Elohim Bijbel

Psalmen 82

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim houdt gericht onder de goden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Elohim in de raad van El

1Een psalm van Asaf. Elohim staat in de raad van El. Te midden van de goden spreekt Hij recht.
מִזְמ֗וֹר
(mizmor)
psalm
לְאָ֫סָ֥ף
(leasaf)
van Asaf
אֱֽלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
נִצָּ֥ב
(nitsav)
staat
בַּעֲדַת
(baadat)
in de raad van
אֵ֑ל
(el)
El
בְּקֶ֖רֶב
(beqerev)
te midden van
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
יִשְׁפֹּֽט
(yishpot)
spreekt Hij recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלֹהִים (Elohim) staat hier twee keer: eerst als naam van de Elohim van Israël, daarna in het meervoud (‘goden’) voor de wezens in Zijn raad.

Wie zij zijn, is omstreden: hemelse wezens, de goden van de volken of aardse rechters (vergelijk Exod. 21:6; 22:8).

Wij vertalen het meervoud met ‘goden’ en laten de keuze open.

Zie ook Deut. 32:8; Ps. 89:7–8.

עֲדַת־אֵל (adat El), ‘raad van El’: עֵדָה (edah) is elders ‘gemeenschap’; hier vertalen wij ‘raad’, omdat het gaat om een bijeenkomst rond El.

2„Hoelang spreken jullie onrechtvaardig recht en trekken jullie de goddelozen voor? Sela.
עַד
(ad)
tot
מָתַ֥י
(matay)
wanneer
תִּשְׁפְּטוּ
(tishpetu)
spreken jullie recht
עָ֑וֶל
(avel)
onrecht
וּפְנֵ֥י
(ufenei)
en het gezicht van
רְ֝שָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
תִּשְׂאוּ
(tisu)
trekken jullie voor
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier tot en met vers 7 spreekt Elohim zelf, tot de ‘goden’ van vers 1.

Wij gebruiken ‘jullie’.

שָׂא פָנִים (sa panim), letterlijk ‘het gezicht opheffen’: partij kiezen, voortrekken.

3Spreek recht voor de zwakke en de wees. Geef de ellendige en de berooide gerechtigheid.
שִׁפְטוּ
(shiftu)
spreek recht
דַ֥ל
(dal)
zwakke
וְיָת֑וֹם
(veyatom)
en wees
עָנִ֖י
(ani)
ellendige
וָרָ֣שׁ
(varash)
en berooide
הַצְדִּֽיקוּ
(hatsdiqu)
geef gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דַּל (dal), ‘zwakke’; עָנִי (ani), ‘ellendige’; רָשׁ (rash), ‘berooide’; אֶבְיוֹן (evyon), ‘arme’ (vers 4): vier woorden voor wie zonder macht is.

הַצְדִּיקוּ (hatsdiqu), ‘geef gerechtigheid’: geef hun gelijk.

4Laat de zwakke en de arme ontkomen. Bevrijd hen uit de hand van de goddelozen.
פַּלְּטוּ
(paletu)
laat ontkomen
דַ֥ל
(dal)
zwakke
וְאֶבְי֑וֹן
(veevyon)
en arme
מִיַּ֖ד
(miyad)
uit de hand van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
הַצִּֽילוּ
(hatsilu)
bevrijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Zij weten het niet en begrijpen het niet. In de duisternis lopen zij rond. Alle grondvesten van de aarde wankelen.
לֹ֤א
(lo)
niet
יָֽדְע֨וּ
(yadeu)
zij weten
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יָבִ֗ינוּ
(yavinu)
zij begrijpen
בַּחֲשֵׁכָ֥ה
(bachashekha)
in duisternis
יִתְהַלָּ֑כוּ
(yithalakhu)
zij lopen rond
יִ֝מּ֗וֹטוּ
(yimotu)
wankelen
כָּל
(kal)
alle
מ֥וֹסְדֵי
(mosedei)
grondvesten van
אָֽרֶץ
(arets)
aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Zij’ zijn de goden uit vers 1.

De ‘grondvesten van de aarde’ zijn de vaste orde van de wereld; als het recht wankelt, wankelt alles.

Zie ook Ps. 11:3; 75:4.

6Ik heb gezegd: ‘Goden zijn jullie, en zonen van de Allerhoogste, jullie allen.’
אֲֽנִי
(ani)
Ik
אָ֭מַרְתִּי
(amarti)
Ik heb gezegd
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
goden
אַתֶּ֑ם
(atem)
jullie
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en zonen van
עֶלְי֣וֹן
(elyon)
Allerhoogste
כֻּלְּכֶֽם
(kulekhem)
jullie allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנֵי עֶלְיוֹן (bene Elyon), ‘zonen van de Allerhoogste’: עֶלְיוֹן (Elyon), ‘de Allerhoogste’, is een naam voor Elohim.

Zie ook Gen. 14:18–22.

Elohim noemt hen hier ‘goden’ en ‘zonen van de Allerhoogste’. Zie ook Joh. 10:34.

7Maar jullie zullen sterven als mensen en vallen als een van de vorsten.”
אָ֭כֵן
(akhen)
maar
כְּאָדָ֣ם
(keadam)
als mens
תְּמוּת֑וּן
(temutun)
jullie zullen sterven
וּכְאַחַ֖ד
(ukheachad)
en als één van
הַשָּׂרִ֣ים
(hasarim)
de vorsten
תִּפֹּֽלוּ
(tipolu)
jullie zullen vallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Sterven als mensen’: het zijn geen onsterfelijke wezens.

Zij vallen zoals elke vorst valt.

Sta op, Elohim

8Sta op, Elohim, spreek recht over de aarde, want U zult alle volken als erfdeel bezitten.
קוּמָ֣ה
(quma)
sta op
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
שָׁפְטָ֣ה
(shafeta)
spreek recht
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
over de aarde
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֥ה
(ata)
U
תִ֝נְחַ֗ל
(tinchal)
zult erven
בְּכָל
(bekhal)
in alle
הַגּוֹיִֽם
(hagoyim)
de volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּנְחַל (tinchal), ‘U zult als erfdeel bezitten’: נָחַל (nachal) is ‘erven’, verwant aan נַחֲלָה (nachalah), ‘erfdeel’.

Zie ook Ps. 2:8; Deut. 32:8–9.