Elohim Bijbel

Psalmen 52

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim breekt de bedrieger af; ik ben een groene olijfboom

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een maskil van David,
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מַשְׂכִּ֥יל
(maskil)
maskil
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling beslaat het opschrift vers 1 en 2; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.

מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan.

2toen Doëg, de Edomiet, kwam, het aan Saul vertelde en tegen hem zei: „David is naar het huis van Achimelech gekomen.”
בְּב֤וֹא
(bevo)
bij het komen van
דּוֹאֵ֣ג
(doeg)
Doëg
הָאֲדֹמִי֮
(haadomi)
de Edomiet
וַיַּגֵּ֪ד
(vayaged)
en hij vertelde
לְשָׁ֫א֥וּל
(leshaul)
aan Saul
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en hij zei
ל֑וֹ
(lo)
tegen hem
בָּ֥א
(ba)
is gekomen
דָ֝וִ֗ד
(david)
David
אֶל
(el)
naar
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
אֲחִימֶֽלֶךְ
(achimelekh)
Achimelech
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit historische opschrift verwijst naar 1 Sam. 21:2–10 en 22:9–10; zie ook 1 Sam. 22:18–19, waar Doëg de priesters van Nob doodt.

Waarom roem je op het kwaad?

3Wat roem je op het kwaad, machtige? De trouw van El duurt de hele dag.
מַה
(ma)
wat
תִּתְהַלֵּ֣ל
(tithalel)
roem je
בְּ֭רָעָה
(beraa)
op het kwaad
הַגִּבּ֑וֹר
(hagibor)
machtige
חֶ֥סֶד
(chesed)
trouw van
אֵ֝֗ל
(el)
El
כָּל
(kal)
de hele
הַיּֽוֹם
(hayom)
dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

אֵל (El), ‘El’: een korte vorm van Elohim.

הַגִּבּוֹר (haggibbor), ‘machtige’: het woord is hier spottend bedoeld, voor iemand die zich op zijn kwaad beroemt.

4Je tong bedenkt verderf als een scherp geslepen scheermes, jij die valsheid bedrijft.
הַ֭וּוֹת
(hauot)
verderf
תַּחְשֹׁ֣ב
(tachshov)
bedenkt
לְשׁוֹנֶ֑ךָ
(leshonekha)
je tong
כְּתַ֥עַר
(ketaar)
als een scheermes
מְ֝לֻטָּ֗שׁ
(melutash)
geslepen
עֹשֵׂ֥ה
(ose)
jij die bedrijft
רְמִיָּֽה
(remiya)
valsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַוּוֹת (havvot), ‘verderf’: ondergang en onheil (meervoud).

רְמִיָּה (remiyah), ‘valsheid’: bedrog in woorden.

5Je houdt meer van kwaad dan van goed, van leugen meer dan van het spreken van gerechtigheid. Sela.
אָהַ֣בְתָּ
(ahavta)
je houdt van
רָּ֣ע
(ra)
kwaad
מִטּ֑וֹב
(mitov)
meer dan goed
שֶׁ֓קֶר
(sheqer)
leugen
מִדַּבֵּ֖ר
(midaber)
meer dan spreken
צֶ֣דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

6Je houdt van alle woorden die verslinden, jij tong van bedrog.
אָהַ֥בְתָּ
(ahavta)
je houdt van
כָֽל
(kal)
alle
דִּבְרֵי
(divrei)
woorden van
בָ֗לַע
(bala)
verslinden
לְשׁ֣וֹן
(leshon)
tong van
מִרְמָֽה
(mirma)
bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

El zal je afbreken

7Ook El zal je voor altijd afbreken. Hij zal je grijpen en uit je tent wegrukken. Hij zal je wortel uitrukken uit het land van de levenden. Sela.
גַּם
(gam)
ook
אֵל֮
(el)
El
יִתָּצְךָ֪
(yitatsekha)
zal je afbreken
לָ֫נֶ֥צַח
(lanetsach)
voor altijd
יַחְתְּךָ֣
(yachtekha)
zal je grijpen
וְיִסָּחֲךָ֣
(veyisachakha)
en zal je wegrukken
מֵאֹ֑הֶל
(meohel)
uit de tent
וְשֵֽׁרֶשְׁךָ֨
(veshereshkha)
en je wortel
מֵאֶ֖רֶץ
(meerets)
uit het land
חַיִּ֣ים
(chayim)
van de levenden
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De beelden zijn die van een tent die wordt afgebroken en van een boom die met zijn wortel uit de grond wordt gerukt.

De rechtvaardigen lachen om hem

8De rechtvaardigen zullen het zien en vrezen, en zullen om hem lachen:
וְיִרְא֖וּ
(veyiru)
en zullen zien
צַדִּיקִ֥ים
(tsadiqim)
de rechtvaardigen
וְיִירָ֗אוּ
(veyirau)
en zullen vrezen
וְעָלָ֥יו
(vealav)
en over hem
יִשְׂחָֽקוּ
(yischaqu)
zullen lachen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְיִרְאוּ … וְיִירָאוּ (veyiru … veyira’u), ‘zij zullen zien … en zij zullen vrezen’: de twee werkwoorden klinken in het Hebreeuws bijna gelijk.

9„Zie, de man die Elohim niet tot zijn sterkte maakte, maar vertrouwde op de overvloed van zijn rijkdom en sterk was in zijn verderf.”
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
הַגֶּ֗בֶר
(hagever)
de man
לֹ֤א
(lo)
niet
יָשִׂ֥ים
(yasim)
maakte
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
מָֽע֫וּזּ֥וֹ
(mauzo)
zijn sterkte
וַ֭יִּבְטַח
(vayivtach)
maar vertrouwde
בְּרֹ֣ב
(berov)
op de overvloed van
עָשְׁר֑וֹ
(ashero)
zijn rijkdom
יָ֝עֹ֗ז
(yaoz)
was sterk
בְּהַוָּתֽוֹ
(behavato)
in zijn verderf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָעוֹז (maoz), ‘sterkte’: de plaats of kracht waar men veilig is.

הַוָּה (havvah), ‘verderf’: kan ook ‘kwaad’ betekenen.

Een groene olijfboom in het huis van Elohim

10Maar ik ben als een groene olijfboom in het huis van Elohim. Ik vertrouw op de trouw van Elohim, voor eeuwig en altijd.
וַאֲנִ֤י
(vaani)
en ik
כְּזַ֣יִת
(kezayit)
als een olijfboom
רַ֭עֲנָן
(raanan)
groen
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
בָּטַ֥חְתִּי
(batachti)
ik vertrouw
בְחֶֽסֶד
(bechesed)
op de trouw van
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
עוֹלָ֥ם
(olam)
voor eeuwig
וָעֶֽד
(vaed)
en altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Tegenover de wortel die uit het land van de levenden wordt gerukt (vers 7) staat hier een groene olijfboom in het huis van Elohim.

11Ik zal U voor eeuwig danken, want U hebt het gedaan. Ik zal hopen op Uw naam, want die is goed, voor het oog van Uw getrouwen.
אוֹדְךָ֣
(odekha)
ik zal U danken
לְ֭עוֹלָם
(leolam)
voor eeuwig
כִּ֣י
(ki)
want
עָשִׂ֑יתָ
(asita)
U hebt gedaan
וַאֲקַוֶּ֖ה
(vaaqave)
en ik zal hopen
שִׁמְךָ֥
(shimkha)
op Uw naam
כִֽי
(ki)
want
ט֝֗וֹב
(tov)
goed
נֶ֣גֶד
(neged)
voor het oog van
חֲסִידֶֽיךָ
(chasideikha)
Uw getrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָוָה (qavah), ‘hopen’: uitzien naar, wachten op.

חֲסִידִים (chasidim), ‘getrouwen’: zij die trouw zijn aan het verbond.