1 Petrus 4
Leven naar de wil van Elohim; lijden als Christen; het oordeel begint bij het huis van Elohim
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Leven naar de wil van Elohim
ἔννοια (ennoia), ‘gezindheid’: wat iemand zich voorneemt of denkt. ὁπλίζω (hoplizo), ‘wapenen’: zich toerusten met wapens.
‘Wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met zonde’ kan betekenen dat lijden iemand van de zonde losmaakt, of dat wie met de zonde heeft gebroken, daarom lijdt.
Vergelijk Rom. 6:7.
Bij ‘geleden hebbend’ en bij ‘zonde’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Rom. 6:7.
ἐπίλοιπος (epiloipos), ‘overig’; βιόω (bioo), ‘leven’: een woord voor het gewone dagelijkse leven.
βούλημα (boulema), ‘wil’: wat iemand wil of beslist. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’; οἰνοφλυγία (oinoflygia), ‘dronkenschap’; κῶμος (komos), ‘braspartij’: luidruchtig feestgelag; πότος (potos), ‘drinkgelag’; ἀθέμιτος (athemitos), ‘ongeoorloofd’: wat tegen de gewoonte of het recht ingaat; εἰδωλολατρία (eidololatria), ‘afgodendienst’.
Bij ‘want’, ‘tijd’, ‘wil’ en ‘gedaan te hebben’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Gal. 5:19–21.
ἐν ᾧ (en ho), ‘daarom’: letterlijk ‘waarin’. ξενίζω (xenizo), ‘vreemd vinden’: iets als vreemd ervaren. συντρέχω (syntrecho), ‘meelopen’: samen rennen. ἀνάχυσις (anachysis), ‘stroom’: een uitstorting of overstroming. ἀσωτία (asotia), ‘uitspatting’: een leven zonder maat. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’; het Grieks noemt geen voorwerp.
ἀποδίδωμι λόγον (apodidomi logon), ‘rekenschap afleggen’. ἑτοίμως ἔχω (hetoimos echo), ‘gereed staan’.
‘Levenden en doden’: vergelijk Hand. 10:42.
Bij ‘gereed staat om te oordelen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Hand. 10:42; Rom. 14:12.
εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.
Wie ‘de doden’ zijn, zegt het Grieks niet: mensen die nu dood zijn maar de boodschap hoorden toen zij leefden, of andere doden.
Vergelijk 3:19. κρίνω (krino), ‘oordelen’.
Net als in 3:18 staan hier twee datieven tegenover elkaar: σαρκί (sarki), ‘in het vlees’, en πνεύματι (pneumati), ‘in de geest’.
De zin is moeilijk; wij vertalen zo letterlijk mogelijk.
Zie ook 1 Petr. 3:18–19.
Liefde, gastvrijheid en dienst
τέλος (telos), ‘einde’: ook ‘doel’; zie 1:9. ἤγγικεν (engiken), ‘is nabijgekomen’: een voltooide tijd, zoals in Jak. 5:8. σωφρονέω (sofroneo), ‘bezonnen zijn’; νήφω (nepho), ‘nuchter zijn’: zie 1:13.
Bij ‘gericht op’ (εἰς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Jak. 5:8.
ἐκτενής (ektenes), ‘vurig’: met volle inspanning, zoals ἐκτενῶς in 1:22.
De tweede helft is Spr. 10:12.
Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Haat wekt ruzies op, maar liefde bedekt alle overtredingen.’
Het Grieks heeft ‘een menigte zonden’.
‘Bedekken’ wordt hier opgevat als vergeven.
Bij ‘alles’ en bij ‘bedekt’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Spr. 10:12; Jak. 5:20.
χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: wat uit genade is gegeven. οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: iemand die het huishouden van een ander beheert. ποικίλος (poikilos), ‘veelsoortig’: veelkleurig; hetzelfde woord als in 1:6 bij ‘beproevingen’. εἰς ἑαυτούς (eis heautous), ‘onder elkaar’: letterlijk ‘onder jezelf’.
Zie ook Rom. 12:6–8; 1 Kor. 12:4–11.
λόγια θεοῦ (logia theou), ‘woorden van Elohim’. χορηγέω (choregeo), ‘schenken’: voorzien van wat nodig is. κράτος (kratos), ‘macht’.
De lofprijs begint met ᾧ (ho), ‘aan wie’: dat kan teruggaan op Yeshua de Messias of op Elohim.
Wij schrijven ‘Aan Hem’. ἀμήν (amen), ‘amen’: zo is het.
De Griekse zinsdelen ‘als woorden van Elohim’ en ‘uit de kracht …’ hebben geen eigen werkwoord: wij vullen ‘laat het zijn’ aan.
Bij ‘kracht’ (ἧς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Rom. 11:36; Gal. 1:5.
Lijden als Christen
πύρωσις (pyrosis), ‘vuurproef’: een beproeving door vuur; zie 1:7. ξενίζω (xenizo), ‘verbazen’: iets vreemds vinden, zoals in vers 4.
Zie ook 1 Petr. 1:6–7; Jak. 1:2.
κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben aan’. παθήματα (pathemata), ‘lijden’ (meervoud): dezelfde woorden als in 1:11. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’. χαίρω (chairo), ‘zich verblijden’ en ἀγαλλιάομαι (agalliaomai), ‘juichen’.
Zie ook Rom. 8:17; Fil. 3:10; Kol. 1:24.
ὀνειδίζω (oneidizo), ‘beschimpen’; ἐν ὀνόματι Χριστοῦ (en onomati Christou), ‘om de naam van de Messias’.
Het Grieks heeft twee lidwoorden: ‘de (Geest) van de heerlijkheid en de (Geest) van Elohim’; wij lezen één Geest.
Vergelijk Jes. 11:2: ‘De Geest van Yahweh zal op hem rusten.’
Bij ‘rust’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Matt. 5:11–12; Jes. 11:2.
ἀλλοτριεπίσκοπος (allotriepiskopos), ‘bemoeial’: een zeldzaam woord dat in het Nieuwe Testament alleen hier staat; letterlijk iemand die ‘opziener is van wat van een ander is’.
Χριστιανός (Christianos), ‘Christen’: iemand die bij de Messias hoort; zo worden de leerlingen voor het eerst genoemd in Hand. 11:26 en nog in Hand. 26:28.
‘Deze naam’ is die van ‘Christen’.
Bij ‘naam’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Hand. 11:26; Hand. 26:28.
Het oordeel begint bij het huis van Elohim
κρίμα (krima), ‘oordeel’.
‘Het huis van Elohim’ kan de gelovigen zelf aanduiden (vergelijk ‘geestelijk huis’ in 2:5).
Vergelijk Ezech. 9:6: ‘Begin bij Mijn heiligdom’, en Jer. 25:29. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’, zoals in 2:7–8 en 3:1.
Zie ook Ezech. 9:6; Jer. 25:29.
Dit vers lijkt op Spr. 11:31, maar ons Hebreeuws zegt daar iets anders: ‘Zie, de rechtvaardige krijgt zijn vergelding op de aarde.
Hoeveel te meer de goddeloze en de zondaar.’
Het Grieks heeft ‘ternauwernood gered wordt’ (μόλις, molis). ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: zoals in 2 Petr. 2:5.
Zie ook Spr. 11:31; 2 Petr. 2:5.
παρατίθημι (paratithemi), ‘toevertrouwen’: in bewaring geven; hetzelfde werkwoord in Luc. 23:46. κτίστης (ktistes), ‘Schepper’: dit woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. ἀγαθοποιΐα (agathopoiia), ‘goeddoen’: zoals ἀγαθοποιέω in 2:15 en 3:6.
Bij ‘Elohim’ en bij ‘hun’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Luc. 23:46.