Elohim Bijbel

Hebreeën 6

12345678910111213

Voortgaan naar de volmaaktheid, een waarschuwing, en de belofte met een eed als anker van de hoop

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Voortgaan naar de volmaaktheid

1Laten wij daarom het woord van het begin van de Messias achterlaten en voortgedragen worden naar de volmaaktheid. Laten wij niet opnieuw een fundament leggen van bekering van dode werken en van geloof in Elohim,
Διὸ
(Dio)
daarom
ἀφέντες
(aphentes)
achtergelaten hebbend
τὸν
(ton)
het
τῆς
(tes)
van het
ἀρχῆς
(arches)
begin
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
λόγον
(logon)
woord
ἐπὶ
(epi)
naar
τὴν
(ten)
de
τελειότητα
(teleioteta)
volmaaktheid
φερώμεθα
(pherometha)
laten wij voortgedragen worden
μὴ
(me)
niet
πάλιν
(palin)
opnieuw
θεμέλιον
(themelion)
fundament
καταβαλλόμενοι
(kataballomenoi)
leggend
μετανοίας
(metanoias)
van bekering
ἀπὸ
(apo)
van
νεκρῶν
(nekron)
dode
ἔργων
(ergon)
werken
καὶ
(kai)
en
πίστεως
(pisteos)
van geloof
ἐπὶ
(epi)
in
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft één zin met deelwoorden; wij splitsen haar en maken van ‘zonder opnieuw een fundament te leggen’ een eigen zin met ‘Laten wij niet’. ἀφίημι (afiemi), ‘achterlaten’.

‘Het woord van het begin van de Messias’ (τὸν τῆς ἀρχῆς τοῦ Χριστοῦ λόγον): de eerste onderwijzing over de Messias; de zaken die in de verzen 1–2 volgen, horen daarbij. τελειότης (teleiotes), ‘volmaaktheid’: zie 5:14, ‘volmaakten’. φερώμεθα (ferometha) is lijdend of middelvorm: ‘laten wij gedragen worden, laten wij voortgaan’. θεμέλιον (themelion), ‘fundament’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken.

‘Dode werken’ komt ook voor in 9:14.

De zin loopt door in vers 2.

Zie ook Hebr. 9:14.

2van de leer over wassingen, over oplegging van handen, over opstanding van doden en over eeuwig oordeel.
βαπτισμῶν
(baptismon)
van wassingen
διδαχὴν
(didachen)
leer
ἐπιθέσεώς
(epitheseos)
van oplegging
τε
(te)
en
χειρῶν
(cheiron)
van handen
ἀναστάσεώς
(anastaseos)
van opstanding
τε
(te)
en
νεκρῶν
(nekron)
van doden
καὶ
(kai)
en
κρίματος
(krimatos)
van oordeel
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαπτισμός (baptismos), ‘wassing, onderdompeling’: zoals in 9:10 en Mark. 7:4; het meervoud kan ook de doop omvatten. ἐπίθεσις χειρῶν (epithesis cheiron), ‘oplegging van handen’: zoals in Hand. 8:17 en 19:6. ἀνάστασις νεκρῶν (anastasis nekron), ‘opstanding van doden’. κρῖμα (krima), ‘oordeel’.

Het zijn zes onderwerpen van de eerste onderwijzing.

Zie ook Hand. 8:17; Hand. 17:31.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘leer’ (διδαχήν) en bij ‘en’ (τε).

Wij volgen de SBLGNT.

3En dit zullen wij doen, als Elohim het toestaat.
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dit
ποιήσομεν
(poiesomen)
zullen wij doen
ἐάνπερ
(eanper)
als tenminste
ἐπιτρέπῃ
(epitrepe)
toestaat
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτρέπω (epitrepo), ‘toestaan’: vergelijk Jak. 4:15, ‘als de Heer wil’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘zullen wij doen’ (ποιήσομεν) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJak 4:15

Onmogelijk om opnieuw te vernieuwen

4Want het is onmogelijk om hen die eenmaal verlicht zijn, die de hemelse gave gesmaakt hebben en deelhebbers van de Heilige Geest geworden zijn,
Ἀδύνατον
(Adynaton)
onmogelijk
γὰρ
(gar)
want
τοὺς
(tous)
hen die
ἅπαξ
(hapax)
eenmaal
φωτισθέντας
(photisthentas)
verlicht zijn
γευσαμένους
(geusamenous)
gesmaakt hebben
τε
(te)
en
τῆς
(tes)
de
δωρεᾶς
(doreas)
gave
τῆς
(tes)
de
ἐπουρανίου
(epouraniou)
hemelse
καὶ
(kai)
en
μετόχους
(metochous)
deelhebbers
γενηθέντας
(genethentas)
geworden zijn
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is een van de moeilijkste passages van de brief; wij vertalen zo letterlijk mogelijk.

De verzen 4–6 vormen één Griekse zin. ἀδύνατον (adynaton), ‘onmogelijk’: het Grieks zegt niet wie of wat het onmogelijk maakt. ἅπαξ (hapax), ‘eenmaal’: zoals ἐφάπαξ, ‘eens voor altijd’, in 7:27. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’. γεύομαι (geuomai), ‘smaken, ervaren’: zoals in 2:9. δωρεά (dorea), ‘gave’; ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’. μέτοχοι (metochoi), ‘deelhebbers’: zoals in 3:1 en 3:14.

5en die het goede woord van Elohim en de krachten van de komende eeuw gesmaakt hebben,
καὶ
(kai)
en
καλὸν
(kalon)
goede
γευσαμένους
(geusamenous)
gesmaakt hebbend
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ῥῆμα
(rhema)
woord
δυνάμεις
(dynameis)
krachten
τε
(te)
en
μέλλοντος
(mellontos)
van de komende
αἰῶνος
(aionos)
eeuw
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥῆμα (rema), ‘woord’: het gesproken woord, zoals in 1:3. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. μέλλων αἰών (mellon aion), ‘de komende eeuw’: de tijd die nog moet komen; vergelijk 2:5, ‘de komende bewoonde wereld’.

6en die zijn afgevallen, opnieuw tot bekering te vernieuwen, terwijl zij voor zichzelf de Zoon van Elohim opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.
καὶ
(kai)
en
παραπεσόντας
(parapesontas)
afgevallen zijn
πάλιν
(palin)
weer
ἀνακαινίζειν
(anakainizein)
te vernieuwen
εἰς
(eis)
tot
μετάνοιαν
(metanoian)
bekering
ἀνασταυροῦντας
(anastaurountas)
opnieuw kruisigend
ἑαυτοῖς
(heautois)
voor zichzelf
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
παραδειγματίζοντας
(paradeigmatizontas)
openlijk te schande makend
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραπίπτω (parapipto), ‘afvallen’: letterlijk ‘ernaast vallen, wegvallen’. ἀνακαινίζω (anakainizo), ‘vernieuwen’. ἀνασταυρόω (anastauroo), ‘kruisigen’: het voorvoegsel ἀνα- kan ‘opnieuw’ of ‘omhoog’ betekenen; wij vertalen ‘opnieuw kruisigen’. παραδειγματίζω (paradeigmatizo), ‘openlijk te schande maken, tot een voorbeeld stellen’.

De deelwoorden ‘kruisigen’ en ‘te schande maken’ staan in de tegenwoordige tijd en kunnen als reden (‘omdat’) of als tijdsbepaling (‘zolang’) gelezen worden; wij vertalen ‘terwijl’.

Vers 9 laat zien dat de schrijver van de lezers betere dingen verwacht.

Zie ook Hebr. 10:26–31.

7Want land dat de regen drinkt die telkens op haar valt, en nuttig gewas voortbrengt voor hen om wie het ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van Elohim.
γῆ
(ge)
land
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
dat
πιοῦσα
(piousa)
drinkt
τὸν
(ton)
de
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῆς
(autes)
haar
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komende
πολλάκις
(pollakis)
telkens
ὑετόν
(hyeton)
regen
καὶ
(kai)
en
τίκτουσα
(tiktousa)
voortbrengt
βοτάνην
(botanen)
gewas
εὔθετον
(eutheton)
nuttig
ἐκείνοις
(ekeinois)
voor die
δι’
(di’)
om
οὓς
(hous)
wie
καὶ
(kai)
ook
γεωργεῖται
(georgeitai)
wordt bewerkt
μεταλαμβάνει
(metalambanei)
ontvangt
εὐλογίας
(eulogias)
zegen
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Een beeld uit de landbouw. γῆ (ge), ‘land, grond’. ὑετός (hyetos), ‘regen’. βοτάνη (botane), ‘gewas’; εὔθετος (euthetos), ‘nuttig, geschikt’. γεωργέω (georgeo), ‘bewerken’. μεταλαμβάνω (metalambano), ‘deelhebben aan, ontvangen’. εὐλογία (eulogia), ‘zegen’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘komende … telkens’ (ἐρχόμενον πολλάκις) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

8Maar als het doornen en distels voortbrengt, is het onbruikbaar en dicht bij een vloek. Het einde ervan is verbranding.
ἐκφέρουσα
(ekpherousa)
voortbrengend
δὲ
(de)
maar
ἀκάνθας
(akanthas)
doornen
καὶ
(kai)
en
τριβόλους
(tribolous)
distels
ἀδόκιμος
(adokimos)
onbruikbaar
καὶ
(kai)
en
κατάρας
(kataras)
van een vloek
ἐγγύς
(engys)
dichtbij
ἧς
(hes)
waarvan
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
εἰς
(eis)
tot
καῦσιν
(kausin)
verbranding
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄκανθα (akantha), ‘doorn’; τρίβολος (tribolos), ‘distel’: vergelijk Gen. 3:18, ‘Doorns en distels’. ἀδόκιμος (adokimos), ‘onbruikbaar, afgekeurd’: wat de toets niet doorstaan heeft. κατάρα (katara), ‘vloek’: vergelijk Gen. 3:17. καῦσις (kausis), ‘verbranding’.

Zie ook Gen. 3:17–18.

Overtuigd van betere dingen

9Maar wij zijn overtuigd van betere dingen over jullie, geliefden, dingen die bij redding horen, ook al spreken wij zo.
Πεπείσμεθα
(Pepeismetha)
overtuigd zijn wij
δὲ
(de)
maar
περὶ
(peri)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
τὰ
(ta)
de
κρείσσονα
(kreissona)
betere dingen
καὶ
(kai)
en
ἐχόμενα
(echomena)
behorend bij
σωτηρίας
(soterias)
redding
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
οὕτως
(houtos)
zo
λαλοῦμεν
(laloumen)
spreken wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

πείθω (peitho), ‘overtuigen’: πεπείσμεθα is een voltooide tijd, ‘wij zijn overtuigd’. ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’: de enige keer dat de brief zo aanspreekt. κρείσσων (kreisson), ‘beter’: zoals in 1:4. ἐχόμενα σωτηρίας (echomena soterias), letterlijk ‘wat aan redding vasthoudt’: dingen die bij de redding horen.

10Want Elohim is niet onrechtvaardig om jullie werk te vergeten, en de liefde die jullie voor Zijn naam getoond hebben. Jullie hebben de heiligen gediend en dienen nog.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἄδικος
(adikos)
onrechtvaardig
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐπιλαθέσθαι
(epilathesthai)
te vergeten
τοῦ
(tou)
het
ἔργου
(ergou)
werk
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
de
ἀγάπης
(agapes)
liefde
ἧς
(hes)
die
ἐνεδείξασθε
(enedeixasthe)
getoond hebben
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
διακονήσαντες
(diakonesantes)
gediend hebbend
τοῖς
(tois)
aan de
ἁγίοις
(hagiois)
heiligen
καὶ
(kai)
en
διακονοῦντες
(diakonountes)
dienend
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft één zin; wij splitsen haar en beginnen een nieuwe zin bij ‘Jullie hebben … gediend’ (διακονήσαντες … καὶ διακονοῦντες). ἄδικος (adikos), ‘onrechtvaardig’. ἐπιλανθάνομαι (epilanthanomai), ‘vergeten’. ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen’. διακονέω (diakoneo), ‘dienen’. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de gelovigen.

‘Voor Zijn naam’: ter wille van Elohim.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘en’ (καί) voor ‘de liefde’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

11Wij verlangen er echter naar dat ieder van jullie tot het einde dezelfde ijver toont voor de volle zekerheid van de hoop,
ἐπιθυμοῦμεν
(epithymoumen)
wij verlangen
δὲ
(de)
maar
ἕκαστον
(hekaston)
ieder
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
τὴν
(ten)
de
αὐτὴν
(auten)
zelfde
ἐνδείκνυσθαι
(endeiknysthai)
te tonen
σπουδὴν
(spouden)
ijver
πρὸς
(pros)
tot
τὴν
(ten)
de
πληροφορίαν
(plerophorian)
volle zekerheid
τῆς
(tes)
van de
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
ἄχρι
(achri)
tot
τέλους
(telous)
einde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘verlangen’. σπουδή (spoude), ‘ijver’. πληροφορία (pleroforia), ‘volle zekerheid’: het volledig gevuld zijn met vertrouwen.

De zin vervolgt met ‘tot het einde’ (ἄχρι τέλους).

12opdat jullie niet traag worden, maar navolgers van hen die door geloof en geduld de beloften erven.
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
νωθροὶ
(nothroi)
traag
γένησθε
(genesthe)
jullie worden
μιμηταὶ
(mimetai)
navolgers
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
van hen die
διὰ
(dia)
door
πίστεως
(pisteos)
geloof
καὶ
(kai)
en
μακροθυμίας
(makrothymias)
geduld
κληρονομούντων
(kleronomounton)
erven
τὰς
(tas)
de
ἐπαγγελίας
(epangelias)
beloften
Bron: SBLGNT
Uitleg

νωθροί (nothroi), ‘traag’: zoals in 5:11. μιμητής (mimetes), ‘navolger’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lange adem’. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’.

Zie ook Hebr. 11:8–12.

De belofte en de eed van Elohim

13Want toen Elohim aan Abraham een belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand die groter was kon zweren,
Τῷ
(To)
aan
γὰρ
(gar)
want
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ἐπαγγειλάμενος
(epangeilamenos)
beloofd hebbend
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ἐπεὶ
(epei)
omdat
κατ’
(kat’)
bij
οὐδενὸς
(oudenos)
niemand
εἶχεν
(eichen)
had Hij
μείζονος
(meizonos)
groter
ὀμόσαι
(omosai)
te zweren
ὤμοσεν
(omosen)
zwoer Hij
καθ’
(kath’)
bij
ἑαυτοῦ
(heautou)
Zichzelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’. ὄμνυμι (omnymi), ‘zweren’: Elohim zweert bij Zichzelf, omdat niemand groter is; zie Gen. 22:16, ‘Ik zweer bij Mijzelf, spreekt Yahweh’.

Het zweren is de eed uit Gen. 22; de belofte van het nageslacht staat ook in Gen. 12:2–3.

Zie ook Gen. 22:16; Gen. 12:2.

14en zei: „Waarlijk, rijkelijk zal Ik je zegenen en sterk zal Ik je vermeerderen.”
λέγων
(legon)
zeggend
Εἰ
(Ei)
als
μὴν
(men)
waarlijk
εὐλογῶν
(eulogon)
zegenend
εὐλογήσω
(eulogeso)
zal Ik zegenen
σε
(se)
jou
καὶ
(kai)
en
πληθύνων
(plethynon)
vermeerderend
πληθυνῶ
(plethyno)
zal Ik vermeerderen
σε
(se)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Gen. 22:17.

Ons Hebreeuws heeft: ‘dat Ik je rijkelijk zal zegenen en je nageslacht sterk vermeerderen’; Hebreeën heeft ‘je’ in plaats van ‘je nageslacht’.

De dubbele vorm ‘zegenend zal Ik zegenen’ en ‘vermeerderend zal Ik vermeerderen’ (εὐλογῶν εὐλογήσω, πληθύνων πληθυνῶ) weerspiegelt een Hebreeuwse versterking van het werkwoord: ‘rijkelijk’ en ‘sterk’. εἰ μήν (ei men) is een eedformule, ‘waarlijk’.

Elohim spreekt in de eerste persoon; de woorden staan rood.

Zie ook Gen. 22:16–17.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘Waarlijk’ (Εἰ) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15En zo heeft hij, nadat hij geduld had gehad, de belofte verkregen.
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
μακροθυμήσας
(makrothymesas)
geduld gehad hebbend
ἐπέτυχεν
(epetychen)
verkreeg hij
τῆς
(tes)
de
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακροθυμέω (makrothymeo), ‘geduld hebben’. ἐπιτυγχάνω (epitygchano), ‘verkrijgen, bereiken’.

De brief zegt in 11:13 en 11:39 dat de vaders de beloften niet in vervulling zagen; het Grieks zegt hier niet welk deel van de belofte Abraham verkreeg.

Zie ook Hebr. 11:13.

Zie ookHeb 11:13
16Want mensen zweren bij de grotere, en de eed is voor hen het einde van alle tegenspraak, tot bevestiging.
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
γὰρ
(gar)
want
κατὰ
(kata)
bij
τοῦ
(tou)
de
μείζονος
(meizonos)
grotere
ὀμνύουσιν
(omnyousin)
zweren
καὶ
(kai)
en
πάσης
(pases)
van elke
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἀντιλογίας
(antilogias)
tegenspraak
πέρας
(peras)
einde
εἰς
(eis)
tot
βεβαίωσιν
(bebaiosin)
bevestiging
ὁ
(ho)
de
ὅρκος
(horkos)
eed
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀμνύω (omnyo), ‘zweren’. ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak, geschil’. πέρας (peras), ‘einde’. βεβαίωσις (bebaiosis), ‘bevestiging’. ὅρκος (horkos), ‘eed’.

De eed maakt een einde aan het geschil.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘mensen’ (ἄνθρωποι) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

17Daarom trad Elohim, die de erfgenamen van de belofte des te meer de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde tonen, met een eed tussenbeide,
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
περισσότερον
(perissoteron)
overvloediger
βουλόμενος
(boulomenos)
willend
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐπιδεῖξαι
(epideixai)
te tonen
τοῖς
(tois)
aan de
κληρονόμοις
(kleronomois)
erfgenamen
τῆς
(tes)
van de
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
τὸ
(to)
het
ἀμετάθετον
(ametatheton)
onveranderlijke
τῆς
(tes)
van het
βουλῆς
(boules)
raadsbesluit
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐμεσίτευσεν
(emesiteusen)
trad tussenbeide
ὅρκῳ
(horko)
met een eed
Bron: SBLGNT
Uitleg

περισσότερον (perissoteron), ‘des te meer, overvloediger’. ἀμετάθετον (ametatheton), ‘onveranderlijk’. βουλή (boule), ‘raadsbesluit, plan’. μεσιτεύω (mesiteuo), ‘tussenbeide treden, bemiddelen’: afgeleid van μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’; de eed staat als het ware tussen Elohim en de erfgenamen.

De zin loopt door in vers 18.

Zie ookHeb 6:18
18opdat wij, door twee onveranderlijke zaken waarin het onmogelijk is dat Elohim liegt, een sterke vertroosting hebben, wij die gevlucht zijn om de voorgehouden hoop vast te grijpen.
ἵνα
(hina)
opdat
διὰ
(dia)
door
δύο
(dyo)
twee
πραγμάτων
(pragmaton)
zaken
ἀμεταθέτων
(ametatheton)
onveranderlijke
ἐν
(en)
in
οἷς
(hois)
welke
ἀδύνατον
(adynaton)
onmogelijk
ψεύσασθαι
(pseusasthai)
liegen
θεόν
(theon)
Elohim
ἰσχυρὰν
(ischyran)
sterke
παράκλησιν
(paraklesin)
vertroosting
ἔχωμεν
(echomen)
wij hebben
οἱ
(hoi)
wij die
καταφυγόντες
(kataphygontes)
gevlucht zijn
κρατῆσαι
(kratesai)
vast te grijpen
τῆς
(tes)
de
προκειμένης
(prokeimenes)
voorliggende
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Twee onveranderlijke zaken’: het Grieks noemt ze niet; in de verzen 13–17 komen de belofte en de eed voor. ψεύδομαι (pseudomai), ‘liegen’. παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’: ook ‘aansporing, aanmoediging’. καταφεύγω (katafeugo), ‘vluchten naar een toevlucht’. κρατέω (krateo), ‘vastgrijpen’. πρόκειμαι (prokeimai), ‘voor ons liggen, voorgehouden worden’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘Elohim’ (θεόν) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Het anker van de hoop

19Die hoop hebben wij als een anker van de ziel, zeker en vast, en zij gaat binnen in het binnenste achter de voorhang,
ἣν
(hen)
die
ὡς
(hos)
als
ἄγκυραν
(ankyran)
anker
ἔχομεν
(echomen)
hebben wij
τῆς
(tes)
van de
ψυχῆς
(psyches)
ziel
ἀσφαλῆ
(asphale)
zeker
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
βεβαίαν
(bebaian)
vast
καὶ
(kai)
en
εἰσερχομένην
(eiserchomenen)
binnengaand
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
ἐσώτερον
(esoteron)
binnenste
τοῦ
(tou)
van de
καταπετάσματος
(katapetasmatos)
voorhang
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄγκυρα (agkyra), ‘anker’; ψυχή (psyche), ‘ziel’. ἀσφαλής (asfales), ‘zeker’; βέβαιος (bebaios), ‘vast’. καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: de voorhang die in de tabernakel en de tempel het Heilige der heiligen afsloot.

Het Grieks heeft ‘het binnenste van de voorhang’ (τὸ ἐσώτερον τοῦ καταπετάσματος): de ruimte erachter, waar alleen de hogepriester op de Verzoendag kwam.

Zie ook Lev. 16:2; Lev. 16:12; Exod. 26:31–33.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘zeker’ (ἀσφαλῆ) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

20waar Yeshua als voorloper voor ons is binnengegaan, hogepriester geworden voor eeuwig volgens de orde van Melchisedek.
ὅπου
(hopou)
waar
πρόδρομος
(prodromos)
voorloper
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
is binnengegaan
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
κατὰ
(kata)
naar
τὴν
(ten)
de
τάξιν
(taxin)
orde
Μελχισέδεκ
(Melchisedek)
Melchisedek
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
γενόμενος
(genomenos)
geworden
εἰς
(eis)
voor
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuwigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρόδρομος (prodromos), ‘voorloper’: wie vooruit rent om de weg te openen voor wie volgt; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’.

De woorden ‘hogepriester volgens de orde van Melchisedek’ zijn die van Ps. 110:4 (zie 5:6 en 5:10); hoofdstuk 7 werkt ze uit.

Zie ook Ps. 110:4; Hebr. 5:6.