Romeinen 15
Sterken en zwakken, de volken tot lof van Elohim, Paulus’ plannen, de collecte voor Jeruzalem
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Elkaar dragen, zoals de Messias
δυνατοί (dynatoi), ‘sterken’, en ἀδύνατοι (adynatoi), ‘zwakken’ (letterlijk ‘onmachtigen’): de sterken en zwakken van hoofdstuk 14, waar het Grieks ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’, gebruikt. ἀσθενήματα (asthenemata), ‘zwakheden’. βαστάζω (bastazo), ‘dragen’: een last op zich nemen. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’: iemand een plezier doen.
Zie ook Rom. 14:1; Gal. 6:2.
πλησίον (plesion), ‘naaste’. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’: zie 14:19.
Aanhaling van Ps. 69:10 (NL 69:9).
Ons Hebreeuws heeft: ‘de smaad van wie U smaden, is op mij gevallen’.
In de psalm spreekt de dichter; Paulus legt deze woorden in de mond van de Messias die Elohim aanspreekt (daarom ‘U’ en ‘Mij’ met een hoofdletter).
Paulus haalt ze aan, daarom zwart. ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’.
Vergelijk Joh. 2:17 (Ps. 69:10, eerste helft).
Zie ook Ps. 69:10; Joh. 2:17.
προγράφω (prografo), ‘tevoren schrijven’: ‘de Schriften’ (γραφαί, grafai) zijn de heilige geschriften van Israël. διδασκαλία (didaskalia), ‘lering’; ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’; παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’ (ook ‘troost’): zie 12:8.
τὸ αὐτὸ φρονεῖν (to auto fronein), ‘hetzelfde gezind zijn’, ‘eensgezind’: zie 12:16. κατὰ Χριστὸν Ἰησοῦν (kata Christon Iesoun), ‘overeenkomstig de Messias Yeshua’: naar zijn voorbeeld en wil.
Bij ‘de Messias Yeshua’ verschillen sommige oude handschriften.
ὁμοθυμαδόν (homothymadon), ‘eendrachtig’: met één gezindheid. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’.
‘De Elohim en Vader van onze Heer Yeshua de Messias’: de Griekse zin kan ook gelezen worden ‘de Elohim, en de Vader van onze Heer’.
προσλαμβάνομαι (proslambanomai), ‘aannemen’: zie 14:1.
De Messias en de volken
περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’: hier de besnedenen, het Joodse volk.
De Messias is dienaar geworden van de besnijdenis; dat wil zeggen dat Hij tot Israël kwam. ἀλήθεια (aletheia), ‘waarheid’: ook ‘betrouwbaarheid’; Elohim blijft Zijn woord trouw. βεβαιόω (bebaioo), ‘bevestigen’. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’.
‘De vaders’ (οἱ πατέρες, hoi pateres) zijn de aartsvaders: Abraham, Isaak en Jakob.
Zie ook Matt. 15:24; Hand. 3:25–26.
ἔλεος (eleos), ‘ontferming’: dezelfde weergave als in 9:15–23 en 11:30–32.
Aanhaling van Ps. 18:50 (NL 18:49).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Daarom loof ik U, Yahweh, onder de volken.
Voor Uw naam zal ik spelen’; de Griekse tekst heeft ‘U’ zonder naam, en ‘zal ik zingen’ (ψάλλω, psallo, ‘zingen met begeleiding’).
Dezelfde woorden staan in 2 Sam. 22:50.
De dichter spreekt; Paulus haalt de woorden aan, daarom zwart. ἐξομολογέω (exomologeo), ‘loven’: zie 14:11.
Zie ook Ps. 18:50; 2 Sam. 22:50.
Aanhaling van Deut. 32:43.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Juich, volken, met Zijn volk’.
De Griekse tekst heeft: ‘Wees blij, volken, met Zijn volk’.
Het Grieks noemt niet wie spreekt: ‘en opnieuw zegt (hij)’; wij schrijven ‘wordt gezegd’.
Het is het slot van het lied van Mozes; Paulus haalt het aan, daarom zwart. εὐφραίνομαι (eufrainomai), ‘blij zijn’.
Zie ook Deut. 32:43.
Aanhaling van Ps. 117:1.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Prijs Yahweh, alle volken; loof Hem, alle natiën’.
De Griekse tekst heeft: ‘Prijs de Heer, alle volken, en laten alle naties Hem lofprijzen’. κύριος (kyrios) staat hier voor Yahweh. αἰνέω (aineo), ‘prijzen’; ἐπαινέω (epaineo), ‘lofprijzen’. λαοί (laoi), ‘naties’: het meervoud van λαός (laos), ‘volk’.
Zie ook Ps. 117:1.
Aanhaling van Jes. 11:10.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Het zal gebeuren op die dag: de wortel van Isaï, die als banier voor de volken staat, hem zullen de volken zoeken’.
De Griekse tekst heeft: ‘De wortel van Isaï zal er zijn, en wie opstaat om over de volken te heersen; op hem zullen de volken hopen’. ῥίζα (rhiza), ‘wortel’: een nakomeling die uit het afgehouwen geslacht van Isaï (de vader van David) opschiet.
Jesaja spreekt hier; Paulus haalt het aan, daarom zwart.
Zie ook Jes. 11:10.
ἐλπίς (elpis), ‘hoop’: het woord komt in dit vers twee keer voor; ook in de verzen 4 en 12. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’. περισσεύω (perisseuo), ‘overvloedig zijn’.
Het Griekse πνεύματος ἁγίου (pneumatos hagiou) heeft geen lidwoord: ‘kracht van Heilige Geest’.
Paulus’ dienst aan de volken
ἀδελφοί μου (adelfoi mou), ‘mijn broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters, zie 12:1. ἀγαθωσύνη (agathosyne), ‘goedheid’. νουθετέω (noutheteo), ‘vermanen’: terechtwijzen met woorden.
τολμηρότερον (tolmeroteron), ‘vrijmoediger’ (ook ‘stoutmoediger’). ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘voor een deel’: in dit vers ‘op sommige punten’, in vers 24 ‘gedeeltelijk’. ἐπαναμιμνῄσκω (epanamimnesko), ‘opnieuw herinneren’.
De Griekse zin loopt door in vers 16; wij splitsen hem daar.
λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: iemand in openbare dienst, ook de tempeldienst; zie 13:6. ἱερουργέω (hierourgeo), ‘priesterlijk dienen’: het werk van een priester doen, hier met de goede boodschap als heilige dienst. προσφορά (prosfora), ‘offergave’: de volken zelf zijn de gave die Paulus aanbiedt. εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘aanvaardbaar’: door Elohim aangenomen. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’.
Zie ook Jes. 66:20.
Bij ‘de Messias Yeshua’ verschillen sommige oude handschriften.
καύχησις (kauchesis), ‘roem’: zie 3:27; het werkwoord καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’, staat in 2:17.
Paulus roemt niet in zichzelf, maar ‘in de Messias Yeshua’ en alleen in ‘wat Elohim aangaat’, zijn dienst.
κατεργάζομαι (katergazomai), ‘tot stand brengen’. ὑπακοὴ ἐθνῶν (hypakoe ethnon), ‘gehoorzaamheid van de volken’: vergelijk ‘gehoorzaamheid van het geloof’ in 1:5. λόγῳ καὶ ἔργῳ (logo kai ergo), ‘in woord en daad’.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Illyrië (ongeveer): Illyrië was het gebied langs de oostkust van de Adriatische Zee, ten noordwesten van Macedonië.
De grenzen zijn bij benadering.
σημεῖα (semeia), ‘tekenen’, τέρατα (terata), ‘wonderen’. κύκλῳ (kyklo), ‘rondom’: een boog van Jeruzalem rondom tot Illyrië. Ἰλλυρικόν (Illyrikon), ‘Illyrië’: het gebied aan de oostkant van de Adriatische Zee. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’; ‘de goede boodschap volledig verkondigen’ betekent dat die in het hele gebied is gebracht.
Het Grieks noemt niet of Paulus zelf tot in Illyrië gekomen is of tot de grens ervan.
Zie ook Hand. 20:1–2.
φιλοτιμέομαι (filotimeomai), ‘zijn eer stellen in’. θεμέλιος (themelios), ‘fundament’.
Paulus wil de goede boodschap brengen op plaatsen waar de Messias nog niet bekend is.
Aanhaling van Jes. 52:15.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Want wat hun niet verteld was, hebben zij gezien.
En wat zij niet hadden gehoord, hebben zij begrepen’.
De Griekse tekst heeft: ‘Zij aan wie niet over Hem verteld is, zullen zien, en zij die niet gehoord hebben, zullen begrijpen’: met ‘over Hem’ en in de toekomende tijd.
In het Hebreeuws gaat het over Yahweh’s knecht (Jes. 52:13).
In Jesaja spreekt Yahweh hier; Paulus haalt de woorden aan en past ze toe op de Messias, daarom zwart.
Zie ook Jes. 52:15.
Paulus’ plannen: een bezoek, Spanje en Jeruzalem
ἐνκόπτω (enkopto), ‘ophouden, hinderen’: de lijdende vorm, ‘werd verhinderd’; door wie of wat zegt de tekst niet. τὰ πολλά (ta polla), ‘vaak’.
Vergelijk 1:13.
Zie ook Rom. 1:13.
κλίμα (klima), ‘streek’: een landstreek. ἐπιποθία (epipothia), ‘verlangen’.
De zin loopt door in vers 24.
Σπανία (Spania), ‘Spanje’: het uiterste westen van de Romeinse wereld, buiten de streken van de andere reizen van Paulus.
Of Paulus er ooit gekomen is, zegt de tekst niet. προπέμπω (propempo), ‘uitleiden, op weg helpen’: de gemeente helpt hem met reisgeld en vervoer. ἐμπίμπλημι (empimplemi), ‘verzadigen’: ‘mij gedeeltelijk aan jullie verzadigen’ betekent dat hij hun gezelschap tot op zekere hoogte wil genieten; ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘gedeeltelijk’, staat ook in vers 15.
De Griekse zin breekt hier af: de gedachte wordt in vers 25 verder gevoerd met ‘maar nu’ en in vers 28 weer opgepakt.
Bij ‘wanneer’ en bij ‘Spanje’ verschillen sommige oude handschriften.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
διακονέω (diakoneo), ‘dienen’: hier de bijdrage voor Jeruzalem overbrengen. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden; zie 12:13.
Zie ook Hand. 24:17.
Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.
De grenzen zijn bij benadering.
Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.
De grenzen zijn bij benadering.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Μακεδονία (Makedonia), ‘Macedonië’, en Ἀχαΐα (Achaia), ‘Achaje’: de Romeinse provincies in het noorden en zuiden van Griekenland. κοινωνία (koinonia), ‘bijdrage’: letterlijk ‘gemeenschap, deelname’; hier een gift van de gemeenten. πτωχός (ptochos), ‘arme’.
Over de collecte voor Jeruzalem schrijft Paulus ook aan de Korintiërs.
Zie ook 1 Kor. 16:1–4; 2 Kor. 8:1–9:15; Gal. 2:10.
ὀφειλέτης (ofeiletes), ‘schuldenaar’. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’; σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’: hier ‘aardse zaken’, de materiële middelen. κοινωνέω (koinoneo), ‘deel hebben’: zie 12:13. λειτουργέω (leitourgeo), ‘dienen’: een openbare dienst verrichten; zie 13:6.
σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’: met een zegel sluiten en zo veilig overhandigen. καρπός (karpos), ‘vrucht, opbrengst’: de opbrengst van de collecte.
‘Via jullie’ (δι᾽ ὑμῶν): door Rome heen. Σπανία (Spania), ‘Spanje’: zie vers 24.
Bij ‘naar Spanje’ verschillen sommige oude handschriften.
πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’. εὐλογία (eulogia), ‘zegen’.
Een verzoek om gebed
παρακαλέω (parakaleo), ‘oproepen’: zie 12:1. συναγωνίζομαι (synagonizomai), ‘meestrijden’: als in een wedstrijd, met inzet; het gebed is hier een strijd.
‘De liefde van de Geest’: de liefde die de Geest geeft.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden, redden’. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’: zoals in 10:21 en 11:30–32.
Judea (Ἰουδαία, Ioudaia) is de streek rond Jeruzalem. εὐπρόσδεκτος (euprosdektos), ‘aanvaardbaar’: zie vers 16.
Zie ook Hand. 21:17–26.
συναναπαύομαι (synanapauomai), ‘samen uitrusten’: samen op adem komen.
‘Door de wil van Elohim’: Paulus laat zijn reis aan Elohim over.
ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebr.
אָמֵן (amen), ‘waarlijk, zo zij het’.
‘De Elohim van de vrede’: zie ook 16:20.