Elohim Bijbel

Psalmen 123

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Onze ogen zijn op Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Onze ogen zijn op Yahweh

1Een lied van de opgangen. Naar U heb ik mijn ogen opgeheven, U die troont in de hemel.
שִׁ֗יר
(shir)
lied van
הַֽמַּ֫עֲל֥וֹת
(hamaalot)
de opgangen
אֵ֭לֶיךָ
(eleikha)
naar U
נָשָׂ֣אתִי
(nasati)
ik heb opgeheven
אֶת
(et)
(obj.)
עֵינַ֑י
(einay)
mijn ogen
הַ֝יֹּשְׁבִ֗י
(hayoshevi)
die troont
בַּשָּׁמָֽיִם
(bashamayim)
in de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Zie, zoals de ogen van dienaren op de hand van hun heren zijn, zoals de ogen van een dienares op de hand van haar meesteres; zo zijn onze ogen op Yahweh, onze Elohim, totdat Hij ons gunst bewijst.
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
כְעֵינֵ֪י
(keeinei)
zoals ogen van
עֲבָדִ֡ים
(avadim)
dienaren
אֶל
(el)
naar
יַ֤ד
(yad)
hand van
אֲֽדוֹנֵיהֶ֗ם
(adoneihem)
hun heren
כְּעֵינֵ֣י
(keeinei)
zoals ogen van
שִׁפְחָה֮
(shifcha)
dienares
אֶל
(el)
naar
יַ֪ד
(yad)
hand van
גְּבִ֫רְתָּ֥הּ
(gevirtah)
haar meesteres
כֵּ֣ן
(ken)
zo
עֵ֭ינֵינוּ
(eineinu)
onze ogen
אֶל
(el)
naar
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
עַ֝֗ד
(ad)
totdat
שֶׁיְּחָנֵּֽנוּ
(sheyechanenu)
Hij ons gunst bewijst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַבְדִים (avadim), ‘dienaren’: mensen die in dienst van een heer staan (eved).

Zo kijken wij naar Yahweh voor hulp.

Verzadigd met minachting

3Bewijs ons gunst, Yahweh, bewijs ons gunst. Want wij zijn tot barstens toe verzadigd met minachting.
חָנֵּ֣נוּ
(chanenu)
bewijs ons gunst
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
חָנֵּ֑נוּ
(chanenu)
bewijs ons gunst
כִּֽי
(ki)
want
רַ֝֗ב
(rav)
veel
שָׂבַ֥עְנוּ
(savanu)
zijn we verzadigd
בֽוּז
(buz)
minachting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׂבְעָה (sav’ah), ‘verzadigd’: zo vol dat men er meer dan genoeg van heeft.

De dichter is verzadigd met minachting, niet met voedsel.

Hetzelfde werkwoord staat in vers 4.

4Onze ziel is tot barstens toe verzadigd met de spot van de zorgelozen, met de minachting van de trotsen.
רַבַּת֮
(rabat)
veel
שָֽׂבְעָה
(savea)
is verzadigd
לָּ֪הּ
(lah)
voor zich
נַ֫פְשֵׁ֥נוּ
(nafshenu)
onze ziel
הַלַּ֥עַג
(halaag)
met de spot
הַשַּׁאֲנַנִּ֑ים
(hashaananim)
van de zorgelozen
הַ֝בּ֗וּז
(habuz)
de minachting
לִגְאֵ֥יוֹנִֽים
(ligeionim)
van de trotsen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)