Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Amazia wordt koning
1Amazia was 25 jaar oud toen hij koning werd. Hij regeerde 29 jaar in Jeruzalem. Zijn moeder heette Joaddan en kwam uit Jeruzalem.
בֶּן
(ben)
zoon van
עֶשְׂרִ֨ים
(esrim)
twintig
וְחָמֵ֤שׁ
(vechamesh)
en vijf
שָׁנָה֙
(shana)
jaar
מָלַ֣ךְ
(malakh)
toen hij koning werd
אֲמַצְיָ֔הוּ
(amatsyahu)
Amazia
וְעֶשְׂרִ֣ים
(veesrim)
en twintig
וָתֵ֨שַׁע֙
(vatesha)
en negen
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
מָלַ֖ךְ
(malakh)
regeerde hij
בִּירוּשָׁלִָ֑ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
וְשֵׁ֣ם
(veshem)
en de naam van
אִמּ֔וֹ
(imo)
zijn moeder
יְהוֹעַדָּ֖ן
(yehoadan)
Joaddan
מִירוּשָׁלָֽיִם
(mirushalayim)
uit Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Dit hoofdstuk loopt parallel met 2 Kon. 14.
De naam van de moeder, יְהוֹעַדָּן (Jehoaddan), schrijven wij ‘Joaddan’.
2Hij deed wat juist was in de ogen van Yahweh, maar niet met een volledig hart.
וַיַּ֥עַשׂ
(vayaas)
en deed
הַיָּשָׁ֖ר
(hayashar)
het juiste
בְּעֵינֵ֣י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
רַ֕ק
(raq)
alleen
לֹ֖א
(lo)
niet
בְּלֵבָ֥ב
(belevav)
met een hart
שָׁלֵֽם
(shalem)
volledig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רַק לֹא בִלְבָב שָׁלֵם (raq lo bilvav shalem), ‘maar niet met een volledig hart’: in 2 Kon. 14:3 staat een andere toevoeging: ‘maar niet zoals zijn vader David’.
4Hun zonen doodde hij niet. Want zo staat het geschreven in de wet, in het boek van Mozes. Daar gebood Yahweh: ‘Vaders mogen niet sterven vanwege hun zonen, en zonen mogen niet sterven vanwege hun vaders. Ieder moet sterven vanwege zijn eigen zonde.’
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּנֵיהֶ֖ם
(beneihem)
hun zonen
לֹ֣א
(lo)
niet
הֵמִ֑ית
(hemit)
doodde hij
כִּ֣י
(ki)
want
כַכָּת֣וּב
(kakatuv)
zoals geschreven staat
בַּתּוֹרָ֡ה
(batora)
in de wet
בְּסֵ֣פֶר
(besefer)
in het boek van
מֹשֶׁה֩
(moshe)
Mozes
אֲשֶׁר
(asher)
waar
צִוָּ֨ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
לֵאמֹ֗ר
(lemor)
zeggende
לֹא
(lo)
niet
יָמ֨וּתוּ
(yamutu)
zullen sterven
אָב֤וֹת
(avot)
vaders
עַל
(al)
vanwege
בָּנִים֙
(banim)
zonen
וּבָנִים֙
(uvanim)
en zonen
לֹא
(lo)
niet
יָמ֣וּתוּ
(yamutu)
zullen sterven
עַל
(al)
vanwege
אָב֔וֹת
(avot)
vaders
כִּ֛י
(ki)
maar
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
בְּחֶטְא֖וֹ
(becheto)
in zijn zonde
יָמֽוּתוּ
(yamutu)
zal sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De aangehaalde wet staat in Deut. 24:16.
Wij zetten de woorden uit de wet tussen enkele aanhalingstekens en laten ze zwart, omdat het verslag ze aanhaalt en Yahweh niet zelf in het verhaal spreekt.
Zie ook 2 Kon. 14:6.
עַל (al), ‘vanwege’: het voorzetsel betekent hier ‘om wille van’ of ‘ten gevolge van’. De schuld van de vader mag niet de zoon treffen, en andersom.
5Amazia verzamelde Juda. Hij stelde hen op naar vaderhuizen, onder bevelhebbers over duizend en bevelhebbers over honderd, voor heel Juda en Benjamin. Hij telde hen van 20 jaar en ouder. Hij vond er 300.000 uitgelezen mannen, geschikt voor het leger, die lans en schild konden hanteren.
וַיִּקְבֹּ֤ץ
(vayiqbots)
en verzamelde
אֲמַצְיָ֨הוּ֙
(amatsyahu)
Amazia
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וַיַּֽעֲמִידֵ֣ם
(vayaamidem)
en stelde hen op
לְבֵית
(leveit)
naar het huis van
אָב֗וֹת
(avot)
vaders
לְשָׂרֵ֤י
(lesarei)
onder bevelhebbers van
הָאֲלָפִים֙
(haalafim)
de duizenden
וּלְשָׂרֵ֣י
(ulesarei)
en onder bevelhebbers van
הַמֵּא֔וֹת
(hameot)
de honderden
לְכָל
(lekhal)
voor heel
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
וּבִנְיָמִ֑ן
(uvinyamin)
en Benjamin
וַֽיִּפְקְדֵ֗ם
(vayifqedem)
en telde hen
לְמִבֶּ֨ן
(lemiben)
van zoon van
עֶשְׂרִ֤ים
(esrim)
twintig
שָׁנָה֙
(shana)
jaar
וָמַ֔עְלָה
(vamala)
en ouder
וַיִּמְצָאֵ֗ם
(vayimtsaem)
en vond hen
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
מֵא֨וֹת
(meot)
honderd
אֶ֤לֶף
(elef)
duizend
בָּחוּר֙
(bachur)
uitgelezen man
יוֹצֵ֣א
(yotse)
die uittrok
צָבָ֔א
(tsava)
naar het leger
אֹחֵ֖ז
(ochez)
die hanteerde
רֹ֥מַח
(romach)
lans
וְצִנָּֽה
(vetsina)
en schild
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het verhaal over het leger, de huurlingen en de man van Elohim (vers 5–10) staat niet in 2 Kon. 14.
בָּחוּר (bachur), ‘uitgelezen man’: een jongeman, geschikt voor de strijd. Het telwoord ‘300.000’ staat er zoals de Masoretische tekst het geeft.
רֹמַח (romach), ‘lans’, en צִנָּה (tsinnah), ‘schild’.
6Ook huurde hij uit Israël 100.000 dappere krijgers voor 100 talent zilver.
וַיִּשְׂכֹּ֣ר
(vayiskor)
en huurde
מִיִּשְׂרָאֵ֗ל
(miyisrael)
uit Israël
מֵ֥אָה
(mea)
honderd
אֶ֛לֶף
(elef)
duizend
גִּבּ֥וֹר
(gibor)
held van
חָ֖יִל
(chayil)
kracht
בְּמֵאָ֥ה
(bemea)
voor honderd
כִכַּר
(kikar)
talent
כָּֽסֶף
(kasef)
zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גִּבּוֹר חַיִל (gibbor chayil), ‘dappere krijger’: letterlijk ‘held van kracht’.
כִּכָּר (kikkar), ‘talent’: ongeveer 34 kilogram. 100 talent zilver is dus ongeveer 3.400 kilogram, ofwel 3,4 ton.
De man van Elohim waarschuwt
7Maar een man van Elohim kwam naar hem en zei: „Koning, laat het leger van Israël niet met je meegaan. Want Yahweh is niet met Israël, met geen van de zonen van Efraïm.
וְאִ֣ישׁ
(veish)
en een man van
הָאֱלֹהִ֗ים
(haElohim)
de Elohim
בָּ֤א
(ba)
kwam
אֵלָיו֙
(elav)
naar hem
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
הַמֶּ֕לֶךְ
(hamelekh)
koning
אַל
(al)
niet
יָבֹ֥א
(yavo)
laat komen
עִמְּךָ֖
(imekha)
met je
צְבָ֣א
(tseva)
het leger van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כִּ֣י
(ki)
want
אֵ֤ין
(ein)
niet is
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
עִם
(im)
met
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כֹּ֖ל
(kol)
alle
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
אֶפְרָֽיִם
(efrayim)
Efraïm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִישׁ הָאֱלֹהִים (ish ha’Elohim), ‘man van Elohim’: de tekst noemt zijn naam niet.
Het is een profeet.
Zijn woorden zijn zwart, omdat hij als mens spreekt.
Wat hij zegt over Yahweh, zetten wij niet rood.
Efraïm staat hier voor het hele noordelijke rijk Israël. ‘Yahweh is niet met Israël’ betekent dat Yahweh dat rijk niet bijstaat.
Het woord van de man van Elohim loopt door tot en met vers 8; het slotteken staat in vers 8.
8Maar als jij gaat: doe het, wees sterk voor de strijd. Elohim zal je laten struikelen voor de vijand. Want Elohim heeft de kracht om te helpen en om te laten struikelen.”
כִּ֚י
(ki)
want
אִם
(im)
als
בֹּ֣א
(bo)
gaat
אַתָּ֔ה
(ata)
jij
עֲשֵׂ֖ה
(ase)
doe het
חֲזַ֣ק
(chazaq)
wees sterk
לַמִּלְחָמָ֑ה
(lamilchama)
voor de strijd
יַכְשִֽׁילְךָ֤
(yakhshilekha)
laat je struikelen
הָֽאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אוֹיֵ֔ב
(oyev)
een vijand
כִּ֥י
(ki)
want
יֶשׁ
(yesh)
er is
כֹּ֛חַ
(koach)
kracht
בֵּאלֹהִ֖ים
(bElohim)
bij Elohim
לַעְז֥וֹר
(lazor)
om te helpen
וּלְהַכְשִֽׁיל
(ulehakhshil)
en om te laten struikelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֹּחַ בֵּאלֹהִים (koach be’Elohim), ‘kracht bij Elohim’: Elohim heeft de kracht om te helpen en om te laten struikelen.
Vergelijk 2 Kron. 14:10 en 20:6.
Lezing
De Hebreeuwse tekst van dit vers is moeilijk.
Letterlijk staat er: ‘Maar als jij gaat, doe het, wees sterk voor de strijd: Elohim laat je struikelen voor de vijand.’
Of het een ironisch bevel is (‘ga maar, maar je zult falen’) of een voorwaarde, zegt de tekst niet.
Wij vertalen zonder iets toe te voegen en volgen de Masoretische tekst.
9Amazia zei tegen de man van Elohim: „En wat moet er gebeuren met de 100 talent die ik aan de troep van Israël heb gegeven?” De man van Elohim zei: „Yahweh kan je veel meer geven dan dit.”
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
אֲמַצְיָ֨הוּ֙
(amatsyahu)
Amazia
לְאִ֣ישׁ
(leish)
tegen de man van
הָאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
וּמַֽה
(uma)
en wat
לַּעֲשׂוֹת֙
(laasot)
te doen
לִמְאַ֣ת
(limat)
met de honderd
הַכִּכָּ֔ר
(hakikar)
talent
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
נָתַ֖תִּי
(natati)
ik heb gegeven
לִגְד֣וּד
(ligdud)
aan de troep van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וַיֹּ֨אמֶר֙
(vayomer)
en zei
אִ֣ישׁ
(ish)
de man van
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
יֵ֚שׁ
(yesh)
er is
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
bij Yahweh
לָ֥תֶת
(latet)
om te geven
לְךָ֖
(lekha)
aan jou
הַרְבֵּ֥ה
(harbe)
veel meer
מִזֶּֽה
(mize)
dan dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Amazia vraagt wat er met het geld moet gebeuren dat hij al aan de huurlingen heeft gegeven.
De man van Elohim antwoordt dat Yahweh veel meer kan geven.
10Amazia scheidde de troep af die uit Efraïm naar hem was gekomen, zodat zij naar hun plaats zouden gaan. Hun toorn laaide hevig op tegen Juda. Zij keerden terug naar hun plaats, gloeiend van toorn.
וַיַּבְדִּילֵ֣ם
(vayavdilem)
en scheidde hen af
אֲמַצְיָ֗הוּ
(amatsyahu)
Amazia
לְהַגְּדוּד֙
(lehagedud)
de troep
אֲשֶׁר
(asher)
die
בָּ֤א
(ba)
was gekomen
אֵלָיו֙
(elav)
naar hem
מֵֽאֶפְרַ֔יִם
(meefrayim)
uit Efraïm
לָלֶ֖כֶת
(lalekhet)
om te gaan
לִמְקוֹמָ֑ם
(limqomam)
naar hun plaats
וַיִּ֨חַר
(vayichar)
en brandde
אַפָּ֤ם
(apam)
hun toorn
מְאֹד֙
(meod)
zeer
בִּֽיהוּדָ֔ה
(bihuda)
tegen Juda
וַיָּשׁ֥וּבוּ
(vayashuvu)
en zij keerden terug
לִמְקוֹמָ֖ם
(limqomam)
naar hun plaats
בָּחֳרִי
(bachori)
in gloed van
אָֽף
(af)
toorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וַיַּבְדִּילֵם (vayavdilem), ‘scheidde hen af’: hij stuurde de huurlingen weg, terug naar Efraïm.
12De zonen van Juda namen nog eens 10.000 levend gevangen. Zij brachten hen naar de top van de rots en wierpen hen van de top van de rots naar beneden. Allen werden verbrijzeld.
וַעֲשֶׂ֨רֶת
(vaaseret)
en tien
אֲלָפִ֜ים
(alafim)
duizend
חַיִּ֗ים
(chayim)
levend
שָׁבוּ֙
(shavu)
namen gevangen
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וַיְבִיא֖וּם
(vayvium)
en brachten hen
לְרֹ֣אשׁ
(lerosh)
naar de top van
הַסָּ֑לַע
(hasala)
de rots
וַיַּשְׁלִיכ֛וּם
(vayashlikhum)
en wierpen hen
מֵֽרֹאשׁ
(merosh)
van de top van
הַסֶּ֖לַע
(hasela)
de rots
וְכֻלָּ֥ם
(vekhulam)
en allen
נִבְקָֽעוּ
(nivqau)
werden verbrijzeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
הַסֶּלַע (hasela), ‘de rots’: in 2 Kon. 14:7 heet de plaats Sela en geeft Amazia haar de naam Jokteël.
Sela lag waarschijnlijk in Edom, misschien bij het latere Petra in Jordanië.
De ligging is onzeker.
Uitleg
נִבְקָעוּ (nivqa’u), ‘werden verbrijzeld’: letterlijk ‘werden gespleten’ of ‘barstten uiteen’.
13Amazia had de mannen van de troep teruggestuurd, zodat zij niet met hem mee ten strijde trokken. Die mannen overvielen de steden van Juda, van Samaria tot Bet-Choron. Zij sloegen 3.000 van hen neer en maakten veel buit.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
הַגְּד֗וּד
(hagedud)
de troep
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הֵשִׁ֤יב
(heshiv)
had teruggestuurd
אֲמַצְיָ֨הוּ֙
(amatsyahu)
Amazia
מִלֶּ֤כֶת
(milekhet)
van gaan
עִמּוֹ֙
(imo)
met hem
לַמִּלְחָמָ֔ה
(lamilchama)
naar de strijd
וַֽיִּפְשְׁטוּ֙
(vayifshetu)
en overvielen
בְּעָרֵ֣י
(bearei)
de steden van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
מִשֹּׁמְר֖וֹן
(mishomeron)
vanaf Samaria
וְעַד
(vead)
tot
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
חוֹר֑וֹן
(choron)
Choron
וַיַּכּ֤וּ
(vayaku)
en sloegen
מֵהֶם֙
(mehem)
van hen
שְׁלֹ֣שֶׁת
(sheloshet)
drie
אֲלָפִ֔ים
(alafim)
duizend
וַיָּבֹ֖זּוּ
(vayavozu)
en plunderden
בִּזָּ֥ה
(biza)
buit
רַבָּֽה
(raba)
veel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Bet-Choron (בֵּית חוֹרוֹן) lag ten noordwesten van Jeruzalem, bij het huidige Beit Ur al-Fauqa en Beit Ur at-Tahta op de Westelijke Jordaanoever.
Zie ook Joz. 16:3.
Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.
Uitleg
Samaria ligt in Israël, Bet-Choron aan de noordgrens van Juda.
14Nadat Amazia was teruggekomen van het verslaan van de Edomieten, bracht hij de goden van de zonen van Seïr mee. Hij stelde ze voor zichzelf op als goden. Hij boog zich voor hen neer en liet voor hen offerrook opgaan.
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en het was
אַחֲרֵ֨י
(acharei)
na
ב֤וֹא
(bo)
het terugkomen van
אֲמַצְיָ֨הוּ֙
(amatsyahu)
Amazia
מֵֽהַכּ֣וֹת
(mehakot)
van het slaan van
אֶת
(et)
(obj.)
אֲדוֹמִ֔ים
(adomim)
de Edomieten
וַיָּבֵ֗א
(vayave)
en hij bracht
אֶת
(et)
(obj.)
אֱלֹהֵי֙
(elohei)
de goden van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שֵׂעִ֔יר
(seir)
Seïr
וַיַּֽעֲמִידֵ֥ם
(vayaamidem)
en stelde hen op
ל֖וֹ
(lo)
voor zichzelf
לֵאלֹהִ֑ים
(lElohim)
als goden
וְלִפְנֵיהֶ֥ם
(velifneihem)
en voor hen
יִֽשְׁתַּחֲוֶ֖ה
(yishtachave)
boog hij zich neer
וְלָהֶ֥ם
(velahem)
en voor hen
יְקַטֵּֽר
(yeqater)
liet hij offerrook opgaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Seïr (Edom): Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Uitleg
יַקְטִר (yaqtir), ‘liet offerrook opgaan’: het werkwoord gaat over offers die in rook opgaan, vooral reukoffers.
Het wordt ook voor offers aan andere goden gebruikt.
15Toen laaide de toorn van Yahweh op tegen Amazia. Hij zond een profeet naar hem. Die zei tegen hem: „Waarom heb je de goden gezocht van het volk dat zijn eigen volk niet uit jouw hand heeft gered?”
וַיִּֽחַר
(vayichar)
en brandde
אַ֥ף
(af)
de toorn van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בַּאֲמַצְיָ֑הוּ
(baamatsyahu)
tegen Amazia
וַיִּשְׁלַ֤ח
(vayishlach)
en Hij zond
אֵלָיו֙
(elav)
naar hem
נָבִ֔יא
(navi)
een profeet
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
ל֗וֹ
(lo)
tegen hem
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
דָרַ֨שְׁתָּ֙
(darashta)
heb je gezocht
אֶת
(et)
(obj.)
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
de goden van
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
הִצִּ֥ילוּ
(hitsilu)
hebben gered
אֶת
(et)
(obj.)
עַמָּ֖ם
(amam)
hun volk
מִיָּדֶֽךָ
(miyadekha)
uit jouw hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Terwijl hij tegen hem sprak, zei Amazia tegen hem: „Hebben wij je aangesteld als raadgever van de koning? Houd op. Waarom zou men je slaan?” De profeet hield op en zei: „Ik weet dat Elohim heeft besloten je te verderven, omdat je dit hebt gedaan en niet naar mijn raad hebt geluisterd.”
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
בְּדַבְּר֣וֹ
(bedabero)
toen hij sprak
אֵלָ֗יו
(elav)
tegen hem
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei hij
לוֹ֙
(lo)
tegen hem
הַלְיוֹעֵ֤ץ
(halyoets)
is het tot raadgever
לַמֶּ֨לֶךְ֙
(lamelekh)
van de koning
נְתַנּ֔וּךָ
(netanukha)
hebben wij je gesteld
חֲדַל
(chadal)
houd op
לְךָ֖
(lekha)
voor jezelf
לָ֣מָּה
(lama)
waarom
יַכּ֑וּךָ
(yakukha)
zou men je slaan
וַיֶּחְדַּ֣ל
(vayechdal)
en hield op
הַנָּבִ֗יא
(hanavi)
de profeet
וַיֹּ֨אמֶר֙
(vayomer)
en zei
יָדַ֗עְתִּי
(yadati)
ik weet
כִּֽי
(ki)
dat
יָעַ֤ץ
(yaats)
heeft besloten
אֱלֹהִים֙
(Elohim)
Elohim
לְהַשְׁחִיתֶ֔ךָ
(lehashchitekha)
om je te verderven
כִּֽי
(ki)
omdat
עָשִׂ֣יתָ
(asita)
je hebt gedaan
זֹּ֔את
(zot)
dit
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
שָׁמַ֖עְתָּ
(shamata)
je hebt geluisterd
לַעֲצָתִֽי
(laatsati)
naar mijn raad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְתַנּוּךָ (netannukha), ‘hebben wij je aangesteld’: het meervoud ‘wij’ is het meervoud van de koning en zijn hof.
Amazia verwijt de profeet dat hij ongevraagd raad geeft.
17Amazia, de koning van Juda, hield overleg. Daarna zond hij bericht naar Joas, de zoon van Joachaz, de zoon van Jehu, de koning van Israël: „Kom, laten wij elkaar in het gezicht zien.”
וַיִּוָּעַ֗ץ
(vayivaats)
en hield overleg
אֲמַצְיָ֨הוּ֙
(amatsyahu)
Amazia
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
de koning van
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וַ֠יִּשְׁלַח
(vayishlach)
en zond
אֶל
(el)
naar
יוֹאָ֨שׁ
(yoash)
Joas
בֶּן
(ben)
zoon van
יְהוֹאָחָ֧ז
(yehoachaz)
Joachaz
בֶּן
(ben)
zoon van
יֵה֛וּא
(yehu)
Jehu
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
de koning van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
לְכָ֖ה
(lekha)
kom
נִתְרָאֶ֥ה
(nitrae)
laten wij elkaar zien
פָנִֽים
(panim)
gezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִתְרָאֶה פָנִים (nitra’eh panim), ‘laten wij elkaar in het gezicht zien’: een uitnodiging tot een treffen, hier een uitdaging tot de strijd.
Zie ook 2 Kon. 14:8.
Lezing
Het Hebreeuws schrijft (ketiv) לֵךְ (lekh), ‘ga’, maar leest (qere) לְכָה (lekhah), ‘kom’.
18Joas, de koning van Israël, zond bericht naar Amazia, de koning van Juda: „De doornstruik in de Libanon zond bericht naar de ceder in de Libanon: ‘Geef je dochter aan mijn zoon als vrouw.’ Toen kwam een dier van het veld in de Libanon voorbij en trapte de doornstruik plat.
וַיִּשְׁלַ֞ח
(vayishlach)
en zond
יוֹאָ֣שׁ
(yoash)
Joas
מֶֽלֶךְ
(melekh)
de koning van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אֶל
(el)
naar
אֲמַצְיָ֣הוּ
(amatsyahu)
Amazia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
de koning van
יְהוּדָה֮
(yehuda)
Juda
לֵאמֹר֒
(lemor)
zeggende
הַח֜וֹחַ
(hachoach)
de doornstruik
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בַּלְּבָנ֗וֹן
(balevanon)
in de Libanon
שָׁ֠לַח
(shalach)
zond
אֶל
(el)
naar
הָאֶ֜רֶז
(haerez)
de ceder
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
בַּלְּבָנוֹן֙
(balevanon)
in de Libanon
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
תְּנָֽה
(tena)
geef
אֶת
(et)
(obj.)
בִּתְּךָ֥
(bitekha)
je dochter
לִבְנִ֖י
(livni)
aan mijn zoon
לְאִשָּׁ֑ה
(leisha)
als vrouw
וַֽתַּעֲבֹ֞ר
(vataavor)
en kwam voorbij
חַיַּ֤ת
(chayat)
een dier van
הַשָּׂדֶה֙
(hasade)
het veld
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
בַּלְּבָנ֔וֹן
(balevanon)
in de Libanon
וַתִּרְמֹ֖ס
(vatirmos)
en trapte plat
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֽוֹחַ
(hachoach)
de doornstruik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee.
Uitleg
Dit gelijkenisverhaal staat ook in 2 Kon. 14:9.
Een ander gelijkenisverhaal met bomen staat in Richt. 9:8–15.
הַחוֹחַ (hachoach), ‘de doornstruik’: een stekelige struik, hier het kleine tegenover de grote ceder.
19Je hebt gezegd: ‘Zie, je hebt Edom verslagen.’ Je hart heeft je verheven om roem te zoeken. Blijf nu thuis. Waarom zou je onheil uitlokken, zodat je valt, jij en Juda met je?”
אָמַ֗רְתָּ
(amarta)
je hebt gezegd
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
הִכִּ֨יתָ֙
(hikita)
je hebt geslagen
אֶת
(et)
(obj.)
אֱד֔וֹם
(edom)
Edom
וּנְשָׂאֲךָ֥
(unesaakha)
en heeft opgeheven
לִבְּךָ֖
(libekha)
je hart
לְהַכְבִּ֑יד
(lehakhbid)
om zwaar te maken
עַתָּה֙
(ata)
nu
שְׁבָ֣ה
(sheva)
blijf
בְּבֵיתֶ֔ךָ
(beveitekha)
in je huis
לָ֤מָּה
(lama)
waarom
תִתְגָּרֶה֙
(titgare)
zou je uitlokken
בְּרָעָ֔ה
(beraa)
onheil
וְנָ֣פַלְתָּ֔
(venafalta)
en zou vallen
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
וִיהוּדָ֥ה
(vihuda)
en Juda
עִמָּֽךְ
(imakh)
met je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Uitleg
לְהַכְבִּיד (lehakhbid), ‘om roem te zoeken’: letterlijk ‘om zwaar te maken’.
Het hangt samen met כָּבוֹד (kavod), ‘eer’, dat letterlijk ‘gewicht’ betekent.
23Joas, de koning van Israël, greep bij Bet-Semes Amazia, de koning van Juda, de zoon van Joas, de zoon van Joachaz. Hij bracht hem naar Jeruzalem. Hij brak de muur van Jeruzalem door, van de Efraïmpoort tot de Hoekpoort: 400 el.
וְאֵת֩
(veet)
en (obj.)
אֲמַצְיָ֨הוּ
(amatsyahu)
Amazia
מֶֽלֶךְ
(melekh)
de koning van
יְהוּדָ֜ה
(yehuda)
Juda
בֶּן
(ben)
zoon van
יוֹאָ֣שׁ
(yoash)
Joas
בֶּן
(ben)
zoon van
יְהוֹאָחָ֗ז
(yehoachaz)
Joachaz
תָּפַ֛שׂ
(tafas)
greep
יוֹאָ֥שׁ
(yoash)
Joas
מֶֽלֶךְ
(melekh)
de koning van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּבֵ֣ית
(beveit)
bij Bet
שָׁ֑מֶשׁ
(shamesh)
Semes
וַיְבִיאֵ֨הוּ֙
(vayviehu)
en bracht hem
יְר֣וּשָׁלִַ֔ם
(yerushaliam)
naar Jeruzalem
וַיִּפְרֹ֞ץ
(vayifrots)
en brak door
בְּחוֹמַ֣ת
(bechomat)
de muur van
יְרוּשָׁלִַ֗ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
מִשַּׁ֤עַר
(mishaar)
vanaf de poort van
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
עַד
(ad)
tot
שַׁ֣עַר
(shaar)
de poort
הַפּוֹנֶ֔ה
(hapone)
die zich keert
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
אַמָּֽה
(ama)
el
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Beide poorten lagen waarschijnlijk in de noordelijke muur van Jeruzalem.
Waar precies, is niet zeker.
Zie Bet-Semes: Bet-Semes (Tel Bet-Semes) lag in de Sefela, ten westen van Jeruzalem.
In Jozua 19:22 en 19:38 gaat het om andere plaatsen in Galilea.
Zie Efraïmpoort (ligging onzeker): De Efraïmpoort was een poort in de noordmuur van Jeruzalem.
De precieze plaats is niet zeker.
Zie Hoekpoort (ligging onzeker): De Hoekpoort was een poort in de muur van Jeruzalem, waarschijnlijk in het noordwesten.
De precieze plaats is niet zeker.
Uitleg
הַפּוֹנֶה (hapoyneh), ‘die zich keert’: de poort aan de hoek.
In 2 Kon. 14:13 staat שַׁעַר הַפִּנָּה (sha’ar happinnah), ‘Hoekpoort’.
Wij schrijven in beide gevallen ‘Hoekpoort’.
מֵאוֹת אַמָּה (me’ot ammah), ‘400 el’: een el is ongeveer 45 centimeter. 400 el is dus ongeveer 180 meter.
In 2 Kon. 14:13 staat Amazia als ‘zoon van Joas, zoon van Achazia’; hier staat ‘zoon van Joas, zoon van Joachaz’.
24Hij nam al het goud en het zilver en alle voorwerpen die in het huis van Elohim werden gevonden bij Obed-Edom. Hij nam ook de schatkamers van het huis van de koning en gijzelaars. Toen keerde hij terug naar Samaria.
וְכָֽל
(vekhal)
en al
הַזָּהָ֣ב
(hazahav)
het goud
וְהַכֶּ֡סֶף
(vehakesef)
en het zilver
וְאֵ֣ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַ֠כֵּלִים
(hakelim)
voorwerpen
הַנִּמְצְאִ֨ים
(hanimtseim)
die gevonden werden
בְּבֵית
(beveit)
in het huis van
הָאֱלֹהִ֜ים
(haElohim)
de Elohim
עִם
(im)
bij
עֹבֵ֣ד
(oved)
Obed
אֱד֗וֹם
(edom)
Edom
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֹצְרוֹת֙
(otserot)
de schatkamers van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
הַתַּֽעֲרֻב֑וֹת
(hataaruvot)
de onderpanden
וַיָּ֖שָׁב
(vayashav)
en keerde terug
שֹׁמְרֽוֹן
(shomeron)
naar Samaria
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.
Uitleg
In het Hebreeuws ontbreekt het werkwoord ‘nam’.
Wij vullen het aan uit het verband (vers 23) en uit 2 Kon. 14:14.
עֹבֵד אֱדֹם (Oved Edom): de naam verwijst waarschijnlijk naar de familie van Obed-Edom, die de voorraadkamers van het huis van Elohim bewaakte (1 Kron. 26:15).
בְּנֵי הַתַּעֲרֻבוֹת (bene hatta’arubot), ‘gijzelaars’: letterlijk ‘zonen van de onderpanden’; mensen die als waarborg werden meegenomen.
26De rest van de daden van Amazia, de eerste en de laatste: staan die niet geschreven in het dagboek van de koningen van Juda en Israël?
וְיֶ֨תֶר֙
(veyeter)
en de rest van
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de daden van
אֲמַצְיָ֔הוּ
(amatsyahu)
Amazia
הָרִאשֹׁנִ֖ים
(harishonim)
de eerste
וְהָאַחֲרוֹנִ֑ים
(vehaacharonim)
en de laatste
הֲלֹא֙
(halo)
is het niet zo
הִנָּ֣ם
(hinam)
zie zij
כְּתוּבִ֔ים
(ketuvim)
staan geschreven
עַל
(al)
in
סֵ֥פֶר
(sefer)
het boek van
מַלְכֵי
(malkhei)
de koningen van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
וְיִשְׂרָאֵֽל
(veyisrael)
en Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סֵפֶר מַלְכֵי יְהוּדָה וְיִשְׂרָאֵל (sefer malkhe Yehudah veYisrael), ‘boek van de koningen van Juda en Israël’: wij vertalen ‘dagboek van de koningen van Juda en Israël’, zoals ook in 1 Kon.
Letterlijk staat in 1 en 2 Koningen ‘boek van de woorden van de dagen’.
27Vanaf de tijd dat Amazia zich van Yahweh had afgekeerd, smeedden zij in Jeruzalem een samenzwering tegen hem. Hij vluchtte naar Lachis. Zij zonden mannen achter hem aan naar Lachis en doodden hem daar.
וּמֵעֵ֗ת
(umeet)
en vanaf de tijd
אֲשֶׁר
(asher)
dat
סָ֤ר
(sar)
zich afkeerde
אֲמַצְיָ֨הוּ֙
(amatsyahu)
Amazia
מֵאַחֲרֵ֣י
(meacharei)
van achter
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וַיִּקְשְׁר֨וּ
(vayiqsheru)
en zij smeedden
עָלָ֥יו
(alav)
tegen hem
קֶ֛שֶׁר
(qesher)
een samenzwering
בִּירוּשָׁלִַ֖ם
(birushaliam)
in Jeruzalem
וַיָּ֣נָס
(vayanas)
en hij vluchtte
לָכִ֑ישָׁה
(lakhisha)
naar Lachis
וַיִּשְׁלְח֤וּ
(vayishlechu)
en zij zonden
אַחֲרָיו֙
(acharav)
achter hem aan
לָכִ֔ישָׁה
(lakhisha)
naar Lachis
וַיְמִיתֻ֖הוּ
(vaymituhu)
en doodden hem
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Lachis (לָכִישָׁה) lag bij het huidige Tel Lakhish, ongeveer 40 kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem, in Israël.