Elohim Bijbel

Psalmen 39

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

De mens is een handbreedte: een bede van een vreemdeling

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Ik legde mijn mond een muilkorf aan

1Voor de koorleider, voor Jedutun. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לִֽידוּת֗וּן
(lidutun)
voor Jedutun
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Wij kiezen ‘koorleider’.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

יְדוּתוּן (Jedutun): een zanger en musicus uit de tijd van David (1 Kron. 16:41).

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ידיתון (Jeditun).

De te lezen vorm (qere) is ידותון (Jedutun).

Wij volgen de qere.

2Ik zei: „Ik wil op mijn wegen letten, zodat ik niet zondig met mijn tong. Ik leg mijn mond een muilkorf aan, zolang een goddeloze voor mij staat.”
אָמַ֗רְתִּי
(amarti)
ik zei
אֶֽשְׁמְרָ֣ה
(eshmera)
ik wil bewaken
דְרָכַי֮
(derakhay)
mijn wegen
מֵחֲט֪וֹא
(mechato)
tegen zondigen
בִלְשׁ֫וֹנִ֥י
(bilshoni)
met mijn tong
אֶשְׁמְרָ֥ה
(eshmera)
ik wil bewaken
לְפִ֥י
(lefi)
voor mijn mond
מַחְס֑וֹם
(machsom)
muilkorf
בְּעֹ֖ד
(beod)
zolang
רָשָׁ֣ע
(rasha)
goddeloze
לְנֶגְדִּֽי
(lenegdi)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַחְסוֹם (machsom), ‘muilkorf’: een band voor de mond van een dier.

De dichter wil zijn mond bedwingen uit angst dat hij voor de goddelozen verkeerd spreekt.

3Ik werd stom, in stilte. Ik zweeg, zelfs over het goede, en mijn pijn werd opgeroerd.
נֶאֱלַ֣מְתִּי
(neelamti)
ik werd stom
ד֭וּמִיָּה
(dumiya)
stilte
הֶחֱשֵׁ֣יתִי
(hechesheiti)
ik zweeg
מִטּ֑וֹב
(mitov)
van goed
וּכְאֵבִ֥י
(ukheevi)
en mijn pijn
נֶעְכָּֽר
(nekar)
werd opgeroerd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

מִטּוֹב (mittov), ‘zelfs over het goede’: letterlijk ‘van goed af’.

De betekenis is onzeker.

4Mijn hart werd heet in mij. Terwijl ik nadacht, brandde een vuur. Toen sprak ik met mijn tong.
חַם
(cham)
mijn hart
לִבִּ֨י
(libi)
werd heet
בְּקִרְבִּ֗י
(beqirbi)
in mij
בַּהֲגִיגִ֥י
(bahagigi)
bij mijn nadenken
תִבְעַר
(tivar)
brandde
אֵ֑שׁ
(esh)
vuur
דִּ֝בַּ֗רְתִּי
(dibarti)
ik sprak
בִּלְשֽׁוֹנִי
(bilshoni)
met mijn tong
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Laat mij mijn einde weten

5Yahweh, laat mij mijn einde weten en de maat van mijn dagen, wat die is. Dan weet ik hoe vergankelijk ik ben.
הוֹדִ֘יעֵ֤נִי
(hodieni)
laat mij weten
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
קִצִּ֗י
(qitsi)
mijn einde
וּמִדַּ֣ת
(umidat)
en maat van
יָמַ֣י
(yamay)
mijn dagen
מַה
(ma)
wat
הִ֑יא
(hi)
zij is
אֵ֝דְעָ֗ה
(edea)
ik wil weten
מֶה
(me)
hoe
חָדֵ֥ל
(chadel)
vergankelijk
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָדֵל (chadel), ‘vergankelijk’: letterlijk ‘ophoudend’, iemand die ophoudt te bestaan.

6Zie, handbreedten hebt U mijn dagen gegeven, en mijn levensduur is als niets voor U. Ja, ieder mens, hoe vast hij ook staat, is een en al damp. Sela.
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
טְפָח֨וֹת
(tefachot)
handbreedten
נָ֘תַ֤תָּה
(natata)
U hebt gegeven
יָמַ֗י
(yamay)
mijn dagen
וְחֶלְדִּ֣י
(vecheldi)
en mijn levensduur
כְאַ֣יִן
(keayin)
als niets
נֶגְדֶּ֑ךָ
(negdekha)
voor U
אַ֥ךְ
(akh)
ja
כָּֽל
(kal)
heel
הֶ֥בֶל
(hevel)
damp
כָּל
(kal)
heel
אָ֝דָ֗ם
(adam)
mens
נִצָּ֥ב
(nitsav)
die staat
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טְפָחוֹת (tefachot), ‘handbreedten’: een handbreedte is ongeveer 8 cm.

Het beeld is: heel kort.

הֶבֶל (hevel), ‘damp’: letterlijk een ademtocht, wat vervliegt. Het woord betekent ook ‘ijdelheid’. Wij houden ‘damp’, ook in vers 7 en 12.

סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

7Ja, als een schim loopt de mens rond. Ja, voor damp maken zij lawaai. Hij stapelt op en weet niet wie het binnenhaalt.
אַךְ
(akh)
ja
בְּצֶ֤לֶם
(betselem)
als schim
יִֽתְהַלֶּךְ
(yithalekh)
loopt rond
אִ֗ישׁ
(ish)
man
אַךְ
(akh)
ja
הֶ֥בֶל
(hevel)
damp
יֶהֱמָי֑וּן
(yehemayun)
zij maken lawaai
יִ֝צְבֹּ֗ר
(yitsbor)
hij stapelt op
וְֽלֹא
(velo)
en niet
יֵדַ֥ע
(yeda)
hij weet
מִי
(mi)
wie
אֹסְפָֽם
(osefam)
haalt binnen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Mijn hoop is op U

8En nu, waarvoor heb ik gehoopt, mijn Heer? Mijn hoop is op U.
וְעַתָּ֣ה
(veata)
en nu
מַה
(ma)
waarvoor
קִּוִּ֣יתִי
(qiviti)
heb ik gehoopt
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
תּ֝וֹחַלְתִּ֗י
(tochalti)
mijn hoop
לְךָ֣
(lekha)
op U
הִֽיא
(hi)
zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh.

9Bevrijd mij van al mijn overtredingen. Maak mij niet tot een smaad voor de dwaas.
מִכָּל
(mikal)
van alle
פְּשָׁעַ֥י
(peshaay)
mijn overtredingen
הַצִּילֵ֑נִי
(hatsileni)
bevrijd mij
חֶרְפַּ֥ת
(cherpat)
smaad van
נָ֝בָ֗ל
(naval)
dwaas
אַל
(al)
niet
תְּשִׂימֵֽנִי
(tesimeni)
stel mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Ik ben stom geworden, ik open mijn mond niet, want U hebt het gedaan.
נֶ֭אֱלַמְתִּי
(neelamti)
ik werd stom
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶפְתַּח
(eftach)
ik open
פִּ֑י
(pi)
mijn mond
כִּ֖י
(ki)
want
אַתָּ֣ה
(ata)
U
עָשִֽׂיתָ
(asita)
hebt gedaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Neem Uw plaag van mij weg. Door de slag van Uw hand ben ik bezweken.
הָסֵ֣ר
(haser)
neem weg
מֵעָלַ֣י
(mealay)
van mij
נִגְעֶ֑ךָ
(nigekha)
Uw plaag
מִתִּגְרַ֥ת
(mitigrat)
van de slag van
יָ֝דְךָ֗
(yadekha)
Uw hand
אֲנִ֣י
(ani)
ik
כָלִֽיתִי
(kaliti)
ben bezweken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Met terechtwijzingen tuchtigt U een man om zijn ongerechtigheid. U laat vergaan wat hij kostbaar vindt, zoals een mot. Ja, ieder mens is een en al damp. Sela.
בְּֽתוֹכָ֘ח֤וֹת
(betokhachot)
met terechtwijzingen
עַל
(al)
om
עָוֺ֨ן
(avon)
ongerechtigheid
יִסַּ֬רְתָּ
(yisarta)
tuchtigt U
אִ֗ישׁ
(ish)
man
וַתֶּ֣מֶס
(vatemes)
en U laat vergaan
כָּעָ֣שׁ
(kaash)
als een mot
חֲמוּד֑וֹ
(chamudo)
wat hij kostbaar vindt
אַ֤ךְ
(akh)
ja
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
כָּל
(kal)
heel
אָדָ֣ם
(adam)
mens
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָוֺן (avon), ‘ongerechtigheid’: schuld die iemand draagt.

Een vreemdeling bij U

13Hoor mijn gebed, Yahweh, en luister naar mijn hulpgeroep. Zwijg niet bij mijn tranen. Want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner zoals al mijn vaders.
שִֽׁמְעָ֥ה
(shima)
hoor
תְפִלָּתִ֨י
(tefilati)
mijn gebed
יְהוָ֡ה
(Yahweh)
Yahweh
וְשַׁוְעָתִ֨י
(veshavati)
en mijn hulpgeroep
הַאֲזִינָה֮
(haazina)
luister
אֶֽל
(el)
naar
דִּמְעָתִ֗י
(dimati)
mijn tranen
אַֽל
(al)
niet
תֶּ֫חֱרַ֥שׁ
(techerash)
zwijg
כִּ֤י
(ki)
want
גֵ֣ר
(ger)
vreemdeling
אָנֹכִ֣י
(anokhi)
ik
עִמָּ֑ךְ
(imakh)
bij U
תּ֝וֹשָׁ֗ב
(toshav)
bijwoner
כְּכָל
(kekhal)
zoals alle
אֲבוֹתָֽי
(avotay)
mijn vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֵּר (ger), ‘vreemdeling’, en תּוֹשָׁב (toshav), ‘bijwoner’: iemand die op andermans grond woont en daar geen eigen bezit heeft.

Zie ook Lev. 25:23 en Gen. 23:4.

14Kijk van mij weg, zodat ik opleef, voordat ik heenga en er niet meer ben.
הָשַׁ֣ע
(hasha)
kijk weg
מִמֶּ֣נִּי
(mimeni)
van mij
וְאַבְלִ֑יגָה
(veavliga)
opdat ik opleef
בְּטֶ֖רֶם
(beterem)
voordat
אֵלֵ֣ךְ
(elekh)
ik heenga
וְאֵינֶֽנִּי
(veeineni)
en ik ben er niet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָשַׁע (hasha), ‘wend af’: het Hebreeuws heeft hier geen voorwerp.

Wij begrijpen ‘Uw blik’; hetzelfde woord staat in Job 14:6.