Romeinen 8
Geen veroordeling, leven door de Geest, de zuchtende schepping en de liefde waarvan niets ons scheidt
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Geen veroordeling meer
κατάκριμα (katakrima), ‘veroordeling’: het vonnis; zo ook in 5:16 en 5:18.
‘In de Messias Yeshua zijn’: met Hem verbonden zijn.
Het vers antwoordt op het ‘ellendig mens’ van 7:24.
Zie ook Rom. 5:16; Rom. 5:18; Rom. 7:24.
De SBLGNT markeert hier een variant bij ‘Yeshua’.
Wij volgen de SBLGNT.
νόμος (nomos), ‘wet’: hier twee keer in één vers, ‘de wet van de Geest van het leven’ en ‘de wet van de zonde en van de dood’.
Het Grieks zegt niet of ‘wet’ hier een regel of een gezag bedoelt; wij vertalen overal ‘wet’ (Hebr. tora, ‘onderwijs, instructie’), zoals in 7:21–25. ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘vrijmaken’.
Zie ook Rom. 7:23–25.
De SBLGNT markeert bij σε (se), ‘jou’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT: ‘jou’, enkelvoud.
Het Grieks begint met ‘het onmogelijke van de wet’ en maakt die zin niet af; wij laten dat zo staan en beginnen een nieuwe zin.
De hoofdzin is ‘Elohim … veroordeelde de zonde’, met het deelwoord πέμψας (pempsas), ‘gestuurd hebbend’.
Wij vertalen: ‘Elohim heeft, door … te sturen, … veroordeeld’. ὁμοίωμα (homoioma), ‘gelijkenis’: zoals in 6:5. περὶ ἁμαρτίας (peri hamartias), ‘voor de zonde’: ook ‘als zondoffer’; het Hebreeuwse חַטָּאת (chatat) betekent zowel ‘zonde’ als ‘zondoffer’ (zie Lev. 4:3). κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’.
‘In het vlees’ staat achter ‘veroordeeld’; het Grieks zegt niet meer.
Zie ook Lev. 4:3; 2 Kor. 5:21; Gal. 4:4.
δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtsvereiste’: wat de wet als recht eist; in 5:16 en 5:18 betekent hetzelfde woord ‘vrijspraak’ en ‘rechtvaardige daad’.
Het staat in het enkelvoud. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de manier van leven, zoals in 6:4. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’, en κατὰ πνεῦμα (kata pneuma), ‘naar de Geest’: zie de verzen 5–9.
Zie ook Gal. 5:14; Gal. 5:16.
Het vlees en de Geest
φρονέω (froneo), ‘zijn zinnen zetten op, zich bezighouden met’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: de zwakke menselijke natuur, niet alleen het lichaam (zie 7:5 en Gal. 3:3).
Het Grieks heeft ‘de dingen van het vlees’ en ‘de dingen van de Geest’; wij vertalen ‘wat van het vlees is’ en ‘wat van de Geest is’.
διότι (dioti), ‘omdat’: het geeft de reden voor vers 6; wij beginnen met ‘Want’. ἔχθρα (echthra), ‘vijandschap’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘zich onderwerpen’: zo ook in 8:20 (‘onderwerpen’).
‘De wet van Elohim’ is hier de wet van Mozes, de tora van Elohim.
πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: wij schrijven het met een kleine letter, de geest van de mens tegenover het lichaam; het Grieks laat open of de Geest van Elohim bedoeld is, zoals in de verzen 9 en 11. νεκρός (nekros), ‘dood’: ‘het lichaam is dood’ is: het valt onder het vonnis van de dood. διὰ δικαιοσύνην (dia dikaiosynen), ‘vanwege gerechtigheid’.
Het Grieks heeft in dit vers geen werkwoord bij ‘lichaam’ en ‘geest’; wij vullen ‘is’ aan.
ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’: zo ook in 1 Kor. 15:22. θνητός (thnetos), ‘sterfelijk’. διὰ τὸ ἐνοικοῦν αὐτοῦ πνεῦμα (dia to enoikoun autou pneuma): διά met de vierde naamval is ‘vanwege’; met de tweede naamval zou het ‘door’ zijn.
Wij volgen de tekst van de SBLGNT: ‘vanwege Zijn Geest die in jullie woont’.
Zie ook Rom. 6:4; 1 Kor. 15:22.
De SBLGNT markeert in dit vers meerdere varianten, onder andere bij ‘Yeshua’, ‘de Messias Yeshua’ en ‘Zijn Geest die in jullie woont’.
Wij volgen de SBLGNT.
Kinderen en erfgenamen van Elohim
ὀφειλέτης (ofeiletes), ‘schuldenaar’: wie iets verschuldigd is. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: ook zusters, zoals in 7:1.
μέλλω (mello) met ‘sterven’: ‘staan op het punt te sterven, gaan sterven’; wij vertalen ‘zullen jullie sterven’. θανατόω (thanatoo), ‘doden’. πρᾶξις (praxis), ‘daad, handelwijze’.
‘Door de Geest’ (πνεύματι, pneumati): door de kracht van de Geest.
Zie ook Rom. 6:12–13.
ἄγω (ago), ‘leiden’: ‘worden geleid’. υἱοὶ θεοῦ (huioi theou), ‘zonen van Elohim’: het woord omvat in de gemeente ook de dochters, zoals in Gal. 3:26 en 3:28–29.
Zie ook Gal. 3:26; Gal. 4:6.
De SBLGNT markeert bij ‘zonen … van Elohim’ (υἱοί … θεοῦ) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
πνεῦμα δουλείας (pneuma douleias), ‘geest van slavernij’: wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, een gezindheid van knechten. πνεῦμα υἱοθεσίας (pneuma huiothesias), ‘Geest van aanneming als zoon’: wij schrijven ‘Geest’ met een hoofdletter, de Geest van Elohim (vers 16).
Het Grieks heeft beide keren ‘geest’ zonder lidwoord. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: een kind als zoon met erfrecht aannemen; zo ook in vers 23 en in Gal. 4:5. Αββα (Abba) is Aramees voor ‘vader’; Paulus voegt het Griekse ὁ πατήρ (ho pater), ‘de Vader’, toe. κράζω (krazo), ‘roepen’.
Zie ook Gal. 4:5–6; Mark. 14:36.
συμμαρτυρέω (symmartyreo), ‘mee getuigen’: de Geest getuigt samen met onze eigen geest. τέκνα θεοῦ (tekna theou), ‘kinderen van Elohim’.
Zie ook Gal. 4:6.
Het Grieks heeft ‘als nu kinderen, ook erfgenamen’, zonder werkwoord; wij vullen ‘zijn wij’ aan. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’; συγκληρονόμος (sygkleronomos), ‘mede-erfgenaam’. εἴπερ (eiper), ‘als tenminste’. συμπάσχω (sympascho), ‘met lijden’; συνδοξάζω (syndoxazo), ‘met verheerlijkt worden’.
Zie ook Gal. 4:7.
De schepping zucht en wacht
λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, tot een slotsom komen’: zoals in 6:11. πάθημα (pathema), ‘lijden’: in 7:5 staat hetzelfde woord, daar ‘hartstochten’; hier gaat het om wat men ondergaat. ἄξιος πρός (axios pros), ‘opwegen tegen’: letterlijk ‘waard tegenover’. εἰς ἡμᾶς (eis hemas), ‘aan ons’: het Grieks kan ook ‘in ons’ of ‘voor ons’ zijn.
Zie ook 2 Kor. 4:17.
κτίσις (ktisis), ‘schepping’: alles wat Elohim gemaakt heeft; het Grieks zegt niet of de mensen erbij horen.
Het woord staat in de verzen 19–22; in vers 39 vertalen wij het met ‘schepsel’. ἀποκαραδοκία (apokaradokia), ‘vol verwachting uitzien’: een zeldzaam woord voor een gespannen uitkijken. ἀπεκδέχομαι (apekdechomai), ‘verwachtingsvol wachten’: ook in de verzen 23 en 25.
De ‘onthulling van de zonen van Elohim’ is dat zichtbaar wordt wie zij zijn.
ματαιότης (mataiotes), ‘zinloosheid’: leegte, doelloosheid. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’.
‘Hem die haar onderwierp’: het Grieks noemt Hem niet bij naam; vergelijk de vloek over de grond in Gen. 3:17–19. ἐφ᾽ ἑλπίδι (ef elpidi), ‘in hoop’: de zin loopt door in vers 21, waar ὅτι (hoti) ‘dat’ of ‘omdat’ kan betekenen.
Zie ook Gen. 3:17–19.
De SBLGNT markeert bij ἐφ᾽ (ef) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ὅτι (hoti), ‘dat’: ook ‘omdat’; zie vers 20. ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘bevrijden’. φθορά (fthora), ‘vergankelijkheid’: vergaan, verval; ‘slavernij van de vergankelijkheid’.
‘De vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van Elohim’: de vrijheid die bij hun heerlijkheid hoort.
συστενάζω (systenazo), ‘samen zuchten’, en συνωδίνω (synodino), ‘samen in barensweeën zijn’: de schepping wordt als een barende vrouw voorgesteld.
‘Tot nu toe’ (ἄχρι τοῦ νῦν): tot dit moment.
ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: de eerste opbrengst van de oogst, die de rest aankondigt.
Het Griekse deelwoord ἀπεκδεχόμενοι (apekdechomenoi), ‘verwachtingsvol wachtend’, maken wij tot een eigen zin.
‘De eersteling van de Geest’: het Grieks laat open of de Geest zelf de eersteling is of een eerste gave van de Geest. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: zie vers 15; hier wordt zij nog verwacht. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’: vrijkoping met een losprijs; ‘de loskoping van ons lichaam’.
Zie ook Rom. 8:15.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καὶ αὐτοί (‘ook zijzelf’) en bij ἡμεῖς καί (‘wij ook’).
Wij volgen de SBLGNT.
τῇ ἐλπίδι (te elpidi), ‘in de hoop’: de datief kan ‘in hoop’, ‘door de hoop’ of ‘voor de hoop’ zijn; wij vertalen ‘in de hoop’. ἐσώθημεν (esothemen), ‘wij zijn gered’.
De SBLGNT markeert bij τίς (tis), ‘iemand’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De Geest pleit voor ons
ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’. συναντιλαμβάνομαι (synantilambanomai), ‘te hulp komen, mee aanpakken’. ὑπερεντυγχάνω (hyperentygchano), ‘pleiten voor’: voor iemand opkomen; ἐντυγχάνω staat in de verzen 27 en 34. στεναγμός (stenagmos), ‘zucht’; ἀλάλητος (alaletos), ‘onuitgesproken’: zonder woorden, of te groot voor woorden.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij τῇ ἀσθενείᾳ (‘de zwakheid’), προσευξώμεθα (‘wij moeten bidden’) en ὑπερεντυγχάνει (‘pleit voor ons’).
Wij volgen de SBLGNT.
ἐραυνάω (eraunao), ‘onderzoeken, doorzoeken’: ‘Hij die de harten onderzoekt’ is Elohim (vergelijk 1 Sam. 16:7; Jer. 17:10). φρόνημα (fronema), ‘gezindheid’: zoals in vers 6. κατὰ θεόν (kata theon), ‘overeenkomstig Elohim’: naar Zijn wil. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden, de leden van de gemeente; het Grieks heeft hier geen lidwoord.
Zie ook 1 Sam. 16:7; Jer. 17:10.
Geroepen, rechtvaardig verklaard, verheerlijkt
συνεργέω (synergeo), ‘meewerken’. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’: het plan dat Elohim zich voorgenomen heeft; het Grieks heeft hier geen bezittelijk voornaamwoord. κλητός (kletos), ‘geroepen’.
De SBLGNT markeert bij συνεργεῖ (synergei) een variant.
Wij volgen de SBLGNT: ‘alles werkt mee’.
Wij splitsen de lange Griekse zin; εἰς τὸ εἶναι (eis to einai) geeft doel of gevolg. προγινώσκω (proginosko), ‘tevoren kennen’. προορίζω (proorizo), ‘vooraf bestemmen’: ook in vers 30. σύμμορφος (symmorfos), ‘gelijkvormig’: dezelfde vorm hebbend. εἰκών (eikon), ‘beeld’. πρωτότοκος (prototokos), ‘eerstgeborene’: de eerste in rang en in tijd; vergelijk Ps. 89:28.
‘Onder veel broers’ (ἐν πολλοῖς ἀδελφοῖς): het Griekse woord omvat ook de zusters.
Zie ook Ps. 89:28.
De vijf werkwoorden (tevoren kennen in vers 29, vooraf bestemmen, roepen, rechtvaardig verklaren, verheerlijken) staan alle in dezelfde verleden tijd, ook ‘verheerlijkt’. καλέω (kaleo), ‘roepen’; δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’ (zoals in 5:1); δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’.
Wie zal ons scheiden van de liefde van de Messias?
De verzen 31–39 bestaan uit een reeks vragen.
‘Als Elohim voor ons is, wie is tegen ons?’: vergelijk Ps. 118:6, ‘Yahweh is aan mijn kant, ik zal niet vrezen’.
Zie ook Ps. 118:6.
ἴδιος (idios), ‘eigen’. φείδομαι (feidomai), ‘sparen’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven’: zoals in 4:25. χαρίζομαι (charizomai), ‘uit genade schenken’: zoals in Gal. 3:18.
Vergelijk Abraham, die zijn zoon, zijn enige, niet voor Elohim achterhield (Gen. 22:12, 22:16).
Zie ook Gen. 22:12; Gen. 22:16; Rom. 4:25.
ἐγκαλέω (enkaleo), ‘een aanklacht indienen’. ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkorene’: wie Elohim uitgekozen heeft. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’.
Het Grieks stelt de vraag en het antwoord kort naast elkaar.
De woorden lijken op Jes. 50:8–9, waar Elohim dichtbij is en rechtvaardig verklaart.
Zie ook Jes. 50:8–9.
κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’.
‘Aan de rechterhand van Elohim’: de plaats van eer en gezag, zoals in Ps. 110:1. ἐντυγχάνω (entygchano), ‘pleiten voor’: zoals in vers 27.
Zie ook Ps. 110:1.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij κατακρινῶν (‘veroordeelt’), Χριστός (‘de Messias’), δέ (‘maar’), ἐγερθείς (‘opgewekt’) en καί (‘ook’).
Wij volgen de SBLGNT.
χωρίζω (chorizo), ‘scheiden’.
De lijst: θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’ (zoals in 5:3); στενοχωρία (stenochoria), ‘benauwdheid’, letterlijk ‘een nauwe ruimte’; διωγμός (diogmos), ‘vervolging’; λιμός (limos), ‘honger’; γυμνότης (gymnotes), ‘naaktheid’; κίνδυνος (kindynos), ‘gevaar’; μάχαιρα (machaira), ‘zwaard’.
‘De liefde van de Messias’: Zijn liefde voor ons (vers 37).
Zie ook 2 Kor. 6:4–5; 2 Kor. 11:26–27.
Aanhaling van Ps. 44:23 (NL 44:22).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Want om Uwentwil worden wij de hele dag gedood.
Wij worden geacht als schapen voor de slacht.’
Paulus’ aanhaling heeft ‘worden wij gedood’ (tegenwoordige tijd) en ‘wij zijn gerekend’ (ἐλογίσθημεν, elogisthemen; verleden tijd).
Ons Hebreeuws heeft bij beide werkwoorden dezelfde vorm (de voltooide tijd), die wij met een tegenwoordige tijd weergeven.
In de psalm wordt Elohim aangesproken; ook hier is ‘U’ (σοῦ) Elohim.
Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan.
Zie ook Ps. 44:23.
πείθω (peitho), ‘overtuigen’: πέπεισμαι is een voltooide tijd, ‘ik ben overtuigd’. ἄγγελοι (angeloi), ‘engelen’. ἀρχαί (archai), ‘heerschappijen’: machten die heersen. ἐνεστῶτα (enestota), ‘wat nu aanwezig is, het heden’; μέλλοντα (mellonta), ‘wat komen gaat, het toekomende’. δυνάμεις (dynameis), ‘krachten’.
Het Grieks zet paren tegenover elkaar: dood en leven, engelen en heerschappijen, heden en toekomst; het verschil tussen ‘engelen’ en ‘heerschappijen’ zegt de tekst niet.
De SBLGNT markeert bij ‘het heden … krachten’ (ἐνεστῶτα … δυνάμεις) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ὕψωμα (hypsoma), ‘hoogte’; βάθος (bathos), ‘diepte’. κτίσις ἑτέρα (ktisis hetera), ‘enig ander schepsel’: ook ‘een andere schepping’; zie vers 19.
‘De liefde van Elohim, die in de Messias Yeshua is, onze Heer’: de liefde van Elohim is in de Messias te vinden.
Met dit vers eindigen de verzen 31–39.
Zie ook Rom. 8:35.