Open in de app Alle boeken Psalmen ← 91 93 → Psalmen 92 Een lied voor de sabbatdag
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Opschrift 1 Een psalm, een lied voor de sabbatdag.
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְי֣וֹם
(leyom)
voor de dag van
הַשַּׁבָּֽת
(hashabat)
de sabbat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
שַׁבָּת (shabbat), ‘sabbat’: de dag van rust, de zevende dag. Dit is de enige psalm met een opschrift voor de sabbat. Zie ook Exod. 20:8–11.
Het is goed Yahweh te danken 2 Het is goed Yahweh te danken en Uw naam, Allerhoogste, te bezingen.
לְהֹד֥וֹת
(lehodot)
om te danken
וּלְזַמֵּ֖ר
(ulezamer)
en te bezingen
לְשִׁמְךָ֣
(leshimkha)
Uw naam
עֶלְיֽוֹן
(elyon)
Allerhoogste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 In de morgen Uw trouw te verkondigen en in de nachten Uw betrouwbaarheid.
לְהַגִּ֣יד
(lehagid)
om te verkondigen
בַּבֹּ֣קֶר
(baboqer)
in de morgen
חַסְֽדֶּ֑ךָ
(chasdekha)
Uw trouw
וֶ֝אֱמֽוּנָתְךָ֗
(veemunatekha)
en Uw betrouwbaarheid
בַּלֵּילֽוֹת
(baleilot)
in de nachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Op het instrument met tien snaren en op de harp, met Higgajon op de lier.
עָ֭שׂוֹר
(asor)
tien snaren
הִגָּי֣וֹן
(higayon)
Higgajon
בְּכִנּֽוֹר
(bekhinor)
op de lier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עָשׂוֹר (asor), ‘tien’: een instrument met tien snaren.
נֶבֶל (nevel), ‘harp’.
כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’.
הִגָּיוֹן (Higgajon): een muziekterm. De betekenis is onzeker; mogelijk ‘zacht spel’ of ‘gemompel’. Zie ook Ps. 9:17. Wij laten het woord staan.
5 Want U hebt mij blij gemaakt, Yahweh, door Uw werk. Over het werk van Uw handen jubel ik.
שִׂמַּחְתַּ֣נִי
(simachtani)
U hebt mij blij gemaakt
בְּפָעֳלֶ֑ךָ
(befaolekha)
door Uw werk
בְּֽמַעֲשֵׂ֖י
(bemaasei)
over de werken van
יָדֶ֣יךָ
(yadeikha)
Uw handen
אֲרַנֵּֽן
(aranen)
ik jubel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Hoe groot zijn Uw werken 6 Hoe groot zijn Uw werken, Yahweh! Zeer diep zijn Uw gedachten.
גָּדְל֣וּ
(gadelu)
groot zijn
מַעֲשֶׂ֣יךָ
(maaseikha)
Uw werken
מַחְשְׁבֹתֶֽיךָ
(machshevoteikha)
Uw gedachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Een dom mens weet het niet, en een dwaas begrijpt dit niet.
וּ֝כְסִ֗יל
(ukhesil)
en een dwaas
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בַּעַר (ba’ar), ‘dom’: iemand zonder inzicht, bijna als een dier.
כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’: wie weigert te leren.
8 Als de goddelozen uitbotten als gras en alle kwaaddoeners bloeien, dan is het om hen voor altijd te verdelgen.
בִּפְרֹ֤חַ
(bifroach)
als uitbotten
רְשָׁעִ֨ים
(reshaim)
goddelozen
וַ֭יָּצִיצוּ
(vayatsitsu)
en bloeien
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
werkers van
לְהִשָּֽׁמְדָ֥ם
(lehishamedam)
om hen te verdelgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De goddelozen bloeien, maar hun bloei is kort: zij zijn als gras.
Zie ook Ps. 37:2 en Ps. 90:5–6.
Yahweh is verheven 9 Maar U bent verheven voor eeuwig, Yahweh.
לְעֹלָ֥ם
(leolam)
voor eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Want zie, Uw vijanden, Yahweh, want zie, Uw vijanden komen om. Alle kwaaddoeners worden verstrooid.
אֹיְבֶ֡יךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
אֹיְבֶ֣יךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
יֹאבֵ֑דוּ
(yovedu)
komen om
יִ֝תְפָּרְד֗וּ
(yitparedu)
worden verstrooid
פֹּ֥עֲלֵי
(poalei)
werkers van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 Maar U hebt mijn hoorn verheven als die van een wilde stier. Ik ben overgoten met verse olie.
וַתָּ֣רֶם
(vatarem)
en U hebt verheven
כִּרְאֵ֣ים
(kireim)
als die van een wilde stier
קַרְנִ֑י
(qarni)
mijn hoorn
בַּ֝לֹּתִ֗י
(baloti)
ik ben overgoten
בְּשֶׁ֣מֶן
(beshemen)
met olie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רְאֵם (re’em), ‘wilde stier’: een groot, sterk dier.
De hoorn is het beeld van kracht.
בַּלֹּתִי (ballotti), ‘ik ben overgoten’: de betekenis van dit woord is onzeker.
12 Mijn oog ziet neer op mijn belagers. Mijn oren horen over de boosdoeners die tegen mij opstaan.
וַתַּבֵּ֥ט
(vatabet)
en ziet neer
בְּשׁ֫וּרָ֥י
(beshuray)
op mijn belagers
בַּקָּמִ֖ים
(baqamim)
op wie opstaan
מְרֵעִ֗ים
(mereim)
boosdoeners
תִּשְׁמַ֥עְנָה
(tishmana)
horen
אָזְנָֽי
(azenay)
mijn oren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שׁוּרַי (shurai), ‘mijn belagers’: wie op de loer ligt.
De rechtvaardige bloeit 13 De rechtvaardige bloeit als de palm. Als de ceder op de Libanon groeit hij.
צַ֭דִּיק
(tsadiq)
een rechtvaardige
כַּתָּמָ֣ר
(katamar)
als de palm
כְּאֶ֖רֶז
(keerez)
als een ceder
בַּלְּבָנ֣וֹן
(balevanon)
op de Libanon
יִשְׂגֶּֽה
(yisge)
groeit hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee.
Uitleg
תָּמָר (tamar), ‘palm’: de dadelpalm, een boom die lang vrucht draagt.
Zo ook de ceder, die groot en sterk wordt.
14 Geplant in het huis van Yahweh, bloeien zij in de voorhoven van onze Elohim.
שְׁ֭תוּלִים
(shetulim)
geplant
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
בְּחַצְר֖וֹת
(bechatsrot)
in de voorhoven van
אֱלֹהֵ֣ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
יַפְרִֽיחוּ
(yafrichu)
bloeien zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 Nog in hun grijze ouderdom dragen zij vrucht. Zij blijven vol sap en fris,
יְנוּב֣וּן
(yenuvun)
dragen zij vrucht
בְּשֵׂיבָ֑ה
(beseiva)
in grijze ouderdom
דְּשֵׁנִ֖ים
(deshenim)
vol sap
וְרַֽעֲנַנִּ֣ים
(veraananim)
en fris
יִהְיֽוּ
(yihyu)
zij blijven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֵׂיבָה (seivah), ‘grijze ouderdom’: de rechtvaardige draagt ook op hoge leeftijd nog vrucht.
16 om te verkondigen dat Yahweh recht is, mijn rots, en dat er geen onrecht in Hem is.
לְ֭הַגִּיד
(lehagid)
om te verkondigen
עַוְלָ֥תָה
(avlata)
onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is עַלְתָה (alatah), het gelezen woord (qere) is עַוְלָתָה (avlatah).
Beide betekenen ‘onrecht’.
Wij volgen de qere.