Elohim Bijbel

1 Petrus 4

12345

Leven naar de wil van Elohim; lijden als Christen; het oordeel begint bij het huis van Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Leven naar de wil van Elohim

1Omdat de Messias dus in het vlees heeft geleden, wapen ook jullie met dezelfde gezindheid. Want wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met zonde,
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
οὖν
(oun)
dus
παθόντος
(pathontos)
geleden hebbend
σαρκὶ
(sarki)
in het vlees
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τὴν
(ten)
de
αὐτὴν
(auten)
dezelfde
ἔννοιαν
(ennoian)
gezindheid
ὁπλίσασθε
(hoplisasthe)
wapen jullie
ὅτι
(hoti)
omdat
ὁ
(ho)
de
παθὼν
(pathon)
geleden hebbende
σαρκὶ
(sarki)
in het vlees
πέπαυται
(pepautai)
is opgehouden
ἁμαρτίας
(hamartias)
met zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔννοια (ennoia), ‘gezindheid’: wat iemand zich voorneemt of denkt. ὁπλίζω (hoplizo), ‘wapenen’: zich toerusten met wapens.

‘Wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met zonde’ kan betekenen dat lijden iemand van de zonde losmaakt, of dat wie met de zonde heeft gebroken, daarom lijdt.

Vergelijk Rom. 6:7.

Lezing

Bij ‘geleden hebbend’ en bij ‘zonde’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 6:7.

Zie ookRom 6:7
2zodat jullie de overige tijd in het vlees niet meer leven naar menselijke begeerten, maar naar de wil van Elohim.
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
μηκέτι
(meketi)
niet meer
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
begeerten
ἀλλὰ
(alla)
maar
θελήματι
(thelemati)
wil
θεοῦ
(theou)
van Elohim
τὸν
(ton)
de
ἐπίλοιπον
(epiloipon)
overige
ἐν
(en)
in
σαρκὶ
(sarki)
vlees
βιῶσαι
(biosai)
te leven
χρόνον
(chronon)
tijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπίλοιπος (epiloipos), ‘overig’; βιόω (bioo), ‘leven’: een woord voor het gewone dagelijkse leven.

3Want de voorbije tijd is genoeg om de wil van de volken te hebben gedaan: jullie leefden in losbandigheid, begeerten, dronkenschap, braspartijen, drinkgelagen en ongeoorloofde afgodendienst.
ἀρκετὸς
(arketos)
genoeg
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
παρεληλυθὼς
(parelelythos)
voorbije
χρόνος
(chronos)
tijd
τὸ
(to)
de
βούλημα
(boulema)
wil
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
κατειργάσθαι
(kateirgasthai)
gedaan te hebben
πεπορευμένους
(peporeumenous)
levend
ἐν
(en)
in
ἀσελγείαις
(aselgeiais)
losbandigheden
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
begeerten
οἰνοφλυγίαις
(oinophlygiais)
dronkenschappen
κώμοις
(komois)
braspartijen
πότοις
(potois)
drinkgelagen
καὶ
(kai)
en
ἀθεμίτοις
(athemitois)
ongeoorloofde
εἰδωλολατρίαις
(eidololatriais)
afgodendiensten
Bron: SBLGNT
Uitleg

βούλημα (boulema), ‘wil’: wat iemand wil of beslist. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’; οἰνοφλυγία (oinoflygia), ‘dronkenschap’; κῶμος (komos), ‘braspartij’: luidruchtig feestgelag; πότος (potos), ‘drinkgelag’; ἀθέμιτος (athemitos), ‘ongeoorloofd’: wat tegen de gewoonte of het recht ingaat; εἰδωλολατρία (eidololatria), ‘afgodendienst’.

Lezing

Bij ‘want’, ‘tijd’, ‘wil’ en ‘gedaan te hebben’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gal. 5:19–21.

4Daarom vinden zij het vreemd dat jullie niet met hen meelopen in dezelfde stroom van uitspatting, en zij lasteren.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
waarin
ξενίζονται
(xenizontai)
zij vinden het vreemd
μὴ
(me)
niet
συντρεχόντων
(syntrechonton)
meelopend
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
αὐτὴν
(auten)
dezelfde
τῆς
(tes)
van de
ἀσωτίας
(asotias)
uitspatting
ἀνάχυσιν
(anachysin)
stroom
βλασφημοῦντες
(blasphemountes)
lasterend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν ᾧ (en ho), ‘daarom’: letterlijk ‘waarin’. ξενίζω (xenizo), ‘vreemd vinden’: iets als vreemd ervaren. συντρέχω (syntrecho), ‘meelopen’: samen rennen. ἀνάχυσις (anachysis), ‘stroom’: een uitstorting of overstroming. ἀσωτία (asotia), ‘uitspatting’: een leven zonder maat. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’; het Grieks noemt geen voorwerp.

5Zij zullen rekenschap afleggen aan Hem die gereed staat om levenden en doden te oordelen.
οἳ
(hoi)
zij
ἀποδώσουσιν
(apodosousin)
zullen afleggen
λόγον
(logon)
rekenschap
τῷ
(to)
aan Hem
ἑτοίμως
(hetoimos)
gereed
ἔχοντι
(echonti)
die staat
κρῖναι
(krinai)
te oordelen
ζῶντας
(zontas)
levenden
καὶ
(kai)
en
νεκρούς
(nekrous)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποδίδωμι λόγον (apodidomi logon), ‘rekenschap afleggen’. ἑτοίμως ἔχω (hetoimos echo), ‘gereed staan’.

‘Levenden en doden’: vergelijk Hand. 10:42.

Lezing

Bij ‘gereed staat om te oordelen’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 10:42; Rom. 14:12.

6Want hiertoe is ook aan doden de goede boodschap gebracht, opdat zij weliswaar naar mensen geoordeeld worden in het vlees, maar naar Elohim leven in de geest.
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
καὶ
(kai)
ook
νεκροῖς
(nekrois)
aan doden
εὐηγγελίσθη
(euengelisthe)
is de goede boodschap gebracht
ἵνα
(hina)
opdat
κριθῶσι
(krithosi)
zij geoordeeld worden
μὲν
(men)
wel
κατὰ
(kata)
naar
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
σαρκὶ
(sarki)
in het vlees
ζῶσι
(zosi)
zij leven
δὲ
(de)
maar
κατὰ
(kata)
naar
θεὸν
(theon)
Elohim
πνεύματι
(pneumati)
in de geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.

Wie ‘de doden’ zijn, zegt het Grieks niet: mensen die nu dood zijn maar de boodschap hoorden toen zij leefden, of andere doden.

Vergelijk 3:19. κρίνω (krino), ‘oordelen’.

Net als in 3:18 staan hier twee datieven tegenover elkaar: σαρκί (sarki), ‘in het vlees’, en πνεύματι (pneumati), ‘in de geest’.

De zin is moeilijk; wij vertalen zo letterlijk mogelijk.

Zie ook 1 Petr. 3:18–19.

Liefde, gastvrijheid en dienst

7Het einde van alles is nabijgekomen. Wees dus bezonnen en nuchter, gericht op gebeden.
Πάντων
(Panton)
van alles
δὲ
(de)
maar
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
ἤγγικεν
(engiken)
is nabijgekomen
σωφρονήσατε
(sophronesate)
wees bezonnen
οὖν
(oun)
dus
καὶ
(kai)
en
νήψατε
(nepsate)
wees nuchter
εἰς
(eis)
tot
προσευχάς
(proseuchas)
gebeden
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέλος (telos), ‘einde’: ook ‘doel’; zie 1:9. ἤγγικεν (engiken), ‘is nabijgekomen’: een voltooide tijd, zoals in Jak. 5:8. σωφρονέω (sofroneo), ‘bezonnen zijn’; νήφω (nepho), ‘nuchter zijn’: zie 1:13.

Lezing

Bij ‘gericht op’ (εἰς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Jak. 5:8.

Zie ookJak 5:8
8Heb vóór alles onder elkaar vurige liefde, want liefde bedekt een menigte zonden.
πρὸ
(pro)
vóór
πάντων
(panton)
alles
τὴν
(ten)
de
εἰς
(eis)
onder
ἑαυτοὺς
(heautous)
elkaar
ἀγάπην
(agapen)
liefde
ἐκτενῆ
(ektene)
vurige
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
ὅτι
(hoti)
omdat
ἀγάπη
(agape)
liefde
καλύπτει
(kalyptei)
bedekt
πλῆθος
(plethos)
menigte
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκτενής (ektenes), ‘vurig’: met volle inspanning, zoals ἐκτενῶς in 1:22.

De tweede helft is Spr. 10:12.

Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Haat wekt ruzies op, maar liefde bedekt alle overtredingen.’

Het Grieks heeft ‘een menigte zonden’.

‘Bedekken’ wordt hier opgevat als vergeven.

Lezing

Bij ‘alles’ en bij ‘bedekt’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Spr. 10:12; Jak. 5:20.

9Wees gastvrij jegens elkaar, zonder morren.
φιλόξενοι
(philoxenoi)
gastvrij
εἰς
(eis)
jegens
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἄνευ
(aneu)
zonder
γογγυσμοῦ
(gongysmou)
morren
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιλόξενος (filoxenos), ‘gastvrij’: vriendelijk voor vreemden. γογγυσμός (gongysmos), ‘morren’: zacht mopperen.

Lezing

Bij ‘morren’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 12:13; Hebr. 13:2.

10Dien elkaar, ieder met de genadegave die hij ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van Elohim.
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
καθὼς
(kathos)
zoals
ἔλαβεν
(elaben)
hij ontving
χάρισμα
(charisma)
genadegave
εἰς
(eis)
onder
ἑαυτοὺς
(heautous)
elkaar
αὐτὸ
(auto)
die
διακονοῦντες
(diakonountes)
dienend
ὡς
(hos)
als
καλοὶ
(kaloi)
goede
οἰκονόμοι
(oikonomoi)
beheerders
ποικίλης
(poikiles)
van veelsoortige
χάριτος
(charitos)
genade
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: wat uit genade is gegeven. οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: iemand die het huishouden van een ander beheert. ποικίλος (poikilos), ‘veelsoortig’: veelkleurig; hetzelfde woord als in 1:6 bij ‘beproevingen’. εἰς ἑαυτούς (eis heautous), ‘onder elkaar’: letterlijk ‘onder jezelf’.

Zie ook Rom. 12:6–8; 1 Kor. 12:4–11.

11Als iemand spreekt: laat het zijn als woorden van Elohim. Als iemand dient: laat het zijn uit de kracht die Elohim schenkt. Zo wordt Elohim in alles verheerlijkt door Yeshua de Messias. Aan Hem komen de heerlijkheid en de macht toe tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen.
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
λαλεῖ
(lalei)
spreekt
ὡς
(hos)
als
λόγια
(logia)
woorden
θεοῦ
(theou)
van Elohim
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
διακονεῖ
(diakonei)
dient
ὡς
(hos)
als
ἐξ
(ex)
uit
ἰσχύος
(ischyos)
kracht
ἧς
(hes)
die
χορηγεῖ
(choregei)
schenkt
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
allen
δοξάζηται
(doxazetai)
verheerlijkt wordt
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ᾧ
(ho)
aan wie
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
κράτος
(kratos)
macht
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

λόγια θεοῦ (logia theou), ‘woorden van Elohim’. χορηγέω (choregeo), ‘schenken’: voorzien van wat nodig is. κράτος (kratos), ‘macht’.

De lofprijs begint met ᾧ (ho), ‘aan wie’: dat kan teruggaan op Yeshua de Messias of op Elohim.

Wij schrijven ‘Aan Hem’. ἀμήν (amen), ‘amen’: zo is het.

De Griekse zinsdelen ‘als woorden van Elohim’ en ‘uit de kracht …’ hebben geen eigen werkwoord: wij vullen ‘laat het zijn’ aan.

Lezing

Bij ‘kracht’ (ἧς) heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 11:36; Gal. 1:5.

Lijden als Christen

12Geliefden, laat de vuurproef onder jullie, die voor jullie tot beproeving komt, jullie niet verbazen, alsof jullie iets vreemds overkomt.
Ἀγαπητοί
(Agapetoi)
geliefden
μὴ
(me)
niet
ξενίζεσθε
(xenizesthe)
verbaas je
τῇ
(te)
over de
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πυρώσει
(pyrosei)
vuurproef
πρὸς
(pros)
tot
πειρασμὸν
(peirasmon)
beproeving
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
γινομένῃ
(ginomene)
komend
ὡς
(hos)
als
ξένου
(xenou)
van iets vreemds
ὑμῖν
(hymin)
jullie
συμβαίνοντος
(symbainontos)
overkomend
Bron: SBLGNT
Uitleg

πύρωσις (pyrosis), ‘vuurproef’: een beproeving door vuur; zie 1:7. ξενίζω (xenizo), ‘verbazen’: iets vreemds vinden, zoals in vers 4.

Zie ook 1 Petr. 1:6–7; Jak. 1:2.

13Maar voor zover jullie deel hebben aan het lijden van de Messias, verblijd jullie. Dan mogen jullie je ook bij de onthulling van Zijn heerlijkheid verblijden, juichend.
ἀλλὰ
(alla)
maar
καθὸ
(katho)
voor zover
κοινωνεῖτε
(koinoneite)
jullie deel hebben
τοῖς
(tois)
aan de
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
παθήμασιν
(pathemasin)
lijden
χαίρετε
(chairete)
verblijd jullie
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
ἀποκαλύψει
(apokalypsei)
onthulling
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
χαρῆτε
(charete)
jullie zich verblijden
ἀγαλλιώμενοι
(agalliomenoi)
juichend
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben aan’. παθήματα (pathemata), ‘lijden’ (meervoud): dezelfde woorden als in 1:11. ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’. χαίρω (chairo), ‘zich verblijden’ en ἀγαλλιάομαι (agalliaomai), ‘juichen’.

Zie ook Rom. 8:17; Fil. 3:10; Kol. 1:24.

14Als jullie beschimpt worden om de naam van de Messias, zijn jullie gelukkig, want de Geest van de heerlijkheid en van Elohim rust op jullie.
εἰ
(ei)
als
ὀνειδίζεσθε
(oneidizesthe)
jullie beschimpt worden
ἐν
(en)
om
ὀνόματι
(onomati)
naam
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
μακάριοι
(makarioi)
gelukkig
ὅτι
(hoti)
omdat
τὸ
(to)
de
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἐφ’
(eph’)
op
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀναπαύεται
(anapauetai)
rust
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀνειδίζω (oneidizo), ‘beschimpen’; ἐν ὀνόματι Χριστοῦ (en onomati Christou), ‘om de naam van de Messias’.

Het Grieks heeft twee lidwoorden: ‘de (Geest) van de heerlijkheid en de (Geest) van Elohim’; wij lezen één Geest.

Vergelijk Jes. 11:2: ‘De Geest van Yahweh zal op hem rusten.’

Lezing

Bij ‘rust’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 5:11–12; Jes. 11:2.

15Laat niemand van jullie lijden als moordenaar, dief, kwaaddoener of als bemoeial.
μὴ
(me)
niet
γάρ
(gar)
want
τις
(tis)
iemand
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
πασχέτω
(pascheto)
laat lijden
ὡς
(hos)
als
φονεὺς
(phoneus)
moordenaar
ἢ
(e)
of
κλέπτης
(kleptes)
dief
ἢ
(e)
of
κακοποιὸς
(kakopoios)
kwaaddoener
ἢ
(e)
of
ὡς
(hos)
als
ἀλλοτριεπίσκοπος
(allotriepiskopos)
bemoeial
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀλλοτριεπίσκοπος (allotriepiskopos), ‘bemoeial’: een zeldzaam woord dat in het Nieuwe Testament alleen hier staat; letterlijk iemand die ‘opziener is van wat van een ander is’.

16Maar als hij lijdt als Christen: laat hij zich niet schamen, maar laat hij Elohim verheerlijken in deze naam.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ὡς
(hos)
als
Χριστιανός
(Christianos)
Christen
μὴ
(me)
niet
αἰσχυνέσθω
(aischynestho)
laat hij zich schamen
δοξαζέτω
(doxazeto)
laat hij verheerlijken
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τούτῳ
(touto)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Χριστιανός (Christianos), ‘Christen’: iemand die bij de Messias hoort; zo worden de leerlingen voor het eerst genoemd in Hand. 11:26 en nog in Hand. 26:28.

‘Deze naam’ is die van ‘Christen’.

Lezing

Bij ‘naam’ heeft de SBLGNT een lezingsmarkering: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 11:26; Hand. 26:28.

Het oordeel begint bij het huis van Elohim

17Want het is de tijd dat het oordeel begint bij het huis van Elohim. En als het eerst bij ons begint, wat is dan het einde van hen die ongehoorzaam zijn aan de goede boodschap van Elohim?
ὅτι
(hoti)
omdat
ὁ
(ho)
de
καιρὸς
(kairos)
tijd
τοῦ
(tou)
van het
ἄρξασθαι
(arxasthai)
beginnen
τὸ
(to)
het
κρίμα
(krima)
oordeel
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
οἴκου
(oikou)
huis
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
πρῶτον
(proton)
eerst
ἀφ’
(aph’)
van
ἡμῶν
(hemon)
ons
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
τῶν
(ton)
van de
ἀπειθούντων
(apeithounton)
ongehoorzamen
τῷ
(to)
aan de
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίμα (krima), ‘oordeel’.

‘Het huis van Elohim’ kan de gelovigen zelf aanduiden (vergelijk ‘geestelijk huis’ in 2:5).

Vergelijk Ezech. 9:6: ‘Begin bij Mijn heiligdom’, en Jer. 25:29. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’, zoals in 2:7–8 en 3:1.

Zie ook Ezech. 9:6; Jer. 25:29.

18En als de rechtvaardige ternauwernood gered wordt, waar zal de goddeloze en zondaar dan verschijnen?
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ὁ
(ho)
de
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardige
μόλις
(molis)
ternauwernood
σῴζεται
(sozetai)
gered wordt
ὁ
(ho)
de
ἀσεβὴς
(asebes)
goddeloze
καὶ
(kai)
en
ἁμαρτωλὸς
(hamartolos)
zondaar
ποῦ
(pou)
waar
φανεῖται
(phaneitai)
zal verschijnen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers lijkt op Spr. 11:31, maar ons Hebreeuws zegt daar iets anders: ‘Zie, de rechtvaardige krijgt zijn vergelding op de aarde.

Hoeveel te meer de goddeloze en de zondaar.’

Het Grieks heeft ‘ternauwernood gered wordt’ (μόλις, molis). ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: zoals in 2 Petr. 2:5.

Zie ook Spr. 11:31; 2 Petr. 2:5.

19Zo moeten ook zij die lijden naar de wil van Elohim, in het goeddoen hun zielen toevertrouwen aan een trouwe Schepper.
ὥστε
(hoste)
zodat
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
zij die
πάσχοντες
(paschontes)
lijden
κατὰ
(kata)
naar
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πιστῷ
(pisto)
aan een trouwe
κτίστῃ
(ktiste)
Schepper
παρατιθέσθωσαν
(paratithesthosan)
laten toevertrouwen
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
zielen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐν
(en)
in
ἀγαθοποιΐᾳ
(agathopoiia)
goeddoen
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρατίθημι (paratithemi), ‘toevertrouwen’: in bewaring geven; hetzelfde werkwoord in Luc. 23:46. κτίστης (ktistes), ‘Schepper’: dit woord staat in het Nieuwe Testament alleen hier. ἀγαθοποιΐα (agathopoiia), ‘goeddoen’: zoals ἀγαθοποιέω in 2:15 en 3:6.

Lezing

Bij ‘Elohim’ en bij ‘hun’ heeft de SBLGNT lezingsmarkeringen: sommige oude handschriften verschillen; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Luc. 23:46.

Zie ookLuc 23:46