Hebreeën 6
Voortgaan naar de volmaaktheid, een waarschuwing, en de belofte met een eed als anker van de hoop
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Voortgaan naar de volmaaktheid
Het Grieks heeft één zin met deelwoorden; wij splitsen haar en maken van ‘zonder opnieuw een fundament te leggen’ een eigen zin met ‘Laten wij niet’. ἀφίημι (afiemi), ‘achterlaten’.
‘Het woord van het begin van de Messias’ (τὸν τῆς ἀρχῆς τοῦ Χριστοῦ λόγον): de eerste onderwijzing over de Messias; de zaken die in de verzen 1–2 volgen, horen daarbij. τελειότης (teleiotes), ‘volmaaktheid’: zie 5:14, ‘volmaakten’. φερώμεθα (ferometha) is lijdend of middelvorm: ‘laten wij gedragen worden, laten wij voortgaan’. θεμέλιον (themelion), ‘fundament’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken.
‘Dode werken’ komt ook voor in 9:14.
De zin loopt door in vers 2.
Zie ook Hebr. 9:14.
βαπτισμός (baptismos), ‘wassing, onderdompeling’: zoals in 9:10 en Mark. 7:4; het meervoud kan ook de doop omvatten. ἐπίθεσις χειρῶν (epithesis cheiron), ‘oplegging van handen’: zoals in Hand. 8:17 en 19:6. ἀνάστασις νεκρῶν (anastasis nekron), ‘opstanding van doden’. κρῖμα (krima), ‘oordeel’.
Het zijn zes onderwerpen van de eerste onderwijzing.
Zie ook Hand. 8:17; Hand. 17:31.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘leer’ (διδαχήν) en bij ‘en’ (τε).
Wij volgen de SBLGNT.
ἐπιτρέπω (epitrepo), ‘toestaan’: vergelijk Jak. 4:15, ‘als de Heer wil’.
De SBLGNT markeert bij ‘zullen wij doen’ (ποιήσομεν) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Onmogelijk om opnieuw te vernieuwen
Dit is een van de moeilijkste passages van de brief; wij vertalen zo letterlijk mogelijk.
De verzen 4–6 vormen één Griekse zin. ἀδύνατον (adynaton), ‘onmogelijk’: het Grieks zegt niet wie of wat het onmogelijk maakt. ἅπαξ (hapax), ‘eenmaal’: zoals ἐφάπαξ, ‘eens voor altijd’, in 7:27. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’. γεύομαι (geuomai), ‘smaken, ervaren’: zoals in 2:9. δωρεά (dorea), ‘gave’; ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’. μέτοχοι (metochoi), ‘deelhebbers’: zoals in 3:1 en 3:14.
ῥῆμα (rema), ‘woord’: het gesproken woord, zoals in 1:3. δύναμις (dynamis), ‘kracht’. μέλλων αἰών (mellon aion), ‘de komende eeuw’: de tijd die nog moet komen; vergelijk 2:5, ‘de komende bewoonde wereld’.
παραπίπτω (parapipto), ‘afvallen’: letterlijk ‘ernaast vallen, wegvallen’. ἀνακαινίζω (anakainizo), ‘vernieuwen’. ἀνασταυρόω (anastauroo), ‘kruisigen’: het voorvoegsel ἀνα- kan ‘opnieuw’ of ‘omhoog’ betekenen; wij vertalen ‘opnieuw kruisigen’. παραδειγματίζω (paradeigmatizo), ‘openlijk te schande maken, tot een voorbeeld stellen’.
De deelwoorden ‘kruisigen’ en ‘te schande maken’ staan in de tegenwoordige tijd en kunnen als reden (‘omdat’) of als tijdsbepaling (‘zolang’) gelezen worden; wij vertalen ‘terwijl’.
Vers 9 laat zien dat de schrijver van de lezers betere dingen verwacht.
Zie ook Hebr. 10:26–31.
Een beeld uit de landbouw. γῆ (ge), ‘land, grond’. ὑετός (hyetos), ‘regen’. βοτάνη (botane), ‘gewas’; εὔθετος (euthetos), ‘nuttig, geschikt’. γεωργέω (georgeo), ‘bewerken’. μεταλαμβάνω (metalambano), ‘deelhebben aan, ontvangen’. εὐλογία (eulogia), ‘zegen’.
De SBLGNT markeert bij ‘komende … telkens’ (ἐρχόμενον πολλάκις) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἄκανθα (akantha), ‘doorn’; τρίβολος (tribolos), ‘distel’: vergelijk Gen. 3:18, ‘Doorns en distels’. ἀδόκιμος (adokimos), ‘onbruikbaar, afgekeurd’: wat de toets niet doorstaan heeft. κατάρα (katara), ‘vloek’: vergelijk Gen. 3:17. καῦσις (kausis), ‘verbranding’.
Zie ook Gen. 3:17–18.
Overtuigd van betere dingen
πείθω (peitho), ‘overtuigen’: πεπείσμεθα is een voltooide tijd, ‘wij zijn overtuigd’. ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’: de enige keer dat de brief zo aanspreekt. κρείσσων (kreisson), ‘beter’: zoals in 1:4. ἐχόμενα σωτηρίας (echomena soterias), letterlijk ‘wat aan redding vasthoudt’: dingen die bij de redding horen.
Het Grieks heeft één zin; wij splitsen haar en beginnen een nieuwe zin bij ‘Jullie hebben … gediend’ (διακονήσαντες … καὶ διακονοῦντες). ἄδικος (adikos), ‘onrechtvaardig’. ἐπιλανθάνομαι (epilanthanomai), ‘vergeten’. ἐνδείκνυμι (endeiknymi), ‘tonen’. διακονέω (diakoneo), ‘dienen’. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de gelovigen.
‘Voor Zijn naam’: ter wille van Elohim.
De SBLGNT markeert bij ‘en’ (καί) voor ‘de liefde’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘verlangen’. σπουδή (spoude), ‘ijver’. πληροφορία (pleroforia), ‘volle zekerheid’: het volledig gevuld zijn met vertrouwen.
De zin vervolgt met ‘tot het einde’ (ἄχρι τέλους).
νωθροί (nothroi), ‘traag’: zoals in 5:11. μιμητής (mimetes), ‘navolger’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lange adem’. κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’.
Zie ook Hebr. 11:8–12.
De belofte en de eed van Elohim
ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’. ὄμνυμι (omnymi), ‘zweren’: Elohim zweert bij Zichzelf, omdat niemand groter is; zie Gen. 22:16, ‘Ik zweer bij Mijzelf, spreekt Yahweh’.
Het zweren is de eed uit Gen. 22; de belofte van het nageslacht staat ook in Gen. 12:2–3.
Zie ook Gen. 22:16; Gen. 12:2.
Aanhaling van Gen. 22:17.
Ons Hebreeuws heeft: ‘dat Ik je rijkelijk zal zegenen en je nageslacht sterk vermeerderen’; Hebreeën heeft ‘je’ in plaats van ‘je nageslacht’.
De dubbele vorm ‘zegenend zal Ik zegenen’ en ‘vermeerderend zal Ik vermeerderen’ (εὐλογῶν εὐλογήσω, πληθύνων πληθυνῶ) weerspiegelt een Hebreeuwse versterking van het werkwoord: ‘rijkelijk’ en ‘sterk’. εἰ μήν (ei men) is een eedformule, ‘waarlijk’.
Elohim spreekt in de eerste persoon; de woorden staan rood.
Zie ook Gen. 22:16–17.
De SBLGNT markeert bij ‘Waarlijk’ (Εἰ) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
μακροθυμέω (makrothymeo), ‘geduld hebben’. ἐπιτυγχάνω (epitygchano), ‘verkrijgen, bereiken’.
De brief zegt in 11:13 en 11:39 dat de vaders de beloften niet in vervulling zagen; het Grieks zegt hier niet welk deel van de belofte Abraham verkreeg.
Zie ook Hebr. 11:13.
ὀμνύω (omnyo), ‘zweren’. ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak, geschil’. πέρας (peras), ‘einde’. βεβαίωσις (bebaiosis), ‘bevestiging’. ὅρκος (horkos), ‘eed’.
De eed maakt een einde aan het geschil.
De SBLGNT markeert bij ‘mensen’ (ἄνθρωποι) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
περισσότερον (perissoteron), ‘des te meer, overvloediger’. ἀμετάθετον (ametatheton), ‘onveranderlijk’. βουλή (boule), ‘raadsbesluit, plan’. μεσιτεύω (mesiteuo), ‘tussenbeide treden, bemiddelen’: afgeleid van μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’; de eed staat als het ware tussen Elohim en de erfgenamen.
De zin loopt door in vers 18.
‘Twee onveranderlijke zaken’: het Grieks noemt ze niet; in de verzen 13–17 komen de belofte en de eed voor. ψεύδομαι (pseudomai), ‘liegen’. παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’: ook ‘aansporing, aanmoediging’. καταφεύγω (katafeugo), ‘vluchten naar een toevlucht’. κρατέω (krateo), ‘vastgrijpen’. πρόκειμαι (prokeimai), ‘voor ons liggen, voorgehouden worden’.
De SBLGNT markeert bij ‘Elohim’ (θεόν) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Het anker van de hoop
ἄγκυρα (agkyra), ‘anker’; ψυχή (psyche), ‘ziel’. ἀσφαλής (asfales), ‘zeker’; βέβαιος (bebaios), ‘vast’. καταπέτασμα (katapetasma), ‘voorhang’: de voorhang die in de tabernakel en de tempel het Heilige der heiligen afsloot.
Het Grieks heeft ‘het binnenste van de voorhang’ (τὸ ἐσώτερον τοῦ καταπετάσματος): de ruimte erachter, waar alleen de hogepriester op de Verzoendag kwam.
Zie ook Lev. 16:2; Lev. 16:12; Exod. 26:31–33.
De SBLGNT markeert bij ‘zeker’ (ἀσφαλῆ) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
πρόδρομος (prodromos), ‘voorloper’: wie vooruit rent om de weg te openen voor wie volgt; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’.
De woorden ‘hogepriester volgens de orde van Melchisedek’ zijn die van Ps. 110:4 (zie 5:6 en 5:10); hoofdstuk 7 werkt ze uit.
Zie ook Ps. 110:4; Hebr. 5:6.