Open in de app Alle boeken Psalmen ← 107 109 → Psalmen 108 Lofzang en bede om hulp tegen de tegenstanders
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1 Een lied. Een psalm. Van David.
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
Ik wil U danken onder de volken 2 Mijn hart is vast, Elohim. Ik wil zingen en psalmen spelen, ja, ook mijn eer.
אָשִׁ֥ירָה
(ashira)
ik wil zingen
וַ֝אֲזַמְּרָ֗ה
(vaazamera)
en ik wil psalmen spelen
כְּבוֹדִֽי
(kevodi)
mijn eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כְּבוֹדִי (kevodi), ‘mijn eer’: de dichter spreekt zijn eigen ziel toe, zoals in Ps. 57:9.
Deze psalm bestaat uit twee delen die ook elders staan: vers 2–6 staan ook in Ps. 57:8–12, en vers 7–14 staan ook in Ps. 60:7–14. Waar het Hebreeuws verschilt, noemen wij dat bij het vers.
3 Word wakker, harp en lier. Ik wil de dageraad wakker maken.
וְכִנּ֗וֹר
(vekhinor)
en lier
אָעִ֥ירָה
(aira)
ik wil wakker maken
שָּֽׁחַר
(shachar)
dageraad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֵבֶל (nevel), ‘harp’, en כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: twee snaarinstrumenten.
4 Ik wil U danken onder de volken, Yahweh. Ik wil U bezingen onder de naties.
אוֹדְךָ֖
(odekha)
ik wil U danken
בָעַמִּ֥ים
(baamim)
onder volken
וַ֝אֲזַמֶּרְךָ֗
(vaazamerkha)
en ik wil U bezingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.
אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid (vers 5).
In Ps. 57:10 staat hier ‘mijn Heer’ (Adonai); in dit lied staat ‘Yahweh’.
5 Want groot is Uw trouw, tot boven de hemel, en Uw waarheid tot aan de wolken.
חַסְדֶּ֑ךָ
(chasdekha)
Uw trouw
שְׁחָקִ֥ים
(shechaqim)
wolken
אֲמִתֶּֽךָ
(amitekha)
Uw waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In Ps. 57:11 staat ‘tot aan de hemel’ (עַד שָׁמַיִם ); hier staat ‘tot boven de hemel’ (מֵעַל שָׁמַיִם ).
6 Verhef U boven de hemel, Elohim. Uw heerlijkheid zij over heel de aarde.
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
de aarde
כְּבוֹדֶֽךָ
(kevodekha)
Uw heerlijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In Ps. 57:12 staat voor ‘over heel de aarde’ geen ‘en’.
7 Opdat Uw geliefden bevrijd worden: red met Uw rechterhand en antwoord mij.
יֵחָלְצ֣וּן
(yechaletsun)
zij bevrijd worden
יְדִידֶ֑יךָ
(yedideikha)
Uw geliefden
יְמִֽינְךָ֣
(yeminekha)
Uw rechterhand
וַעֲנֵֽנִי
(vaaneni)
en antwoord mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יְדִידֶיךָ (yedideicha), ‘Uw geliefden’: zij die Elohim dierbaar zijn.
Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid 8 Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid: „Ik zal jubelen. Ik zal Sichem verdelen en het dal van Sukkot afmeten.
דִּבֶּ֥ר
(diber)
Hij heeft gesproken
בְּקָדְשׁ֗וֹ
(beqadesho)
in Zijn heiligheid
אֶעְלֹ֥זָה
(eloza)
ik zal jubelen
אֲחַלְּקָ֥ה
(achaleqa)
ik zal verdelen
וְעֵ֖מֶק
(veemeq)
en dal van
אֲמַדֵּֽד
(amaded)
ik zal afmeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Sichem: Sichem lag bij het huidige Nablus, tussen de bergen Gerizim en Ebal.
Zie Sukkot: Sukkot lag ten oosten van de Jordaan, bij de monding van de Jabbok; de precieze plaats is niet zeker.
Uitleg
Vanaf hier spreekt Elohim zelf; het rood loopt door tot en met vers 10, net als in Ps. 60:8–10.
בְּקָדְשׁוֹ (beqodsho) kan ‘in Zijn heiligheid’ of ‘in Zijn heiligdom’ betekenen.
Wij vertalen ‘in Zijn heiligheid’.
Sichem ligt ten westen van de Jordaan, het dal van Sukkot ten oosten ervan. Elohim verdeelt en meet het hele land als Zijn eigen bezit.
9 Van Mij is Gilead, van Mij is Manasse. Efraïm is de helm van Mijn hoofd. Juda is Mijn heersersstaf.
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
וְ֭אֶפְרַיִם
(veefrayim)
en Efraïm
רֹאשִׁ֑י
(roshi)
Mijn hoofd
מְחֹקְקִֽי
(mechoqeqi)
Mijn wetgever
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.
Uitleg
Gilead en Manasse liggen (deels) ten oosten van de Jordaan; Efraïm en Juda ten westen ervan.
מָעוֹז רֹאשִׁי (ma’oz roshi), letterlijk ‘vesting van Mijn hoofd’: een beeld voor een helm.
מְחֹקְקִי (mechoqeqi), letterlijk ‘Mijn wetgever’: een heersersstaf. Juda is de stam van de koning (Gen. 49:10).
10 Moab is Mijn waskom. Over Edom werp Ik Mijn sandaal. Over Filistea zal Ik juichen.”
רַחְצִ֗י
(rachtsi)
Mijn wassing
אַשְׁלִ֣יךְ
(ashlikh)
ik werp
נַעֲלִ֑י
(naali)
Mijn sandaal
פְ֝לֶ֗שֶׁת
(peleshet)
Filistea
אֶתְרוֹעָֽע
(etroa)
ik zal juichen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.
Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Uitleg
Moab als waskom en Edom als plaats waar Elohim Zijn sandaal werpt zijn beelden van overheersing.
De precieze betekenis is onzeker.
In Ps. 60:10 staat hier een andere vorm (הִתְרֹעָעִי , hitro’a’i), ‘juich, Filistea’; hier staat ‘Ik zal juichen’ (אֶתְרוֹעָע , etro’a).
11 Wie brengt mij naar de versterkte stad? Wie leidt mij tot in Edom?
יֹ֭בִלֵנִי
(yovileni)
zal mij brengen
מִבְצָ֑ר
(mivtsar)
versterking
נָחַ֣נִי
(nachani)
leidt mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Uitleg
עִיר מִבְצָר (ir mivtsar), ‘de versterkte stad’: de stad is niet genoemd.
Volgens de samenhang gaat het om een stad in Edom, misschien Bosra of Sela.
De ligging is onzeker.
Ps. 60:11 heeft hier מָצוֹר (matsor).
Met Elohim zullen wij machtige daden doen 12 Hebt U ons niet verworpen, Elohim? U trekt niet uit, Elohim, met onze legers.
זְנַחְתָּ֑נוּ
(zenachtanu)
U hebt verworpen ons
בְּצִבְאֹתֵֽינוּ
(betsivoteinu)
met onze legers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Geef ons hulp uit de nood, want ijdel is de redding door een mens.
וְ֝שָׁ֗וְא
(veshave)
en ijdel
תְּשׁוּעַ֥ת
(teshuat)
redding van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִצָּר (mitsar), ‘uit de nood’: צַר kan ook ‘tegenstander’ betekenen; zie Ps. 107:2 en 107:6.
14 Met Elohim zullen wij machtige daden doen. Hij zal onze tegenstanders vertrappen.
בֵּֽאלֹהִ֥ים
(bElohim)
met Elohim
נַעֲשֶׂה
(naase)
wij zullen doen
יָב֥וּס
(yavus)
zal vertrappen
צָרֵֽינוּ
(tsareinu)
onze tegenstanders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חַיִל (chayil), ‘macht, kracht’: wij vertalen ‘machtige daden doen’.