Elohim Bijbel

Psalmen 25

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Een gebed om leiding, vergeving en bevrijding

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Op U hoop ik

1Van David. Tot U, Yahweh, hef ik mijn ziel op.
לְדָוִ֡ד
(ledavid)
van David
אֵלֶ֥יךָ
(eleikha)
tot U
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
נַפְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
אֶשָּֽׂא
(esa)
hef ik op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Psalm 25 is een acrostichon: de verzen volgen de letters van het Hebreeuwse alfabet.

Er zijn onregelmatigheden.

De bet staat in het tweede woord van vers 2.

De vav begint de tweede helft van vers 5.

De qof ontbreekt.

De resj staat twee keer (vers 18 en 19).

Vers 22 begint met een pe, net als vers 16.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de hele persoon. ‘Mijn ziel opheffen’ betekent: met heel mijn leven naar U verlangen. Vergelijk Deut. 24:15.

2Mijn Elohim, op U vertrouw ik. Laat mij niet beschaamd worden. Laat mijn vijanden niet over mij triomferen.
אֱֽלֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
בְּךָ֣
(bekha)
op U
בָ֭טַחְתִּי
(batachti)
vertrouw ik
אַל
(al)
niet
אֵב֑וֹשָׁה
(evosha)
laat mij beschaamd worden
אַל
(al)
niet
יַֽעַלְצ֖וּ
(yaaltsu)
laat triomferen
אֹיְבַ֣י
(oyevay)
mijn vijanden
לִֽי
(li)
over mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Ook allen die op U hopen, worden niet beschaamd. Beschaamd worden de trouwelozen, zonder reden.
גַּ֣ם
(gam)
ook
כָּל
(kal)
allen
קֹ֭וֶיךָ
(qoveikha)
die op U hopen
לֹ֣א
(lo)
niet
יֵבֹ֑שׁוּ
(yevoshu)
worden beschaamd
יֵ֝בֹ֗שׁוּ
(yevoshu)
worden beschaamd
הַבּוֹגְדִ֥ים
(habogedim)
de trouwelozen
רֵיקָֽם
(reiqam)
zonder reden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֵיקָם (reqam), ‘zonder reden’: het kan ook ‘met lege handen’ of ‘tevergeefs’ betekenen.

Leer mij Uw wegen

4Maak mij Uw wegen bekend, Yahweh. Leer mij Uw paden.
דְּרָכֶ֣יךָ
(derakheikha)
Uw wegen
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
הוֹדִיעֵ֑נִי
(hodieni)
maak mij bekend
אֹ֖רְחוֹתֶ֣יךָ
(orechoteikha)
Uw paden
לַמְּדֵֽנִי
(lamedeni)
leer mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Laat mij gaan in Uw waarheid en leer mij. Want U bent de Elohim van mijn redding. Op U hoop ik de hele dag.
הַדְרִ֘יכֵ֤נִי
(hadrikheni)
laat mij gaan
בַאֲמִתֶּ֨ךָ
(baamitekha)
in Uw waarheid
וְֽלַמְּדֵ֗נִי
(velamedeni)
en leer mij
כִּֽי
(ki)
want
אַ֭תָּה
(ata)
U
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׁעִ֑י
(yishi)
mijn redding
אוֹתְךָ֥
(otekha)
op U
קִ֝וִּ֗יתִי
(qiviti)
hoop ik
כָּל
(kal)
heel
הַיּֽוֹם
(hayom)
de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַדְרִיכֵנִי (hadrikheni), ‘laat mij gaan’: van דָּרַךְ (darakh), ‘treden’, verwant aan דֶּרֶךְ (derekh), ‘weg’.

6Gedenk Uw barmhartigheid, Yahweh, en Uw trouw, want zij zijn er van oudsher.
זְכֹר
(zekhor)
gedenk
רַחֲמֶ֣יךָ
(rachameikha)
Uw barmhartigheid
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
וַחֲסָדֶ֑יךָ
(vachasadeikha)
en Uw trouw
כִּ֖י
(ki)
want
מֵעוֹלָ֣ם
(meolam)
van oudsher
הֵֽמָּה
(hema)
zijn zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַחֲמִים (rachamim), ‘barmhartigheid’: van רֶחֶם (rechem), ‘schoot’: de liefde van een moeder voor haar kind.

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. Zie ook Ruth 1:8.

7De zonden van mijn jeugd en mijn overtredingen gedenk niet. Gedenk mij naar Uw trouw, omwille van Uw goedheid, Yahweh.
חַטֹּ֤אות
(chatovt)
de zonden van
נְעוּרַ֨י
(neuray)
mijn jeugd
וּפְשָׁעַ֗י
(ufeshaay)
en mijn overtredingen
אַל
(al)
niet
תִּ֫זְכֹּ֥ר
(tizkor)
gedenk
כְּחַסְדְּךָ֥
(kechasdekha)
naar Uw trouw
זְכָר
(zekhar)
gedenk
לִי
(li)
mij
אַ֑תָּה
(ata)
U
לְמַ֖עַן
(lemaan)
omwille van
טוּבְךָ֣
(tuvekha)
Uw goedheid
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh onderwijst de nederigen

8Goed en recht is Yahweh. Daarom onderwijst Hij zondaars in de weg.
טוֹב
(tov)
goed
וְיָשָׁ֥ר
(veyashar)
en recht
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
is Yahweh
עַל
(al)
op
כֵּ֤ן
(ken)
die grond
יוֹרֶ֖ה
(yore)
onderwijst Hij
חַטָּאִ֣ים
(chataim)
zondaars
בַּדָּֽרֶךְ
(badarekh)
in de weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Hij laat de nederigen gaan in het recht en leert de nederigen Zijn weg.
יַדְרֵ֣ךְ
(yadrekh)
laat gaan
עֲ֭נָוִים
(anavim)
de nederigen
בַּמִּשְׁפָּ֑ט
(bamishpat)
in het recht
וִֽילַמֵּ֖ד
(vilamed)
en leert
עֲנָוִ֣ים
(anavim)
de nederigen
דַּרְכּֽוֹ
(darko)
Zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Alle paden van Yahweh zijn trouw en waarheid voor wie Zijn verbond en Zijn getuigenissen in acht nemen.
כָּל
(kal)
alle
אָרְח֣וֹת
(arechot)
paden van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
חֶ֣סֶד
(chesed)
trouw
וֶאֱמֶ֑ת
(veemet)
en waarheid
לְנֹצְרֵ֥י
(lenotserei)
voor wie in acht nemen
בְ֝רִית֗וֹ
(berito)
Zijn verbond
וְעֵדֹתָֽיו
(veedotav)
en Zijn getuigenissen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: wat vast en betrouwbaar is.

Naast חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, klinkt ook ‘betrouwbaarheid’ mee.

עֵדוֹת (edot), ‘getuigenissen’: zoals in Ps. 19:8.

Vergeef mijn schuld

11Omwille van Uw naam, Yahweh, vergeef mijn schuld, want zij is groot.
לְמַֽעַן
(lemaan)
omwille van
שִׁמְךָ֥
(shimkha)
Uw naam
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְֽסָלַחְתָּ֥
(vesalachta)
en vergeef
לַ֝עֲוֺנִ֗י
(laavoni)
mijn schuld
כִּ֣י
(ki)
want
רַב
(rav)
groot
הֽוּא
(hu)
is zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סָלַח (salach), ‘vergeven’: dit werkwoord heeft in de Bijbel steeds Yahweh als onderwerp.

12Wie is de man die Yahweh vreest? Hij onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen.
מִי
(mi)
wie
זֶ֣ה
(ze)
is
הָ֭אִישׁ
(haish)
de man
יְרֵ֣א
(yere)
die vreest
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
י֝וֹרֶ֗נּוּ
(yorenu)
Hij onderwijst hem
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
in de weg
יִבְחָֽר
(yivchar)
die hij kiest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Zijn ziel zal in het goede verblijven, en zijn nageslacht zal het land in bezit nemen.
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
בְּט֣וֹב
(betov)
in het goede
תָּלִ֑ין
(talin)
zal verblijven
וְ֝זַרְע֗וֹ
(vezaro)
en zijn nageslacht
יִ֣ירַשׁ
(yirash)
zal in bezit nemen
אָֽרֶץ
(arets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תָּלִין (talin), ‘zal overnachten’, dat wil zeggen verblijven.

אֶרֶץ (erets), ‘land’: of ‘aarde’; hier waarschijnlijk het beloofde land.

14De vertrouwelijke raad van Yahweh is voor wie Hem vrezen, en Zijn verbond maakt Hij hun bekend.
ס֣וֹד
(sod)
de vertrouwelijke raad van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לִירֵאָ֑יו
(lireav)
is voor wie Hem vrezen
וּ֝בְרִית֗וֹ
(uverito)
en Zijn verbond
לְהוֹדִיעָֽם
(lehodiam)
om hun bekend te maken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוֹד (sod), ‘vertrouwelijke raad’: de kring van vertrouwden en wat zij samen bespreken.

15Mijn ogen zijn voortdurend op Yahweh gericht, want Hij haalt mijn voeten uit het net.
עֵינַ֣י
(einay)
mijn ogen
תָּ֭מִיד
(tamid)
voortdurend
אֶל
(el)
naar
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֤י
(ki)
want
הֽוּא
(hu)
Hij
יוֹצִ֖יא
(yotsi)
haalt
מֵרֶ֣שֶׁת
(mereshet)
uit het net
רַגְלָֽי
(raglay)
mijn voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Wend U tot mij

16Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.
פְּנֵה
(pene)
wend U
אֵלַ֥י
(elay)
tot mij
וְחָנֵּ֑נִי
(vechaneni)
en wees mij genadig
כִּֽי
(ki)
want
יָחִ֖יד
(yachid)
eenzaam
וְעָנִ֣י
(veani)
en ellendig
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17De noden van mijn hart zijn groot geworden. Haal mij uit mijn benauwdheden.
צָר֣וֹת
(tsarot)
de noden van
לְבָבִ֣י
(levavi)
mijn hart
הִרְחִ֑יבוּ
(hirchivu)
zijn groot geworden
מִ֝מְּצֽוּקוֹתַ֗י
(mimetsuqotay)
uit mijn benauwdheden
הוֹצִיאֵֽנִי
(hotsieni)
haal mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

הִרְחִיבוּ (hirchivu): wij lezen ‘zijn groot geworden’.

De vorm kan ook als bevel worden gelezen, ‘maak ruim’.

De zin is moeilijk.

18Zie mijn ellende en mijn zwoegen, en vergeef al mijn zonden.
רְאֵ֣ה
(ree)
zie
עָ֭נְיִי
(aneyi)
mijn ellende
וַעֲמָלִ֑י
(vaamali)
en mijn zwoegen
וְ֝שָׂ֗א
(vesa)
en vergeef
לְכָל
(lekhal)
alle
חַטֹּאותָֽי
(chatovtay)
mijn zonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׂא (sa), ‘vergeef’: van נָשָׂא (nasa), ‘dragen’.

Yahweh neemt de schuld op Zich en voert haar weg.

Zo ook vers 11 met סָלַח (salach).

19Zie mijn vijanden, want zij zijn talrijk. Zij haten mij met een haat vol geweld.
רְאֵֽה
(ree)
zie
אוֹיְבַ֥י
(oyevay)
mijn vijanden
כִּי
(ki)
dat
רָ֑בּוּ
(rabu)
zij talrijk zijn
וְשִׂנְאַ֖ת
(vesinat)
en met haat van
חָמָ֣ס
(chamas)
geweld
שְׂנֵאֽוּנִי
(seneuni)
haten zij mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Behoed mijn ziel en bevrijd mij. Laat mij niet beschaamd worden, want ik schuil bij U.
שָׁמְרָ֣ה
(shamera)
behoed
נַ֭פְשִׁי
(nafshi)
mijn ziel
וְהַצִּילֵ֑נִי
(vehatsileni)
en bevrijd mij
אַל
(al)
niet
אֵ֝ב֗וֹשׁ
(evosh)
laat mij beschaamd worden
כִּֽי
(ki)
want
חָסִ֥יתִי
(chasiti)
ik schuil
בָֽךְ
(bakh)
bij U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Onberispelijkheid en rechtschapenheid mogen mij bewaren, want ik hoop op U.
תֹּם
(tom)
onberispelijkheid
וָיֹ֥שֶׁר
(vayosher)
en rechtschapenheid
יִצְּר֑וּנִי
(yitseruni)
mogen mij bewaren
כִּ֝֗י
(ki)
want
קִוִּיתִֽיךָ
(qivitikha)
ik hoop op U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֹּם (tom), ‘onberispelijkheid’: heelheid, zonder gebrek.

Koop Israël vrij

22Koop Israël vrij, Elohim, uit al zijn noden.
פְּדֵ֣ה
(pede)
koop vrij
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
מִ֝כֹּ֗ל
(mikol)
uit alle
צָֽרוֹתָיו
(tsarotav)
zijn noden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 22 valt buiten het alfabet (zie vers 1).

Hier staat Elohim in plaats van Yahweh.

פְּדֵה (pedeh), ‘koop vrij’: van פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: een losgeld betalen om iemand vrij te maken.