Elohim Bijbel

Psalmen 50

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim roept Zijn volk voor het gericht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Elohim roept de aarde

1Een psalm van Asaf. El, Elohim, Yahweh heeft gesproken en de aarde geroepen, van de opgang van de zon tot haar ondergang.
מִזְמ֗וֹר
(mizmor)
psalm
לְאָ֫סָ֥ף
(leasaf)
van Asaf
אֵ֤ל
(el)
El
אֱֽלֹהִ֡ים
(Elohim)
Elohim
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
דִּבֶּ֥ר
(diber)
heeft gesproken
וַיִּקְרָא
(vayiqra)
en heeft geroepen
אָ֑רֶץ
(arets)
de aarde
מִמִּזְרַח
(mimizrach)
van de opgang van
שֶׁ֝֗מֶשׁ
(shemesh)
zon
עַד
(ad)
tot
מְבֹאֽוֹ
(mevoo)
haar ondergang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵל אֱלֹהִים יְהוָה (El Elohim Yahweh): drie namen naast elkaar.

Wij laten ze alle drie staan.

לְאָסָף (leAsaf), ‘van Asaf’: het voorzetsel לְ (le) kan ‘van’, ‘voor’ of ‘door’ betekenen; wij vertalen ‘van’. Het opschrift is hier geen apart vers; de Hebreeuwse en de Nederlandse telling lopen gelijk.

2Uit Sion, het toppunt van schoonheid, is Elohim verschenen.
מִצִּיּ֥וֹן
(mitsiyon)
uit Sion
מִכְלַל
(mikhlal)
toppunt van
יֹ֗פִי
(yofi)
schoonheid
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
הוֹפִֽיעַ
(hofia)
is verschenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sion is hier de berg van de tempel in Jeruzalem, de tempelberg in de oude stad, in het huidige Israël.

3Onze Elohim komt en zwijgt niet. Voor Zijn aangezicht verteert vuur, en rondom Hem stormt het zeer hevig.
יָ֤בֹ֥א
(yavo)
komt
אֱלֹהֵ֗ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
וְֽאַל
(veal)
en niet
יֶ֫חֱרַ֥שׁ
(yecherash)
zwijgt
אֵשׁ
(esh)
vuur
לְפָנָ֥יו
(lefanav)
voor Zijn aangezicht
תֹּאכֵ֑ל
(tokhel)
verteert
וּ֝סְבִיבָ֗יו
(usevivav)
en rondom Hem
נִשְׂעֲרָ֥ה
(nisara)
stormt het
מְאֹֽד
(meod)
zeer hevig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְאַל־יֶחֱרַשׁ (ve’al yecherash), ‘en Hij zwijgt niet’: het kan ook een wens zijn, ‘laat Hij niet zwijgen’.

Vuur en storm gaan Elohim voor, zoals bij de Sinaï (Exod. 19:16–18).

4Hij roept de hemel van boven en de aarde om Zijn volk te richten:
יִקְרָ֣א
(yiqra)
Hij roept
אֶל
(el)
naar
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
מֵעָ֑ל
(meal)
van boven
וְאֶל
(veel)
en naar
הָ֝אָ֗רֶץ
(haarets)
de aarde
לָדִ֥ין
(ladin)
om te richten
עַמּֽוֹ
(amo)
Zijn volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Verzamel Mijn getrouwen

5„Verzamel voor Mij Mijn getrouwen, die Mijn verbond hebben gesloten bij een slachtoffer.”
אִסְפוּ
(isfu)
verzamel
לִ֥י
(li)
voor Mij
חֲסִידָ֑י
(chasiday)
Mijn getrouwen
כֹּרְתֵ֖י
(koretei)
die sloten
בְרִיתִ֣י
(beriti)
Mijn verbond
עֲלֵי
(alei)
bij
זָֽבַח
(zavach)
een slachtoffer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 5 nemen wij als woorden van Elohim zelf.

In vers 6 spreekt de dichter; in vers 7–15 en 16–23 spreekt Elohim opnieuw.

כֹּרְתֵי בְרִיתִי (kortei veriti), letterlijk ‘die Mijn verbond sneden’: zo zegt het Hebreeuws ‘een verbond sluiten’. Een slachtoffer hoort bij het sluiten van het verbond; zie Exod. 24:5–8.

6De hemel maakt Zijn gerechtigheid bekend, want Elohim Zelf is rechter. Sela.
וַיַּגִּ֣ידוּ
(vayagidu)
en maakt bekend
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
de hemel
צִדְק֑וֹ
(tsidqo)
Zijn gerechtigheid
כִּֽי
(ki)
want
אֱלֹהִ֓ים
(Elohim)
Elohim
שֹׁפֵ֖ט
(shofet)
rechter
ה֣וּא
(hu)
Zelf
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Geen slachtoffers, maar dank

7„Luister, Mijn volk, en laat Mij spreken. Israël, laat Mij tegen je getuigen: Ik ben Elohim, jouw Elohim.
שִׁמְעָ֤ה
(shima)
luister
עַמִּ֨י
(ami)
Mijn volk
וַאֲדַבֵּ֗רָה
(vaadabera)
en laat Mij spreken
יִ֭שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
וְאָעִ֣ידָה
(veaida)
en laat Mij getuigen
בָּ֑ךְ
(bakh)
tegen jou
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
אֱלֹהֶ֣יךָ
(eloheikha)
jouw Elohim
אָנֹֽכִי
(anokhi)
Ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Niet om je slachtoffers wijs Ik je terecht, en je brandoffers zijn voortdurend voor Mij.
לֹ֣א
(lo)
niet
עַל
(al)
om
זְ֭בָחֶיךָ
(zevacheikha)
je slachtoffers
אוֹכִיחֶ֑ךָ
(okhichekha)
wijs Ik je terecht
וְעוֹלֹתֶ֖יךָ
(veoloteikha)
en je brandoffers
לְנֶגְדִּ֣י
(lenegdi)
voor Mij
תָמִֽיד
(tamid)
voortdurend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elohim zegt dat Hij hen niet terechtwijst om het ontbreken van slachtoffers; hun brandoffers worden steeds gebracht.

9Ik neem geen stier uit je huis, geen bokken uit je kooien.
לֹא
(lo)
niet
אֶקַּ֣ח
(eqach)
neem Ik
מִבֵּיתְךָ֣
(mibeitekha)
uit je huis
פָ֑ר
(par)
stier
מִ֝מִּכְלְאֹתֶ֗יךָ
(mimikhleoteikha)
uit je kooien
עַתּוּדִֽים
(atudim)
bokken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Want van Mij is al het wild van het woud, de dieren op duizend bergen.
כִּי
(ki)
want
לִ֥י
(li)
van Mij
כָל
(kal)
al
חַיְתוֹ
(chayto)
het wild van
יָ֑עַר
(yaar)
het woud
בְּ֝הֵמ֗וֹת
(behemot)
de dieren
בְּהַרְרֵי
(beharrei)
op de bergen van
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Ik ken alle vogels van de bergen, en wat zich roert op het veld, is bij Mij.
יָ֭דַעְתִּי
(yadati)
Ik ken
כָּל
(kal)
alle
ע֣וֹף
(of)
vogels van
הָרִ֑ים
(harim)
de bergen
וְזִ֥יז
(veziz)
en wat zich roert
שָׂ֝דַ֗י
(saday)
op het veld
עִמָּדִֽי
(imadi)
bij Mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זִיז שָׂדַי (ziz sadai), ‘wat zich roert op het veld’: het woord ziz is zeldzaam; de betekenis (kleine of kruipende dieren) is onzeker.

12Als Ik honger had, zou Ik het je niet zeggen, want van Mij is de wereld en haar volheid.
אִם
(im)
als
אֶ֭רְעַב
(erav)
Ik honger had
לֹא
(lo)
niet
אֹ֣מַר
(omar)
zou Ik zeggen
לָ֑ךְ
(lakh)
tegen jou
כִּי
(ki)
want
לִ֥י
(li)
van Mij
תֵ֝בֵ֗ל
(tevel)
de wereld
וּמְלֹאָֽהּ
(umeloah)
en haar volheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Eet Ik het vlees van sterke stieren, of drink Ik het bloed van bokken?
הַֽ֭אוֹכַל
(haokhal)
eet Ik
בְּשַׂ֣ר
(besar)
vlees van
אַבִּירִ֑ים
(abirim)
sterke stieren
וְדַ֖ם
(vedam)
en bloed van
עַתּוּדִ֣ים
(atudim)
bokken
אֶשְׁתֶּֽה
(eshte)
drink Ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַבִּירִים (abbirim), ‘sterke stieren’: letterlijk ‘machtigen’; het woord wordt gebruikt voor krachtige stieren.

14Offer aan Elohim dank en betaal de Allerhoogste je geloften.
זְבַ֣ח
(zevach)
offer
לֵאלֹהִ֣ים
(lElohim)
aan Elohim
תּוֹדָ֑ה
(toda)
dank
וְשַׁלֵּ֖ם
(veshalem)
en betaal
לְעֶלְי֣וֹן
(leelyon)
aan de Allerhoogste
נְדָרֶֽיךָ
(nedareikha)
je geloften
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam of titel van Elohim, de Hoogste boven alles.

תּוֹדָה (todah), ‘dank’: het woord kan ook het dankoffer zijn (Lev. 7:12). Wij vertalen ‘offer dank’.

15Roep Mij aan op de dag van nood. Ik zal je bevrijden, en je zult Mij eren.”
וּ֭קְרָאֵנִי
(uqeraeni)
en roep Mij aan
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
צָרָ֑ה
(tsara)
nood
אֲ֝חַלֶּצְךָ֗
(achaletskha)
Ik zal je bevrijden
וּֽתְכַבְּדֵֽנִי
(utekhabedeni)
en je zult Mij eren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Tegen de goddeloze

16Maar tegen de goddeloze zegt Elohim: „Wat heb jij Mijn voorschriften op te sommen, en Mijn verbond in je mond te nemen?
וְלָ֤רָשָׁ֨ע
(velarasha)
maar tegen de goddeloze
אָ֘מַ֤ר
(amar)
zegt
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
מַה
(ma)
wat
לְּ֭ךָ
(lekha)
is voor jou
לְסַפֵּ֣ר
(lesaper)
om op te sommen
חֻקָּ֑י
(chuqay)
Mijn voorschriften
וַתִּשָּׂ֖א
(vatisa)
en je neemt
בְרִיתִ֣י
(beriti)
Mijn verbond
עֲלֵי
(alei)
op
פִֽיךָ
(pikha)
je mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De inleiding is van de dichter.

Daarna spreekt Elohim tegen de goddeloze, tot en met vers 23.

חֻקַּי (chuqqai), ‘Mijn voorschriften’: de bepalingen van het verbond.

17Jij haat tucht en werpt Mijn woorden achter je.
וְ֭אַתָּה
(veata)
en jij
שָׂנֵ֣אתָ
(saneta)
haat
מוּסָ֑ר
(musar)
tucht
וַתַּשְׁלֵ֖ךְ
(vatashlekh)
en werpt
דְּבָרַ֣י
(devaray)
Mijn woorden
אַחֲרֶֽיךָ
(achareikha)
achter je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Als je een dief ziet, loop je met hem mee, en je deel is bij overspelers.
אִם
(im)
als
רָאִ֣יתָ
(raita)
je ziet
גַ֭נָּב
(ganav)
een dief
וַתִּ֣רֶץ
(vatirets)
dan loop je
עִמּ֑וֹ
(imo)
met hem
וְעִ֖ם
(veim)
en met
מְנָאֲפִ֣ים
(menaafim)
overspelers
חֶלְקֶֽךָ
(chelqekha)
je deel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Je mond laat je los op het kwaad, en je tong spant bedrog aaneen.
פִּ֭יךָ
(pikha)
je mond
שָׁלַ֣חְתָּ
(shalachta)
laat je los
בְרָעָ֑ה
(beraa)
op het kwaad
וּ֝לְשׁוֹנְךָ֗
(uleshonekha)
en je tong
תַּצְמִ֥יד
(tatsmid)
spant aaneen
מִרְמָֽה
(mirma)
bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Je zit en spreekt tegen je broer; tegen de zoon van je moeder leg je een smet.
תֵּ֭שֵׁב
(teshev)
je zit
בְּאָחִ֣יךָ
(beachikha)
tegen je broer
תְדַבֵּ֑ר
(tedaber)
je spreekt
בְּבֶֽן
(beven)
tegen de zoon van
אִ֝מְּךָ֗
(imekha)
je moeder
תִּתֶּן
(titen)
je legt
דֹּֽפִי
(dofi)
een smet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֹּפִי (dofi), ‘smet’: een zeldzaam woord; de betekenis (smet, smaad) is onzeker.

21Dit heb je gedaan, en Ik zweeg. Je dacht dat Ik werkelijk net als jij was. Ik zal je terechtwijzen en het je onder ogen brengen.
אֵ֤לֶּה
(ele)
dit
עָשִׂ֨יתָ
(asita)
je hebt gedaan
וְֽהֶחֱרַ֗שְׁתִּי
(vehecherashti)
en Ik zweeg
דִּמִּ֗יתָ
(dimita)
je dacht
הֱֽיוֹת
(heyot)
dat
אֶֽהְיֶ֥ה
(ehye)
Ik werkelijk ben
כָמ֑וֹךָ
(kamokha)
zoals jij
אוֹכִיחֲךָ֖
(okhichakha)
Ik zal je terechtwijzen
וְאֶֽעֶרְכָ֣ה
(veeerkha)
en Ik zal het ordenen
לְעֵינֶֽיךָ
(leeineikha)
voor je ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָיוֹת אֶהְיֶה (hayot ehyeh), ‘Ik ben werkelijk’: de dubbele vorm legt nadruk.

Elohim zegt: je dacht dat Ik echt net zo ben als jij.

22Begrijp dit toch, jullie die Eloah vergeten. Anders verscheur Ik, en er is niemand die bevrijdt.
בִּֽינוּ
(binu)
begrijp
נָ֣א
(na)
toch
זֹ֭את
(zot)
dit
שֹׁכְחֵ֣י
(shokhechei)
jullie die vergeten
אֱל֑וֹהַּ
(eloha)
Eloah
פֶּן
(pen)
anders
אֶ֝טְרֹ֗ף
(etrof)
verscheur Ik
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is niet
מַצִּֽיל
(matsil)
een bevrijder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלוֹהַּ (Eloah), ‘Eloah’: een vorm van de naam Elohim in het enkelvoud, zoals in Job.

23Wie dank offert, eert Mij. En wie zijn weg bereidt, hem zal Ik het heil van Elohim laten zien.”
זֹבֵ֥חַ
(zoveach)
wie offert
תּוֹדָ֗ה
(toda)
dank
יְֽכַ֫בְּדָ֥נְנִי
(yekhabedaneni)
eert Mij
וְשָׂ֥ם
(vesam)
en wie bereidt
דֶּ֑רֶךְ
(derekh)
weg
אַ֝רְאֶ֗נּוּ
(arenu)
Ik zal hem laten zien
בְּיֵ֣שַׁע
(beyesha)
het heil van
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘het heil van Elohim’: Elohim spreekt hier over Zichzelf in de derde persoon.

Lezing

וְשָׂם דֶּרֶךְ (vesam derech), ‘en wie de weg bereidt’: de Masoretische tekst is hier moeilijk.

Sommige oude vertalingen lijken iets anders te lezen (‘en daar is de weg’).

Wij volgen de Masoretische tekst; de betekenis is onzeker.