Elohim Bijbel

Matteüs 8

12345678910111213141516171819202122232425262728

Genezingen, de storm op de zee en de bezetenen bij de Gadarenen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua maakt een melaatse rein

1Toen Hij van de berg was afgedaald, volgden veel menigten Hem.
Καταβάντος
(Katabantos)
toen Hij was afgedaald
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
ὄρους
(orous)
berg
ἠκολούθησαν
(ekolouthesan)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
πολλοί
(polloi)
veel
Bron: SBLGNT
2En zie: een melaatse kwam naar Hem toe en boog zich voor Hem neer. Hij zei: „Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.”
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
λεπρὸς
(lepros)
melaatse
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
προσεκύνει
(prosekynei)
boog zich neer
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
λέγων
(legon)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ἐὰν
(ean)
als
θέλῃς
(theles)
U wilt
δύνασαί
(dynasai)
kunt U
με
(me)
mij
καθαρίσαι
(katharisai)
rein maken
Bron: SBLGNT
Uitleg

λεπρός (lepros), ‘melaatse’: iemand met een huidziekte die volgens de wet onrein was en buiten het kamp moest wonen (Lev. 13:45–46). προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zie 2:2.

Zie ook Mark. 1:40–45; Luc. 5:12–16.

3Hij stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei: „Ik wil. Word rein.” Meteen werd zijn melaatsheid gereinigd.
καὶ
(kai)
en
ἐκτείνας
(ekteinas)
uitstrekkend
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
ἥψατο
(hepsato)
raakte aan
αὐτοῦ
(autou)
hem
λέγων
(legon)
zeggend
Θέλω
(Thelo)
Ik wil
καθαρίσθητι
(katharistheti)
word rein
καὶ
(kai)
en
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἐκαθαρίσθη
(ekatharisthe)
werd gereinigd
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἡ
(he)
de
λέπρα
(lepra)
melaatsheid
Bron: SBLGNT
4Yeshua zei tegen hem: „Pas op dat je het aan niemand vertelt. Ga heen, laat je aan de priester zien en breng de gave die Mozes heeft opgedragen, als getuigenis voor hen.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ὅρα
(Hora)
pas op
μηδενὶ
(medeni)
niemand
εἴπῃς
(eipes)
zeg
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὕπαγε
(hypage)
ga heen
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
δεῖξον
(deixon)
laat zien
τῷ
(to)
aan de
ἱερεῖ
(hierei)
priester
καὶ
(kai)
en
προσένεγκον
(prosenenkon)
breng
τὸ
(to)
de
δῶρον
(doron)
gave
ὃ
(ho)
die
προσέταξεν
(prosetaxen)
droeg op
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Wat Mozes opdroeg voor wie rein verklaard wordt, staat in Lev. 14:2–32. δῶρον (doron), ‘gave’. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: een bewijs voor de priesters dat de man rein is.

Het geloof van de hoofdman over honderd

5Toen Hij Kapernaüm binnenging, kwam een hoofdman over honderd naar Hem toe en smeekte Hem.
Εἰσελθόντος
(Eiselthontos)
toen Hij binnenkwam
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
Hij
εἰς
(eis)
in
Καφαρναοὺμ
(Kapharnaoum)
Kapernaüm
προσῆλθεν
(proselthen)
kwam naar
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἑκατόνταρχος
(hekatontarchos)
hoofdman over honderd
παρακαλῶν
(parakalon)
smeken
αὐτὸν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kapernaüm: Kapernaüm (Tel Hum) lag aan de noordwestkant van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

ἑκατόνταρχος (hekatontarchos), ‘hoofdman over honderd’: een officier in het Romeinse leger die ongeveer 100 soldaten onder zich had.

Kapernaüm: zie 4:13.

Zie ook Luc. 7:1–10; Joh. 4:46–54.

6De hoofdman zei: „Heer, mijn knecht ligt verlamd in huis en wordt vreselijk gekweld.”
καὶ
(kai)
en
λέγων
(legon)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ὁ
(ho)
de
παῖς
(pais)
knecht
μου
(mou)
mijn
βέβληται
(bebletai)
ligt
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
παραλυτικός
(paralytikos)
verlamd
δεινῶς
(deinos)
vreselijk
βασανιζόμενος
(basanizomenos)
gekweld
Bron: SBLGNT
Uitleg

παῖς (pais) betekent ‘kind’ of ‘knecht’.

Hier gaat het om een knecht van de hoofdman; in vers 9 spreekt de hoofdman over zijn δοῦλος (doulos), ‘knecht’; letterlijk is dat ‘slaaf’.

Wij vertalen beide woorden als ‘knecht’.

Zie ookMat 8:9
7Yeshua zei tegen hem: „Ik zal komen en hem genezen.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Ἐγὼ
(Ego)
ik
ἐλθὼν
(elthon)
komend
θεραπεύσω
(therapeuso)
zal genezen
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
8De hoofdman antwoordde en zei: „Heer, ik ben niet waardig dat U onder mijn dak komt. Zeg alleen een woord, en mijn knecht zal genezen worden.
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
ἑκατόνταρχος
(hekatontarchos)
hoofdman
ἔφη
(ephe)
zei
Κύριε
(Kyrie)
Heer
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἱκανὸς
(hikanos)
waardig
ἵνα
(hina)
dat
μου
(mou)
mijn
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὴν
(ten)
het
στέγην
(stegen)
dak
εἰσέλθῃς
(eiselthes)
U komt
ἀλλὰ
(alla)
maar
μόνον
(monon)
alleen
εἰπὲ
(eipe)
zeg
λόγῳ
(logo)
een woord
καὶ
(kai)
en
ἰαθήσεται
(iathesetai)
zal genezen worden
ὁ
(ho)
de
παῖς
(pais)
knecht
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
9Want ook ik ben een man die onder gezag staat, en ik heb soldaten onder mij. Ik zeg tegen de een: ‘Ga’, en hij gaat. Tegen een ander: ‘Kom’, en hij komt. En tegen mijn knecht: ‘Doe dit’, en hij doet het.”
καὶ
(kai)
en
γὰρ
(gar)
want
ἐγὼ
(ego)
ik
ἄνθρωπός
(anthropos)
man
εἰμι
(eimi)
ben
ὑπὸ
(hypo)
onder
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔχων
(echon)
hebbend
ὑπ’
(hyp’)
onder
ἐμαυτὸν
(emauton)
mijzelf
στρατιώτας
(stratiotas)
soldaten
καὶ
(kai)
en
λέγω
(lego)
ik zeg
τούτῳ
(touto)
tot deze
Πορεύθητι
(Poreutheti)
ga
καὶ
(kai)
en
πορεύεται
(poreuetai)
hij gaat
καὶ
(kai)
en
ἄλλῳ
(allo)
tot een ander
Ἔρχου
(Erchou)
kom
καὶ
(kai)
en
ἔρχεται
(erchetai)
hij komt
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
tot de
δούλῳ
(doulo)
knecht
μου
(mou)
mijn
Ποίησον
(Poieson)
doe
τοῦτο
(touto)
dit
καὶ
(kai)
en
ποιεῖ
(poiei)
hij doet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het recht om bevel te geven.

Wij vertalen het overal als ‘gezag’.

10Toen Yeshua dit hoorde, verwonderde Hij Zich. Hij zei tegen hen die Hem volgden: „Voorwaar, Ik zeg jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden.
ἀκούσας
(akousas)
horend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἐθαύμασεν
(ethaumasen)
verwonderde Zich
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
τοῖς
(tois)
tot de
ἀκολουθοῦσιν
(akolouthousin)
volgenden
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
παρ’
(par’)
bij
οὐδενὶ
(oudeni)
niemand
τοσαύτην
(tosauten)
zo groot
πίστιν
(pistin)
geloof
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
εὗρον
(heuron)
heb gevonden
Bron: SBLGNT
11En Ik zeg jullie: velen zullen komen uit het oosten en het westen. Zij zullen met Abraham, Isaak en Jakob aan tafel zitten in het koninkrijk van de hemelen.
λέγω
(lego)
ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἀπὸ
(apo)
uit
ἀνατολῶν
(anatolon)
oosten
καὶ
(kai)
en
δυσμῶν
(dysmon)
westen
ἥξουσιν
(hexousin)
zullen komen
καὶ
(kai)
en
ἀνακλιθήσονται
(anaklithesontai)
zullen aan tafel zitten
μετὰ
(meta)
met
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
καὶ
(kai)
en
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
καὶ
(kai)
en
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνακλιθήσονται (anaklithesontai) betekent letterlijk ‘zullen liggen’: men lag bij een maaltijd op rustbanken.

Wij schrijven ‘aan tafel zitten’; ‘aan tafel’ voegt het Nederlands toe.

Zie ook Ps. 107:3 en Jes. 43:5, waar Elohim mensen verzamelt uit het oosten en het westen.

Zie ook Luc. 13:28–29.

12Maar de zonen van het koninkrijk zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden.”
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
υἱοὶ
(huioi)
zonen
τῆς
(tes)
van het
βασιλείας
(basileias)
koninkrijk
ἐκβληθήσονται
(ekblethesontai)
zullen worden uitgeworpen
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
σκότος
(skotos)
duisternis
τὸ
(to)
de
ἐξώτερον
(exoteron)
buitenste
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἔσται
(estai)
zal zijn
ὁ
(ho)
het
κλαυθμὸς
(klauthmos)
geween
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
βρυγμὸς
(brygmos)
knarsen
τῶν
(ton)
van de
ὀδόντων
(odonton)
tanden
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἱ υἱοὶ τῆς βασιλείας (hoi huioi tes basileias), ‘de zonen van het koninkrijk’: zij die het koninkrijk als erfdeel hadden.

‘Zonen van’ is een Hebreeuwse manier van spreken. βρυγμὸς τῶν ὀδόντων (brygmos ton odonton), ‘het knarsen van de tanden’.

13Yeshua zei tegen de hoofdman: „Ga heen. Laat het jou gebeuren, zoals je geloofd hebt.” En op dat uur werd de knecht genezen.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
τῷ
(to)
tot de
ἑκατοντάρχῃ
(hekatontarche)
hoofdman over honderd
Ὕπαγε
(Hypage)
ga heen
ὡς
(hos)
zoals
ἐπίστευσας
(episteusas)
je hebt geloofd
γενηθήτω
(genetheto)
laat gebeuren
σοι
(soi)
jou
καὶ
(kai)
en
ἰάθη
(iathe)
werd genezen
ὁ
(ho)
de
παῖς
(pais)
knecht
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
ἐκείνῃ
(ekeine)
dat
Bron: SBLGNT

De schoonmoeder van Petrus

14Toen Yeshua in het huis van Petrus kwam, zag Hij de schoonmoeder van Petrus liggen. Zij had koorts.
Καὶ
(Kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
komend
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
Πέτρου
(Petrou)
van Petrus
εἶδεν
(eiden)
zag
τὴν
(ten)
de
πενθερὰν
(pentheran)
schoonmoeder
αὐτοῦ
(autou)
zijn
βεβλημένην
(beblemenen)
liggend
καὶ
(kai)
en
πυρέσσουσαν
(pyressousan)
koorts hebbend
Bron: SBLGNT
15Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar. Zij stond op en diende Hem.
καὶ
(kai)
en
ἥψατο
(hepsato)
raakte aan
τῆς
(tes)
de
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
ἀφῆκεν
(apheken)
verliet
αὐτὴν
(auten)
haar
ὁ
(ho)
de
πυρετός
(pyretos)
koorts
καὶ
(kai)
en
ἠγέρθη
(egerthe)
stond op
καὶ
(kai)
en
διηκόνει
(diekonei)
diende
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Mark. 1:29–31; Luc. 4:38–39.

Lezing

Wij volgen de SBLGNT: ‘zij diende Hem’ (αὐτῷ, auto).

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat ‘zij diende hen’ (αὐτοῖς, autois).

Veel zieken worden genezen

16Toen het avond geworden was, brachten zij veel mensen die door demonen bezeten waren bij Hem. Met een woord dreef Hij de geesten uit, en Hij genas allen die ziek waren,
Ὀψίας
(Opsias)
avond
δὲ
(de)
maar
γενομένης
(genomenes)
geworden
προσήνεγκαν
(prosenenkan)
brachten
αὐτῷ
(auto)
bij Hem
δαιμονιζομένους
(daimonizomenous)
door demonen bezetenen
πολλούς
(pollous)
veel
καὶ
(kai)
en
ἐξέβαλεν
(exebalen)
dreef uit
τὰ
(ta)
de
πνεύματα
(pneumata)
geesten
λόγῳ
(logo)
met een woord
καὶ
(kai)
en
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
de
κακῶς
(kakos)
slecht
ἔχοντας
(echontas)
hebbenden
ἐθεράπευσεν
(etherapeusen)
genas
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Mark. 1:32–34; Luc. 4:40–41.

17opdat vervuld zou worden wat gezegd is door de profeet Jesaja: „Hij heeft onze zwakheden genomen en onze ziekten gedragen.”
ὅπως
(hopos)
opdat
πληρωθῇ
(plerothe)
vervuld wordt
τὸ
(to)
het
ῥηθὲν
(rhethen)
gesprokene
διὰ
(dia)
door
Ἠσαΐου
(Esaiou)
Jesaja
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
λέγοντος
(legontos)
zeggend
Αὐτὸς
(Autos)
Hij
τὰς
(tas)
de
ἀσθενείας
(astheneias)
zwakheden
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἔλαβεν
(elaben)
nam
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
νόσους
(nosous)
ziekten
ἐβάστασεν
(ebastasen)
droeg
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Jes. 53:4.

Het Hebreeuws heeft ‘onze ziekten heeft hij gedragen, en onze pijnen heeft hij op zich genomen’.

De Griekse tekst heeft ‘Hij nam onze zwakheden en droeg onze ziekten’. ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’; νόσος (nosos), ‘ziekte’.

Zie ookJes 53:4

Wat het kost om Yeshua te volgen

18Toen Yeshua veel menigten om Zich heen zag, gaf Hij bevel om naar de overkant te gaan.
Ἰδὼν
(Idon)
ziend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
πολλοὺς
(pollous)
veel
ὄχλους
(ochlous)
menigten
περὶ
(peri)
rondom
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐκέλευσεν
(ekeleusen)
gaf bevel
ἀπελθεῖν
(apelthein)
te vertrekken
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
πέραν
(peran)
overkant
Bron: SBLGNT
19Een schriftgeleerde kwam naar Hem toe en zei: „Leraar, ik zal U volgen, waar U ook heen gaat.”
καὶ
(kai)
en
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
εἷς
(heis)
een
γραμματεὺς
(grammateus)
schriftgeleerde
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
ἀκολουθήσω
(akoloutheso)
ik zal volgen
σοι
(soi)
U
ὅπου
(hopou)
waar
ἐὰν
(ean)
ook
ἀπέρχῃ
(aperche)
U heen gaat
Bron: SBLGNT
Uitleg

γραμματεύς (grammateus), ‘schriftgeleerde’: iemand die de Schrift kende en uitlegde. διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’.

Zie ook Luc. 9:57–58.

20Yeshua zei tegen hem: „De vossen hebben holen en de vogels van de hemel hebben nesten. Maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Αἱ
(Hai)
de
ἀλώπεκες
(alopekes)
vossen
φωλεοὺς
(pholeous)
holen
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
πετεινὰ
(peteina)
vogels
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
κατασκηνώσεις
(kataskenoseis)
nesten
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
ποῦ
(pou)
waar
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
κλίνῃ
(kline)
Hij neerlegt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (ho huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: Yeshua noemt Zichzelf zo.

De naam komt uit Dan. 7:13, ‘iemand als een mensenzoon’ (Aramees בַּר אֱנָשׁ, bar enash).

Letterlijk betekent het ‘zoon van een mens’.

Wij schrijven overal ‘de Mensenzoon’.

κατασκήνωσις (kataskenosis), ‘nest, verblijfplaats’.

Zie ookDan 7:13
21Een ander van de leerlingen zei tegen Hem: „Heer, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.”
ἕτερος
(heteros)
een ander
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
van de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ἐπίτρεψόν
(epitrepson)
sta toe
μοι
(moi)
mij
πρῶτον
(proton)
eerst
ἀπελθεῖν
(apelthein)
heen te gaan
καὶ
(kai)
en
θάψαι
(thapsai)
te begraven
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Luc. 9:59–60.

22Yeshua zei tegen hem: „Volg Mij, en laat de doden hun eigen doden begraven.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Ἀκολούθει
(Akolouthei)
volg
μοι
(moi)
Mij
καὶ
(kai)
en
ἄφες
(aphes)
laat
τοὺς
(tous)
de
νεκροὺς
(nekrous)
doden
θάψαι
(thapsai)
te begraven
τοὺς
(tous)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
νεκρούς
(nekrous)
doden
Bron: SBLGNT

Yeshua bedaart de storm

23Toen Hij in een boot stapte, volgden Zijn leerlingen Hem.
Καὶ
(Kai)
en
ἐμβάντι
(embanti)
instappend
αὐτῷ
(auto)
Hem
εἰς
(eis)
in
πλοῖον
(ploion)
boot
ἠκολούθησαν
(ekolouthesan)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
24En zie: er kwam een grote storm op de zee, zodat de boot door de golven overspoeld werd. Maar Hij sliep.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
σεισμὸς
(seismos)
storm
μέγας
(megas)
grote
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
ὥστε
(hoste)
zodat
τὸ
(to)
de
πλοῖον
(ploion)
boot
καλύπτεσθαι
(kalyptesthai)
werd overspoeld
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
κυμάτων
(kymaton)
golven
αὐτὸς
(autos)
Hij zelf
δὲ
(de)
maar
ἐκάθευδεν
(ekatheuden)
sliep
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

σεισμός (seismos) betekent ‘schudding, beving’; hier is het een hevige storm op het water. θάλασσα (thalassa), ‘zee’: het gaat om het meer van Galilea; zie 4:18. γαλήνη (galene) in vers 26 is een volkomen windstilte.

Zie ook Mark. 4:35–41; Luc. 8:22–25.

25Zij kwamen naar Hem toe, maakten Hem wakker en zeiden: „Heer, red ons! Wij komen om!”
καὶ
(kai)
en
προσελθόντες
(proselthontes)
naderend
ἤγειραν
(egeiran)
maakten wakker
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
σῶσον
(soson)
red (ons)
ἀπολλύμεθα
(apollymetha)
wij komen om
Bron: SBLGNT
26Hij zei tegen hen: „Waarom zijn jullie bang, kleingelovigen?” Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee. Er kwam een grote windstilte.
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Τί
(Ti)
wat
δειλοί
(deiloi)
bang
ἐστε
(este)
zijn jullie
ὀλιγόπιστοι
(oligopistoi)
kleingelovigen
τότε
(tote)
toen
ἐγερθεὶς
(egertheis)
opstaand
ἐπετίμησεν
(epetimesen)
bestrafte
τοῖς
(tois)
de
ἀνέμοις
(anemois)
winden
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
γαλήνη
(galene)
windstilte
μεγάλη
(megale)
grote
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

ὀλιγόπιστος (oligopistos), ‘kleingelovige’: iemand met weinig geloof.

27De mensen verwonderden zich en zeiden: „Wat voor iemand is Hij, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?”
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
ἐθαύμασαν
(ethaumasan)
verwonderden zich
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ποταπός
(Potapos)
wat voor iemand
ἐστιν
(estin)
is
οὗτος
(houtos)
Deze
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἄνεμοι
(anemoi)
winden
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
θάλασσα
(thalassa)
zee
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὑπακούουσιν
(hypakouousin)
gehoorzamen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

De bezetenen in het gebied van de Gadarenen

28Toen Hij aan de overkant kwam, in het gebied van de Gadarenen, kwamen twee door demonen bezeten mannen Hem tegemoet, uit de graven. Zij waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg kon gaan.
Καὶ
(Kai)
en
ἐλθόντος
(elthontos)
gekomen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
πέραν
(peran)
overkant
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
χώραν
(choran)
gebied
τῶν
(ton)
van de
Γαδαρηνῶν
(Gadarenon)
Gadarenen
ὑπήντησαν
(hypentesan)
ontmoetten
αὐτῷ
(auto)
Hem
δύο
(dyo)
twee
δαιμονιζόμενοι
(daimonizomenoi)
door demonen bezetenen
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
μνημείων
(mnemeion)
graven
ἐξερχόμενοι
(exerchomenoi)
uitkomend
χαλεποὶ
(chalepoi)
gevaarlijk
λίαν
(lian)
zeer
ὥστε
(hoste)
zodat
μὴ
(me)
niet
ἰσχύειν
(ischyein)
kon
τινὰ
(tina)
iemand
παρελθεῖν
(parelthein)
voorbijgaan
διὰ
(dia)
over
τῆς
(tes)
de
ὁδοῦ
(hodou)
weg
ἐκείνης
(ekeines)
die
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Gebied van de Gadarenen (Gadara; ligging onzeker): Gadara (Umm Qais) lag ongeveer 10 km ten zuidoosten van het meer van Galilea, in het huidige Jordanië.

Het gebied van de Gadarenen reikte mogelijk tot aan het meer.

De precieze plek is niet zeker.

Uitleg

Gadara ligt ten zuidoosten van het meer van Galilea. μνημεῖον (mnemeion), ‘graf’: een grafkamer, vaak uitgehouwen in de rots.

Zie ook Mark. 5:1–20; Luc. 8:26–39.

Lezing

Wij volgen de SBLGNT: ‘de Gadarenen’ (Γαδαρηνῶν, Gadarenon).

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat ‘de Gergesenen’ (Γεργεσηνῶν, Gergesenon).

29En zie: zij schreeuwden: „Wat hebben wij met U te maken, Zoon van Elohim? Bent U hierheen gekomen om ons vóór de tijd te kwellen?”
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἔκραξαν
(ekraxan)
schreeuwden
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
ἡμῖν
(hemin)
ons
καὶ
(kai)
en
σοί
(soi)
U
υἱὲ
(huie)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἦλθες
(elthes)
kwam U
ὧδε
(hode)
hierheen
πρὸ
(pro)
vóór
καιροῦ
(kairou)
de tijd
βασανίσαι
(basanisai)
te kwellen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

τί ἡμῖν καὶ σοί (ti hemin kai soi), ‘wat hebben wij met U te maken’, is een Hebreeuwse uitdrukking; zie Richt. 11:12 en 1 Kon. 17:18. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’.

30Een eind van hen vandaan graasde een kudde van veel varkens.
ἦν
(en)
was
δὲ
(de)
maar
μακρὰν
(makran)
ver
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἀγέλη
(agele)
kudde
χοίρων
(choiron)
varkens
πολλῶν
(pollon)
veel
βοσκομένη
(boskomene)
grazend
Bron: SBLGNT
Uitleg

Varkens zijn volgens de wet onrein (Lev. 11:7; Deut. 14:8).

31De demonen smeekten Hem: „Als U ons uitdrijft, zend ons in de kudde varkens.”
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
δαίμονες
(daimones)
demonen
παρεκάλουν
(parekaloun)
smeekten
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Εἰ
(Ei)
als
ἐκβάλλεις
(ekballeis)
U uitdrijft
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἀπόστειλον
(aposteilon)
zend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
ἀγέλην
(agelen)
kudde
τῶν
(ton)
van de
χοίρων
(choiron)
varkens
Bron: SBLGNT
32Hij zei tegen hen: „Ga heen.” Zij kwamen eruit en gingen in de varkens. En zie: de hele kudde stortte zich van de steile helling in de zee en stierf in het water.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ὑπάγετε
(Hypagete)
gaat heen
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgekomen
ἀπῆλθον
(apelthon)
gingen weg
εἰς
(eis)
in
τοὺς
(tous)
de
χοίρους
(choirous)
varkens
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ὥρμησεν
(hormesen)
stormde
πᾶσα
(pasa)
hele
ἡ
(he)
de
ἀγέλη
(agele)
kudde
κατὰ
(kata)
van
τοῦ
(tou)
de
κρημνοῦ
(kremnou)
steile helling
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
ἀπέθανον
(apethanon)
stierven
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ὕδασιν
(hydasin)
wateren
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.

Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.

Uitleg

κρημνός (kremnos), ‘steile helling’: een steile oever of rotswand.

33De herders vluchtten. Zij gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat met de door demonen bezeten mannen was gebeurd.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
βόσκοντες
(boskontes)
herders
ἔφυγον
(ephygon)
vluchtten
καὶ
(kai)
en
ἀπελθόντες
(apelthontes)
weggegaan
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
ἀπήγγειλαν
(apengeilan)
meldden
πάντα
(panta)
alles
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
τῶν
(ton)
van de
δαιμονιζομένων
(daimonizomenon)
door demonen bezetenen
Bron: SBLGNT
34En zie: heel de stad ging Yeshua tegemoet. Toen zij Hem zagen, smeekten zij Hem uit hun gebied weg te gaan.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
πᾶσα
(pasa)
hele
ἡ
(he)
de
πόλις
(polis)
stad
ἐξῆλθεν
(exelthen)
kwam uit
εἰς
(eis)
tot
ὑπάντησιν
(hypantesin)
ontmoeting
τῷ
(to)
met de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἰδόντες
(idontes)
ziende
αὐτὸν
(auton)
Hem
παρεκάλεσαν
(parekalesan)
smeekten
ὅπως
(hopos)
opdat
μεταβῇ
(metabe)
Hij zou vertrekken
ἀπὸ
(apo)
uit
τῶν
(ton)
de
ὁρίων
(horion)
gebieden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT