Matteüs 4
De verzoeking in de woestijn en de eerste leerlingen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua wordt op de proef gesteld
πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: het woord kan ook ‘verleiden’ betekenen.
Het Hebreeuwse נִסָּה (nissah) betekent ‘op de proef stellen’ (Gen. 22:1; Deut. 8:2).
διάβολος (diabolos), ‘duivel’, is letterlijk ‘beschuldiger, lasteraar’. In 4:10 heet hij Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’, van het Hebreeuwse שָׂטָן (satan), ‘tegenstander’.
Zie ook Mark. 1:12–13; Luc. 4:1–13.
40 dagen en 40 nachten komen ook voor bij Mozes op de berg (Exod. 34:28; Deut. 9:9) en bij Elia onderweg naar de berg Horeb (1 Kon. 19:8).
ὁ πειράζων (ho peirazon), ‘degene die op de proef stelt’: de duivel uit 4:1 en 4:5.
Het citaat is Deut. 8:3.
Het Hebreeuws heeft ‘de mens leeft van alles wat uit de mond van Yahweh komt’; de Griekse tekst heeft ‘van elk woord dat door de mond van Elohim uitgaat’.
De woorden gaan in Deuteronomium over Israël in de woestijn (Deut. 8:2–3).
ἁγία πόλις (hagia polis), ‘de heilige stad’, is Jeruzalem (Neh. 11:1; Jes. 52:1). ἱερόν (hieron), ‘tempel’, is het hele tempelterrein.
πτερύγιον (pterygion) is letterlijk ‘vleugeltje’. Het gaat om een uitstekende hoek of rand van het tempelcomplex. Welk punt bedoeld is, is niet zeker.
Het citaat is Ps. 91:11–12.
De duivel laat ‘om je te beschermen op al je wegen’ weg.
In de aanhaling staat ‘U’, omdat de duivel de woorden op Yeshua toepast.
προσκυνήσῃς (proskynesas), ‘je neerbuigt’: zie 2:2.
De duivel vraagt wat Deut. 6:13 alleen voor Yahweh bestemt; zie 4:10.
Het citaat is Deut. 6:13.
Het Hebreeuws heeft ‘Yahweh, je Elohim, moet je vrezen.
Hem moet je dienen’; de Griekse tekst heeft ‘je neerbuigen’ en voegt ‘alleen’ toe. κύριον (kyrion), ‘Heer’, is vertaald als Yahweh, zoals in 3:3. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: dienst aan Elohim.
Yeshua gaat naar Galilea
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
παρεδόθη (paredothe), ‘werd overgeleverd’: aan de autoriteiten uitgeleverd, hier waarschijnlijk gevangengezet.
Zie ook Mark. 1:14.
Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.
Zie Kapernaüm: Kapernaüm (Tel Hum) lag aan de noordwestkant van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
Zie Zebulon: Zebulon is het stamgebied in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea.
Zie Naftali: Naftali is het stamgebied in het noorden van Galilea, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Ναζαρά (Nazara) is een andere spelling van Ναζαρέτ (Nazaret, 2:23). Καφαρναούμ (Kafarnaoem) is het Hebreeuwse ‘dorp van Nachum’ (Kefar Nachum).
Zebulon en Naftali zijn de twee stamgebieden in het noorden (Joz. 19:10–16 en 19:32–39).
Zie Zebulon: Zebulon is het stamgebied in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea.
Zie Naftali: Naftali is het stamgebied in het noorden van Galilea, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
Het citaat is Jes. 8:23–9:1 (Hebreeuwse telling; in de Nederlandse telling is dit 9:1–2).
Het Hebreeuws heeft ‘het volk dat in de duisternis liep’ en ‘wie in het land van diepe schaduw woonden’; de Griekse tekst heeft ‘het volk dat in duisternis zat’ en ‘zaten in het land en de schaduw van de dood’. σκιὰ θανάτου (skia thanatou), ‘schaduw van de dood’, geeft het Hebreeuwse צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’, weer.
Matteüs laat ook de zin vooraf uit Jes. 8:23 weg, over de ‘minachting’ van het land Zebulon en het land Naftali.
ἔθνη (ethne), ‘volken’: ook ‘de heidenen’, de niet-Joden.
Dezelfde woorden als bij Johannes in 3:2.
Zie ook Mark. 1:14–15.
De roeping van de eerste leerlingen
Zie Zee van Galilea (Kinneret): De zee van Galilea is het meer van Galilea (Kinneret), een zoetwatermeer in het noorden van het huidige Israël.
Waar alleen ‘de zee’ staat, is dit meer bedoeld.
Πέτρος (Petros), ‘Petrus’, is Grieks voor ‘rots’; zie Matt. 16:18 en Joh. 1:42.
θάλασσα (thalassa), ‘zee’: het gaat hier om het meer van Galilea, in het Hebreeuws de ‘zee van Kinneret’ (Num. 34:11).
Zie ook Mark. 1:16–20; Luc. 5:1–11.
Ἰάκωβος (Iakobos) is de Griekse vorm van Jakob; wij schrijven ‘Jakobus’, om hem te onderscheiden van de aartsvader. καταρτίζω (katartizo), ‘herstellen’: in orde brengen.
Yeshua geneest en onderwijst in heel Galilea
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’: het bericht dat Elohim Koning is; het Hebreeuwse werkwoord בָּשַׂר (basar), ‘goed nieuws brengen’, staat in Jes. 52:7 en Jes. 61:1.
συναγωγή (synagoge), ‘samenkomst’: de plaats waar de Joden samenkwamen om de Schrift te lezen en te bespreken.
Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad.
De grenzen waren niet scherp.
σεληνιάζομαι (seleniazomai), ‘maanziek zijn’, van σελήνη (selene), ‘maan’: men verbond deze ziekte met de maan.
Het gaat vermoedelijk om aanvallen zoals bij epilepsie, maar dat is niet zeker. δαιμονίζομαι (daimonizomai), ‘door een demon bezeten zijn’.
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
Zie Decapolis (ligging onzeker): De Decapolis (‘tien steden’) was een groep Griekse steden, grotendeels ten oosten van de Jordaan en het meer van Galilea, nu in Jordanië, Syrië en Israël.
De omvang is niet exact vast te stellen.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Zie Overkant van de Jordaan (Perea; ligging onzeker): ‘De overkant van de Jordaan’ is het gebied ten oosten van de Jordaan, tegenover Judea.
Later heette dit gebied Perea.
De precieze grenzen zijn niet vast te stellen.
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Δεκάπολις (Dekapolis), ‘Tien Steden’: een gebied van tien steden, grotendeels ten oosten van de Jordaan.