; Hand. 9:1–2; Gal. 1:13–14.

Winst wordt verlies om de Messias

7Maar wat voor mij winst was, dat heb ik omwille van de Messias als verlies beschouwd.
Ἀλλὰ
(Alla)
maar
ἅτινα
(hatina)
wat
ἦν
(en)
was
μοι
(moi)
voor mij
κέρδη
(kerde)
winsten
ταῦτα
(tauta)
dat
ἥγημαι
(hegemai)
ik heb beschouwd
διὰ
(dia)
omwille van
τὸν
(ton)
de
Χριστὸν
(Christon)
Messias
ζημίαν
(zemian)
verlies
Bron: SBLGNT
Uitleg

κέρδος (kerdos), ‘winst’, en ζημία (zemia), ‘verlies’: woorden uit de boekhouding.

Het Grieks heeft ‘winsten’ in het meervoud.

8Ja zeker, ik beschouw ook alles als verlies vanwege het uitnemende van de kennis van Yeshua de Messias, mijn Heer. Om Hem heb ik alles verloren, en ik beschouw het als afval, opdat ik de Messias win
ἀλλὰ
(alla)
maar
μενοῦνγε
(menounge)
ja zeker
καὶ
(kai)
ook
ἡγοῦμαι
(hegoumai)
ik beschouw
πάντα
(panta)
alles
ζημίαν
(zemian)
verlies
εἶναι
(einai)
te zijn
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
het
ὑπερέχον
(hyperechon)
uitnemende
τῆς
(tes)
van de
γνώσεως
(gnoseos)
kennis
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
μου
(mou)
mijn
δι’
(di’)
om
ὃν
(hon)
wie
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
ἐζημιώθην
(ezemiothen)
ik verloor
καὶ
(kai)
en
ἡγοῦμαι
(hegoumai)
ik beschouw
σκύβαλα
(skybala)
afval
ἵνα
(hina)
opdat
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
κερδήσω
(kerdeso)
ik win
Bron: SBLGNT
Uitleg

μενοῦνγε (menounge), ‘ja zeker’: het woord zet het voorafgaande kracht bij of verbetert het. ὑπερέχον (hyperechon), ‘uitnemende’: wat uitsteekt boven al het andere. σκύβαλα (skybala), ‘afval’: wat men weggooit; het woord is grof en wordt ook voor mest of etensresten gebruikt.

De Griekse zin loopt door in vers 9: ‘opdat ik de Messias win en in Hem gevonden word’.

Zie ookFil 3:9
9en in Hem gevonden word. Ik heb geen eigen gerechtigheid die uit de wet is, maar die door het geloof in de Messias komt, de gerechtigheid uit Elohim op grond van het geloof,
καὶ
(kai)
en
εὑρεθῶ
(heuretho)
gevonden word
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
μὴ
(me)
niet
ἔχων
(echon)
hebbend
ἐμὴν
(emen)
eigen
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
τὴν
(ten)
die
ἐκ
(ek)
uit
νόμου
(nomou)
wet
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὴν
(ten)
die
διὰ
(dia)
door
πίστεως
(pisteos)
geloof
Χριστοῦ
(Christou)
in de Messias
τὴν
(ten)
de
ἐκ
(ek)
uit
θεοῦ
(theou)
Elohim
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
ἐπὶ
(epi)
op grond van
τῇ
(te)
het
πίστει
(pistei)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

πίστις Χριστοῦ (pistis Christou), ‘het geloof in de Messias’: zoals in Galaten kan de Griekse genitief ook ‘het geloof/de trouw van de Messias’ betekenen. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. ἐκ θεοῦ (ek theou), ‘uit Elohim’: de gerechtigheid die van Elohim komt.

De Griekse zin is lang; wij splitsen hem bij ‘en in Hem gevonden word’.

Zie ook Gal. 2:16; Gal. 3:22.

10om Hem te kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap van Zijn lijden, gelijkgevormd aan Zijn dood,
τοῦ
(tou)
om
γνῶναι
(gnonai)
te kennen
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
δύναμιν
(dynamin)
kracht
τῆς
(tes)
van de
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
κοινωνίαν
(koinonian)
gemeenschap
παθημάτων
(pathematon)
van lijden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
συμμορφιζόμενος
(symmorphizomenos)
gelijkgevormd
τῷ
(to)
aan de
θανάτῳ
(thanato)
dood
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοινωνία παθημάτων (koinonia pathematon), ‘gemeenschap van lijden’: deelhebben aan het lijden. συμμορφίζω (symmorfizo), ‘gelijkvormig worden’: verwant aan μορφή (morfe), ‘gestalte’, uit 2:6–7. ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’.

Zie ook Filip. 2:6–8; 2 Kor. 1:5.

11of ik op enigerlei wijze mag komen tot de opstanding uit de doden.
εἴ
(ei)
of
πως
(pos)
op enigerlei wijze
καταντήσω
(katanteso)
ik kom
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ἐξανάστασιν
(exanastasin)
opstanding uit
τὴν
(ten)
die
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξανάστασις (exanastasis), ‘opstanding uit’: een zeldzame vorm die alleen hier staat; hij is gevormd van ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’. εἴ πως (ei pos), ‘of op enigerlei wijze’: Paulus spreekt voorzichtig.

Jagen naar het doel

12Niet dat ik het al ontvangen heb of al volmaakt ben. Maar ik jaag ernaar, of ik het ook mag grijpen, waarvoor ik ook door de Messias gegrepen ben.
Οὐχ
(Ouch)
niet
ὅτι
(hoti)
dat
ἤδη
(ede)
al
ἔλαβον
(elabon)
ik ontving
ἢ
(e)
of
ἤδη
(ede)
al
τετελείωμαι
(teteleiomai)
ik ben volmaakt
διώκω
(dioko)
ik jaag
δὲ
(de)
maar
εἰ
(ei)
of
καὶ
(kai)
ook
καταλάβω
(katalabo)
ik grijp
ἐφ’
(eph’)
waarop
ᾧ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
κατελήμφθην
(katelemphthen)
ik ben gegrepen
ὑπὸ
(hypo)
door
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

τελειόω (teleioo), ‘volmaakt maken’: tot het einddoel brengen. καταλαμβάνω (katalambano), ‘grijpen’: Paulus noemt zowel dat hij wil grijpen als dat hij door de Messias gegrepen is.

De brief zegt niet wat hij wil grijpen; vers 14 noemt ‘de prijs’. διώκω (dioko), ‘jagen’: zie 3:6.

Zie ookFil 3:14
13Broers, ik reken van mezelf niet dat ik het gegrepen heb. Eén ding: wat achter mij ligt vergetend en mij uitstrekkend naar wat voor mij ligt,
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐμαυτὸν
(emauton)
mezelf
οὐ
(ou)
niet
λογίζομαι
(logizomai)
reken
κατειληφέναι
(kateilephenai)
gegrepen te hebben
ἓν
(hen)
één ding
δέ
(de)
maar
τὰ
(ta)
wat
μὲν
(men)
wel
ὀπίσω
(opiso)
achter
ἐπιλανθανόμενος
(epilanthanomenos)
vergetend
τοῖς
(tois)
naar wat
δὲ
(de)
maar
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
ἐπεκτεινόμενος
(epekteinomenos)
mij uitstrekkend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπεκτείνομαι (epekteinomai), ‘zich uitstrekken’: het beeld van een hardloper die zich naar de finish strekt. ἐπιλανθάνομαι (epilanthanomai), ‘vergeten’.

14jaag ik op het doel af naar de prijs van de roeping omhoog van Elohim in Yeshua de Messias.
κατὰ
(kata)
op
σκοπὸν
(skopon)
doel
διώκω
(dioko)
ik jaag
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
βραβεῖον
(brabeion)
prijs
τῆς
(tes)
van de
ἄνω
(ano)
omhoog
κλήσεως
(kleseos)
roeping
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

βραβεῖον (brabeion), ‘prijs’: de prijs voor de winnaar van een wedstrijd, zoals in 1 Kor. 9:24. ἄνω κλῆσις (ano klesis), ‘roeping omhoog’: ook ‘roeping naar boven’; de tekst laat open of de roeping uit de hemel komt of naar de hemel leidt.

Zie ook 1 Kor. 9:24.

Zie ook1 Kor 9:24
15Laten wij dan, zovelen als volmaakt zijn, dit denken. En als jullie iets anders denken, ook dat zal Elohim jullie onthullen.
ὅσοι
(hosoi)
zovelen
οὖν
(oun)
dus
τέλειοι
(teleioi)
volmaakt
τοῦτο
(touto)
dit
φρονῶμεν
(phronomen)
laten wij denken
καὶ
(kai)
en
εἴ
(ei)
als
τι
(ti)
iets
ἑτέρως
(heteros)
anders
φρονεῖτε
(phroneite)
jullie denken
καὶ
(kai)
ook
τοῦτο
(touto)
dit
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἀποκαλύψει
(apokalypsei)
zal onthullen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: ook ‘volwassen, rijp’.

Paulus zegt in 3:12 dat hij zelf nog niet volmaakt is; het woord kan hier ‘rijp’ betekenen. φρονέω (froneo), ‘denken’: zie 2:2. ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’.

16Alleen, tot waar wij gekomen zijn, laten wij in dezelfde pas lopen.
πλὴν
(plen)
alleen
εἰς
(eis)
tot
ὃ
(ho)
waar
ἐφθάσαμεν
(ephthasamen)
wij zijn gekomen
τῷ
(to)
in de
αὐτῷ
(auto)
dezelfde
στοιχεῖν
(stoichein)
pas te lopen
Bron: SBLGNT
Uitleg

στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen’: op één lijn lopen, zoals soldaten in een rij; wij gebruiken dezelfde weergave als in Gal. 5:25.

De Griekse zin is kort en duister; wij houden hem kort.

Zie ook Gal. 5:25; Gal. 6:16.

Ons burgerschap is in de hemelen

17Word samen navolgers van mij, broers, en let op hen die zo wandelen, zoals jullie ons als voorbeeld hebben.
Συμμιμηταί
(Symmimetai)
samen navolgers
μου
(mou)
mijn
γίνεσθε
(ginesthe)
wordt
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
καὶ
(kai)
en
σκοπεῖτε
(skopeite)
let op
τοὺς
(tous)
hen
οὕτω
(houto)
zo
περιπατοῦντας
(peripatountas)
wandelend
καθὼς
(kathos)
zoals
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
τύπον
(typon)
voorbeeld
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

συμμιμητής (symmimetes), ‘samen navolger’: een zeldzaam woord dat alleen hier staat; het kan ‘samen met mij navolgers’ of ‘samen navolgers’ betekenen. τύπος (typos), ‘voorbeeld’: afdruk, model. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: een manier van leven.

‘Ons’ zijn Paulus en zijn medewerkers, zoals Timoteüs in 1:1.

Zie ook 1 Kor. 4:16; 1 Kor. 11:1; 1 Tess. 1:6.

18Want velen wandelen als vijanden van het kruis van de Messias. Ik heb het jullie vaak gezegd, en nu zeg ik het zelfs huilend.
πολλοὶ
(polloi)
velen
γὰρ
(gar)
want
περιπατοῦσιν
(peripatousin)
wandelen
οὓς
(hous)
die
πολλάκις
(pollakis)
vaak
ἔλεγον
(elegon)
ik zei
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
κλαίων
(klaion)
huilend
λέγω
(lego)
ik zeg
τοὺς
(tous)
de
ἐχθροὺς
(echthrous)
vijanden
τοῦ
(tou)
van het
σταυροῦ
(staurou)
kruis
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Vijanden van het kruis’: de brief noemt niet wie bedoeld worden. κλαίων (klaion), ‘huilend’.

In het Grieks is ‘de vijanden van het kruis van de Messias’ een bijstelling aan het eind van de zin; wij zetten haar vooraan en splitsen de zin.

Zie ook Gal. 6:12–14.

19Hun einde is verderf, hun god is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande. Zij denken aan het aardse.
ὧν
(hon)
van wie
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
ἀπώλεια
(apoleia)
verderf
ὧν
(hon)
van wie
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
god
ἡ
(he)
de
κοιλία
(koilia)
buik
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
αἰσχύνῃ
(aischyne)
schande
αὐτῶν
(auton)
hun
οἱ
(hoi)
die
τὰ
(ta)
het
ἐπίγεια
(epigeia)
aardse
φρονοῦντες
(phronountes)
denkend aan
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοιλία (koilia), ‘buik’: de eetlust of de eigen begeerten; de tekst zegt niet met welke groep dit gezegd wordt.

Het Grieks heeft vier delen met ‘van wie’; wij maken er korte zinnen van. αἰσχύνη (aischyne), ‘schande’. τὰ ἐπίγεια (ta epigeia), ‘het aardse’: wat bij de aarde hoort, tegenover ‘in de hemelen’ in vers 20.

Zie ookFil 3:20
20Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook een Redder verwachten: de Heer Yeshua de Messias,
ἡμῶν
(hemon)
van ons
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
πολίτευμα
(politeuma)
burgerschap
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
ὑπάρχει
(hyparchei)
is
ἐξ
(ex)
uit
οὗ
(hou)
welke
καὶ
(kai)
ook
σωτῆρα
(sotera)
Redder
ἀπεκδεχόμεθα
(apekdechometha)
wij verwachten
κύριον
(kyrion)
Heer
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Χριστόν
(Christon)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

πολίτευμα (politeuma), ‘burgerschap’: het woord betekent ook ‘gemeenschap van burgers, staat’; het hoort bij πολιτεύομαι (politeuomai), ‘leven als burger’, in 1:27.

Filippi was een Romeinse kolonie (Hand. 16:12). ἐν οὐρανοῖς (en ouranois), ‘in de hemelen’. σωτήρ (soter), ‘Redder’. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachten’: vol verlangen wachten.

Zie ook Filip. 1:27; Hand. 16:12.

21die het lichaam van onze vernedering zal omvormen, gelijk aan het lichaam van Zijn heerlijkheid, naar de werking van Zijn vermogen om ook alles aan Zich te onderschikken.
ὃς
(hos)
die
μετασχηματίσει
(metaschematisei)
zal omvormen
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τῆς
(tes)
van de
ταπεινώσεως
(tapeinoseos)
vernedering
ἡμῶν
(hemon)
onze
σύμμορφον
(symmorphon)
gelijkvormig
τῷ
(to)
aan het
σώματι
(somati)
lichaam
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
de
ἐνέργειαν
(energeian)
werking
τοῦ
(tou)
van het
δύνασθαι
(dynasthai)
kunnen
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
ook
ὑποτάξαι
(hypotaxai)
onderschikken
αὑτῷ
(hauto)
aan Zich
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετασχηματίζω (metaschematizo), ‘omvormen’: het uiterlijk veranderen, verwant aan σχῆμα (schema), ‘uiterlijk’, in 2:7. σύμμορφος (symmorfos), ‘gelijkvormig’: verwant aan μορφή (morfe), ‘gestalte’. ταπείνωσις (tapeinosis), ‘vernedering’: een toestand van zwakheid. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: zoals in Ef. 1:22 en Kol. 3:18.

De Griekse zin is lang; splitsen zou de redenering breken.

Zie ook 1 Kor. 15:28; 1 Kor. 15:42–44.