Elohim Bijbel

Psalmen 56

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Op Elohim vertrouw ik, ik vrees niet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Op de wijs van ‘De stomme duif van de verre plaatsen’. Van David. Een Michtam, toen de Filistijnen hem grepen in Gat.
לַמְנַצֵּ֤חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַל
(al)
op
י֬וֹנַת
(yonat)
duif van
אֵ֣לֶם
(elem)
stomme
רְ֭חֹקִים
(rechoqim)
verre plaatsen
לְדָוִ֣ד
(ledavid)
van David
מִכְתָּ֑ם
(mikhtam)
Michtam
בֶּֽאֱחֹ֨ז
(beechoz)
toen grepen
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
פְלִשְׁתִּ֣ים
(pelishtim)
de Filistijnen
בְּגַֽת
(begat)
in Gat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Zie Gat (Tell es-Safi): Gat, een van de Filistijnse steden, wordt gezocht bij Tell es-Safi.

Dit is niet geheel zeker.

Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’.

יוֹנַת אֵלֶם רְחֹקִים (yonat elem rechoqim), ‘de stomme duif van de verre plaatsen’: waarschijnlijk de naam van een melodie. De betekenis is onzeker.

מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis van dit woord is onzeker. Het staat ook boven Ps. 16 en Ps. 57–60.

Het opschrift verwijst naar 1 Sam. 21:11–16, toen David bij Achis, de koning van Gat, was.

Mensen belagen mij

2Wees mij genadig, Elohim, want een mens belaagt mij. De hele dag onderdrukt hij mij in de strijd.
חָנֵּ֣נִי
(chaneni)
wees mij genadig
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
כִּֽי
(ki)
want
שְׁאָפַ֣נִי
(sheafani)
belaagt mij
אֱנ֑וֹשׁ
(enosh)
een mens
כָּל
(kal)
heel
הַ֝יּ֗וֹם
(hayom)
de dag
לֹחֵ֥ם
(lochem)
strijdend
יִלְחָצֵֽנִי
(yilchatseni)
onderdrukt mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁאַף (sha’af), ‘belagen’: het woord betekent letterlijk ‘hijgen naar’ of ‘vertrappen’.

Zo beschrijft de dichter hoe de vijand achter hem aan zit.

אֱנוֹשׁ (enosh), ‘een mens’: een sterfelijk, zwak mens, tegenover Elohim.

3Mijn tegenstanders belagen mij de hele dag. Want velen strijden tegen mij, o Hoge.
שָׁאֲפ֣וּ
(shaafu)
belagen
שׁ֭וֹרְרַי
(shoreray)
mijn tegenstanders
כָּל
(kal)
heel
הַיּ֑וֹם
(hayom)
de dag
כִּֽי
(ki)
want
רַבִּ֨ים
(rabim)
velen
לֹחֲמִ֖ים
(lochamim)
strijdend
לִ֣י
(li)
tegen mij
מָרֽוֹם
(marom)
o Hoge
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָרוֹם (marom), ‘o Hoge’: wij lezen dit als aanspreking van Elohim, de Hoge in de hoogte.

Het woord kan ook ‘in hoogmoed’ betekenen: dan strijden de vijanden hoogmoedig.

De betekenis is onzeker.

4Op de dag dat ik bang ben, vertrouw ik op U.
י֥וֹם
(yom)
dag
אִירָ֑א
(ira)
ik ben bang
אֲ֝נִ֗י
(ani)
ik
אֵלֶ֥יךָ
(eleikha)
op U
אֶבְטָֽח
(evtach)
vertrouw ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Op Elohim vertrouw ik

5In Elohim prijs ik Zijn woord. Op Elohim vertrouw ik; ik vrees niet. Wat kan vlees mij doen?
בֵּאלֹהִים֮
(bElohim)
in Elohim
אֲהַלֵּ֪ל
(ahalel)
prijs ik
דְּבָ֫ר֥וֹ
(devaro)
Zijn woord
בֵּאלֹהִ֣ים
(bElohim)
op Elohim
בָּ֭טַחְתִּי
(batachti)
vertrouw ik
לֹ֣א
(lo)
niet
אִירָ֑א
(ira)
ik vrees
מַה
(ma)
wat
יַּעֲשֶׂ֖ה
(yaase)
kan doen
בָשָׂ֣ר
(basar)
vlees
לִֽי
(li)
mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: de mens als broos en sterfelijk wezen.

Wij laten het woord ‘vlees’ staan, zoals de grondtekst.

Vergelijk vers 12, waar ‘mens’ (אָדָם) staat.

Het refrein van vers 5 keert terug in vers 11–12.

De vijanden loeren op mij

6De hele dag krenken zij mijn woorden. Al hun gedachten zijn tegen mij, ten kwade.
כָּל
(kal)
heel
הַ֭יּוֹם
(hayom)
de dag
דְּבָרַ֣י
(devaray)
mijn woorden
יְעַצֵּ֑בוּ
(yeatsevu)
krenken zij
עָלַ֖י
(alay)
tegen mij
כָּל
(kal)
al
מַחְשְׁבֹתָ֣ם
(machshevotam)
hun gedachten
לָרָֽע
(lara)
ten kwade
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Zij verzamelen zich, zij verbergen zich. Zij letten op mijn hielen, terwijl zij op mijn leven wachten.
יָג֤וּרוּ
(yaguru)
zij verzamelen zich
יִצְפּ֗וֹנוּ
(yitsponu)
zij verbergen zich
הֵ֭מָּה
(hema)
zij
עֲקֵבַ֣י
(aqevay)
mijn hielen
יִשְׁמֹ֑רוּ
(yishmoru)
zij letten op
כַּ֝אֲשֶׁ֗ר
(kaasher)
terwijl
קִוּ֥וּ
(qiuu)
zij wachten op
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

Wij vertalen hier ‘leven’, omdat de vijanden het op Davids leven hebben gemunt; in vers 14 staat ‘ziel’.

קִוּוּ (qivvu), ‘wachten op’: hier in kwade zin, als een belager die op zijn prooi wacht.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יצפינו (yatspinu), de te lezen vorm (qere) is יִצְפּוֹנוּ (yitspônu).

Beide betekenen ‘zij verbergen zich’.

Wij volgen de qere.

8Zouden zij vanwege hun onrecht ontkomen? Werp de volken neer in toorn, Elohim.
עַל
(al)
vanwege
אָ֥וֶן
(aven)
onrecht
פַּלֶּט
(palet)
ontkomen
לָ֑מוֹ
(lamo)
voor hen
בְּ֝אַ֗ף
(beaf)
in toorn
עַמִּ֤ים
(amim)
volken
הוֹרֵ֬ד
(hored)
werp neer
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De Hebreeuwse tekst van dit vers is kort en moeilijk.

Letterlijk staat er: ‘Over onrecht – ontkomen voor hen?’

Wij lezen het als een vraag: zouden zij door hun onrecht ontkomen?

Een andere lezing maakt er een bede van: laat hen niet ontkomen vanwege hun onrecht.

De tekst is onzeker.

Elohim telt mijn tranen

9Mijn omzwervingen hebt U zelf geteld. Leg mijn tranen in Uw waterzak. Staan zij niet in Uw boek?
נֹדִי֮
(nodi)
mijn omzwervingen
סָפַ֪רְתָּ֫ה
(safarta)
hebt U geteld
אָ֥תָּה
(ata)
U
שִׂ֣ימָה
(sima)
leg
דִמְעָתִ֣י
(dimati)
mijn tranen
בְנֹאדֶ֑ךָ
(benodekha)
in Uw waterzak
הֲ֝לֹ֗א
(halo)
is het niet
בְּסִפְרָתֶֽךָ
(besifratekha)
in Uw boek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֹאד (no’d), ‘waterzak’: een leren zak voor water of wijn.

Elohim bewaart de tranen van de dichter als een kostbare voorraad.

De omzwervingen (נֹדִי) en de waterzak (נֹאד) klinken in het Hebreeuws op elkaar.

Het boek is een lijst waarin Elohim bijhoudt wat de dichter heeft meegemaakt.

10Dan keren mijn vijanden achteruit op de dag dat ik roep. Dit weet ik: Elohim is voor mij.
אָ֥֨ז
(az)
dan
יָ֘שׁ֤וּבוּ
(yashuvu)
keren
אוֹיְבַ֣י
(oyevay)
mijn vijanden
אָ֭חוֹר
(achor)
achteruit
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag dat
אֶקְרָ֑א
(eqra)
ik roep
זֶה
(ze)
dit
יָ֝דַ֗עְתִּי
(yadati)
ik weet
כִּֽי
(ki)
dat
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
לִֽי
(li)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11In Elohim prijs ik het woord, in Yahweh prijs ik het woord.
בֵּֽ֭אלֹהִים
(bElohim)
in Elohim
אֲהַלֵּ֣ל
(ahalel)
prijs ik
דָּבָ֑ר
(davar)
het woord
בַּ֝יהוָ֗ה
(baYahweh)
in Yahweh
אֲהַלֵּ֥ל
(ahalel)
prijs ik
דָּבָֽר
(davar)
het woord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het refrein van vers 5 en 12 staat alleen Elohim.

Hier staat in de tweede helft ‘Yahweh’.

In Ps. 42–83 staat meestal Elohim, waar andere psalmen Yahweh hebben.

12Op Elohim vertrouw ik; ik vrees niet. Wat kan een mens mij doen?
בֵּֽאלֹהִ֣ים
(bElohim)
op Elohim
בָּ֭טַחְתִּי
(batachti)
vertrouw ik
לֹ֣א
(lo)
niet
אִירָ֑א
(ira)
ik vrees
מַה
(ma)
wat
יַּעֲשֶׂ֖ה
(yaase)
kan doen
אָדָ֣ם
(adam)
een mens
לִֽי
(li)
mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Dank voor de redding

13Uw geloften rusten op mij, Elohim. Ik zal U dankoffers betalen.
עָלַ֣י
(alay)
op mij
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
נְדָרֶ֑יךָ
(nedareikha)
Uw geloften
אֲשַׁלֵּ֖ם
(ashalem)
ik zal betalen
תּוֹדֹ֣ת
(todot)
dankoffers
לָֽךְ
(lakh)
aan U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹדָה (todah), ‘dankoffer’: een offer om Elohim te danken voor een redding.

Zie Lev. 7:12.

14Want U hebt mijn ziel van de dood bevrijd. Ja, ook mijn voeten van het struikelen. Zo kan ik wandelen voor het aangezicht van Elohim, in het licht van de levenden.
כִּ֤י
(ki)
want
הִצַּ֪לְתָּ
(hitsalta)
U hebt bevrijd
נַפְשִׁ֡י
(nafshi)
mijn ziel
מִמָּוֶת֮
(mimavet)
van de dood
הֲלֹ֥א
(halo)
ja niet
רַגְלַ֗י
(raglay)
mijn voeten
מִ֫דֶּ֥חִי
(midechi)
van het struikelen
לְ֭הִֽתְהַלֵּךְ
(lehithalekh)
om te wandelen
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
בְּ֝א֗וֹר
(beor)
in het licht van
הַֽחַיִּֽים
(hachayim)
de levenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Het licht van de levenden’ is het leven op aarde, tegenover de donkere Sjeol.