Open in de app Alle boeken Psalmen ← 71 73 → Psalmen 72 Gebed voor de koning
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Elohim, geef de koning Uw recht 1 Van Salomo. Elohim, geef de koning Uw recht en de zoon van de koning Uw gerechtigheid.
לִשְׁלֹמֹ֨ה
(lishlomo)
van Salomo
מִ֭שְׁפָּטֶיךָ
(mishpateikha)
Uw recht
לְמֶ֣לֶךְ
(lemelekh)
aan de koning
וְצִדְקָתְךָ֥
(vetsidqatekha)
en Uw gerechtigheid
לְבֶן
(leven)
aan de zoon van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לִשְׁלֹמֹה (lishlomo), ‘van Salomo’: het voorzetsel ל (le) kan ‘van’, ‘voor’ of ‘over’ betekenen.
De psalm kan door Salomo, voor Salomo of over Salomo zijn.
מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’, en צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’: de twee kernwoorden van de psalm (zie ook vers 2 en 7).
2 Moge hij Uw volk richten met gerechtigheid en Uw ellendigen met recht.
יָדִ֣ין
(yadin)
moge hij richten
בְצֶ֑דֶק
(betsedeq)
met gerechtigheid
וַעֲנִיֶּ֥יךָ
(vaaniyeikha)
en Uw ellendigen
בְמִשְׁפָּֽט
(bemishpat)
met recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De werkwoorden in vers 2–17 kunnen als wens (‘moge hij’) of als verwachting (‘hij zal’) worden gelezen.
Wij vertalen als wens, zoals de duidelijke wensvormen in vers 16 en 17.
3 Laten de bergen het volk vrede brengen, en de heuvels door gerechtigheid.
יִשְׂא֤וּ
(yisu)
laten dragen
וּ֝גְבָע֗וֹת
(ugevaot)
en heuvels
בִּצְדָקָֽה
(bitsdaqa)
door gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Moge hij de ellendigen van het volk recht doen, de kinderen van de armen redden en de onderdrukker vermorzelen.
יִשְׁפֹּ֤ט
(yishpot)
moge hij recht doen
עֲֽנִיֵּי
(aniyei)
ellendigen van
י֭וֹשִׁיעַ
(yoshia)
moge hij redden
לִבְנֵ֣י
(livnei)
de kinderen van
וִֽידַכֵּ֣א
(vidake)
en moge hij vermorzelen
עוֹשֵֽׁק
(osheq)
onderdrukker
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5 Laat men U vrezen zolang de zon er is en zolang de maan er is, van geslacht tot geslacht.
יִֽירָא֥וּךָ
(yiraukha)
laat vrezen U
וְלִפְנֵ֥י
(velifnei)
en voor het aangezicht van
דּוֹרִֽים
(dorim)
geslachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Wij volgen de Masoretische tekst: ‘Laat men U vrezen’.
Het onderwerp is in het Hebreeuws niet genoemd en de zin is moeilijk; andere oude vertalingen lezen een andere vorm (‘hij zal blijven’).
Wij volgen dat niet.
6 Moge hij neerdalen als regen op het gemaaide veld, als stortbuien die de aarde drenken.
יֵ֭רֵד
(yered)
moge hij neerdalen
כְּמָטָ֣ר
(kematar)
als regen
כִּ֝רְבִיבִ֗ים
(kirvivim)
als stortbuien
זַרְזִ֥יף
(zarzif)
druppelend over
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֵּז (gez), ‘gemaaid veld’: het woord betekent eigenlijk iets dat is afgesneden, zoals geschoren wol (Richt. 6:37) of gemaaid gras.
זַרְזִיף (zarzif), ‘drenken’: het woord komt elders niet voor. De betekenis ‘druppelen, drenken’ past bij de zin.
7 Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien, en moge er volop vrede zijn, totdat er geen maan meer is.
יִֽפְרַח
(yifrach)
moge bloeien
בְּיָמָ֥יו
(beyamav)
in zijn dagen
צַדִּ֑יק
(tsadiq)
rechtvaardige
וְרֹ֥ב
(verov)
en overvloed van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8 Moge hij heersen van zee tot zee en van de Rivier tot de uiteinden van de aarde.
וְ֭יֵרְדְּ
(veyerd)
en moge hij heersen
וּ֝מִנָּהָ֗ר
(uminahar)
en van de Rivier
אַפְסֵי
(afsei)
uiteinden van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘De Rivier’ (הַנָּהָר , hannahar) is meestal de Eufraat; vergelijk Gen. 15:18 en Exod. 23:31.
9 Laten de woestijnbewoners voor hem knielen, en zijn vijanden het stof likken.
לְ֭פָנָיו
(lefanav)
voor zijn aangezicht
יִכְרְע֣וּ
(yikhreu)
laten knielen
צִיִּ֑ים
(tsiyim)
woestijnbewoners
וְ֝אֹיְבָ֗יו
(veoyevav)
en zijn vijanden
יְלַחֵֽכוּ
(yelachekhu)
laten likken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צִיִּים (tsiyim), ‘woestijnbewoners’: letterlijk ‘bewoners van dorre streken’.
Het woord kan ook woestijndieren of schepen betekenen; de betekenis is onzeker.
10 Laten de koningen van Tarsis en de eilanden geschenken brengen. Laten de koningen van Sjeba en Seba gaven aanbieden.
מַלְכֵ֬י
(malkhei)
koningen van
תַרְשִׁ֣ישׁ
(tarshish)
Tarsis
וְ֭אִיִּים
(veiyim)
en de eilanden
יָשִׁ֑יבוּ
(yashivu)
laten terugbrengen
מַלְכֵ֥י
(malkhei)
koningen van
יַקְרִֽיבוּ
(yaqrivu)
laten aanbieden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Tarsis lag ver in het westen (ligging onzeker), Sjeba in het zuidwesten van Arabië en Seba waarschijnlijk in Noordoost-Afrika (ligging onzeker).
Samen staan zij voor de verste uithoeken van de bekende wereld.
Uitleg
מִנְחָה (minchah), ‘geschenk’: hier geen offer, maar een gift van onderworpen koningen.
Zie ook 2 Sam. 8:2.
הֵשִׁיב (heshiv), ‘terugbrengen’: hier ‘brengen, betalen’ (een geschenk dat men verschuldigd is).
אֶשְׁכָּר (eshkar), ‘gave’: het woord komt elders niet voor; de betekenis ‘gift’ past bij de zin.
11 Laten alle koningen zich voor hem neerbuigen, en alle volken hem dienen.
וְיִשְׁתַּחֲווּ
(veyishtachavu)
en laten zich neerbuigen
מְלָכִ֑ים
(melakhim)
koningen
יַֽעַבְדֽוּהוּ
(yaavduhu)
laten hem dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Hij bevrijdt de arme en de ellendige 12 Want hij bevrijdt de arme die om hulp roept, en de ellendige die geen helper heeft.
יַ֭צִּיל
(yatsil)
hij bevrijdt
מְשַׁוֵּ֑עַ
(meshavea)
die om hulp roept
וְ֝עָנִ֗י
(veani)
en ellendige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Hij heeft medelijden met de zwakke en de arme, en de levens van de armen redt hij.
יָ֭חֹס
(yachos)
hij heeft medelijden
וְאֶבְי֑וֹן
(veevyon)
en arme
וְנַפְשׁ֖וֹת
(venafshot)
en levens van
אֶבְיוֹנִ֣ים
(evyonim)
armen
יוֹשִֽׁיעַ
(yoshia)
hij redt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14 Uit onderdrukking en geweld verlost hij hun leven, en hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
מִתּ֣וֹךְ
(mitokh)
uit onderdrukking
וּ֭מֵחָמָס
(umechamas)
en uit geweld
יִגְאַ֣ל
(yigal)
hij verlost
נַפְשָׁ֑ם
(nafsham)
hun leven
וְיֵיקַ֖ר
(veyeiqar)
en kostbaar is
בְּעֵינָֽיו
(beeinav)
in zijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תֹּךְ (tokh), ‘onderdrukking’: het woord komt vooral voor in Ps. 10:7 en 55:12.
גָּאַל (gaal), ‘verlossen’: de losser (goel) haalt iemand uit de nood en koopt zijn recht terug.
Zie Ruth 4.
Moge hij leven 15 Moge hij leven! Moge men hem van het goud van Sjeba geven. Moge men voortdurend voor hem bidden en hem de hele dag zegenen.
וִיחִ֗י
(vichi)
en moge hij leven
וְיִתֶּן
(veyiten)
en moge men geven
מִזְּהַ֪ב
(mizehav)
van goud van
וְיִתְפַּלֵּ֣ל
(veyitpalel)
en moge men bidden
תָמִ֑יד
(tamid)
voortdurend
יְבָרֲכֶֽנְהֽוּ
(yevarakhenhu)
moge men hem zegenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sjeba: Sjeba lag in het zuidwesten van Arabië, in het huidige Jemen.
16 Moge er een handvol graan zijn in het land, op de top van de bergen. Moge zijn vrucht ruisen als de Libanon, en mogen mensen uit de stad bloeien als het gras van de aarde.
בָּאָרֶץ֮
(baarets)
in het land
בְּרֹ֪אשׁ
(berosh)
op de top van
יִרְעַ֣שׁ
(yirash)
moge ruisen
כַּלְּבָנ֣וֹן
(kalevanon)
zoals de Libanon
פִּרְי֑וֹ
(piryo)
zijn vrucht
וְיָצִ֥יצוּ
(veyatsitsu)
en mogen bloeien
מֵ֝עִ֗יר
(meir)
uit de stad
כְּעֵ֣שֶׂב
(keesev)
zoals gras van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee.
Uitleg
פִּסַּת בַּר (pissat bar), ‘een handvol graan’: het eerste woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker.
Het beeld is: zelfs op de bergtoppen, waar niets groeit, staat graan.
Andere oude vertalingen lezen een ander woord (‘stevigheid’ of ‘overvloed’).
17 Moge zijn naam voor eeuwig blijven. Moge zijn naam voortduren zolang de zon er is. Mogen alle volken zich in hem zegenen en hem gelukkig prijzen.
לְֽעוֹלָ֗ם
(leolam)
voor eeuwig
לִפְנֵי
(lifnei)
voor het aangezicht van
יִנּ֪וֹן
(yinon)
moge voortduren
וְיִתְבָּ֥רְכוּ
(veyitbarekhu)
en mogen zich zegenen
יְאַשְּׁרֽוּהוּ
(yeasheruhu)
mogen hem gelukkig prijzen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Mogen alle volken zich in hem zegenen’ verwijst naar de belofte aan Abraham: Gen. 12:3 en 22:18.
Lezing
Het geschreven Hebreeuws (ketiv) heeft יָנִין (yanin), de gelezen vorm (qere) יִנּוֹן (yinon).
Het werkwoord komt alleen hier voor en betekent ‘voortduren, uitspruiten’.
Lofprijzing en slot van het tweede boek 18 Gezegend is Yahweh Elohim, de Elohim van Israël, die wonderen doet, Hij alleen.
בָּר֤וּךְ
(barukh)
gezegend
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
נִפְלָא֣וֹת
(niflaot)
wonderen
לְבַדּֽוֹ
(levado)
Hij alleen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vers 18–19 zijn de lofprijzing waarmee het tweede boek van de Psalmen eindigt.
Een vergelijkbare slotprijzing staat aan het eind van Ps. 41:14, 89:53 en 106:48.
19 Gezegend is voor eeuwig de naam van Zijn heerlijkheid. Moge heel de aarde vol worden van Zijn heerlijkheid. Amen en amen.
וּבָר֤וּךְ
(uvarukh)
en gezegend
כְּבוֹד֗וֹ
(kevodo)
Zijn heerlijkheid
לְע֫וֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
וְיִמָּלֵ֣א
(veyimale)
en moge vol worden
כְ֭בוֹדוֹ
(kevodo)
Zijn heerlijkheid
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Num. 14:21: ‘heel de aarde wordt vol van de heerlijkheid van Yahweh’.
20 Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï.
כָּלּ֥וּ
(kalu)
zijn ten einde
תְפִלּ֑וֹת
(tefilot)
gebeden van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers sluit het tweede boek van de Psalmen af.
Het betekent niet dat daarna geen psalmen van David meer volgen: er staan nog enkele psalmen van David in latere delen, zoals Ps. 86 en Ps. 101.