Elohim Bijbel

1 Timotheüs 1

123456

Aanhef, waarschuwing tegen ander onderwijs, de wet, Paulus en de ontferming, en de opdracht aan Timoteüs

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aanhef

1Paulus, apostel van Yeshua de Messias volgens het bevel van Elohim, onze Redder, en van Yeshua de Messias, onze hoop,
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
κατ’
(kat’)
volgens
ἐπιταγὴν
(epitagen)
bevel
θεοῦ
(theou)
van Elohim
σωτῆρος
(soteros)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τῆς
(tes)
van de
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’: een gebod met gezag. σωτήρ (soter), ‘Redder’: hier van Elohim; in vers 1 staat ook ‘Yeshua de Messias, onze hoop’.

Het woord ‘Redder’ wordt in de brieven aan Timoteüs en Titus zowel van Elohim als van Yeshua gebruikt; vergelijk 2:3 en 4:10. ἐλπίς (elpis), ‘hoop’.

Zie ook Tit. 1:3–4; Luc. 1:47.

Lezing

De SBLGNT markeert hier, bij beide keren ‘Yeshua de Messias’, een variant.

Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’.

2aan Timoteüs, mijn echte kind in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede van Elohim, de Vader, en van Yeshua de Messias, onze Heer.
Τιμοθέῳ
(Timotheo)
aan Timoteüs
γνησίῳ
(gnesio)
echt
τέκνῳ
(tekno)
kind
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
χάρις
(charis)
genade
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
εἰρήνη
(eirene)
vrede
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
πατρὸς
(patros)
Vader
καὶ
(kai)
en
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Timoteüs (Τιμόθεος) is de medewerker van Paulus uit Hand. 16:1–3. γνήσιος (gnesios), ‘echt’: een kind dat werkelijk bij de vader hoort. τέκνον (teknon), ‘kind’. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: medelijden dat tot handelen leidt.

In de groet van deze brief staat, anders dan in de brieven aan gemeenten, ook ‘barmhartigheid’ tussen ‘genade’ en ‘vrede’.

Zie ook Hand. 16:1–3; 2 Tim. 1:2.

Lezing

Bij ‘Vader’ markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Geen ander onderwijs

3Zoals ik je aanspoorde in Efeze te blijven toen ik naar Macedonië ging, opdat je sommigen opdraagt geen ander onderwijs te geven
Καθὼς
(Kathos)
zoals
παρεκάλεσά
(parekalesa)
ik spoorde aan
σε
(se)
jou
προσμεῖναι
(prosmeinai)
te blijven
ἐν
(en)
in
Ἐφέσῳ
(Epheso)
Efeze
πορευόμενος
(poreuomenos)
gaande
εἰς
(eis)
naar
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
ἵνα
(hina)
opdat
παραγγείλῃς
(parangeiles)
je opdraagt
τισὶν
(tisin)
aan sommigen
μὴ
(me)
niet
ἑτεροδιδασκαλεῖν
(heterodidaskalein)
ander onderwijs te geven
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

De Griekse zin begint met ‘zoals’ en heeft geen hoofdzin: het vervolg ‘zo doe ik nu ook’ ontbreekt.

Paulus heeft zijn zin niet afgemaakt.

Wij laten de zin zoals hij is.

Efeze (Ἔφεσος) is de stad in Asia waar Paulus lang werkte, Macedonië het gebied ten noorden van Achaje. ἑτεροδιδασκαλέω (heterodidaskaleo), ‘ander onderwijs geven’: een eigen woord uit de brieven aan Timoteüs; wij houden ‘ander onderwijs’ aan, ook in 6:3. παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’.

Zie ook Hand. 19:1; Hand. 20:1; Hand. 20:17.

4en zich niet te houden aan mythen en eindeloze geslachtsregisters. Die brengen meer onderzoekingen voort dan het beheer van Elohim, dat in geloof is.
μηδὲ
(mede)
noch
προσέχειν
(prosechein)
zich te houden aan
μύθοις
(mythois)
mythen
καὶ
(kai)
en
γενεαλογίαις
(genealogiais)
geslachtsregisters
ἀπεράντοις
(aperantois)
eindeloze
αἵτινες
(haitines)
die
ἐκζητήσεις
(ekzeteseis)
onderzoekingen
παρέχουσι
(parechousi)
brengen voort
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἢ
(e)
dan
οἰκονομίαν
(oikonomian)
beheer
θεοῦ
(theou)
van Elohim
τὴν
(ten)
het
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het ‘beheer van Elohim’ is οἰκονομία θεοῦ (oikonomia theou): de huishouding of het beheer van het huis van Elohim (zie 3:15). γενεαλογίαι (genealogiai), ‘geslachtsregisters’; welke bedoeld zijn, zegt de brief niet. ἐκζήτησις (ekzetesis), ‘onderzoeking’: nasporing; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat.

In 6:4 staat ζήτησις (zetesis), ‘twistvraag’.

Lezing

Bij ‘onderzoekingen’ (ἐκζητήσεις) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

5Het doel van de opdracht is liefde uit een zuiver hart, uit een goed geweten en uit ongeveinsd geloof.
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
τέλος
(telos)
doel
τῆς
(tes)
van de
παραγγελίας
(parangelias)
opdracht
ἐστὶν
(estin)
is
ἀγάπη
(agape)
liefde
ἐκ
(ek)
uit
καθαρᾶς
(katharas)
zuiver
καρδίας
(kardias)
hart
καὶ
(kai)
en
συνειδήσεως
(syneideseos)
geweten
ἀγαθῆς
(agathes)
goed
καὶ
(kai)
en
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἀνυποκρίτου
(anypokritou)
ongeveinsd
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέλος (telos), ‘doel’: ook ‘einde, uitkomst’; het gaat om waar de opdracht naartoe leidt. παραγγελία (parangelia), ‘opdracht’. ἀγάπη (agape), ‘liefde’. καρδία (kardia), ‘hart’, het innerlijk. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’: zonder toneelspel.

6Sommigen hebben dit doel gemist en zijn afgeweken naar leeg gepraat.
ὧν
(hon)
waarvan
τινες
(tines)
sommigen
ἀστοχήσαντες
(astochesantes)
het doel missend
ἐξετράπησαν
(exetrapesan)
zijn afgeweken
εἰς
(eis)
naar
ματαιολογίαν
(mataiologian)
leeg gepraat
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀστοχέω (astocheo), ‘het doel missen’: de beeldspraak van een boogschutter die zijn doel mist; het woord hoort bij ‘doel’ (τέλος) in vers 5. ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘afwijken’: van de weg afraken. ματαιολογία (mataiologia), ‘leeg gepraat’.

Zie ook 1 Tim. 6:21; 2 Tim. 2:18.

7Zij willen wetsleraars zijn, maar begrijpen niet wat ze zeggen en ook niet waarover ze zo stellig beweren.
θέλοντες
(thelontes)
willend
εἶναι
(einai)
zijn
νομοδιδάσκαλοι
(nomodidaskaloi)
wetsleraars
μὴ
(me)
niet
νοοῦντες
(noountes)
begrijpend
μήτε
(mete)
noch
ἃ
(ha)
wat
λέγουσιν
(legousin)
ze zeggen
μήτε
(mete)
noch
περὶ
(peri)
over
τίνων
(tinon)
wat
διαβεβαιοῦνται
(diabebaiountai)
ze beweren stellig
Bron: SBLGNT
Uitleg

νομοδιδάσκαλος (nomodidaskalos), ‘wetsleraar’: leraar van de wet; hetzelfde woord staat in Luc. 5:17 en Hand. 5:34. διαβεβαιόομαι (diabebaioomai), ‘stellig beweren’.

Zie ook Luc. 5:17; Hand. 5:34.

De wet is goed

8Wij weten dat de wet goed is, als iemand er wettig gebruik van maakt,
Οἴδαμεν
(Oidamen)
wij weten
δὲ
(de)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
καλὸς
(kalos)
goed
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
αὐτῷ
(auto)
ze
νομίμως
(nomimos)
wettig
χρῆται
(chretai)
gebruikt
Bron: SBLGNT
Uitleg

νόμος (nomos), ‘wet’: in het Hebreeuws tora, ‘onderwijs, instructie’.

Paulus noemt de wet goed, als er νομίμως (nomimos), ‘wettig’, gebruik van gemaakt wordt: het Grieks speelt met het woord ‘wet’ (nomos) en ‘wettig’ (nomimos).

Wat ‘wettig gebruik’ is, zegt vers 9: de wet is gericht tegen onrecht.

Zie ook Rom. 7:12; Gal. 3:19–24.

9en weet dit: voor een rechtvaardige is de wet niet gesteld. Zij is gesteld voor wetteloze en weerspannige mensen, goddelozen en zondaars, onheiligen en ongewijden, vadermoordenaars en moedermoordenaars, doodslagers,
εἰδὼς
(eidos)
wetend
τοῦτο
(touto)
dit
ὅτι
(hoti)
dat
δικαίῳ
(dikaio)
voor een rechtvaardige
νόμος
(nomos)
wet
οὐ
(ou)
niet
κεῖται
(keitai)
is gesteld
ἀνόμοις
(anomois)
voor wetteloze
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
ἀνυποτάκτοις
(anypotaktois)
weerspannige
ἀσεβέσι
(asebesi)
goddeloze
καὶ
(kai)
en
ἁμαρτωλοῖς
(hamartolois)
zondaars
ἀνοσίοις
(anosiois)
onheilige
καὶ
(kai)
en
βεβήλοις
(bebelois)
ongewijde
πατρολῴαις
(patroloais)
vadermoordenaars
καὶ
(kai)
en
μητρολῴαις
(metroloais)
moedermoordenaars
ἀνδροφόνοις
(androphonois)
doodslagers
Bron: SBLGNT
Uitleg

De lijst in de verzen 9–10 doet denken aan geboden uit de tien geboden (vader en moeder, doodslag, ontucht); de tekst legt dat verband zelf niet. ἄνομος (anomos), ‘wetteloze’; ἀνυπότακτος (anypotaktos), ‘weerspannige’: wie zich niet onderschikt; ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’; ἁμαρτωλός (hamartolos), ‘zondaar’; ἀνόσιος (anosios), ‘onheilige’; βέβηλος (bebelos), ‘ongewijde’: wie niets heilig houdt. πατρολῴας (patroloas) en μητρολῴας (metroloas): wij vertalen ‘vadermoordenaars’ en ‘moedermoordenaars’; het Griekse woord is een samenstelling van ‘vader’ of ‘moeder’ met een tweede deel waarvan de betekenis niet zeker is; sommigen verstaan het daarom als ‘wie vader en moeder slaan’. ἀνδροφόνος (androfonos), ‘doodslager’: moordenaar van een mens.

Zie ook Exod. 20:12–16; Deut. 5:16–20.

10ontuchtigen, mannen die bij mannen liggen, mensenrovers, leugenaars, meinedigen, en wat er verder ook tegen het gezonde onderwijs ingaat,
πόρνοις
(pornois)
ontuchtigen
ἀρσενοκοίταις
(arsenokoitais)
mannen die bij mannen liggen
ἀνδραποδισταῖς
(andrapodistais)
mensenrovers
ψεύσταις
(pseustais)
leugenaars
ἐπιόρκοις
(epiorkois)
meinedigen
καὶ
(kai)
en
εἴ
(ei)
als
τι
(ti)
iets
ἕτερον
(heteron)
anders
τῇ
(te)
aan het
ὑγιαινούσῃ
(hygiainouse)
gezonde
διδασκαλίᾳ
(didaskalia)
onderwijs
ἀντίκειται
(antikeitai)
tegengesteld is
Bron: SBLGNT
Uitleg

πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’: zoals in 1 Kor. 6:9. ἀρσενοκοίτης (arsenokoites): letterlijk ‘mannen die bij mannen liggen’, samengesteld uit ἄρσην (arsen), ‘man’, en κοίτη (koite), ‘bed’; het Grieks omschrijft het woord niet verder, wij geven alleen de woordbetekenis, zoals in 1 Kor. 6:9. ἀνδραποδιστής (andrapodistes), ‘mensenrover’: iemand die mensen ontvoert; het woord is afgeleid van ἀνδράποδον (andrapodon), ‘slaaf’. ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’; ἐπίορκος (epiorkos), ‘meinedige’: wie vals zweert. ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’: onderwijs dat gezond maakt en gezond is; zo ook in 6:3 (‘gezonde woorden’) en in 2 Tim. 4:3 en Tit. 1:9; 2:1.

Zie ook 1 Kor. 6:9; 2 Tim. 4:3; Tit. 1:9; Tit. 2:1.

11overeenkomstig de goede boodschap van de heerlijkheid van de gelukkige Elohim, die aan mij is toevertrouwd.
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
τοῦ
(tou)
van de
μακαρίου
(makariou)
gelukkige
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὃ
(ho)
die
ἐπιστεύθην
(episteuthen)
ik ben toevertrouwd
ἐγώ
(ego)
ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: hier van Elohim, ‘de gelukkige Elohim’; ook ‘zalig’.

Hetzelfde woord staat in 6:15. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’. ἐπιστεύθην (episteuthen), ‘ik ben toevertrouwd’: letterlijk ‘mij is vertrouwd, ik ben geloofd’; wat Paulus is toevertrouwd, is de goede boodschap.

Zie ook Gal. 2:7; 1 Tess. 2:4.

Dank voor de ontferming

12Ik dank Yeshua de Messias, onze Heer, die mij kracht gegeven heeft, omdat Hij mij betrouwbaar achtte en mij in de dienst gesteld heeft,
Χάριν
(Charin)
dank
ἔχω
(echo)
ik heb
τῷ
(to)
aan Hem die
ἐνδυναμώσαντί
(endynamosanti)
kracht gaf
με
(me)
mij
Χριστῷ
(Christo)
aan de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὅτι
(hoti)
omdat
πιστόν
(piston)
betrouwbaar
με
(me)
mij
ἡγήσατο
(hegesato)
Hij achtte
θέμενος
(themenos)
stellend
εἰς
(eis)
in
διακονίαν
(diakonian)
dienst
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘kracht geven’: sterk maken. διακονία (diakonia), ‘dienst’. πιστός (pistos), ‘betrouwbaar’: ook ‘gelovig, trouw’.

Paulus noemt zijn roeping een dienst.

Lezing

Bij het eerste woord, χάριν (charin), ‘dank’, markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13mij die vroeger een lasteraar, een vervolger en een geweldpleger was. Maar ik heb ontferming ontvangen, want ik handelde uit onwetendheid, in ongeloof.
τὸ
(to)
het
πρότερον
(proteron)
vroeger
ὄντα
(onta)
zijnde
βλάσφημον
(blasphemon)
lasteraar
καὶ
(kai)
en
διώκτην
(diokten)
vervolger
καὶ
(kai)
en
ὑβριστήν
(hybristen)
geweldpleger
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἠλεήθην
(eleethen)
ontferming ontving ik
ὅτι
(hoti)
omdat
ἀγνοῶν
(agnoon)
onwetend
ἐποίησα
(epoiesa)
deed ik
ἐν
(en)
in
ἀπιστίᾳ
(apistia)
ongeloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

βλάσφημος (blasfemos), ‘lasteraar’; διώκτης (dioktes), ‘vervolger’; ὑβριστής (hybristes), ‘geweldpleger’: iemand die uit hoogmoed anderen kwetst en mishandelt. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’; ‘ontferming ontvangen’ is de lijdende vorm. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’; ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’.

Over Paulus’ vroegere leven zie Hand. 8:3; 9:1–2; 22:4–5; 26:9–11.

Zie ook Hand. 8:3; Hand. 9:1–2; Gal. 1:13.

Lezing

Bij ‘vroeger’ (τὸ πρότερον) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

14En de genade van onze Heer was overvloedig, met het geloof en de liefde die in Yeshua de Messias zijn.
ὑπερεπλεόνασεν
(hyperepleonasen)
was overvloedig
δὲ
(de)
maar
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
μετὰ
(meta)
met
πίστεως
(pisteos)
geloof
καὶ
(kai)
en
ἀγάπης
(agapes)
liefde
τῆς
(tes)
die
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπερπλεονάζω (hyperpleonazo), ‘overvloedig zijn, meer dan overvloedig zijn’.

‘Het geloof en de liefde die in Yeshua de Messias zijn’: het geloof en de liefde die er zijn omdat Paulus met de Messias verbonden is.

15Betrouwbaar is het woord en alle aanvaarding waard: Yeshua de Messias is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Van hen ben ik de eerste.
πιστὸς
(pistos)
betrouwbaar
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
καὶ
(kai)
en
πάσης
(pases)
van alle
ἀποδοχῆς
(apodoches)
aanvaarding
ἄξιος
(axios)
waard
ὅτι
(hoti)
dat
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἦλθεν
(elthen)
kwam
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ἁμαρτωλοὺς
(hamartolous)
zondaars
σῶσαι
(sosai)
te redden
ὧν
(hon)
van wie
πρῶτός
(protos)
eerste
εἰμι
(eimi)
ben
ἐγώ
(ego)
ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: een vaste formule in deze brieven, ook in 3:1; 4:9; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8. ἀποδοχή (apodoche), ‘aanvaarding’: het woord dat men moet aannemen. ἁμαρτωλός (hamartolos), ‘zondaar’; σῴζω (sozo), ‘redden’.

‘Van wie ik de eerste ben’: het Grieks zegt ‘ben’, in de tegenwoordige tijd.

Zie ook Luc. 19:10; 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:9; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8.

16Maar daarom heb ik ontferming ontvangen, opdat Yeshua de Messias in mij, de eerste, al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later op Hem zullen vertrouwen tot eeuwig leven.
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
ἠλεήθην
(eleethen)
ontving ik ontferming
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
mij
πρώτῳ
(proto)
eerste
ἐνδείξηται
(endeixetai)
zou tonen
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
τὴν
(ten)
het
ἅπασαν
(hapasan)
al
μακροθυμίαν
(makrothymian)
geduld
πρὸς
(pros)
tot
ὑποτύπωσιν
(hypotyposin)
voorbeeld
τῶν
(ton)
van hen die
μελλόντων
(mellonton)
zullen
πιστεύειν
(pisteuein)
vertrouwen
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῷ
(auto)
Hem
εἰς
(eis)
tot
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lang van gemoed’. ὑποτύπωσις (hypotyposis), ‘voorbeeld’: een schets of eerste ontwerp dat anderen kunnen volgen; hetzelfde woord staat in 2 Tim. 1:13, daar als ‘voorbeeld’ van gezonde woorden. πιστεύω ἐπί (pisteuo epi), ‘vertrouwen op’: geloven met steun op iemand.

Zie ook 2 Tim. 1:13.

Lezing

De SBLGNT markeert hier twee varianten: bij ‘Yeshua de Messias’ en bij ‘al’ (ἅπασαν).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ook2 Tim 1:13
17Aan de Koning van de eeuwen, de onvergankelijke, onzichtbare, enige Elohim, zij eer en heerlijkheid tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen.
τῷ
(to)
aan de
δὲ
(de)
maar
βασιλεῖ
(basilei)
Koning
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
ἀφθάρτῳ
(aphtharto)
onvergankelijke
ἀοράτῳ
(aorato)
onzichtbare
μόνῳ
(mono)
enige
θεῷ
(theo)
Elohim
τιμὴ
(time)
eer
καὶ
(kai)
en
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

βασιλεὺς τῶν αἰώνων (basileus ton aionon), ‘Koning van de eeuwen’: ook ‘Koning van de tijden’; vergelijk de lofprijzing in 6:15–16. ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’; ἀόρατος (aoratos), ‘onzichtbaar’. εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων (eis tous aionas ton aionon), ‘tot in de eeuwen van de eeuwen’.

Het vers is een lofprijzing, zonder werkwoord; wij vullen ‘zij’ aan.

Zie ook 1 Tim. 6:15–16; Rom. 16:27.

Lezing

Bij ‘enige’ (μόνῳ) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

De opdracht aan Timoteüs

18Deze opdracht vertrouw ik je toe, kind Timoteüs, overeenkomstig de profetieën die eerder over jou zijn uitgesproken, opdat je daarin de goede veldtocht voert,
Ταύτην
(Tauten)
deze
τὴν
(ten)
de
παραγγελίαν
(parangelian)
opdracht
παρατίθεμαί
(paratithemai)
vertrouw ik toe
σοι
(soi)
aan jou
τέκνον
(teknon)
kind
Τιμόθεε
(Timothee)
Timoteüs
κατὰ
(kata)
volgens
τὰς
(tas)
de
προαγούσας
(proagousas)
voorafgaande
ἐπὶ
(epi)
over
σὲ
(se)
jou
προφητείας
(propheteias)
profetieën
ἵνα
(hina)
opdat
στρατεύῃ
(strateue)
je voert veldtocht
ἐν
(en)
in
αὐταῖς
(autais)
die
τὴν
(ten)
de
καλὴν
(kalen)
goede
στρατείαν
(strateian)
veldtocht
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρατίθεμαι (paratithemai), ‘toevertrouwen’: iets bij iemand in bewaring geven; vergelijk παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’, in 6:20.

De ‘profetieën’ zijn uitspraken die eerder over Timoteüs gedaan zijn; vergelijk 4:14. στρατεία (strateia), ‘veldtocht’: een soldatendienst; hier met de ‘goede veldtocht’.

In 6:12 staat ἀγών (agon), ‘wedstrijd’, ‘de goede wedstrijd’.

De brief noemt niet welke profetieën bedoeld zijn.

Zie ook 1 Tim. 4:14; 1 Tim. 6:12; 1 Tim. 6:20; 2 Tim. 2:3–4.

Lezing

Bij ‘voert’ (στρατεύῃ) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

19met geloof en een goed geweten. Dat geweten hebben sommigen van zich afgestoten, en zo hebben zij schipbreuk geleden wat het geloof betreft.
ἔχων
(echon)
hebbend
πίστιν
(pistin)
geloof
καὶ
(kai)
en
ἀγαθὴν
(agathen)
goed
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
ἥν
(hen)
dat
τινες
(tines)
sommigen
ἀπωσάμενοι
(aposamenoi)
van zich afgestoten hebbend
περὶ
(peri)
wat betreft
τὴν
(ten)
het
πίστιν
(pistin)
geloof
ἐναυάγησαν
(enauagesan)
leden schipbreuk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπωθέω (apotheo), ‘van zich afstoten’; ναυαγέω (nauageo), ‘schipbreuk lijden’: het beeld van een schip dat vergaat.

Wat het ‘geweten’ is: zie vers 5.

Zie ook1 Tim 1:5
20Onder hen zijn Hymeneüs en Alexander, die ik aan Satan heb overgegeven, opdat zij worden opgevoed om niet te lasteren.
ὧν
(hon)
van wie
ἐστιν
(estin)
is
Ὑμέναιος
(Hymenaios)
Hymeneüs
καὶ
(kai)
en
Ἀλέξανδρος
(Alexandros)
Alexander
οὓς
(hous)
die
παρέδωκα
(paredoka)
ik heb overgegeven
τῷ
(to)
aan de
Σατανᾷ
(Satana)
Satan
ἵνα
(hina)
opdat
παιδευθῶσι
(paideuthosi)
zij worden opgevoed
μὴ
(me)
niet
βλασφημεῖν
(blasphemein)
te lasteren
Bron: SBLGNT
Uitleg

Hymeneüs wordt ook genoemd in 2 Tim. 2:17.

Alexander is een gewone naam; of dit dezelfde man is als de koperslager in 2 Tim. 4:14, zegt de tekst niet. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven, uitleveren’: Paulus geeft hen over aan Satan, ‘opdat zij worden opgevoed om niet te lasteren’. παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’: opvoeden, ook met correctie en tucht; zie ook 1 Kor. 5:5. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’.

Zie ook 1 Kor. 5:5; 2 Tim. 2:17; 2 Tim. 4:14.