Elohim Bijbel

Psalmen 68

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Moge Elohim opstaan: Vader van wezen, Ruiter op de hemelen, Elohim van Israël

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Van David, een psalm, een lied.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לְדָוִ֗ד
(ledavid)
van David
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
שִֽׁיר
(shir)
een lied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Wij vertalen ‘koorleider’.

De Elohim-psalmen (42–83) gebruiken meestal Elohim waar andere psalmen Yahweh hebben. Hier staat Yahweh alleen in 68:17, 21 en 27.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Moge Elohim opstaan

2Moge Elohim opstaan. Mogen Zijn vijanden uiteengedreven worden en mogen wie Hem haten voor Zijn aangezicht vluchten.
יָק֣וּם
(yaqum)
moge opstaan
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
יָפ֣וּצוּ
(yafutsu)
mogen uiteengedreven worden
אוֹיְבָ֑יו
(oyevav)
Zijn vijanden
וְיָנ֥וּסוּ
(veyanusu)
en mogen vluchten
מְ֝שַׂנְאָ֗יו
(mesanav)
wie Hem haten
מִפָּנָֽיו
(mipanav)
voor Zijn aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het vers lijkt op de woorden van Mozes bij het opbreken van de ark (Num. 10:35).

De psalm gebruikt ze voor de intocht van Elohim.

3Zoals rook wordt weggedreven, drijft U hen weg. Zoals was smelt voor het vuur, mogen de goddelozen omkomen voor het aangezicht van Elohim.
כְּהִנְדֹּ֥ף
(kehindof)
zoals weggedreven wordt
עָשָׁ֗ן
(ashan)
rook
תִּ֫נְדֹּ֥ף
(tindof)
U drijft weg
כְּהִמֵּ֣ס
(kehimes)
zoals smelt
דּ֭וֹנַג
(donag)
was
מִפְּנֵי
(mipenei)
voor het aangezicht van
אֵ֑שׁ
(esh)
vuur
יֹאבְד֥וּ
(yovdu)
mogen omkomen
רְ֝שָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
מִפְּנֵ֥י
(mipenei)
voor het aangezicht van
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4En de rechtvaardigen verheugen zich. Ze zijn opgetogen voor het aangezicht van Elohim en verblijden zich met vreugde.
וְֽצַדִּיקִ֗ים
(vetsadiqim)
en rechtvaardigen
יִשְׂמְח֣וּ
(yismechu)
zij verheugen zich
יַֽ֭עַלְצוּ
(yaaltsu)
zij zijn opgetogen
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
וְיָשִׂ֥ישׂוּ
(veyasisu)
en zij verblijden zich
בְשִׂמְחָֽה
(besimcha)
met vreugde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Zing voor Hem die door de vlakten rijdt

5Zing voor Elohim, bezing Zijn naam. Baan een weg voor Hem die door de vlakten rijdt. Jah is Zijn naam. Wees opgetogen voor Zijn aangezicht.
שִׁ֤ירוּ
(shiru)
zingt
לֵֽאלֹהִים֮
(lElohim)
voor Elohim
זַמְּר֪וּ
(zameru)
bezingt
שְׁ֫מ֥וֹ
(shemo)
Zijn naam
סֹ֡לּוּ
(solu)
baant een weg
לָרֹכֵ֣ב
(larokhev)
voor Hem die rijdt
בָּ֭עֲרָבוֹת
(baaravot)
door de vlakten
בְּיָ֥הּ
(beyah)
Jah
שְׁמ֗וֹ
(shemo)
Zijn naam
וְעִלְז֥וּ
(veilzu)
en wees opgetogen
לְפָנָֽיו
(lefanav)
voor Zijn aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָהּ (Yah), ‘Jah’: een korte vorm van de naam Yahweh (Exod. 15:2).

עֲרָבוֹת (aravot), ‘vlakten’: de steppen en woestijnvlakten. Het woord kan ook ‘wolken’ betekenen (vergelijk vers 34).

סֹלּוּ (sollu), ‘baan een weg’: maak een opgehoogde weg vrij voor de komst van Elohim.

6Vader van wezen en rechter van weduwen is Elohim in Zijn heilige woning.
אֲבִ֣י
(avi)
vader van
יְ֭תוֹמִים
(yetomim)
wezen
וְדַיַּ֣ן
(vedayan)
en rechter van
אַלְמָנ֑וֹת
(almanot)
weduwen
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
בִּמְע֥וֹן
(bimon)
in de woning van
קָדְשֽׁוֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Elohim laat de eenzamen in een huis wonen. Hij voert gevangenen uit in voorspoed. Maar de weerspannigen wonen in dorre grond.
אֱלֹהִ֤ים
(Elohim)
Elohim
מ֘וֹשִׁ֤יב
(moshiv)
die doet wonen
יְחִידִ֨ים
(yechidim)
eenzamen
בַּ֗יְתָה
(bayta)
in een huis
מוֹצִ֣יא
(motsi)
die uitvoert
אֲ֭סִירִים
(asirim)
gevangenen
בַּכּוֹשָׁר֑וֹת
(bakosharot)
in voorspoed
אַ֥ךְ
(akh)
maar
ס֝וֹרֲרִ֗ים
(sorarim)
weerspannigen
שָׁכְנ֥וּ
(shakhenu)
zij wonen
צְחִיחָֽה
(tsechicha)
dorre grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּכּוֹשָׁרוֹת (bakosharot), ‘in voorspoed’: het woord komt maar één keer voor.

De betekenis is onzeker; sommigen lezen ‘met gezang’.

יְחִידִים (yechidim), ‘eenzamen’: mensen die alleen staan, zonder familie.

Elohim trekt uit voor Zijn volk

8Elohim, toen U uittrok voor het aangezicht van Uw volk, toen U door de woestenij schreed. Sela.
אֱֽלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
בְּ֭צֵאתְךָ
(betsetkha)
bij Uw uittocht
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
עַמֶּ֑ךָ
(amekha)
Uw volk
בְּצַעְדְּךָ֖
(betsadekha)
bij Uw schrijden
בִֽישִׁימ֣וֹן
(bishimon)
door de woestenij
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker.

Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Het vers en vers 9 lijken op het lied van Debora (Richt. 5:4–5).

9De aarde beefde. Ook de hemel droop voor het aangezicht van Elohim, die van Sinaï, voor het aangezicht van Elohim, de Elohim van Israël.
אֶ֤רֶץ
(erets)
aarde
רָעָ֨שָׁה
(raasha)
beefde
אַף
(af)
ook
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
hemel
נָטְפוּ֮
(natefu)
droop
מִפְּנֵ֪י
(mipenei)
voor het aangezicht van
אֱלֹ֫הִ֥ים
(Elohim)
Elohim
זֶ֥ה
(ze)
die van
סִינַ֑י
(sinay)
Sinaï
מִפְּנֵ֥י
(mipenei)
voor het aangezicht van
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

זֶה סִינַי (zeh Sinai), ‘die van Sinaï’: Elohim zoals Hij zich op de Sinaï liet zien (Exod. 19:18).

10Een regen van gulle gaven goot U uit, Elohim. Uw erfdeel, toen het uitgeput was, U zelf hebt het stevig gemaakt.
גֶּ֣שֶׁם
(geshem)
regen
נְ֭דָבוֹת
(nedavot)
gulle gaven
תָּנִ֣יף
(tanif)
U goot uit
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
נַחֲלָתְךָ֥
(nachalatekha)
Uw erfdeel
וְ֝נִלְאָ֗ה
(venila)
en dat uitgeput was
אַתָּ֥ה
(ata)
U zelf
כֽוֹנַנְתָּֽהּ
(konantah)
U hebt het stevig gemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֶּשֶׁם נְדָבוֹת (geshem nedavot), ‘een regen van gulle gaven’: een regen die vrijwillig en rijkelijk wordt geschonken.

Hier gaat het om het land (het erfdeel) dat dorstig was.

11Uw schare woonde daarin. U maakt klaar, in Uw goedheid, voor de ellendige, Elohim.
חַיָּתְךָ֥
(chayatekha)
Uw schare
יָֽשְׁבוּ
(yashevu)
zij woonden
בָ֑הּ
(bah)
daarin
תָּ֤כִ֥ין
(takhin)
U maakt klaar
בְּטוֹבָתְךָ֖
(betovatekha)
in Uw goedheid
לֶעָנִ֣י
(leani)
voor de ellendige
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַיָּה (chayyah) betekent ‘levend wezen’, ‘dier’ of ‘schare’.

De betekenis is hier onzeker.

Wij vertalen ‘schare’: het volk dat in het land woont.

Het Hebreeuws noemt niet wat Elohim klaarmaakt. Het gaat om wat de arme nodig heeft.

12Mijn Heer geeft het woord. Groot is het leger van de vrouwen die het goede nieuws brengen.
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
mijn Heer
יִתֶּן
(yiten)
Hij geeft
אֹ֑מֶר
(omer)
woord
הַֽ֝מְבַשְּׂר֗וֹת
(hamvaserot)
de vrouwen die het nieuws brengen
צָבָ֥א
(tsava)
leger
רָֽב
(rav)
groot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: hier de naam waarmee Elohim wordt aangesproken en genoemd.

Het Hebreeuws heeft ‘vrouwen’ (מְבַשְּׂרוֹת, mevasserot): het zijn vrouwen die de overwinning melden, zoals bij de liederen na de overwinning (Exod. 15:20–21).

13Koningen van legers vluchten, ze vluchten, en de bewoonster van het huis verdeelt de buit.
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
koningen van
צְ֭בָאוֹת
(tsevaot)
legers
יִדֹּד֣וּן
(yidodun)
zij vluchten
יִדֹּד֑וּן
(yidodun)
zij vluchten
וּנְוַת
(unevat)
en de bewoonster van
בַּ֝֗יִת
(bayit)
het huis
תְּחַלֵּ֥ק
(techaleq)
zij verdeelt
שָׁלָֽל
(shalal)
buit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Als jullie tussen de schaapskooien liggen: de vleugels van een duif zijn bedekt met zilver en haar slagpennen met groenglanzend goud.
אִֽם
(im)
als
תִּשְׁכְּבוּן֮
(tishkevun)
jullie liggen
בֵּ֪ין
(bein)
tussen
שְׁפַ֫תָּ֥יִם
(shefatayim)
schaapskooien
כַּנְפֵ֣י
(kanfei)
vleugels van
י֭וֹנָה
(yona)
duif
נֶחְפָּ֣ה
(nechpa)
bedekt
בַכֶּ֑סֶף
(bakesef)
met zilver
וְ֝אֶבְרוֹתֶ֗יהָ
(veevroteiha)
en haar slagpennen
בִּֽירַקְרַ֥ק
(biraqraq)
met groenglanzend
חָרֽוּץ
(charuts)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁפַתַּיִם (shefatayim): de betekenis is onzeker.

Het kan gaan om schaapskooien, om vuurplaten of om de ruimte tussen twee grenzen.

Wij vertalen ‘schaapskooien’.

יְרַקְרַק (yeraqraq), ‘groenglanzend’: de kleur van goud met een groene gloed.

Het vers is moeilijk: de tekst vertelt van een duif met kostbare veren. De uitleggers verschillen over wat hiermee wordt bedoeld.

15Toen Sjaddai daar koningen verspreidde, sneeuwde het op de Zalmon.
בְּפָ֘רֵ֤שׂ
(befares)
toen verspreidde
שַׁדַּ֓י
(shaday)
Sjaddai
מְלָ֘כִ֤ים
(melakhim)
koningen
בָּ֗הּ
(bah)
daar
תַּשְׁלֵ֥ג
(tashleg)
het sneeuwde
בְּצַלְמֽוֹן
(betsalmon)
op de Zalmon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

צַלְמוֹן (Tsalmon), Zalmon: een berg bij Sichem (Richt. 9:48).

De ligging is onzeker; traditioneel wordt hij gezocht in het bergland van Efraïm, bij Sichem.

Uitleg

שַׁדַּי (Shaddai), ‘Sjaddai’: een naam van Elohim (Gen. 17:1).

De berg die Elohim begeerde

16Een berg van Elohim is de berg Basan. Een berg met vele toppen is de berg Basan.
הַר
(har)
berg van
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
הַר
(har)
berg van
בָּשָׁ֑ן
(bashan)
Basan
הַ֥ר
(har)
berg
גַּ֝בְנֻנִּ֗ים
(gavnunim)
met vele toppen
הַר
(har)
berg van
בָּשָֽׁן
(bashan)
Basan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

בָּשָׁן (Bashan), Basan: de hoogvlakte ten oosten van de Jordaan, met hoge bergen in het noorden.

Uitleg

גַּבְנֻנִּים (gavnunim), ‘met vele toppen’: een berg met veel toppen of ruggen.

Het woord komt alleen in vers 16–17 voor.

Het kan ook ‘bultig’ betekenen.

17Waarom kijken jullie jaloers, bergen met vele toppen, naar de berg die Elohim begeerde als Zijn woonplaats? Ja, Yahweh zal er wonen voor altijd.
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
תְּֽרַצְּדוּן֮
(teratsedun)
jullie kijken jaloers
הָרִ֪ים
(harim)
bergen
גַּבְנֻ֫נִּ֥ים
(gavnunim)
met vele toppen
הָהָ֗ר
(hahar)
naar de berg
חָמַ֣ד
(chamad)
begeerde
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
לְשִׁבְתּ֑וֹ
(leshivto)
als Zijn woonplaats
אַף
(af)
ja
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
יִשְׁכֹּ֥ן
(yishkon)
hij zal wonen
לָנֶֽצַח
(lanetsach)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּרַצְּדוּן (tetsaddun), ‘jullie kijken jaloers’: het werkwoord komt maar één keer voor.

De betekenis is onzeker; het past bij ‘schuin kijken’ of ‘afgunstig kijken’.

18De wagens van Elohim zijn twintigduizend, duizenden en nog eens duizenden. Mijn Heer is onder hen, Sinaï, in het heiligdom.
רֶ֤כֶב
(rekhev)
wagens van
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
רִבֹּתַ֣יִם
(ribotayim)
twintigduizend
אַלְפֵ֣י
(alfei)
duizenden van
שִׁנְאָ֑ן
(shinan)
en duizenden
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
mijn Heer
בָ֝֗ם
(bam)
onder hen
סִינַ֥י
(sinay)
Sinaï
בַּקֹּֽדֶשׁ
(baqodesh)
in het heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

רִבֹּתַיִם (ribbotayim), ‘twee maal tienduizend’: dat is twintigduizend.

שִׁנְאָן (shin’an) komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.

Wij vertalen ‘en nog eens duizenden’: een ontelbaar leger.

Het slot zegt dat de aanwezigheid van Elohim van de Sinaï nu in het heiligdom is.

U steeg op naar de hoogte

19U steeg op naar de hoogte. U voerde gevangenen weg. U ontving gaven onder de mensen, ja zelfs weerspannigen, zodat Jah, Elohim, kan wonen.
עָ֘לִ֤יתָ
(alita)
U steeg op
לַמָּר֨וֹם
(lamarom)
naar de hoogte
שָׁ֘בִ֤יתָ
(shavita)
U voerde weg
שֶּׁ֗בִי
(shevi)
gevangenen
לָקַ֣חְתָּ
(laqachta)
U ontving
מַ֭תָּנוֹת
(matanot)
gaven
בָּאָדָ֑ם
(baadam)
onder de mens
וְאַ֥ף
(veaf)
ja zelfs
ס֝וֹרְרִ֗ים
(sorerim)
weerspannigen
לִשְׁכֹּ֤ן
(lishkon)
om te wonen
יָ֬הּ
(yah)
Jah
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּאָדָם (ba’adam), ‘onder de mensen’: letterlijk ‘in de mens’.

Ef. 4:8 haalt dit vers aan in een andere vorm.

יָהּ (Yah), ‘Jah’: zie bij vers 5.

20Gezegend is mijn Heer. Dag na dag draagt Hij de last voor ons, de El, onze redding. Sela.
בָּ֤ר֣וּךְ
(barukh)
gezegend
אֲדֹנָי֮
(adonay)
mijn Heer
י֤וֹם
(yom)
dag
י֥וֹם
(yom)
dag
יַֽעֲמָס
(yaamas)
Hij draagt
לָ֗נוּ
(lanu)
voor ons
הָ֘אֵ֤ל
(hael)
de El
יְֽשׁוּעָתֵ֬נוּ
(yeshuatenu)
onze redding
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַעֲמָס (ya’amas), ‘Hij draagt de last’: Elohim draagt dag na dag de last van Zijn volk.

21De El is voor ons een El van reddingen. Bij Yahweh, mijn Heer, horen de uitwegen uit de dood.
הָ֤אֵ֣ל
(hael)
de El
לָנוּ֮
(lanu)
voor ons
אֵ֤ל
(el)
El
לְֽמוֹשָׁ֫ע֥וֹת
(lemoshaot)
van reddingen
וְלֵיהוִ֥ה
(veleYahweh)
en bij Yahweh
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
לַ֝מָּ֗וֶת
(lamavet)
uit de dood
תּוֹצָאֽוֹת
(totsaot)
uitwegen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹצָאוֹת (totsa’ot), ‘uitwegen’: de uitgangen uit de dood.

Yahweh kan een mens uit de dood laten uitgaan.

Elohim verbrijzelt Zijn vijanden

22Maar Elohim verbrijzelt het hoofd van Zijn vijanden, de harige schedel van wie rondgaat in zijn schuld.
אַךְ
(akh)
maar
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
יִמְחַץ֮
(yimchats)
Hij verbrijzelt
רֹ֤אשׁ
(rosh)
hoofd van
אֹ֫יְבָ֥יו
(oyevav)
Zijn vijanden
קָדְקֹ֥ד
(qadeqod)
schedel van
שֵׂעָ֑ר
(sear)
haar
מִ֝תְהַלֵּ֗ךְ
(mithalekh)
wie rondgaat
בַּאֲשָׁמָֽיו
(baashamav)
in zijn schuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׂעָר (se’ar), ‘haar’: een harige schedel is het beeld van een trotse krijger met lang haar.

23Mijn Heer zei: „Uit Basan breng Ik terug, uit de diepten van de zee breng Ik terug,
אָמַ֣ר
(amar)
Hij zei
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
מִבָּשָׁ֣ן
(mibashan)
uit Basan
אָשִׁ֑יב
(ashiv)
Ik breng terug
אָ֝שִׁ֗יב
(ashiv)
Ik breng terug
מִֽמְּצֻל֥וֹת
(mimetsulot)
uit de diepten van
יָֽם
(yam)
zee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Uitleg

Dit zijn de woorden van ‘mijn Heer’ (Adonai), die zelf spreekt.

Wij nemen ze als woorden van Elohim zelf en zetten ze rood.

Het Hebreeuws noemt niet wie Hij terugbrengt. Het kan gaan om het volk uit de verte of om de vijanden die voor het oordeel moeten komen.

24opdat je voet in bloed verbrijzelt, de tong van je honden, van de vijanden, ieder zijn deel.”
לְמַ֤עַן
(lemaan)
opdat
תִּֽמְחַ֥ץ
(timchats)
je verbrijzelt
רַגְלְךָ֗
(raglekha)
je voet
בְּ֫דָ֥ם
(bedam)
in bloed
לְשׁ֥וֹן
(leshon)
tong van
כְּלָבֶ֑יךָ
(kelaveikha)
je honden
מֵאֹיְבִ֥ים
(meoyevim)
van de vijanden
מִנֵּֽהוּ
(minehu)
zijn deel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De uitdrukking ‘ieder zijn deel’ (מִנֵּהוּ, minnehu) is letterlijk ‘zijn deel van hem’.

Lezing

Sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen lezen ‘laat je voet baden in bloed’ in plaats van ‘verbrijzelen’.

Wij volgen de Masoretische tekst.

De optocht in het heiligdom

25Zij hebben Uw optochten gezien, Elohim, de optochten van mijn El, mijn Koning, in het heiligdom.
רָא֣וּ
(rau)
zij hebben gezien
הֲלִיכוֹתֶ֣יךָ
(halikhoteikha)
Uw optochten
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
הֲלִ֘יכ֤וֹת
(halikhot)
optochten van
אֵלִ֖י
(eli)
mijn El
מַלְכִּ֣י
(malki)
mijn Koning
בַקֹּֽדֶשׁ
(baqodesh)
in het heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Voorop gaan de zangers, daarachter de snarenspelers, in het midden jonge vrouwen die de tamboerijn slaan.
קִדְּמ֣וּ
(qidemu)
zij gaan voorop
שָׁ֭רִים
(sharim)
zangers
אַחַ֣ר
(achar)
daarachter
נֹגְנִ֑ים
(nogenim)
snarenspelers
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
in het midden van
עֲ֝לָמ֗וֹת
(alamot)
jonge vrouwen
תּוֹפֵפֽוֹת
(tofefot)
tamboerijn slaand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׂרִים (sharim), ‘zangers’: Met een andere klinker zou hetzelfde woord ‘vorsten’ zijn.

עֲלָמוֹת (alamot), ‘jonge vrouwen’: ongehuwde jonge vrouwen.

תּוֹפֵפוֹת (tofefot), ‘tamboerijn slaand’: de tof is een tamboerijn.

27Zegen Elohim in de vergaderingen, Yahweh, jullie uit de bron van Israël.
בְּֽ֭מַקְהֵלוֹת
(bemaqhelot)
in de vergaderingen
בָּרְכ֣וּ
(barekhu)
zegent
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
מִמְּק֥וֹר
(mimeqor)
uit de bron van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִמְּקוֹר יִשְׂרָאֵל (mimmeqor Yisra’el), ‘uit de bron van Israël’: de afstammelingen van Jakob.

De bron is de stamvader, of de bron van het volk.

28Daar is Benjamin, de jongste, die hen aanvoert. De vorsten van Juda zijn er met hun menigte, de vorsten van Zebulon, de vorsten van Naftali.
שָׁ֤ם
(sham)
daar
בִּנְיָמִ֨ן
(binyamin)
Benjamin
צָעִ֡יר
(tsair)
de jongste
רֹדֵ֗ם
(rodem)
die hen aanvoert
שָׂרֵ֣י
(sarei)
vorsten van
יְ֭הוּדָה
(yehuda)
Juda
רִגְמָתָ֑ם
(rigmatam)
hun menigte
שָׂרֵ֥י
(sarei)
vorsten van
זְ֝בֻל֗וּן
(zevulun)
Zebulon
שָׂרֵ֥י
(sarei)
vorsten van
נַפְתָּלִֽי
(naftali)
Naftali
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִגְמָתָם (rigmatam) komt alleen hier voor.

De betekenis is onzeker; wij vertalen ‘hun menigte’.

Het vers noemt vier stammen. Benjamin heet ‘de jongste’: hij was de jongste zoon van Jakob.

29Jouw Elohim heeft jouw kracht bevolen. Toon kracht, Elohim, U die dit voor ons hebt gedaan.
צִוָּ֥ה
(tsiva)
Hij heeft bevolen
אֱלֹהֶ֗יךָ
(eloheikha)
jouw Elohim
עֻ֫זֶּ֥ךָ
(uzekha)
jouw kracht
עוּזָּ֥ה
(uza)
toon kracht
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
ז֝֗וּ
(zu)
dit
פָּעַ֥לְתָּ
(paalta)
U hebt gedaan
לָּֽנוּ
(lanu)
voor ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De Masoretische tekst heeft צִוָּה (tsivvah), ‘Hij heeft bevolen’.

Sommige oude vertalingen lezen een gebod: ‘Beveel, Elohim, Uw kracht’.

30Vanuit Uw tempel, boven Jeruzalem, brengen koningen U geschenken.
מֵֽ֭הֵיכָלֶךָ
(meheikhalekha)
vanuit Uw tempel
עַל
(al)
boven
יְרוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
לְךָ֤
(lekha)
aan U
יוֹבִ֖ילוּ
(yovilu)
zij brengen
מְלָכִ֣ים
(melakhim)
koningen
שָֽׁי
(shay)
geschenk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

31Bedreig het dier van het riet, de kudde van stieren met de kalveren van de volkeren, wie zich neerwerpt met staven zilver. Hij heeft de volkeren verstrooid die naar oorlogen verlangen.
גְּעַ֨ר
(gear)
bedreig
חַיַּ֪ת
(chayat)
dier van
קָנֶ֡ה
(qane)
riet
עֲדַ֤ת
(adat)
kudde van
אַבִּירִ֨ים
(abirim)
stieren
בְּעֶגְלֵ֬י
(beeglei)
met de kalveren van
עַמִּ֗ים
(amim)
volkeren
מִתְרַפֵּ֥ס
(mitrapes)
wie zich neerwerpt
בְּרַצֵּי
(beratsei)
met staven van
כָ֑סֶף
(kasef)
zilver
בִּזַּ֥ר
(bizar)
Hij heeft verstrooid
עַ֝מִּ֗ים
(amim)
volkeren
קְרָב֥וֹת
(qeravot)
oorlogen
יֶחְפָּֽצוּ
(yechpatsu)
zij verlangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk.

חַיַּת קָנֶה (chayyat qaneh), ‘het dier van het riet’, is een dier uit het riet.

Welk dier bedoeld is, is onzeker.

‘Stieren’ en ‘kalveren van de volkeren’ zijn beelden voor machtige volken en hun leiders.

De bedoeling van ‘staven zilver’ is: tribuut.

32Gezanten komen uit Egypte. Kush laat haastig zijn handen naar Elohim reiken.
יֶאֱתָ֣יוּ
(yeetayu)
zij komen
חַ֭שְׁמַנִּים
(chashmanim)
gezanten
מִנִּ֣י
(mini)
uit
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
כּ֥וּשׁ
(kush)
Kush
תָּרִ֥יץ
(tarits)
laat haasten
יָ֝דָ֗יו
(yadav)
zijn handen
לֵאלֹהִֽים
(lElohim)
naar Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Kush: Kush was het gebied ten zuiden van Egypte, Nubië, het huidige Noord-Soedan.

Uitleg

חַשְׁמַנִּים (chashmannim), ‘gezanten’: het woord komt alleen hier voor.

De betekenis is onzeker; sommigen denken aan ‘vorsten’, anderen aan ‘brons’ of ‘blauwe stof’.

כּוּשׁ (Kush) ligt ten zuiden van Egypte.

Koninkrijken van de aarde, zing voor Elohim

33Koninkrijken van de aarde, zing voor Elohim, bezing mijn Heer. Sela.
מַמְלְכ֣וֹת
(mamlekhot)
koninkrijken van
הָ֭אָרֶץ
(haarets)
de aarde
שִׁ֣ירוּ
(shiru)
zingt
לֵאלֹהִ֑ים
(lElohim)
voor Elohim
זַמְּר֖וּ
(zameru)
bezingt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
mijn Heer
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34Voor Hem die rijdt door de hemel van de hemelen, van oudsher. Zie, Hij laat Zijn stem klinken, een stem van kracht.
לָ֭רֹכֵב
(larokhev)
voor Hem die rijdt
בִּשְׁמֵ֣י
(bishmei)
door de hemel van
שְׁמֵי
(shemei)
de hemelen van
קֶ֑דֶם
(qedem)
oudsher
הֵ֥ן
(hen)
zie
יִתֵּ֥ן
(yiten)
Hij geeft
בְּ֝קוֹלוֹ
(beqolo)
met Zijn stem
ק֣וֹל
(qol)
stem van
עֹֽז
(oz)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁמֵי שְׁמֵי קֶדֶם (shemei shemei qedem), ‘de hemel van de hemelen van oudsher’: de oudste, hoogste hemel.

35Geef kracht aan Elohim. Over Israël is Zijn majesteit, en Zijn kracht is in de wolken.
תְּנ֥וּ
(tenu)
geeft
עֹ֗ז
(oz)
kracht
לֵֽאלֹ֫הִ֥ים
(lElohim)
aan Elohim
עַֽל
(al)
over
יִשְׂרָאֵ֥ל
(yisrael)
Israël
גַּאֲוָת֑וֹ
(gaavato)
Zijn majesteit
וְ֝עֻזּ֗וֹ
(veuzo)
en Zijn kracht
בַּשְּׁחָקִֽים
(bashechaqim)
in de wolken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁחָקִים (shechaqim), ‘wolken’: de hoge luchten waarin het wolkendek hangt.

36Ontzagwekkend bent U, Elohim, vanuit Uw heiligdommen. De El van Israël, Hij geeft het volk kracht en sterkte. Gezegend is Elohim.
נ֤וֹרָ֥א
(nora)
ontzagwekkend
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
מִֽמִּקְדָּ֫שֶׁ֥יךָ
(mimiqdasheikha)
vanuit Uw heiligdommen
אֵ֤ל
(el)
El van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
ה֤וּא
(hu)
Hij
נֹתֵ֨ן
(noten)
geeft
עֹ֖ז
(oz)
kracht
וְתַעֲצֻמ֥וֹת
(vetaatsumot)
en sterkte
לָעָ֗ם
(laam)
aan het volk
בָּר֥וּךְ
(barukh)
gezegend
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִקְדָּשֶׁיךָ (miqdashekha), ‘Uw heiligdommen’: het meervoud kan wijzen op het heiligdom in al zijn delen.