Elohim Bijbel

Psalmen 148

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Heel de schepping prijst Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Prijs Yahweh vanuit de hemel

1Halleluja! Prijs Yahweh vanuit de hemel; prijs Hem in de hoogten.
הַ֥לְלוּ
(hallu)
prijst
יָ֨הּ
(yah)
Jah
הַֽלְל֣וּ
(hallu)
prijst
אֶת
(et)
(obj.)
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מִן
(min)
vanuit
הַשָּׁמַ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
הַֽ֝לְל֗וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
בַּמְּרוֹמִֽים
(bameromim)
in de hoogten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’.

Jah is een korte vorm van Yahweh.

De psalm roept eerst de hemel op (vers 1–6) en dan de aarde (vers 7–14) om Yahweh te prijzen.

2Prijs Hem, al Zijn engelen; prijs Hem, al Zijn legers.
הַֽלְל֥וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
כָל
(kal)
al
מַלְאָכָ֑יו
(malakhav)
Zijn engelen
הַֽ֝לְל֗וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
כָּל
(kal)
al
צְבָאָֽיו
(tsevaav)
Zijn legers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַלְאָךְ (mal’akh), ‘engel’: een bode, een hemels wezen.

צָבָא (tsava), ‘leger’: het hemelse leger, de scharen om Yahweh.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is צבאו (tsiva’o), ‘Zijn leger’ (enkelvoud); de te lezen vorm (qere) is צְבָאָיו (tseva’av), ‘Zijn legers’.

Wij volgen de qere.

3Prijs Hem, zon en maan; prijs Hem, alle sterren van licht.
הַֽ֭לְלוּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
שֶׁ֣מֶשׁ
(shemesh)
zon
וְיָרֵ֑חַ
(veyareach)
en maan
הַ֝לְל֗וּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
כָּל
(kal)
alle
כּ֥וֹכְבֵי
(kokhevei)
sterren van
אֽוֹר
(or)
licht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zon, maan en sterren zijn hier geen goden.

Zij zijn schepselen die Yahweh prijzen.

4Prijs Hem, hemelen van de hemelen, en wateren die boven de hemel zijn.
הַֽ֭לְלוּהוּ
(halluhu)
prijst Hem
שְׁמֵ֣י
(shemei)
hemelen van
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
וְ֝הַמַּ֗יִם
(vehamayim)
en wateren
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
מֵעַ֬ל
(meal)
boven
הַשָּׁמָֽיִם
(hashamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁמֵי הַשָּׁמָיִם (shemei hashamayim), ‘hemelen van de hemelen’: de hoogste hemel.

De ‘wateren boven de hemel’ zijn de wateren boven het uitspansel (Gen. 1:6–7).

5Laten zij de naam van Yahweh prijzen, want Hij zelf gebood en zij werden geschapen.
יְֽ֭הַֽלְלוּ
(yehallu)
laten zij prijzen
אֶת
(et)
(obj.)
שֵׁ֣ם
(shem)
naam van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֤י
(ki)
want
ה֭וּא
(hu)
Hij
צִוָּ֣ה
(tsiva)
gebood
וְנִבְרָֽאוּ
(venivrau)
en zij werden geschapen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Hij zelf gebood en zij werden geschapen’: de schepping komt door Zijn woord.

Zie ook Ps. 33:9.

6Hij liet hen blijven staan voor altijd en eeuwig. Hij gaf een voorschrift, en het gaat niet voorbij.
וַיַּעֲמִידֵ֣ם
(vayaamidem)
en Hij liet hen staan
לָעַ֣ד
(laad)
voor altijd
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
tot in eeuwigheid
חָק
(chaq)
voorschrift
נָ֝תַ֗ן
(natan)
gaf Hij
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יַעֲבֽוֹר
(yaavor)
gaat het voorbij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹק (choq), ‘voorschrift’: een vaste regel.

Het werkwoord ‘gaat voorbij’ (יַעֲבוֹר, ya’avor) kan ook ‘overtreden’ betekenen.

Het onderwerp kan dan ‘zij’ zijn: de hemelse wezens houden zich eraan.

Prijs Yahweh vanaf de aarde

7Prijs Yahweh vanaf de aarde, zeemonsters en alle diepten,
הַֽלְל֣וּ
(hallu)
prijst
אֶת
(et)
(obj.)
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מִן
(min)
vanaf
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
תַּ֝נִּינִ֗ים
(taninim)
zeemonsters
וְכָל
(vekhal)
en alle
תְּהֹמֽוֹת
(tehomot)
diepten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּנִּינִים (tanninim), ‘zeemonsters’: grote zeedieren, zoals in Gen. 1:21.

תְּהוֹם (tehom), ‘diepte’.

8vuur en hagel, sneeuw en rook, stormwind die Zijn woord uitvoert,
אֵ֣שׁ
(esh)
vuur
וּ֭בָרָד
(uvarad)
en hagel
שֶׁ֣לֶג
(sheleg)
sneeuw
וְקִיט֑וֹר
(veqitor)
en rook
ר֥וּחַ
(ruach)
wind van
סְ֝עָרָ֗ה
(seara)
storm
עֹשָׂ֥ה
(osa)
die uitvoert
דְבָרֽוֹ
(devaro)
Zijn woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קִיטוֹר (qitor), ‘rook’: damp of rook, hier een verschijnsel in de lucht, zoals mist of damp.

9de bergen en alle heuvels, vruchtbomen en alle ceders,
הֶהָרִ֥ים
(heharim)
de bergen
וְכָל
(vekhal)
en alle
גְּבָע֑וֹת
(gevaot)
heuvels
עֵ֥ץ
(ets)
boom van
פְּ֝רִ֗י
(peri)
vrucht
וְכָל
(vekhal)
en alle
אֲרָזִֽים
(arazim)
ceders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10de wilde dieren en al het vee, kruipende dieren en gevleugelde vogels,
הַֽחַיָּ֥ה
(hachaya)
de wilde dieren
וְכָל
(vekhal)
en al
בְּהֵמָ֑ה
(behema)
het vee
רֶ֝֗מֶשׂ
(remes)
kruipende dieren
וְצִפּ֥וֹר
(vetsipor)
en vogels
כָּנָֽף
(kanaf)
met vleugels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַיָּה (chayyah), ‘wild dier’; רֶמֶשׂ (remes), ‘kruipend dier’.

Alle mensen, jong en oud

11koningen van de aarde en alle volken, vorsten en alle rechters van de aarde,
מַלְכֵי
(malkhei)
koningen van
אֶ֭רֶץ
(erets)
de aarde
וְכָל
(vekhal)
en alle
לְאֻמִּ֑ים
(leumim)
volken
שָׂ֝רִ֗ים
(sarim)
vorsten
וְכָל
(vekhal)
en alle
שֹׁ֥פְטֵי
(shofetei)
rechters van
אָֽרֶץ
(arets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12jongemannen en ook jonge vrouwen, ouderen samen met jongens.
בַּחוּרִ֥ים
(bachurim)
jongemannen
וְגַם
(vegam)
en ook
בְּתוּל֑וֹת
(betulot)
jonge vrouwen
זְ֝קֵנִ֗ים
(zeqenim)
ouderen
עִם
(im)
samen met
נְעָרִֽים
(nearim)
jongens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּתוּלָה (betulah), ‘jonge vrouw’: een ongehuwde jonge vrouw.

Zijn naam alleen is verheven

13Laten zij de naam van Yahweh prijzen, want Zijn naam alleen is verheven; Zijn majesteit is boven aarde en hemel.
יְהַלְל֤וּ
(yehallu)
laten zij prijzen
אֶת
(et)
(obj.)
שֵׁ֬ם
(shem)
naam van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּֽי
(ki)
want
נִשְׂגָּ֣ב
(nisgav)
is verheven
שְׁמ֣וֹ
(shemo)
Zijn naam
לְבַדּ֑וֹ
(levado)
alleen
ה֝וֹד֗וֹ
(hodo)
Zijn majesteit
עַל
(al)
boven
אֶ֥רֶץ
(erets)
aarde
וְשָׁמָֽיִם
(veshamayim)
en hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Hij heeft een hoorn verheven voor Zijn volk, een lofzang voor al Zijn getrouwen, voor de zonen van Israël, het volk dat Hem nabij is. Halleluja!
וַיָּ֤רֶם
(vayarem)
en Hij heeft verheven
קֶ֨רֶן
(qeren)
hoorn
לְעַמּ֡וֹ
(leamo)
voor Zijn volk
תְּהִלָּ֤ה
(tehila)
lofzang
לְֽכָל
(lekhal)
voor al
חֲסִידָ֗יו
(chasidav)
Zijn getrouwen
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
יִ֭שְׂרָאֵל
(yisrael)
Israël
עַֽם
(am)
volk
קְרֹב֗וֹ
(qerovo)
dat Hem nabij is
הַֽלְלוּ
(hallu)
prijst
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: een beeld van kracht en eer.

Yahweh geeft Zijn volk kracht en aanzien.

חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie Yahweh trouw bewijst.