De mens is een handbreedte: een bede van een vreemdeling
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Ik legde mijn mond een muilkorf aan
1Voor de koorleider, voor Jedutun. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לִֽידוּת֗וּן
(lidutun)
voor Jedutun
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.
Wij kiezen ‘koorleider’.
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
יְדוּתוּן (Jedutun): een zanger en musicus uit de tijd van David (1 Kron. 16:41).
12Met terechtwijzingen tuchtigt U een man om zijn ongerechtigheid. U laat vergaan wat hij kostbaar vindt, zoals een mot. Ja, ieder mens is een en al damp. Sela.
בְּֽתוֹכָ֘ח֤וֹת
(betokhachot)
met terechtwijzingen
עַל
(al)
om
עָוֺ֨ן
(avon)
ongerechtigheid
יִסַּ֬רְתָּ
(yisarta)
tuchtigt U
אִ֗ישׁ
(ish)
man
וַתֶּ֣מֶס
(vatemes)
en U laat vergaan
כָּעָ֣שׁ
(kaash)
als een mot
חֲמוּד֑וֹ
(chamudo)
wat hij kostbaar vindt
אַ֤ךְ
(akh)
ja
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
כָּל
(kal)
heel
אָדָ֣ם
(adam)
mens
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עָוֺן (avon), ‘ongerechtigheid’: schuld die iemand draagt.
13Hoor mijn gebed, Yahweh, en luister naar mijn hulpgeroep. Zwijg niet bij mijn tranen. Want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner zoals al mijn vaders.
שִֽׁמְעָ֥ה
(shima)
hoor
תְפִלָּתִ֨י
(tefilati)
mijn gebed
יְהוָ֡ה
(Yahweh)
Yahweh
וְשַׁוְעָתִ֨י
(veshavati)
en mijn hulpgeroep
הַאֲזִינָה֮
(haazina)
luister
אֶֽל
(el)
naar
דִּמְעָתִ֗י
(dimati)
mijn tranen
אַֽל
(al)
niet
תֶּ֫חֱרַ֥שׁ
(techerash)
zwijg
כִּ֤י
(ki)
want
גֵ֣ר
(ger)
vreemdeling
אָנֹכִ֣י
(anokhi)
ik
עִמָּ֑ךְ
(imakh)
bij U
תּ֝וֹשָׁ֗ב
(toshav)
bijwoner
כְּכָל
(kekhal)
zoals alle
אֲבוֹתָֽי
(avotay)
mijn vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֵּר (ger), ‘vreemdeling’, en תּוֹשָׁב (toshav), ‘bijwoner’: iemand die op andermans grond woont en daar geen eigen bezit heeft.