Genezingen, de storm op de zee en de bezetenen bij de Gadarenen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua maakt een melaatse rein
1Toen Hij van de berg was afgedaald, volgden veel menigten Hem.
Καταβάντος
(Katabantos)
toen Hij was afgedaald
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
Hij
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
ὄρους
(orous)
berg
ἠκολούθησαν
(ekolouthesan)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
πολλοί
(polloi)
veel
Bron: SBLGNT
2En zie: een melaatse kwam naar Hem toe en boog zich voor Hem neer. Hij zei: „Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.”
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
λεπρὸς
(lepros)
melaatse
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
προσεκύνει
(prosekynei)
boog zich neer
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
λέγων
(legon)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ἐὰν
(ean)
als
θέλῃς
(theles)
U wilt
δύνασαί
(dynasai)
kunt U
με
(me)
mij
καθαρίσαι
(katharisai)
rein maken
Bron: SBLGNT
Uitleg
λεπρός (lepros), ‘melaatse’: iemand met een huidziekte die volgens de wet onrein was en buiten het kamp moest wonen (Lev. 13:45–46). προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zie 2:2.
3Hij stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei: „Ik wil. Word rein.” Meteen werd zijn melaatsheid gereinigd.
καὶ
(kai)
en
ἐκτείνας
(ekteinas)
uitstrekkend
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
ἥψατο
(hepsato)
raakte aan
αὐτοῦ
(autou)
hem
λέγων
(legon)
zeggend
Θέλω
(Thelo)
Ik wil
καθαρίσθητι
(katharistheti)
word rein
καὶ
(kai)
en
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἐκαθαρίσθη
(ekatharisthe)
werd gereinigd
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἡ
(he)
de
λέπρα
(lepra)
melaatsheid
Bron: SBLGNT
4Yeshua zei tegen hem: „Pas op dat je het aan niemand vertelt. Ga heen, laat je aan de priester zien en breng de gave die Mozes heeft opgedragen, als getuigenis voor hen.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ὅρα
(Hora)
pas op
μηδενὶ
(medeni)
niemand
εἴπῃς
(eipes)
zeg
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὕπαγε
(hypage)
ga heen
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
δεῖξον
(deixon)
laat zien
τῷ
(to)
aan de
ἱερεῖ
(hierei)
priester
καὶ
(kai)
en
προσένεγκον
(prosenenkon)
breng
τὸ
(to)
de
δῶρον
(doron)
gave
ὃ
(ho)
die
προσέταξεν
(prosetaxen)
droeg op
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Wat Mozes opdroeg voor wie rein verklaard wordt, staat in Lev. 14:2–32. δῶρον (doron), ‘gave’. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: een bewijs voor de priesters dat de man rein is.
7Yeshua zei tegen hem: „Ik zal komen en hem genezen.”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Ἐγὼ
(Ego)
ik
ἐλθὼν
(elthon)
komend
θεραπεύσω
(therapeuso)
zal genezen
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
8De hoofdman antwoordde en zei: „Heer, ik ben niet waardig dat U onder mijn dak komt. Zeg alleen een woord, en mijn knecht zal genezen worden.
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
ἑκατόνταρχος
(hekatontarchos)
hoofdman
ἔφη
(ephe)
zei
Κύριε
(Kyrie)
Heer
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἱκανὸς
(hikanos)
waardig
ἵνα
(hina)
dat
μου
(mou)
mijn
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὴν
(ten)
het
στέγην
(stegen)
dak
εἰσέλθῃς
(eiselthes)
U komt
ἀλλὰ
(alla)
maar
μόνον
(monon)
alleen
εἰπὲ
(eipe)
zeg
λόγῳ
(logo)
een woord
καὶ
(kai)
en
ἰαθήσεται
(iathesetai)
zal genezen worden
ὁ
(ho)
de
παῖς
(pais)
knecht
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
9Want ook ik ben een man die onder gezag staat, en ik heb soldaten onder mij. Ik zeg tegen de een: ‘Ga’, en hij gaat. Tegen een ander: ‘Kom’, en hij komt. En tegen mijn knecht: ‘Doe dit’, en hij doet het.”
καὶ
(kai)
en
γὰρ
(gar)
want
ἐγὼ
(ego)
ik
ἄνθρωπός
(anthropos)
man
εἰμι
(eimi)
ben
ὑπὸ
(hypo)
onder
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔχων
(echon)
hebbend
ὑπ’
(hyp’)
onder
ἐμαυτὸν
(emauton)
mijzelf
στρατιώτας
(stratiotas)
soldaten
καὶ
(kai)
en
λέγω
(lego)
ik zeg
τούτῳ
(touto)
tot deze
Πορεύθητι
(Poreutheti)
ga
καὶ
(kai)
en
πορεύεται
(poreuetai)
hij gaat
καὶ
(kai)
en
ἄλλῳ
(allo)
tot een ander
Ἔρχου
(Erchou)
kom
καὶ
(kai)
en
ἔρχεται
(erchetai)
hij komt
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
tot de
δούλῳ
(doulo)
knecht
μου
(mou)
mijn
Ποίησον
(Poieson)
doe
τοῦτο
(touto)
dit
καὶ
(kai)
en
ποιεῖ
(poiei)
hij doet
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het recht om bevel te geven.
Wij vertalen het overal als ‘gezag’.
10Toen Yeshua dit hoorde, verwonderde Hij Zich. Hij zei tegen hen die Hem volgden: „Voorwaar, Ik zeg jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden.
ἀκούσας
(akousas)
horend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἐθαύμασεν
(ethaumasen)
verwonderde Zich
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
τοῖς
(tois)
tot de
ἀκολουθοῦσιν
(akolouthousin)
volgenden
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
παρ’
(par’)
bij
οὐδενὶ
(oudeni)
niemand
τοσαύτην
(tosauten)
zo groot
πίστιν
(pistin)
geloof
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
εὗρον
(heuron)
heb gevonden
Bron: SBLGNT
11En Ik zeg jullie: velen zullen komen uit het oosten en het westen. Zij zullen met Abraham, Isaak en Jakob aan tafel zitten in het koninkrijk van de hemelen.
λέγω
(lego)
ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἀπὸ
(apo)
uit
ἀνατολῶν
(anatolon)
oosten
καὶ
(kai)
en
δυσμῶν
(dysmon)
westen
ἥξουσιν
(hexousin)
zullen komen
καὶ
(kai)
en
ἀνακλιθήσονται
(anaklithesontai)
zullen aan tafel zitten
μετὰ
(meta)
met
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
καὶ
(kai)
en
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
καὶ
(kai)
en
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀνακλιθήσονται (anaklithesontai) betekent letterlijk ‘zullen liggen’: men lag bij een maaltijd op rustbanken.
Wij schrijven ‘aan tafel zitten’; ‘aan tafel’ voegt het Nederlands toe.
Zie ook Ps. 107:3 en Jes. 43:5, waar Elohim mensen verzamelt uit het oosten en het westen.
16Toen het avond geworden was, brachten zij veel mensen die door demonen bezeten waren bij Hem. Met een woord dreef Hij de geesten uit, en Hij genas allen die ziek waren,
20Yeshua zei tegen hem: „De vossen hebben holen en de vogels van de hemel hebben nesten. Maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen.”
22Yeshua zei tegen hem: „Volg Mij, en laat de doden hun eigen doden begraven.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Ἀκολούθει
(Akolouthei)
volg
μοι
(moi)
Mij
καὶ
(kai)
en
ἄφες
(aphes)
laat
τοὺς
(tous)
de
νεκροὺς
(nekrous)
doden
θάψαι
(thapsai)
te begraven
τοὺς
(tous)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
νεκρούς
(nekrous)
doden
Bron: SBLGNT
Yeshua bedaart de storm
23Toen Hij in een boot stapte, volgden Zijn leerlingen Hem.
Καὶ
(Kai)
en
ἐμβάντι
(embanti)
instappend
αὐτῷ
(auto)
Hem
εἰς
(eis)
in
πλοῖον
(ploion)
boot
ἠκολούθησαν
(ekolouthesan)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
24En zie: er kwam een grote storm op de zee, zodat de boot door de golven overspoeld werd. Maar Hij sliep.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
σεισμὸς
(seismos)
storm
μέγας
(megas)
grote
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
ὥστε
(hoste)
zodat
τὸ
(to)
de
πλοῖον
(ploion)
boot
καλύπτεσθαι
(kalyptesthai)
werd overspoeld
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
κυμάτων
(kymaton)
golven
αὐτὸς
(autos)
Hij zelf
δὲ
(de)
maar
ἐκάθευδεν
(ekatheuden)
sliep
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
Uitleg
σεισμός (seismos) betekent ‘schudding, beving’; hier is het een hevige storm op het water. θάλασσα (thalassa), ‘zee’: het gaat om het meer van Galilea; zie 4:18. γαλήνη (galene) in vers 26 is een volkomen windstilte.
25Zij kwamen naar Hem toe, maakten Hem wakker en zeiden: „Heer, red ons! Wij komen om!”
καὶ
(kai)
en
προσελθόντες
(proselthontes)
naderend
ἤγειραν
(egeiran)
maakten wakker
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
σῶσον
(soson)
red (ons)
ἀπολλύμεθα
(apollymetha)
wij komen om
Bron: SBLGNT
26Hij zei tegen hen: „Waarom zijn jullie bang, kleingelovigen?” Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee. Er kwam een grote windstilte.
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Τί
(Ti)
wat
δειλοί
(deiloi)
bang
ἐστε
(este)
zijn jullie
ὀλιγόπιστοι
(oligopistoi)
kleingelovigen
τότε
(tote)
toen
ἐγερθεὶς
(egertheis)
opstaand
ἐπετίμησεν
(epetimesen)
bestrafte
τοῖς
(tois)
de
ἀνέμοις
(anemois)
winden
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
γαλήνη
(galene)
windstilte
μεγάλη
(megale)
grote
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
Uitleg
ὀλιγόπιστος (oligopistos), ‘kleingelovige’: iemand met weinig geloof.
27De mensen verwonderden zich en zeiden: „Wat voor iemand is Hij, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?”
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
ἐθαύμασαν
(ethaumasan)
verwonderden zich
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ποταπός
(Potapos)
wat voor iemand
ἐστιν
(estin)
is
οὗτος
(houtos)
Deze
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
ἄνεμοι
(anemoi)
winden
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
θάλασσα
(thalassa)
zee
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὑπακούουσιν
(hypakouousin)
gehoorzamen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
De bezetenen in het gebied van de Gadarenen
28Toen Hij aan de overkant kwam, in het gebied van de Gadarenen, kwamen twee door demonen bezeten mannen Hem tegemoet, uit de graven. Zij waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg kon gaan.
Καὶ
(Kai)
en
ἐλθόντος
(elthontos)
gekomen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
πέραν
(peran)
overkant
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
χώραν
(choran)
gebied
τῶν
(ton)
van de
Γαδαρηνῶν
(Gadarenon)
Gadarenen
ὑπήντησαν
(hypentesan)
ontmoetten
αὐτῷ
(auto)
Hem
δύο
(dyo)
twee
δαιμονιζόμενοι
(daimonizomenoi)
door demonen bezetenen
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
μνημείων
(mnemeion)
graven
ἐξερχόμενοι
(exerchomenoi)
uitkomend
χαλεποὶ
(chalepoi)
gevaarlijk
λίαν
(lian)
zeer
ὥστε
(hoste)
zodat
μὴ
(me)
niet
ἰσχύειν
(ischyein)
kon
τινὰ
(tina)
iemand
παρελθεῖν
(parelthein)
voorbijgaan
διὰ
(dia)
over
τῆς
(tes)
de
ὁδοῦ
(hodou)
weg
ἐκείνης
(ekeines)
die
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Gebied van de Gadarenen (Gadara; ligging onzeker): Gadara (Umm Qais) lag ongeveer 10 km ten zuidoosten van het meer van Galilea, in het huidige Jordanië.
Het gebied van de Gadarenen reikte mogelijk tot aan het meer.
De precieze plek is niet zeker.
Uitleg
Gadara ligt ten zuidoosten van het meer van Galilea. μνημεῖον (mnemeion), ‘graf’: een grafkamer, vaak uitgehouwen in de rots.
Zie ook Mark. 5:1–20; Luc. 8:26–39.
Lezing
Wij volgen de SBLGNT: ‘de Gadarenen’ (Γαδαρηνῶν, Gadarenon).
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat ‘de Gergesenen’ (Γεργεσηνῶν, Gergesenon).
29En zie: zij schreeuwden: „Wat hebben wij met U te maken, Zoon van Elohim? Bent U hierheen gekomen om ons vóór de tijd te kwellen?”
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἔκραξαν
(ekraxan)
schreeuwden
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
ἡμῖν
(hemin)
ons
καὶ
(kai)
en
σοί
(soi)
U
υἱὲ
(huie)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἦλθες
(elthes)
kwam U
ὧδε
(hode)
hierheen
πρὸ
(pro)
vóór
καιροῦ
(kairou)
de tijd
βασανίσαι
(basanisai)
te kwellen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg
τί ἡμῖν καὶ σοί (ti hemin kai soi), ‘wat hebben wij met U te maken’, is een Hebreeuwse uitdrukking; zie Richt. 11:12 en 1 Kon. 17:18. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’.
31De demonen smeekten Hem: „Als U ons uitdrijft, zend ons in de kudde varkens.”
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
δαίμονες
(daimones)
demonen
παρεκάλουν
(parekaloun)
smeekten
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Εἰ
(Ei)
als
ἐκβάλλεις
(ekballeis)
U uitdrijft
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἀπόστειλον
(aposteilon)
zend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
ἀγέλην
(agelen)
kudde
τῶν
(ton)
van de
χοίρων
(choiron)
varkens
Bron: SBLGNT
32Hij zei tegen hen: „Ga heen.” Zij kwamen eruit en gingen in de varkens. En zie: de hele kudde stortte zich van de steile helling in de zee en stierf in het water.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ὑπάγετε
(Hypagete)
gaat heen
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgekomen
ἀπῆλθον
(apelthon)
gingen weg
εἰς
(eis)
in
τοὺς
(tous)
de
χοίρους
(choirous)
varkens
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ὥρμησεν
(hormesen)
stormde
πᾶσα
(pasa)
hele
ἡ
(he)
de
ἀγέλη
(agele)
kudde
κατὰ
(kata)
van
τοῦ
(tou)
de
κρημνοῦ
(kremnou)
steile helling
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
ἀπέθανον
(apethanon)
stierven
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ὕδασιν
(hydasin)
wateren
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
Uitleg
κρημνός (kremnos), ‘steile helling’: een steile oever of rotswand.
33De herders vluchtten. Zij gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat met de door demonen bezeten mannen was gebeurd.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
βόσκοντες
(boskontes)
herders
ἔφυγον
(ephygon)
vluchtten
καὶ
(kai)
en
ἀπελθόντες
(apelthontes)
weggegaan
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
ἀπήγγειλαν
(apengeilan)
meldden
πάντα
(panta)
alles
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
τῶν
(ton)
van de
δαιμονιζομένων
(daimonizomenon)
door demonen bezetenen
Bron: SBLGNT
34En zie: heel de stad ging Yeshua tegemoet. Toen zij Hem zagen, smeekten zij Hem uit hun gebied weg te gaan.