Elohim Bijbel

Psalmen 75

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim is rechter: Hij vernedert en Hij verheft

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. „Vernietig niet.” Een psalm van Asaf. Een lied.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
אַל
(al)
niet
תַּשְׁחֵ֑ת
(tashchet)
vernietig
מִזְמ֖וֹר
(mizmor)
psalm
לְאָסָ֣ף
(leasaf)
van Asaf
שִֽׁיר
(shir)
lied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, wij kiezen ‘koorleider’.

אַל־תַּשְׁחֵת (al-tashchet), ‘vernietig niet’: waarschijnlijk de beginwoorden van een melodie of een aanwijzing voor de uitvoering. De betekenis is onzeker. Het staat ook boven Ps. 57–59.

אָסָף (Asaf): zie bij Ps. 74:1.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Wij danken U

2Wij danken U, Elohim, wij danken U. Uw naam is nabij. Men vertelt van Uw wonderen.
ה֘וֹדִ֤ינוּ
(hodinu)
wij danken
לְּךָ֨
(lekha)
U
אֱֽלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
ה֭וֹדִינוּ
(hodinu)
wij danken
וְקָר֣וֹב
(veqarov)
en nabij
שְׁמֶ֑ךָ
(shemekha)
Uw naam
סִ֝פְּר֗וּ
(siperu)
zij vertellen
נִפְלְאוֹתֶֽיךָ
(nifleoteikha)
Uw wonderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Elohim spreekt: de tijd van het oordeel

3„Als Ik de vastgestelde tijd neem, dan oordeel Ik rechtmatig.
כִּ֭י
(ki)
want
אֶקַּ֣ח
(eqach)
Ik neem
מוֹעֵ֑ד
(moed)
vastgestelde tijd
אֲ֝נִ֗י
(ani)
Ik
מֵישָׁרִ֥ים
(meisharim)
rechtmatig
אֶשְׁפֹּֽט
(eshpot)
zal Ik oordelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wij nemen vers 3–6 als woorden van Elohim zelf (rood).

De tekst geeft geen aanwijzing wie er spreekt; de wissel van ‘wij’ in vers 2 naar ‘Ik’ in vers 3 wijst op een woord van Elohim, en vers 8 spreekt over Hem in de derde persoon.

מוֹעֵד (moed), ‘vastgestelde tijd’: de door Elohim bepaalde tijd van het oordeel.

4De aarde en al haar bewoners wankelen; Ik heb haar pilaren stevig vastgezet. Sela.
נְֽמֹגִ֗ים
(nemogim)
wankelend
אֶ֥רֶץ
(erets)
aarde
וְכָל
(vekhal)
en alle
יֹשְׁבֶ֑יהָ
(yosheveiha)
haar bewoners
אָנֹכִ֨י
(anokhi)
Ik
תִכַּ֖נְתִּי
(tikanti)
heb stevig vastgezet
עַמּוּדֶ֣יהָ
(amudeiha)
haar pilaren
סֶּֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of pauze.

נְמֹגִים (nemogim), ‘wankelen’: letterlijk ‘smelten, vergaan’.

5Ik zeg tegen de overmoedigen: ‘Wees niet overmoedig’, en tegen de goddelozen: ‘Steek de hoorn niet omhoog.
אָמַ֣רְתִּי
(amarti)
Ik zeg
לַֽ֭הוֹלְלִים
(laholelim)
tegen de overmoedigen
אַל
(al)
niet
תָּהֹ֑לּוּ
(taholu)
wees overmoedig
וְ֝לָרְשָׁעִ֗ים
(velareshaim)
en tegen de goddelozen
אַל
(al)
niet
תָּרִ֥ימוּ
(tarimu)
steek omhoog
קָֽרֶן
(qaren)
hoorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: het beeld van kracht en trots, zoals bij een stier.

‘De hoorn omhoogsteken’ betekent: zich trots en sterk tonen.

6Steek jullie hoorn niet hoog op, en spreek niet met een opgeheven nek brutale woorden.’”
אַל
(al)
niet
תָּרִ֣ימוּ
(tarimu)
steek omhoog
לַמָּר֣וֹם
(lamarom)
naar de hoogte
קַרְנְכֶ֑ם
(qarnekhem)
jullie hoorn
תְּדַבְּר֖וּ
(tedaberu)
spreek
בְצַוָּ֣אר
(betsavar)
met nek
עָתָֽק
(ataq)
brutaal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Want niet uit het oosten, niet uit het westen en niet uit de woestijn van de bergen komt het.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
מִ֭מּוֹצָא
(mimotsa)
uit het oosten
וּמִֽמַּעֲרָ֑ב
(umimaarav)
en uit het westen
וְ֝לֹ֗א
(velo)
en niet
מִמִּדְבַּ֥ר
(mimidbar)
uit de woestijn van
הָרִֽים
(harim)
bergen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws heeft in dit vers geen werkwoord.

Wij voegen ‘komt het’ toe, omdat het Nederlands een werkwoord nodig heeft.

Het woord הָרִים (harim) kan ‘bergen’ zijn (wij volgen dat) of ‘verheffing’, van רוּם (rum).

Zie ookPs 3:4

Elohim is rechter

8Want Elohim is rechter: de een vernedert Hij, de ander verheft Hij.
כִּֽי
(ki)
want
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
שֹׁפֵ֑ט
(shofet)
rechter
זֶ֥ה
(ze)
deze
יַ֝שְׁפִּ֗יל
(yashpil)
vernedert Hij
וְזֶ֣ה
(veze)
en gene
יָרִֽים
(yarim)
verheft Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Want er is een beker in de hand van Yahweh, met schuimende wijn, vol van kruiden. Hij schenkt ervan in. Zeker, de droesem ervan zullen alle goddelozen van de aarde leegdrinken.
כִּ֤י
(ki)
want
כ֪וֹס
(kos)
beker
בְּֽיַד
(beyad)
in de hand van
יְהוָ֡ה
(Yahweh)
Yahweh
וְיַ֤יִן
(veyayin)
en wijn
חָמַ֨ר
(chamar)
schuimend
מָ֥לֵא
(male)
vol van
מֶסֶךְ֮
(mesekh)
gemengd
וַיַּגֵּ֪ר
(vayager)
en Hij schenkt in
מִ֫זֶּ֥ה
(mize)
daaruit
אַךְ
(akh)
zeker
שְׁ֭מָרֶיהָ
(shemareiha)
de droesem ervan
יִמְצ֣וּ
(yimtsu)
zullen leegdrinken
יִשְׁתּ֑וּ
(yishtu)
zullen drinken
כֹּ֝֗ל
(kol)
alle
רִשְׁעֵי
(rishei)
goddelozen van
אָֽרֶץ
(arets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶמֶר (chemer), ‘schuimend’: de betekenis is onzeker; het gaat om wijn die gist of schuimt.

De beker van Yahweh is een beeld voor Zijn oordeel; vergelijk Ps. 11:6 en Jer. 25:15.

Ik zal zingen

10Maar ik zal het voor eeuwig vertellen; ik zal zingen voor de Elohim van Jakob.
וַ֭אֲנִי
(vaani)
en ik
אַגִּ֣יד
(agid)
zal vertellen
לְעֹלָ֑ם
(leolam)
voor eeuwig
אֲ֝זַמְּרָ֗ה
(azamera)
zal zingen
לֵאלֹהֵ֥י
(lelohei)
voor de Elohim van
יַעֲקֹֽב
(yaaqov)
Jakob
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11En alle hoorns van de goddelozen zal ik afhouwen; de hoorns van de rechtvaardige zullen omhoog worden geheven.
וְכָל
(vekhal)
en alle
קַרְנֵ֣י
(qarnei)
hoorns van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
אֲגַדֵּ֑עַ
(agadea)
zal ik afhouwen
תְּ֝רוֹמַ֗מְנָה
(teromamna)
zullen worden geheven
קַֽרְנ֥וֹת
(qarnot)
hoorns van
צַדִּֽיק
(tsadiq)
rechtvaardige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie spreekt in vers 10–11 is niet aangegeven.

Het kan de dichter zijn (vers 10 spreekt van ‘ik zal zingen’) of Elohim, die verder spreekt.

Wij houden het zwart.