1 Timotheüs 1
Aanhef, waarschuwing tegen ander onderwijs, de wet, Paulus en de ontferming, en de opdracht aan Timoteüs
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Aanhef
ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’: een gebod met gezag. σωτήρ (soter), ‘Redder’: hier van Elohim; in vers 1 staat ook ‘Yeshua de Messias, onze hoop’.
Het woord ‘Redder’ wordt in de brieven aan Timoteüs en Titus zowel van Elohim als van Yeshua gebruikt; vergelijk 2:3 en 4:10. ἐλπίς (elpis), ‘hoop’.
Zie ook Tit. 1:3–4; Luc. 1:47.
De SBLGNT markeert hier, bij beide keren ‘Yeshua de Messias’, een variant.
Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’.
Timoteüs (Τιμόθεος) is de medewerker van Paulus uit Hand. 16:1–3. γνήσιος (gnesios), ‘echt’: een kind dat werkelijk bij de vader hoort. τέκνον (teknon), ‘kind’. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: medelijden dat tot handelen leidt.
In de groet van deze brief staat, anders dan in de brieven aan gemeenten, ook ‘barmhartigheid’ tussen ‘genade’ en ‘vrede’.
Zie ook Hand. 16:1–3; 2 Tim. 1:2.
Bij ‘Vader’ markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Geen ander onderwijs
Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.
Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.
Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.
De grenzen zijn bij benadering.
De Griekse zin begint met ‘zoals’ en heeft geen hoofdzin: het vervolg ‘zo doe ik nu ook’ ontbreekt.
Paulus heeft zijn zin niet afgemaakt.
Wij laten de zin zoals hij is.
Efeze (Ἔφεσος) is de stad in Asia waar Paulus lang werkte, Macedonië het gebied ten noorden van Achaje. ἑτεροδιδασκαλέω (heterodidaskaleo), ‘ander onderwijs geven’: een eigen woord uit de brieven aan Timoteüs; wij houden ‘ander onderwijs’ aan, ook in 6:3. παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’.
Zie ook Hand. 19:1; Hand. 20:1; Hand. 20:17.
Het ‘beheer van Elohim’ is οἰκονομία θεοῦ (oikonomia theou): de huishouding of het beheer van het huis van Elohim (zie 3:15). γενεαλογίαι (genealogiai), ‘geslachtsregisters’; welke bedoeld zijn, zegt de brief niet. ἐκζήτησις (ekzetesis), ‘onderzoeking’: nasporing; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat.
In 6:4 staat ζήτησις (zetesis), ‘twistvraag’.
Bij ‘onderzoekingen’ (ἐκζητήσεις) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
τέλος (telos), ‘doel’: ook ‘einde, uitkomst’; het gaat om waar de opdracht naartoe leidt. παραγγελία (parangelia), ‘opdracht’. ἀγάπη (agape), ‘liefde’. καρδία (kardia), ‘hart’, het innerlijk. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’: zonder toneelspel.
ἀστοχέω (astocheo), ‘het doel missen’: de beeldspraak van een boogschutter die zijn doel mist; het woord hoort bij ‘doel’ (τέλος) in vers 5. ἐκτρέπομαι (ektrepomai), ‘afwijken’: van de weg afraken. ματαιολογία (mataiologia), ‘leeg gepraat’.
Zie ook 1 Tim. 6:21; 2 Tim. 2:18.
De wet is goed
νόμος (nomos), ‘wet’: in het Hebreeuws tora, ‘onderwijs, instructie’.
Paulus noemt de wet goed, als er νομίμως (nomimos), ‘wettig’, gebruik van gemaakt wordt: het Grieks speelt met het woord ‘wet’ (nomos) en ‘wettig’ (nomimos).
Wat ‘wettig gebruik’ is, zegt vers 9: de wet is gericht tegen onrecht.
Zie ook Rom. 7:12; Gal. 3:19–24.
De lijst in de verzen 9–10 doet denken aan geboden uit de tien geboden (vader en moeder, doodslag, ontucht); de tekst legt dat verband zelf niet. ἄνομος (anomos), ‘wetteloze’; ἀνυπότακτος (anypotaktos), ‘weerspannige’: wie zich niet onderschikt; ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’; ἁμαρτωλός (hamartolos), ‘zondaar’; ἀνόσιος (anosios), ‘onheilige’; βέβηλος (bebelos), ‘ongewijde’: wie niets heilig houdt. πατρολῴας (patroloas) en μητρολῴας (metroloas): wij vertalen ‘vadermoordenaars’ en ‘moedermoordenaars’; het Griekse woord is een samenstelling van ‘vader’ of ‘moeder’ met een tweede deel waarvan de betekenis niet zeker is; sommigen verstaan het daarom als ‘wie vader en moeder slaan’. ἀνδροφόνος (androfonos), ‘doodslager’: moordenaar van een mens.
Zie ook Exod. 20:12–16; Deut. 5:16–20.
πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’: zoals in 1 Kor. 6:9. ἀρσενοκοίτης (arsenokoites): letterlijk ‘mannen die bij mannen liggen’, samengesteld uit ἄρσην (arsen), ‘man’, en κοίτη (koite), ‘bed’; het Grieks omschrijft het woord niet verder, wij geven alleen de woordbetekenis, zoals in 1 Kor. 6:9. ἀνδραποδιστής (andrapodistes), ‘mensenrover’: iemand die mensen ontvoert; het woord is afgeleid van ἀνδράποδον (andrapodon), ‘slaaf’. ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’; ἐπίορκος (epiorkos), ‘meinedige’: wie vals zweert. ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’: onderwijs dat gezond maakt en gezond is; zo ook in 6:3 (‘gezonde woorden’) en in 2 Tim. 4:3 en Tit. 1:9; 2:1.
Zie ook 1 Kor. 6:9; 2 Tim. 4:3; Tit. 1:9; Tit. 2:1.
μακάριος (makarios), ‘gelukkig’: hier van Elohim, ‘de gelukkige Elohim’; ook ‘zalig’.
Hetzelfde woord staat in 6:15. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’. ἐπιστεύθην (episteuthen), ‘ik ben toevertrouwd’: letterlijk ‘mij is vertrouwd, ik ben geloofd’; wat Paulus is toevertrouwd, is de goede boodschap.
Zie ook Gal. 2:7; 1 Tess. 2:4.
Dank voor de ontferming
ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘kracht geven’: sterk maken. διακονία (diakonia), ‘dienst’. πιστός (pistos), ‘betrouwbaar’: ook ‘gelovig, trouw’.
Paulus noemt zijn roeping een dienst.
Bij het eerste woord, χάριν (charin), ‘dank’, markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
βλάσφημος (blasfemos), ‘lasteraar’; διώκτης (dioktes), ‘vervolger’; ὑβριστής (hybristes), ‘geweldpleger’: iemand die uit hoogmoed anderen kwetst en mishandelt. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’; ‘ontferming ontvangen’ is de lijdende vorm. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’; ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’.
Over Paulus’ vroegere leven zie Hand. 8:3; 9:1–2; 22:4–5; 26:9–11.
Zie ook Hand. 8:3; Hand. 9:1–2; Gal. 1:13.
Bij ‘vroeger’ (τὸ πρότερον) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ὑπερπλεονάζω (hyperpleonazo), ‘overvloedig zijn, meer dan overvloedig zijn’.
‘Het geloof en de liefde die in Yeshua de Messias zijn’: het geloof en de liefde die er zijn omdat Paulus met de Messias verbonden is.
πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: een vaste formule in deze brieven, ook in 3:1; 4:9; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8. ἀποδοχή (apodoche), ‘aanvaarding’: het woord dat men moet aannemen. ἁμαρτωλός (hamartolos), ‘zondaar’; σῴζω (sozo), ‘redden’.
‘Van wie ik de eerste ben’: het Grieks zegt ‘ben’, in de tegenwoordige tijd.
Zie ook Luc. 19:10; 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:9; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8.
μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lang van gemoed’. ὑποτύπωσις (hypotyposis), ‘voorbeeld’: een schets of eerste ontwerp dat anderen kunnen volgen; hetzelfde woord staat in 2 Tim. 1:13, daar als ‘voorbeeld’ van gezonde woorden. πιστεύω ἐπί (pisteuo epi), ‘vertrouwen op’: geloven met steun op iemand.
Zie ook 2 Tim. 1:13.
De SBLGNT markeert hier twee varianten: bij ‘Yeshua de Messias’ en bij ‘al’ (ἅπασαν).
Wij volgen de SBLGNT.
βασιλεὺς τῶν αἰώνων (basileus ton aionon), ‘Koning van de eeuwen’: ook ‘Koning van de tijden’; vergelijk de lofprijzing in 6:15–16. ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’; ἀόρατος (aoratos), ‘onzichtbaar’. εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων (eis tous aionas ton aionon), ‘tot in de eeuwen van de eeuwen’.
Het vers is een lofprijzing, zonder werkwoord; wij vullen ‘zij’ aan.
Zie ook 1 Tim. 6:15–16; Rom. 16:27.
Bij ‘enige’ (μόνῳ) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De opdracht aan Timoteüs
παρατίθεμαι (paratithemai), ‘toevertrouwen’: iets bij iemand in bewaring geven; vergelijk παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’, in 6:20.
De ‘profetieën’ zijn uitspraken die eerder over Timoteüs gedaan zijn; vergelijk 4:14. στρατεία (strateia), ‘veldtocht’: een soldatendienst; hier met de ‘goede veldtocht’.
In 6:12 staat ἀγών (agon), ‘wedstrijd’, ‘de goede wedstrijd’.
De brief noemt niet welke profetieën bedoeld zijn.
Zie ook 1 Tim. 4:14; 1 Tim. 6:12; 1 Tim. 6:20; 2 Tim. 2:3–4.
Bij ‘voert’ (στρατεύῃ) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀπωθέω (apotheo), ‘van zich afstoten’; ναυαγέω (nauageo), ‘schipbreuk lijden’: het beeld van een schip dat vergaat.
Wat het ‘geweten’ is: zie vers 5.
Hymeneüs wordt ook genoemd in 2 Tim. 2:17.
Alexander is een gewone naam; of dit dezelfde man is als de koperslager in 2 Tim. 4:14, zegt de tekst niet. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overgeven, uitleveren’: Paulus geeft hen over aan Satan, ‘opdat zij worden opgevoed om niet te lasteren’. παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’: opvoeden, ook met correctie en tucht; zie ook 1 Kor. 5:5. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’.
Zie ook 1 Kor. 5:5; 2 Tim. 2:17; 2 Tim. 4:14.