Open in de app Alle boeken Psalmen ← 147 149 → Psalmen 148 Heel de schepping prijst Yahweh
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Prijs Yahweh vanuit de hemel 1 Halleluja! Prijs Yahweh vanuit de hemel; prijs Hem in de hoogten.
הַשָּׁמַ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
הַֽ֝לְל֗וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
בַּמְּרוֹמִֽים
(bameromim)
in de hoogten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’.
Jah is een korte vorm van Yahweh.
De psalm roept eerst de hemel op (vers 1–6) en dan de aarde (vers 7–14) om Yahweh te prijzen.
2 Prijs Hem, al Zijn engelen; prijs Hem, al Zijn legers.
הַֽלְל֥וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
מַלְאָכָ֑יו
(malakhav)
Zijn engelen
הַֽ֝לְל֗וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
צְבָאָֽיו
(tsevaav)
Zijn legers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַלְאָךְ (mal’akh), ‘engel’: een bode, een hemels wezen.
צָבָא (tsava), ‘leger’: het hemelse leger, de scharen om Yahweh.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is צבאו (tsiva’o), ‘Zijn leger’ (enkelvoud); de te lezen vorm (qere) is צְבָאָיו (tseva’av), ‘Zijn legers’.
Wij volgen de qere.
3 Prijs Hem, zon en maan; prijs Hem, alle sterren van licht.
הַֽ֭לְלוּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
וְיָרֵ֑חַ
(veyareach)
en maan
הַ֝לְל֗וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
כּ֥וֹכְבֵי
(kokhevei)
sterren van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De zon, maan en sterren zijn hier geen goden.
Zij zijn schepselen die Yahweh prijzen.
4 Prijs Hem, hemelen van de hemelen, en wateren die boven de hemel zijn.
הַֽ֭לְלוּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
שְׁמֵ֣י
(shemei)
hemelen van
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
וְ֝הַמַּ֗יִם
(vehamayim)
en wateren
הַשָּׁמָֽיִם
(hashamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁמֵי הַשָּׁמָיִם (shemei hashamayim), ‘hemelen van de hemelen’: de hoogste hemel.
De ‘wateren boven de hemel’ zijn de wateren boven het uitspansel (Gen. 1:6–7).
5 Laten zij de naam van Yahweh prijzen, want Hij zelf gebood en zij werden geschapen.
יְֽ֭הַֽלְלוּ
(yehallu)
laten zij prijzen
וְנִבְרָֽאוּ
(venivrau)
en zij werden geschapen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Hij zelf gebood en zij werden geschapen’: de schepping komt door Zijn woord.
Zie ook Ps. 33:9.
6 Hij liet hen blijven staan voor altijd en eeuwig. Hij gaf een voorschrift, en het gaat niet voorbij.
וַיַּעֲמִידֵ֣ם
(vayaamidem)
en Hij liet hen staan
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
tot in eeuwigheid
יַעֲבֽוֹר
(yaavor)
gaat het voorbij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֹק (choq), ‘voorschrift’: een vaste regel.
Het werkwoord ‘gaat voorbij’ (יַעֲבוֹר , ya’avor) kan ook ‘overtreden’ betekenen.
Het onderwerp kan dan ‘zij’ zijn: de hemelse wezens houden zich eraan.
Prijs Yahweh vanaf de aarde 7 Prijs Yahweh vanaf de aarde, zeemonsters en alle diepten,
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
תַּ֝נִּינִ֗ים
(taninim)
zeemonsters
תְּהֹמֽוֹת
(tehomot)
diepten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תַּנִּינִים (tanninim), ‘zeemonsters’: grote zeedieren, zoals in Gen. 1:21.
תְּהוֹם (tehom), ‘diepte’.
8 vuur en hagel, sneeuw en rook, stormwind die Zijn woord uitvoert,
וְקִיט֑וֹר
(veqitor)
en rook
דְבָרֽוֹ
(devaro)
Zijn woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קִיטוֹר (qitor), ‘rook’: damp of rook, hier een verschijnsel in de lucht, zoals mist of damp.
9 de bergen en alle heuvels, vruchtbomen en alle ceders,
הֶהָרִ֥ים
(heharim)
de bergen
גְּבָע֑וֹת
(gevaot)
heuvels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 de wilde dieren en al het vee, kruipende dieren en gevleugelde vogels,
הַֽחַיָּ֥ה
(hachaya)
de wilde dieren
רֶ֝֗מֶשׂ
(remes)
kruipende dieren
וְצִפּ֥וֹר
(vetsipor)
en vogels
כָּנָֽף
(kanaf)
met vleugels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חַיָּה (chayyah), ‘wild dier’; רֶמֶשׂ (remes), ‘kruipend dier’.
Alle mensen, jong en oud 11 koningen van de aarde en alle volken, vorsten en alle rechters van de aarde,
מַלְכֵי
(malkhei)
koningen van
שֹׁ֥פְטֵי
(shofetei)
rechters van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 jongemannen en ook jonge vrouwen, ouderen samen met jongens.
בַּחוּרִ֥ים
(bachurim)
jongemannen
בְּתוּל֑וֹת
(betulot)
jonge vrouwen
זְ֝קֵנִ֗ים
(zeqenim)
ouderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּתוּלָה (betulah), ‘jonge vrouw’: een ongehuwde jonge vrouw.
Zijn naam alleen is verheven 13 Laten zij de naam van Yahweh prijzen, want Zijn naam alleen is verheven; Zijn majesteit is boven aarde en hemel.
יְהַלְל֤וּ
(yehallu)
laten zij prijzen
נִשְׂגָּ֣ב
(nisgav)
is verheven
ה֝וֹד֗וֹ
(hodo)
Zijn majesteit
וְשָׁמָֽיִם
(veshamayim)
en hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14 Hij heeft een hoorn verheven voor Zijn volk, een lofzang voor al Zijn getrouwen, voor de zonen van Israël, het volk dat Hem nabij is. Halleluja!
וַיָּ֤רֶם
(vayarem)
en Hij heeft verheven
לְעַמּ֡וֹ
(leamo)
voor Zijn volk
תְּהִלָּ֤ה
(tehila)
lofzang
חֲסִידָ֗יו
(chasidav)
Zijn getrouwen
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
יִ֭שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
קְרֹב֗וֹ
(qerovo)
dat Hem nabij is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: een beeld van kracht en eer.
Yahweh geeft Zijn volk kracht en aanzien.
חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie Yahweh trouw bewijst.