Elohim Bijbel

Psalmen 49

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Rijkdom redt niemand van de dood

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Van de zonen van Korach. Een psalm.
לַמְנַצֵּ֬חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לִבְנֵי
(livnei)
van de zonen van
קֹ֬רַח
(qorach)
Korach
מִזְמֽוֹר
(mizmor)
psalm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.

בְּנֵי קֹרַח (bnei Korach), ‘zonen van Korach’: zie bij Ps. 48:1.

Een oproep aan alle volken

2Hoor dit, alle volken. Luister, alle bewoners van de wereld,
שִׁמְעוּ
(shimu)
hoort
זֹ֭את
(zot)
dit
כָּל
(kal)
alle
הָֽעַמִּ֑ים
(haamim)
volken
הַ֝אֲזִ֗ינוּ
(haazinu)
luistert
כָּל
(kal)
alle
יֹ֥שְׁבֵי
(yoshevei)
bewoners van
חָֽלֶד
(chaled)
de wereld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3zowel mensenkinderen als zonen van mannen, rijk en arm tezamen.
גַּם
(gam)
zowel
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
אָ֭דָם
(adam)
mensen
גַּם
(gam)
zowel
בְּנֵי
(benei)
zonen van
אִ֑ישׁ
(ish)
man
יַ֝֗חַד
(yachad)
tezamen
עָשִׁ֥יר
(ashir)
rijk
וְאֶבְיֽוֹן
(veevyon)
en arm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנֵי אָדָם (bnei adam), ‘mensenkinderen’, en בְּנֵי אִישׁ (bnei ish), letterlijk ‘zonen van een man’: de twee uitdrukkingen staan tegenover elkaar, zoals ‘rijk’ en ‘arm’ in dezelfde regel.

Ze worden gewoonlijk verstaan als gewone mensen en aanzienlijke mensen.

Wij vertalen letterlijk.

4Mijn mond spreekt wijsheid, en het overpeinzen van mijn hart is inzicht.
פִּ֭י
(pi)
mijn mond
יְדַבֵּ֣ר
(yedaber)
spreekt
חָכְמ֑וֹת
(chakhemot)
wijsheid
וְהָג֖וּת
(vehagut)
en het overpeinzen van
לִבִּ֣י
(libi)
mijn hart
תְבוּנֽוֹת
(tevunot)
inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Ik neig mijn oor tot een spreuk. Ik open mijn raadsel bij de lier.
אַטֶּ֣ה
(ate)
ik neig
לְמָשָׁ֣ל
(lemashal)
tot een spreuk
אָזְנִ֑י
(azeni)
mijn oor
אֶפְתַּ֥ח
(eftach)
ik open
בְּ֝כִנּ֗וֹר
(bekhinor)
bij de lier
חִידָתִֽי
(chidati)
mijn raadsel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חִידָה (chidah), ‘raadsel’: een diepe, verborgen uitspraak.

De lier (כִּנּוֹר, kinnor) begeleidt het spreken van de dichter.

Waarom zou ik vrezen?

6Waarom zou ik vrezen in de dagen van het kwaad, als de schuld van mijn hielen mij omringt?
לָ֣מָּה
(lama)
waarom
אִ֭ירָא
(ira)
zou ik vrezen
בִּ֣ימֵי
(bimei)
in de dagen van
רָ֑ע
(ra)
kwaad
עֲוֺ֖ן
(avon)
schuld van
עֲקֵבַ֣י
(aqevay)
mijn hielen
יְסוּבֵּֽנִי
(yesubeni)
omringt mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲוֹן עֲקֵבַי (avon aqevai), ‘de schuld van mijn hielen’: het is onduidelijk wat bedoeld is.

Het kan de schuld zijn die de dichter op de hielen zit, of de schuld van wie hem op de hielen zitten.

Wij vertalen letterlijk.

7Zij die vertrouwen op hun bezit, beroemen zich op de overvloed van hun rijkdom.
הַבֹּטְחִ֥ים
(habotechim)
zij die vertrouwen
עַל
(al)
op
חֵילָ֑ם
(cheilam)
hun bezit
וּבְרֹ֥ב
(uverov)
en op de overvloed van
עָ֝שְׁרָ֗ם
(asheram)
hun rijkdom
יִתְהַלָּֽלוּ
(yithalalu)
beroemen zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Niemand kan zichzelf of een ander vrijkopen

8Geen man kan een broer vrijkopen. Hij kan aan Elohim het losgeld voor hem niet geven.
אָ֗ח
(ach)
een broer
לֹא
(lo)
niet
פָדֹ֣ה
(pado)
vrijkopen
יִפְדֶּ֣ה
(yifde)
zal vrijkopen
אִ֑ישׁ
(ish)
man
לֹא
(lo)
niet
יִתֵּ֖ן
(yiten)
zal geven
לֵאלֹהִ֣ים
(lElohim)
aan Elohim
כָּפְרֽוֹ
(kafero)
zijn losgeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’: de betaling waarmee men een leven vrijkoopt; zie Exod. 30:12.

Lezing

אָח (ach), ‘een broer’: wij volgen de Masoretische tekst, waarin ‘broer’ het voorwerp van ‘vrijkopen’ is.

Met een andere klinker is het אַךְ (ach), ‘zeker’: ‘geen man kan zeker iemand vrijkopen’.

9De losprijs voor hun ziel is kostbaar en blijft voor eeuwig achterwege,
וְ֭יֵקַר
(veyeqar)
en kostbaar
פִּדְי֥וֹן
(pidyon)
losprijs van
נַפְשָׁ֗ם
(nafsham)
hun ziel
וְחָדַ֥ל
(vechadal)
en blijft achterwege
לְעוֹלָֽם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem.

Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’.

פִּדְיוֹן (pidyon), ‘losprijs’: wat nodig is om een leven vrij te kopen. Het slot van het vers is kort en moeilijk: de prijs is zo hoog dat een mens hem nooit kan betalen.

10zodat hij nog voor altijd zou leven en de kuil niet zou zien.
וִֽיחִי
(vichi)
zodat hij leeft
ע֥וֹד
(od)
nog
לָנֶ֑צַח
(lanetsach)
voor altijd
לֹ֖א
(lo)
niet
יִרְאֶ֣ה
(yire)
ziet
הַשָּֽׁחַת
(hashachat)
de kuil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers hoort grammaticaal bij vers 9: de losprijs is te hoog, ‘zodat’ hij niet voor altijd kan blijven leven.

Het Hebreeuws heeft hier geen bindwoord.

שַׁחַת (shachat), ‘kuil’: het graf.

Wijzen en dwazen sterven

11Want hij ziet dat wijzen sterven, dat de dwaas en de onverstandige samen verloren gaan en hun bezit aan anderen nalaten.
כִּ֤י
(ki)
want
יִרְאֶ֨ה
(yire)
hij ziet
חֲכָ֘מִ֤ים
(chakhamim)
wijzen
יָמ֗וּתוּ
(yamutu)
sterven
יַ֤חַד
(yachad)
samen
כְּסִ֣יל
(kesil)
dwaas
וָבַ֣עַר
(vavaar)
en onverstandige
יֹאבֵ֑דוּ
(yovedu)
gaan verloren
וְעָזְב֖וּ
(veazevu)
en zij laten na
לַאֲחֵרִ֣ים
(laacherim)
aan anderen
חֵילָֽם
(cheilam)
hun bezit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּעַר (ba’ar), ‘onverstandige’: iemand die zich gedraagt als een dier, zonder inzicht.

12Hun diepste gedachte is dat hun huizen voor eeuwig blijven, hun woningen van geslacht op geslacht. Zij noemen landerijen naar hun eigen namen.
קִרְבָּ֤ם
(qirbam)
hun diepste gedachte
בָּתֵּ֨ימוֹ
(bateimo)
hun huizen
לְֽעוֹלָ֗ם
(leolam)
voor eeuwig
מִ֭שְׁכְּנֹתָם
(mishkenotam)
hun woningen
לְדֹ֣ר
(ledor)
van geslacht
וָדֹ֑ר
(vador)
tot geslacht
קָֽרְא֥וּ
(qareu)
zij noemen
בִ֝שְׁמוֹתָ֗ם
(bishmotam)
naar hun namen
עֲלֵ֣י
(alei)
over
אֲדָמֽוֹת
(adamot)
landerijen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

קִרְבָּם (qirbam), ‘hun innerlijk’: wij volgen de Masoretische tekst.

Sommige oude vertalingen lezen קִבְרָם (qivram), ‘hun graf’: ‘hun graven zijn hun huizen voor altijd’.

13Maar een mens in aanzien blijft niet overnachten. Hij is gelijk aan de dieren die omkomen.
וְאָדָ֣ם
(veadam)
en een mens
בִּ֭יקָר
(biqar)
in aanzien
בַּל
(bal)
niet
יָלִ֑ין
(yalin)
blijft overnachten
נִמְשַׁ֖ל
(nimshal)
hij is gelijk
כַּבְּהֵמ֣וֹת
(kabehemot)
aan de dieren
נִדְמֽוּ
(nidmu)
zij gaan teloor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּל־יָלִין (bal-yalin), ‘hij blijft niet overnachten’: hij blijft er niet.

Vers 21 heeft dezelfde regel, maar met ‘en niet begrijpt’ (וְלֹא יָבִין, velo yavin).

Lezing

Sommige oude vertalingen hebben in vers 13 dezelfde woorden als in vers 21.

Wij volgen de Masoretische tekst, die twee verschillende woorden heeft.

14Dit is hun weg: dwaasheid is het voor hen. Wie na hen komen, hebben welgevallen aan hun woorden. Sela.
זֶ֣ה
(ze)
dit
דַ֭רְכָּם
(darkam)
hun weg
כֵּ֣סֶל
(kesel)
dwaasheid
לָ֑מוֹ
(lamo)
voor hen
וְאַחֲרֵיהֶ֓ם
(veachareihem)
en wie na hen komen
בְּפִיהֶ֖ם
(befihem)
in hun mond
יִרְצ֣וּ
(yirtsu)
hebben welgevallen
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כֶּסֶל (kesel), ‘dwaasheid’: het woord kan ook ‘vertrouwen’ betekenen.

Wij vertalen ‘dwaasheid’.

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

15Als schapen worden zij naar Sjeol gebracht; de dood weidt hen. De oprechten heersen over hen in de morgen. Hun gestalte vergaat in Sjeol, weg uit zijn woning.
כַּצֹּ֤אן
(katson)
als schapen
לִֽשְׁא֣וֹל
(lishol)
naar Sjeol
שַׁתּוּ֮
(shatu)
zij worden gezet
מָ֤וֶת
(mavet)
de dood
יִ֫רְעֵ֥ם
(yirem)
weidt hen
וַיִּרְדּ֘וּ
(vayirdu)
en zij heersen
בָ֤ם
(bam)
over hen
יְשָׁרִ֨ים
(yesharim)
de oprechten
לַבֹּ֗קֶר
(laboqer)
in de morgen
וְ֭צוּרָם
(vetsuram)
en hun gestalte
לְבַלּ֥וֹת
(levalot)
om te vergaan
שְׁא֗וֹל
(sheol)
Sjeol
מִזְּבֻ֥ל
(mizevul)
weg uit woning
לֽוֹ
(lo)
zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (Sjeol), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden.

לָבֹּקֶר (laboqer), ‘in de morgen’: de betekenis is niet zeker.

Lezing

Dit vers is moeilijk.

Het geschreven woord (ketiv) is וְצִירָם (vetsiram).

De te lezen vorm (qere) is וְצוּרָם (vetsuram), ‘hun gestalte’.

Wij volgen de qere.

Het slot, מִזְּבֻל לוֹ (mizzevul lo), is onzeker; letterlijk ‘weg van woning, voor hem’.

Wij vertalen ‘weg uit zijn woning’.

Elohim koopt mijn ziel vrij

16Maar Elohim zal mijn ziel vrijkopen uit de hand van Sjeol, want Hij zal mij opnemen. Sela.
אַךְ
(akh)
maar
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
יִפְדֶּ֣ה
(yifde)
zal vrijkopen
נַ֭פְשִׁי
(nafshi)
mijn ziel
מִֽיַּד
(miyad)
uit de hand van
שְׁא֑וֹל
(sheol)
Sjeol
כִּ֖י
(ki)
want
יִקָּחֵ֣נִי
(yiqacheni)
Hij zal mij opnemen
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לָקַח (laqach), ‘nemen’: het Hebreeuws zegt alleen ‘Hij zal mij nemen’.

Hetzelfde werkwoord staat bij Henoch (‘Elohim nam hem weg’).

Wij vertalen ‘opnemen’.

Wees niet bang voor de rijke

17Wees niet bang als een man rijk wordt, als de eer van zijn huis groter wordt.
אַל
(al)
niet
תִּ֭ירָא
(tira)
wees bang
כִּֽי
(ki)
wanneer
יַעֲשִׁ֣ר
(yaashir)
rijk wordt
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִ֝רְבֶּה
(yirbe)
groter wordt
כְּב֣וֹד
(kevod)
de eer van
בֵּיתֽוֹ
(beito)
zijn huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Want bij zijn sterven neemt hij niets mee. Zijn eer daalt niet achter hem af.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
בְ֭מוֹתוֹ
(bemoto)
bij zijn sterven
יִקַּ֣ח
(yiqach)
neemt hij
הַכֹּ֑ל
(hakol)
alles
לֹא
(lo)
niet
יֵרֵ֖ד
(yered)
daalt af
אַחֲרָ֣יו
(acharav)
achter hem
כְּבוֹדֽוֹ
(kevodo)
zijn eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Al zegent hij zijn ziel bij zijn leven, en al looft men je omdat je het jezelf goed maakt,
כִּֽי
(ki)
want
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
בְּחַיָּ֣יו
(bechayav)
in zijn leven
יְבָרֵ֑ךְ
(yevarekh)
hij zegent
וְ֝יוֹדֻ֗ךָ
(veyodukha)
en men looft je
כִּי
(ki)
want
תֵיטִ֥יב
(teitiv)
je maakt het goed
לָֽךְ
(lakh)
voor jezelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּי (ki), ‘want’: hier ‘hoewel’.

Het vers zegt dat de rijke zichzelf zegent en door anderen wordt geprezen, en toch sterft.

20toch komt hij tot het geslacht van zijn vaderen. Voor altijd zien zij het licht niet.
תָּ֭בוֹא
(tavo)
komt
עַד
(ad)
tot
דּ֣וֹר
(dor)
geslacht van
אֲבוֹתָ֑יו
(avotav)
zijn vaderen
עַד
(ad)
voor
נֵ֝֗צַח
(netsach)
altijd
לֹ֣א
(lo)
niet
יִרְאוּ
(yiru)
zij zien
אֽוֹר
(or)
licht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het werkwoord תָּבוֹא (tavo), ‘komt’, is vrouwelijk en wijst terug op ‘ziel’ (נַפְשׁוֹ) in vers 19.

Wij vertalen ‘hij komt’.

21Een mens in aanzien die niets begrijpt, is gelijk aan de dieren die omkomen.
אָדָ֣ם
(adam)
een mens
בִּ֭יקָר
(biqar)
in aanzien
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָבִ֑ין
(yavin)
begrijpt
נִמְשַׁ֖ל
(nimshal)
is gelijk
כַּבְּהֵמ֣וֹת
(kabehemot)
aan de dieren
נִדְמֽוּ
(nidmu)
zij gaan teloor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)