Elohim Bijbel

Psalmen 24

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

De koning van de heerlijkheid trekt de poorten binnen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De aarde is van Yahweh

1Van David. Een psalm. Aan Yahweh behoort de aarde en haar volheid, de wereld en wie daarin wonen.
לְדָוִ֗ד
(ledavid)
van David
מִ֫זְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לַֽ֭יהוָה
(laYahweh)
aan Yahweh
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
de aarde
וּמְלוֹאָ֑הּ
(umeloah)
en haar volheid
תֵּ֝בֵ֗ל
(tevel)
de wereld
וְיֹ֣שְׁבֵי
(veyoshevei)
en wie wonen
בָֽהּ
(bah)
daarin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֵּבֵל (tevel), ‘wereld’: de bewoonde aarde.

2Want Hij heeft haar op zeeën gegrondvest en op rivieren bevestigt Hij haar.
כִּי
(ki)
want
ה֭וּא
(hu)
Hij
עַל
(al)
op
יַמִּ֣ים
(yamim)
zeeën
יְסָדָ֑הּ
(yesadah)
heeft haar gegrondvest
וְעַל
(veal)
en op
נְ֝הָר֗וֹת
(neharot)
rivieren
יְכוֹנְנֶֽהָ
(yekhoneneha)
bevestigt haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַל יַמִּים (al yammim), ‘op zeeën’: de aarde rust op de wateren.

Vergelijk Gen. 1:9–10.

Wie mag de berg van Yahweh bestijgen?

3Wie mag opgaan op de berg van Yahweh, en wie mag staan op Zijn heilige plaats?
מִֽי
(mi)
wie
יַעֲלֶ֥ה
(yaale)
mag opgaan
בְהַר
(behar)
op de berg van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמִי
(umi)
en wie
יָ֝קוּם
(yaqum)
mag staan
בִּמְק֥וֹם
(bimqom)
op de plaats van
קָדְשֽׁוֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַר יְהוָה (har Yahweh), ‘de berg van Yahweh’: de heilige berg Sion in Jeruzalem, waar het heiligdom staat.

4Wie onschuldige handen en een zuiver hart heeft, wie mijn ziel niet heeft opgeheven naar ijdelheid en niet heeft gezworen om te bedriegen.
נְקִ֥י
(neqi)
onschuldig van
כַפַּ֗יִם
(kapayim)
handen
וּֽבַר
(uvar)
en zuiver van
לֵ֫בָ֥ב
(levav)
hart
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
נָשָׂ֣א
(nasa)
heeft opgeheven
לַשָּׁ֣וְא
(lashave)
naar ijdelheid
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
וְלֹ֖א
(velo)
en niet
נִשְׁבַּ֣ע
(nishba)
heeft gezworen
לְמִרְמָֽה
(lemirma)
tot bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁוְא (shav), ‘ijdelheid’: het lege en valse; zoals in Exod. 20:7.

Lezing

נַפְשִׁי (nafshi), ‘mijn ziel’: de Masoretische tekst heeft ‘mijn ziel’.

Dat kan Yahweh zelf bedoelen: wie Zijn naam en Zijn leven niet gebruikt voor een valse eed (vergelijk Exod. 20:7).

Sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen lezen ‘zijn ziel’, dus de ziel van de man zelf.

Wij volgen de Masoretische tekst letterlijk.

5Hij zal zegen ontvangen van Yahweh en gerechtigheid van de Elohim van zijn redding.
יִשָּׂ֣א
(yisa)
zal ontvangen
בְ֭רָכָה
(berakha)
zegen
מֵאֵ֣ת
(meet)
van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וּ֝צְדָקָ֗ה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
מֵאֱלֹהֵ֥י
(meelohei)
van de Elohim van
יִשְׁעֽוֹ
(yisho)
zijn redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Dit is het geslacht van wie Hem zoeken, van wie Uw aangezicht opzoeken, Jakob. Sela.
זֶ֭ה
(ze)
dit is
דּ֣וֹר
(dor)
het geslacht van
דֹּרְשָׁ֑יו
(doreshav)
die Hem zoeken
מְבַקְשֵׁ֨י
(mevaqshei)
die opzoeken
פָנֶ֖יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
יַעֲקֹ֣ב
(yaaqov)
Jakob
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (Sela): zie bij Ps. 20:4.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is דרשו (dorsho), ‘zijn zoeker’ (enkelvoud).

De te lezen vorm (qere) is דרשיו (dorshav), ‘die Hem zoeken’.

Wij volgen de qere.

Sommige oude vertalingen hebben aan het eind ‘het aangezicht van de Elohim van Jakob’. Wij volgen de Masoretische tekst, waar ‘Jakob’ het volk zelf is.

De koning van de heerlijkheid komt binnen

7Heft jullie hoofden op, poorten! Word opgeheven, eeuwige deuren, zodat de koning van de heerlijkheid binnenkomt.
שְׂא֤וּ
(seu)
heft op
שְׁעָרִ֨ים
(shearim)
poorten
רָֽאשֵׁיכֶ֗ם
(rasheikhem)
jullie hoofden
וְֽ֭הִנָּשְׂאוּ
(vehinaseu)
en word opgeheven
פִּתְחֵ֣י
(pitchei)
deuren van
עוֹלָ֑ם
(olam)
eeuwigheid
וְ֝יָב֗וֹא
(veyavo)
zodat binnenkomt
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
de koning van
הַכָּבֽוֹד
(hakavod)
de heerlijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּתְחֵי עוֹלָם (pitchei olam), ‘eeuwige deuren’: oeroude deuren.

De poorten worden toegesproken alsof ze mensen waren die het hoofd opheffen.

הַכָּבוֹד (hakavod), ‘de heerlijkheid’: de zichtbare grootheid van Yahweh, zoals in Exod. 40:34 en Ps. 29:1–3.

8Wie is die koning van de heerlijkheid? Yahweh, sterk en een held; Yahweh, een held in de oorlog.
מִ֥י
(mi)
wie
זֶה֮
(ze)
is deze
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
הַכָּ֫ב֥וֹד
(hakavod)
de heerlijkheid
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
עִזּ֣וּז
(izuz)
sterk
וְגִבּ֑וֹר
(vegibor)
en een held
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
גִּבּ֥וֹר
(gibor)
een held van
מִלְחָמָֽה
(milchama)
oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Heft jullie hoofden op, poorten! Heft op, eeuwige deuren, zodat de koning van de heerlijkheid binnenkomt.
שְׂא֤וּ
(seu)
heft op
שְׁעָרִ֨ים
(shearim)
poorten
רָֽאשֵׁיכֶ֗ם
(rasheikhem)
jullie hoofden
וּ֭שְׂאוּ
(useu)
en heft op
פִּתְחֵ֣י
(pitchei)
deuren van
עוֹלָ֑ם
(olam)
eeuwigheid
וְ֝יָבֹא
(veyavo)
zodat binnenkomt
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
de koning van
הַכָּבֽוֹד
(hakavod)
de heerlijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Wie is Hij, die koning van de heerlijkheid? Yahweh van de legermachten, Hij is de koning van de heerlijkheid. Sela.
מִ֤י
(mi)
wie
ה֣וּא
(hu)
is
זֶה֮
(ze)
deze
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
הַכָּ֫ב֥וֹד
(hakavod)
de heerlijkheid
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֑וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
ה֤וּא
(hu)
Hij
מֶ֖לֶךְ
(melekh)
koning van
הַכָּב֣וֹד
(hakavod)
de heerlijkheid
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְהוָה צְבָאוֹת (Yahweh Tsevaot): צְבָאוֹת (tsevaot) betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’.

Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’.

Zie ook 1 Sam. 1:3.