Elohim Bijbel

Lucas 1

123456789101112131415161718192021222324

Het voorwoord, de geboorte van Johannes en de aankondiging aan Maria

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het voorwoord van Lucas

1Aangezien velen hebben geprobeerd een verslag op te stellen over de gebeurtenissen die onder ons zijn vervuld,
Ἐπειδήπερ
(Epeideper)
aangezien
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἐπεχείρησαν
(epecheiresan)
probeerden
ἀνατάξασθαι
(anataxasthai)
op te stellen
διήγησιν
(diegesin)
verslag
περὶ
(peri)
over
τῶν
(ton)
de
πεπληροφορημένων
(peplerophoremenon)
vervulde
ἐν
(en)
onder
ἡμῖν
(hemin)
ons
πραγμάτων
(pragmaton)
gebeurtenissen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Lucas begint met één lange zin (vers 1–4), zoals schrijvers in het Grieks vaak deden.

Wij verdelen die over vier verzen en voegen niets toe.

διήγησις (diegesis), ‘verslag’: een ordelijk verhaal. πεπληροφορημένων (peplerophoremenon), ‘vervulde’: van πληροφορέω (plerophoreo), ‘volledig tot stand brengen’; het kan ook ‘volkomen overtuigd zijn’ betekenen.

Zie ook Hand. 1:1.

Zie ookHand 1:1
2zoals die ons zijn doorgegeven door hen die vanaf het begin ooggetuigen en dienaren van het woord zijn geworden,
καθὼς
(kathos)
zoals
παρέδοσαν
(paredosan)
gaven door
ἡμῖν
(hemin)
ons
οἱ
(hoi)
zij die
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
αὐτόπται
(autoptai)
ooggetuigen
καὶ
(kai)
en
ὑπηρέται
(hyperetai)
dienaren
γενόμενοι
(genomenoi)
geworden
τοῦ
(tou)
van het
λόγου
(logou)
woord
Bron: SBLGNT
Uitleg

αὐτόπται (autoptai), ‘ooggetuigen’: wie iets zelf gezien heeft. ὑπηρέται (hyperetai), ‘dienaren’: mensen die onder gezag dienen. λόγος (logos), ‘woord’: hier de boodschap die verkondigd werd.

3heb ook ik besloten, nadat ik alles vanaf het begin nauwkeurig had nagegaan, het in volgorde voor u op te schrijven, uitmuntende Theofilus,
ἔδοξε
(edoxe)
het leek goed
κἀμοὶ
(kamoi)
ook mij
παρηκολουθηκότι
(parekolouthekoti)
die had nagegaan
ἄνωθεν
(anothen)
van het begin
πᾶσιν
(pasin)
alles
ἀκριβῶς
(akribos)
nauwkeurig
καθεξῆς
(kathexes)
in volgorde
σοι
(soi)
u
γράψαι
(grapsai)
op te schrijven
κράτιστε
(kratiste)
uitmuntende
Θεόφιλε
(Theophile)
Theofilus
Bron: SBLGNT
Uitleg

Θεόφιλος (Theophilos), ‘Theofilus’: de naam betekent ‘vriend van Elohim’ of ‘door Elohim bemind’.

Wij weten niet wie hij was. κράτιστος (kratistos), ‘uitmuntende’: een eerbiedige aanspreektitel voor een hooggeplaatst man; daarom ‘u’.

Zie ook Hand. 1:1.

Zie ookHand 1:1
4zodat u de betrouwbaarheid kunt kennen van de woorden waarin u onderricht bent.
ἵνα
(hina)
zodat
ἐπιγνῷς
(epignos)
u kent
περὶ
(peri)
over
ὧν
(hon)
welke
κατηχήθης
(katechethes)
u bent onderricht
λόγων
(logon)
woorden
τὴν
(ten)
de
ἀσφάλειαν
(asphaleian)
betrouwbaarheid
Bron: SBLGNT

De aankondiging van de geboorte van Johannes

5In de dagen van Herodes, de koning van Judea, was er een priester die Zacharia heette, uit de afdeling van Abia. Zijn vrouw was een van de dochters van Aäron. Haar naam was Elisabet.
Ἐγένετο
(Egeneto)
gebeurde
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Ἡρῴδου
(Herodou)
van Herodes
βασιλέως
(basileos)
koning
τῆς
(tes)
van de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
ἱερεύς
(hiereus)
priester
τις
(tis)
een zekere
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ζαχαρίας
(Zacharias)
Zacharia
ἐξ
(ex)
uit
ἐφημερίας
(ephemerias)
afdeling
Ἀβιά
(Abia)
van Abia
καὶ
(kai)
en
γυνὴ
(gyne)
vrouw
αὐτῷ
(auto)
voor hem
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
θυγατέρων
(thygateron)
dochters
Ἀαρών
(Aaron)
van Aäron
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτῆς
(autes)
haar
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Uitleg

ἐφημερία (ephemeria), ‘afdeling’: de priesters waren verdeeld in 24 afdelingen, die om beurten in de tempel dienden (1 Kron. 24:1–19).

Abia was de achtste afdeling (1 Kron. 24:10).

Ἐλισάβετ (Elisabet) is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Elisjeba (Exod. 6:23). Zacharia betekent ‘Yahweh heeft gedacht’. ‘Een van de dochters van Aäron’ betekent: een vrouw uit het priestergeslacht.

Zie ook Matt. 2:1.

6Zij waren beiden rechtvaardig voor Elohim en leefden onberispelijk volgens alle geboden en voorschriften van Yahweh.
ἦσαν
(esan)
waren
δὲ
(de)
nu
δίκαιοι
(dikaioi)
rechtvaardigen
ἀμφότεροι
(amphoteroi)
beiden
ἐναντίον
(enantion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πορευόμενοι
(poreuomenoi)
wandelend
ἐν
(en)
in
πάσαις
(pasais)
alle
ταῖς
(tais)
de
ἐντολαῖς
(entolais)
geboden
καὶ
(kai)
en
δικαιώμασιν
(dikaiomasin)
voorschriften
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
ἄμεμπτοι
(amemptoi)
onberispelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορευόμενοι ἐν (poreuomenoi en), letterlijk ‘wandelend in’: een Hebreeuwse uitdrukking voor ‘leven volgens’ (vergelijk Deut. 8:6, ‘op Zijn wegen gaan’). ἐντολή (entole), ‘gebod’; δικαίωμα (dikaioma), ‘voorschrift’.

κυρίου (kyriou), ‘van de Heer’, is vertaald als Yahweh: het gaat om de geboden en voorschriften die Yahweh gegeven heeft.

Zie ookDeut 8:6
7Zij hadden geen kind, want Elisabet was onvruchtbaar. Beiden waren al op hoge leeftijd.
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἦν
(en)
was
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
τέκνον
(teknon)
kind
καθότι
(kathoti)
omdat
ἦν
(en)
was
ἡ
(he)
de
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
στεῖρα
(steira)
onvruchtbaar
καὶ
(kai)
en
ἀμφότεροι
(amphoteroi)
beiden
προβεβηκότες
(probebekotes)
gevorderd
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἦσαν
(esan)
waren
Bron: SBLGNT
8Het gebeurde dat hij, toen zijn afdeling aan de beurt was, als priester diende voor Elohim.
Ἐγένετο
(Egeneto)
gebeurde
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ἱερατεύειν
(hierateuein)
als priester dienen
αὐτὸν
(auton)
hij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
τάξει
(taxei)
beurt
τῆς
(tes)
van de
ἐφημερίας
(ephemerias)
afdeling
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἔναντι
(enanti)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγένετο (egeneto), ‘het gebeurde’: Lucas begint zo vaak een verhaal, naar het voorbeeld van het Hebreeuwse וַיְהִי (vayehi).

Wij schrijven ‘Het gebeurde dat’ waar dat natuurlijk klinkt en laten het anders weg; in de glosses staat het woord altijd.

τάξις (taxis), ‘beurt’: letterlijk ‘orde, volgorde’.

9Volgens het gebruik van het priesterambt werd hij door het lot aangewezen om het heiligdom van Yahweh binnen te gaan en wierook te branden.
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
ἔθος
(ethos)
gebruik
τῆς
(tes)
van het
ἱερατείας
(hierateias)
priesterambt
ἔλαχε
(elache)
kreeg het lot
τοῦ
(tou)
om
θυμιᾶσαι
(thymiasai)
wierook te branden
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengegaan
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
het
ναὸν
(naon)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg

ναός (naos), ‘heiligdom’: het gebouw zelf, met de ruimte waar de priester wierook brandde.

In Luc. 2:27 staat ἱερόν (hieron), ‘tempel’: het hele terrein.

Wierook werd elke morgen en elke avond gebrand (Exod. 30:7–8). ἔλαχε (elache), ‘kreeg door het lot’: de priesters werden door loting aangewezen voor hun taak.

Zie ook Exod. 30:7–8.

10Heel de menigte van het volk bad buiten, op het uur van de wierook.
καὶ
(kai)
en
πᾶν
(pan)
heel
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
ἦν
(en)
was
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
προσευχόμενον
(proseuchomenon)
biddend
ἔξω
(exo)
buiten
τῇ
(te)
op het
ὥρᾳ
(hora)
uur
τοῦ
(tou)
van de
θυμιάματος
(thymiamatos)
wierook
Bron: SBLGNT
11Een engel van Yahweh verscheen hem. Hij stond aan de rechterkant van het wierookaltaar.
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
δὲ
(de)
nu
αὐτῷ
(auto)
hem
ἄγγελος
(angelos)
engel
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἑστὼς
(hestos)
staande
ἐκ
(ek)
aan
δεξιῶν
(dexion)
rechterkant
τοῦ
(tou)
van het
θυσιαστηρίου
(thysiasteriou)
altaar
τοῦ
(tou)
van de
θυμιάματος
(thymiamatos)
wierook
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄγγελος κυρίου (angelos kyriou), ‘engel van Yahweh’: κυρίου is vertaald als Yahweh, zoals in het Hebreeuwse מַלְאַךְ יְהוָה (malak Yahweh).

Zie vers 19, waar de engel zijn naam noemt.

Zie ookLuc 1:19
12Zacharia raakte van streek toen hij hem zag, en vrees overviel hem.
καὶ
(kai)
en
ἐταράχθη
(etarachthe)
raakte van streek
Ζαχαρίας
(Zacharias)
Zacharia
ἰδών
(idon)
ziende
καὶ
(kai)
en
φόβος
(phobos)
vrees
ἐπέπεσεν
(epepesen)
viel
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
13De engel zei tegen hem: „Wees niet bang, Zacharia, want je smeekbede is verhoord. Je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem de naam Johannes geven.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
hem
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
Μὴ
(Me)
niet
φοβοῦ
(phobou)
wees bang
Ζαχαρία
(Zacharia)
Zacharia
διότι
(dioti)
want
εἰσηκούσθη
(eisekousthe)
is verhoord
ἡ
(he)
de
δέησίς
(deesis)
smeekbede
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γυνή
(gyne)
vrouw
σου
(sou)
je
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
γεννήσει
(gennesei)
zal baren
υἱόν
(huion)
zoon
σοι
(soi)
voor jou
καὶ
(kai)
en
καλέσεις
(kaleseis)
zult noemen
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
Bron: SBLGNT
14Je zult vreugde en jubel hebben, en velen zullen zich verheugen over zijn geboorte.
καὶ
(kai)
en
ἔσται
(estai)
zal zijn
χαρά
(chara)
vreugde
σοι
(soi)
voor jou
καὶ
(kai)
en
ἀγαλλίασις
(agalliasis)
jubel
καὶ
(kai)
en
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
de
γενέσει
(genesei)
geboorte
αὐτοῦ
(autou)
zijn
χαρήσονται
(charesontai)
zullen zich verheugen
Bron: SBLGNT
15Want hij zal groot zijn voor Yahweh. Wijn en sterke drank zal hij beslist niet drinken. Al vanaf de schoot van zijn moeder zal hij vervuld worden met de Heilige Geest.
ἔσται
(estai)
zal zijn
γὰρ
(gar)
want
μέγας
(megas)
groot
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
καὶ
(kai)
en
οἶνον
(oinon)
wijn
καὶ
(kai)
en
σίκερα
(sikera)
sterke drank
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
πίῃ
(pie)
zal drinken
καὶ
(kai)
en
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
πλησθήσεται
(plesthesetai)
zal worden vervuld
ἔτι
(eti)
nog
ἐκ
(ek)
vanaf
κοιλίας
(koilias)
schoot
μητρὸς
(metros)
van moeder
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

σίκερα (sikera) komt van het Hebreeuwse שֵׁכָר (shekar), ‘sterke drank’.

Wie wijn en sterke drank mijdt, leeft zoals een nazireeër (Num. 6:3); vergelijk Richt. 13:4–5.

Het Grieks zegt niet dat Johannes nazireeër is.

Zie ook Num. 6:3; Richt. 13:4–5.

16Velen van de zonen van Israël zal hij terugbrengen tot Yahweh, hun Elohim.
καὶ
(kai)
en
πολλοὺς
(pollous)
velen
τῶν
(ton)
van de
υἱῶν
(huion)
zonen
Ἰσραὴλ
(Israel)
van Israël
ἐπιστρέψει
(epistrepsei)
zal terugbrengen
ἐπὶ
(epi)
tot
κύριον
(kyrion)
Yahweh
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιστρέψει (epistrepsei), ‘zal terugbrengen’: het Hebreeuwse werkwoord שׁוּב (shuv), ‘zich omkeren’, in de vorm ‘doen omkeren’.

De zonen van Israël zullen zich tot Yahweh keren.

17Zelf zal hij voor Hem uitgaan, met de geest en de kracht van Elia. De harten van de vaders zal hij terugbrengen naar de kinderen, en de ongehoorzamen naar het inzicht van de rechtvaardigen. Voor Yahweh zal hij een toegerust volk gereedmaken.”
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij zelf
προελεύσεται
(proeleusetai)
zal voorafgaan
ἐνώπιον
(enopion)
voor
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
geest
καὶ
(kai)
en
δυνάμει
(dynamei)
kracht
Ἠλίου
(Eliou)
van Elia
ἐπιστρέψαι
(epistrepsai)
om terug te brengen
καρδίας
(kardias)
harten
πατέρων
(pateron)
van vaders
ἐπὶ
(epi)
naar
τέκνα
(tekna)
kinderen
καὶ
(kai)
en
ἀπειθεῖς
(apeitheis)
ongehoorzamen
ἐν
(en)
in
φρονήσει
(phronesei)
inzicht
δικαίων
(dikaion)
van rechtvaardigen
ἑτοιμάσαι
(hetoimasai)
om gereed te maken
κυρίῳ
(kyrio)
voor Yahweh
λαὸν
(laon)
volk
κατεσκευασμένον
(kateskeuasmenon)
toegerust
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit gaat terug op Mal. 3:23–24 (in de Nederlandse telling 4:5–6): ‘Zie, Ik zend jullie Elia, de profeet … Hij zal het hart van de vaders terugbrengen naar de zonen.’

Johannes komt ‘met de geest en de kracht van Elia’, niet als Elia zelf (vergelijk Joh. 1:21).

φρόνησις (phronesis), ‘inzicht’: praktische wijsheid. κατεσκευασμένον (kateskeuasmenon), ‘toegerust’: klaargemaakt.

Zie ook Mal. 3:23–24; Matt. 11:14.

18Zacharia zei tegen de engel: „Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is al op hoge leeftijd.”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Ζαχαρίας
(Zacharias)
Zacharia
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
ἄγγελον
(angelon)
engel
Κατὰ
(Kata)
volgens
τί
(ti)
wat
γνώσομαι
(gnosomai)
zal ik weten
τοῦτο
(touto)
dit
ἐγὼ
(ego)
ik
γάρ
(gar)
want
εἰμι
(eimi)
ben
πρεσβύτης
(presbytes)
oud
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γυνή
(gyne)
vrouw
μου
(mou)
mijn
προβεβηκυῖα
(probebekuia)
gevorderd
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
19De engel antwoordde en zei tegen hem: „Ik ben Gabriël, die voor Elohim staat. Ik ben gezonden om met je te spreken en je de goede boodschap van deze dingen te brengen.
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Ἐγώ
(Ego)
ik
εἰμι
(eimi)
ben
Γαβριὴλ
(Gabriel)
Gabriël
ὁ
(ho)
die
παρεστηκὼς
(parestekos)
staat
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἀπεστάλην
(apestalen)
ben gezonden
λαλῆσαι
(lalesai)
te spreken
πρὸς
(pros)
tot
σὲ
(se)
jou
καὶ
(kai)
en
εὐαγγελίσασθαί
(euangelisasthai)
de goede boodschap te brengen
σοι
(soi)
aan jou
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Γαβριήλ (Gabriel), ‘Gabriël’: het Hebreeuws betekent ‘man van Elohim’.

Hij verscheen ook aan Daniël (Dan. 8:16; 9:21). παρεστηκώς ἐνώπιον τοῦ θεοῦ, ‘die voor Elohim staat’: hij staat in Zijn directe nabijheid om Hem te dienen.

εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’, van εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’: het nieuws dat Elohim brengt. Wij vertalen het overal zo.

ἀπεστάλην (apestalen), ‘ik ben gezonden’, van ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’: wij vertalen dit werkwoord overal met ‘zenden’ en πέμπω (pempo) met ‘sturen’.

Zie ook Dan. 8:16; Dan. 9:21.

20En zie: je zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt, omdat je mijn woorden niet hebt geloofd. Zij zullen op hun tijd vervuld worden.”
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἔσῃ
(ese)
zult zijn
σιωπῶν
(siopon)
zwijgend
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
δυνάμενος
(dynamenos)
kunnend
λαλῆσαι
(lalesai)
spreken
ἄχρι
(achri)
tot
ἧς
(hes)
welke
ἡμέρας
(hemeras)
dag
γένηται
(genetai)
gebeurt
ταῦτα
(tauta)
dit
ἀνθ’
(anth’)
omdat
ὧν
(hon)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπίστευσας
(episteusas)
geloofde
τοῖς
(tois)
de
λόγοις
(logois)
woorden
μου
(mou)
mijn
οἵτινες
(hoitines)
die
πληρωθήσονται
(plerothesontai)
zullen worden vervuld
εἰς
(eis)
op
τὸν
(ton)
de
καιρὸν
(kairon)
tijd
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
21Het volk wachtte op Zacharia en verwonderde zich dat hij zo lang in het heiligdom bleef.
Καὶ
(Kai)
en
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
het
λαὸς
(laos)
volk
προσδοκῶν
(prosdokon)
verwachtend
τὸν
(ton)
de
Ζαχαρίαν
(Zacharian)
Zacharia
καὶ
(kai)
en
ἐθαύμαζον
(ethaumazon)
verwonderden zich
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
χρονίζειν
(chronizein)
verwijlen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ναῷ
(nao)
heiligdom
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
22Toen hij naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken. Zij begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien. Hij maakte gebaren naar hen en bleef doofstom.
ἐξελθὼν
(exelthon)
uitgegaan
δὲ
(de)
nu
οὐκ
(ouk)
niet
ἐδύνατο
(edynato)
kon
λαλῆσαι
(lalesai)
spreken
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
καὶ
(kai)
en
ἐπέγνωσαν
(epegnosan)
begrepen
ὅτι
(hoti)
dat
ὀπτασίαν
(optasian)
visioen
ἑώρακεν
(heoraken)
hij had gezien
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ναῷ
(nao)
heiligdom
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij zelf
ἦν
(en)
was
διανεύων
(dianeuon)
gebarend
αὐτοῖς
(autois)
naar hen
καὶ
(kai)
en
διέμενεν
(diemenen)
bleef
κωφός
(kophos)
doofstom
Bron: SBLGNT
Uitleg

κωφός (kophos) betekent ‘stom’ of ‘doof’, of beide.

Omdat men in vers 62 met gebaren met Zacharia spreekt, vertalen wij ‘doofstom’. ὀπτασία (optasia), ‘visioen’: iets dat men ziet, een verschijning.

Zie ookLuc 1:62
23Toen de dagen van zijn dienst voorbij waren, ging hij naar zijn huis.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ὡς
(hos)
toen
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
αἱ
(hai)
de
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
τῆς
(tes)
van de
λειτουργίας
(leitourgias)
dienst
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
24Na die dagen werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Vijf maanden hield zij zich verborgen. Zij zei:
Μετὰ
(Meta)
na
δὲ
(de)
nu
ταύτας
(tautas)
deze
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
συνέλαβεν
(synelaben)
werd zwanger
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
περιέκρυβεν
(periekryben)
hield verborgen
ἑαυτὴν
(heauten)
zichzelf
μῆνας
(menas)
maanden
πέντε
(pente)
vijf
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Bron: SBLGNT
25„Zo heeft Yahweh voor mij gedaan in de dagen waarin Hij op mij heeft neergezien, om mijn schande onder de mensen weg te nemen.”
ὅτι
(hoti)
dat
Οὕτως
(Houtos)
zo
μοι
(moi)
voor mij
πεποίηκεν
(pepoieken)
heeft gedaan
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ἐν
(en)
in
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
αἷς
(hais)
waarin
ἐπεῖδεν
(epeiden)
heeft neergezien
ἀφελεῖν
(aphelein)
weg te nemen
ὄνειδός
(oneidos)
schande
μου
(mou)
mijn
ἐν
(en)
onder
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄνειδος (oneidos), ‘schande’: kinderloosheid gold als een schande; vergelijk Gen. 30:23, waar Rachel zegt: ‘Elohim heeft mijn schande weggenomen.’ κύριος (kyrios) is hier vertaald als Yahweh.

Zie ook Gen. 30:23.

Zie ookGen 30:23

De aankondiging van de geboorte van Yeshua

26In de zesde maand werd de engel Gabriël door Elohim gezonden naar een stad in Galilea die Nazaret heette,
Ἐν
(En)
in
δὲ
(de)
nu
τῷ
(to)
de
μηνὶ
(meni)
maand
τῷ
(to)
de
ἕκτῳ
(hekto)
zesde
ἀπεστάλη
(apestale)
werd gezonden
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
Γαβριὴλ
(Gabriel)
Gabriël
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
naar
πόλιν
(polin)
stad
τῆς
(tes)
van de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
ᾗ
(he)
wiens
ὄνομα
(onoma)
naam
Ναζαρὲθ
(Nazareth)
Nazaret
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

‘De zesde maand’ is de zesde maand van de zwangerschap van Elisabet (vers 36). Ναζαρέθ (Nazareth) is hier de schrijfwijze van de stad Nazaret.

Zie ookLuc 1:36
27naar een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David. De naam van de maagd was Maria.
πρὸς
(pros)
naar
παρθένον
(parthenon)
maagd
ἐμνηστευμένην
(emnesteumenen)
verloofde
ἀνδρὶ
(andri)
aan een man
ᾧ
(ho)
wiens
ὄνομα
(onoma)
naam
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
ἐξ
(ex)
uit
οἴκου
(oikou)
huis
Δαυίδ
(Dauid)
van David
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τῆς
(tes)
van de
παρθένου
(parthenou)
maagd
Μαριάμ
(Mariam)
Maria
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρθένος (parthenos), ‘maagd’: zoals in Matt. 1:23. ἐμνηστευμένην (emnesteumenen), ‘verloofd’: een verloving was bindend (vergelijk Matt. 1:18–19).

Zie ook Matt. 1:18–25.

28Hij kwam bij haar binnen en zei: „Gegroet, begenadigde! Yahweh is met je.”
καὶ
(kai)
en
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengekomen
πρὸς
(pros)
bij
αὐτὴν
(auten)
haar
εἶπεν
(eipen)
zei
Χαῖρε
(Chaire)
gegroet
κεχαριτωμένη
(kecharitomene)
begenadigde
ὁ
(ho)
(de)
κύριος
(kyrios)
Yahweh
μετὰ
(meta)
met
σοῦ
(sou)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

χαῖρε (chaire), ‘gegroet’: letterlijk ‘verheug je’, de gewone groet. κεχαριτωμένη (kecharitomene), ‘begenadigde’: van χάρις (charis), ‘genade’; iemand aan wie genade is gegeven.

‘Yahweh is met je’ zijn de woorden die de engel van Yahweh tot Gideon sprak (Richt. 6:12).

Lezing

Sommige handschriften voegen na ‘Yahweh is met je’ toe: ‘gezegend ben jij onder de vrouwen’ (vergelijk vers 42).

Die woorden staan niet in de SBLGNT.

Zie ook Richt. 6:12.

29Zij raakte zeer van streek door dit woord en overlegde wat voor een groet dit was.
ἡ
(he)
zij
δὲ
(de)
nu
ἐπὶ
(epi)
over
τῷ
(to)
het
λόγῳ
(logo)
woord
διεταράχθη
(dietarachthe)
raakte zeer van streek
καὶ
(kai)
en
διελογίζετο
(dielogizeto)
overlegde
ποταπὸς
(potapos)
wat voor
εἴη
(eie)
zou zijn
ὁ
(ho)
de
ἀσπασμὸς
(aspasmos)
groet
οὗτος
(houtos)
deze
Bron: SBLGNT
30De engel zei tegen haar: „Wees niet bang, Maria, want je hebt genade gevonden bij Elohim.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
αὐτῇ
(aute)
tot haar
Μὴ
(Me)
niet
φοβοῦ
(phobou)
wees bang
Μαριάμ
(Mariam)
Maria
εὗρες
(heures)
vond
γὰρ
(gar)
want
χάριν
(charin)
genade
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘genade’.

De uitdrukking ‘genade vinden’ komt overeen met het Hebreeuwse חֵן (chen), dat wij in het Oude Testament met ‘gunst’ vertalen (Gen. 6:8).

Zie ookGen 6:8
31En zie: je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem de naam Yeshua geven.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
συλλήμψῃ
(syllempse)
zult ontvangen
ἐν
(en)
in
γαστρὶ
(gastri)
schoot
καὶ
(kai)
en
τέξῃ
(texe)
zult baren
υἱόν
(huion)
zoon
καὶ
(kai)
en
καλέσεις
(kaleseis)
zult noemen
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’: de naam betekent ‘Yahweh redt’ (zie Matt. 1:21).

Zie ook Matt. 1:21.

Zie ookMat 1:21
32Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. Yahweh Elohim zal Hem de troon van Zijn vader David geven.
οὗτος
(houtos)
Deze
ἔσται
(estai)
zal zijn
μέγας
(megas)
groot
καὶ
(kai)
en
υἱὸς
(huios)
Zoon
Ὑψίστου
(Hypsistou)
van de Allerhoogste
κληθήσεται
(klethesetai)
zal worden genoemd
καὶ
(kai)
en
δώσει
(dosei)
zal geven
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
de
θρόνον
(thronon)
troon
Δαυὶδ
(Dauid)
van David
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
vader
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ὕψιστος (Hypsistos), ‘de Allerhoogste’: in het Hebreeuws עֶלְיוֹן (Elyon), zoals in Gen. 14:18–19.

De belofte over de troon van David volgt 2 Sam. 7:12–16. κύριος ὁ θεός (kyrios ho theos) is vertaald als ‘Yahweh Elohim’, naar het Hebreeuwse יהוה אלהים.

Zie ook 2 Sam. 7:12–16.

33Hij zal voor eeuwig koning zijn over het huis van Jakob. Aan Zijn koninkrijk zal geen einde zijn.”
καὶ
(kai)
en
βασιλεύσει
(basileusei)
zal koning zijn
ἐπὶ
(epi)
over
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
Ἰακὼβ
(Iakob)
van Jakob
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van het
βασιλείας
(basileias)
koninkrijk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
οὐκ
(ouk)
niet
ἔσται
(estai)
zal zijn
τέλος
(telos)
einde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het huis van Jakob is Israël.

Vergelijk Dan. 7:14 (‘Zijn heerschappij is een heerschappij voor eeuwig’) en Jes. 9:5–6.

Zie ook Dan. 7:14; Jes. 9:5–6.

34Maria zei tegen de engel: „Hoe zal dit gebeuren, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man?”
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
Μαριὰμ
(Mariam)
Maria
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
ἄγγελον
(angelon)
engel
Πῶς
(Pos)
hoe
ἔσται
(estai)
zal zijn
τοῦτο
(touto)
dit
ἐπεὶ
(epei)
aangezien
ἄνδρα
(andra)
man
οὐ
(ou)
niet
γινώσκω
(ginosko)
ken
Bron: SBLGNT
Uitleg

γινώσκω (ginosko), ‘kennen’: in de Bijbel ook het woord voor gemeenschap hebben, zoals in Gen. 4:1 en Matt. 1:25.

Wij schrijven ‘gemeenschap hebben’.

35De engel antwoordde en zei tegen haar: „De Heilige Geest zal over je komen, en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen. Daarom zal ook het heilige dat geboren wordt, Zoon van Elohim genoemd worden.
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῇ
(aute)
tot haar
Πνεῦμα
(Pneuma)
Geest
ἅγιον
(hagion)
heilige
ἐπελεύσεται
(epeleusetai)
zal komen
ἐπὶ
(epi)
over
σέ
(se)
jou
καὶ
(kai)
en
δύναμις
(dynamis)
kracht
Ὑψίστου
(Hypsistou)
van de Allerhoogste
ἐπισκιάσει
(episkiasei)
zal overschaduwen
σοι
(soi)
jou
διὸ
(dio)
daarom
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
γεννώμενον
(gennomenon)
geboren wordende
ἅγιον
(hagion)
heilige
κληθήσεται
(klethesetai)
zal worden genoemd
υἱὸς
(huios)
Zoon
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπισκιάσει (episkiasei), ‘zal overschaduwen’: een beeld van de nabijheid van Elohim, zoals de wolk die de tent van samenkomst bedekte (Exod. 40:34–35).

De Heilige Geest is de Geest van Elohim uit Gen. 1:2.

Het Grieks kan op twee manieren gelezen worden: ‘het heilige dat geboren wordt, zal Zoon van Elohim genoemd worden’ of ‘wat geboren wordt, zal heilig genoemd worden: Zoon van Elohim’. Wij kiezen de eerste lezing; zie vers 32.

Zie ook Exod. 40:34–35; Matt. 1:18–20.

36En zie: Elisabet, je familielid, is ook zelf zwanger van een zoon, op haar oude dag. Dit is de zesde maand voor haar die onvruchtbaar werd genoemd.
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
ἡ
(he)
de
συγγενίς
(syngenis)
familielid
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
ook
αὐτὴ
(aute)
zij zelf
συνείληφεν
(syneilephen)
heeft ontvangen
υἱὸν
(huion)
zoon
ἐν
(en)
in
γήρει
(gerei)
ouderdom
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
οὗτος
(houtos)
deze
μὴν
(men)
maand
ἕκτος
(hektos)
zesde
ἐστὶν
(estin)
is
αὐτῇ
(aute)
voor haar
τῇ
(te)
die
καλουμένῃ
(kaloumene)
genoemd wordende
στείρᾳ
(steira)
onvruchtbaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

συγγενίς (syggenis), ‘familielid’ (vrouwelijk).

Het Grieks zegt niet hoe Maria en Elisabet aan elkaar verwant waren.

37Want voor Elohim is geen enkel woord onmogelijk.”
ὅτι
(hoti)
want
οὐκ
(ouk)
niet
ἀδυνατήσει
(adynatesei)
zal onmogelijk zijn
παρὰ
(para)
bij
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πᾶν
(pan)
elk
ῥῆμα
(rhema)
woord
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥῆμα (rhema), ‘woord’: ook ‘zaak, ding’, zoals het Hebreeuwse דָּבָר (davar).

Vergelijk Gen. 18:14: ‘Is er iets te wonderlijk voor Yahweh?’.

Zie ook Gen. 18:14.

Zie ookGen 18:14
38Maria zei: „Zie, ik ben de dienares van Yahweh. Laat het met mij gebeuren naar uw woord.” Toen ging de engel van haar weg.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
Μαριάμ
(Mariam)
Maria
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἡ
(he)
de
δούλη
(doule)
dienares
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
γένοιτό
(genoito)
moge gebeuren
μοι
(moi)
mij
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
ῥῆμά
(rhema)
woord
σου
(sou)
uw
καὶ
(kai)
en
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῆς
(autes)
haar
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
Bron: SBLGNT
Uitleg

δούλη (doule), ‘dienares’: het vrouwelijke woord bij δοῦλος (doulos), ‘knecht’.

Vergelijk Hanna, die zichzelf ‘Uw dienares’ noemt (1 Sam. 1:11). κυρίου is hier vertaald als Yahweh.

Zie ook1 Sam 1:11

Maria bezoekt Elisabet

39In die dagen stond Maria op en ging met haast naar het bergland, naar een stad in Juda.
Ἀναστᾶσα
(Anastasa)
opgestaan
δὲ
(de)
nu
Μαριὰμ
(Mariam)
Maria
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ταύταις
(tautais)
deze
ἐπορεύθη
(eporeuthe)
ging
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
ὀρεινὴν
(oreinen)
bergland
μετὰ
(meta)
met
σπουδῆς
(spoudes)
haast
εἰς
(eis)
naar
πόλιν
(polin)
stad
Ἰούδα
(Iouda)
van Juda
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Een stad in Juda (Ein Kerem?; ligging onzeker): Lucas noemt de stad niet bij naam.

De overlevering zoekt haar in Ein Kerem, ten westen van Jeruzalem, in het bergland van Judea.

Dit is niet zeker.

Uitleg

ὀρεινή (oreine), ‘bergland’: het heuvelland van Judea.

Het Grieks noemt de naam van de stad niet; wij weten niet zeker welke stad bedoeld is.

40Zij ging het huis van Zacharia binnen en groette Elisabet.
καὶ
(kai)
en
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
Ζαχαρίου
(Zachariou)
van Zacharia
καὶ
(kai)
en
ἠσπάσατο
(espasato)
groette
τὴν
(ten)
de
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
Bron: SBLGNT
41Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong de baby in haar schoot op, en Elisabet werd vervuld met de Heilige Geest.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ὡς
(hos)
toen
ἤκουσεν
(ekousen)
hoorde
τὸν
(ton)
de
ἀσπασμὸν
(aspasmon)
groet
τῆς
(tes)
van de
Μαρίας
(Marias)
Maria
ἡ
(he)
de
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
ἐσκίρτησεν
(eskirtesen)
sprong op
τὸ
(to)
de
βρέφος
(brephos)
baby
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
κοιλίᾳ
(koilia)
schoot
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
ἐπλήσθη
(eplesthe)
werd vervuld
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
ἡ
(he)
de
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐσκίρτησεν (eskirtesen), ‘sprong op’: vergelijk Gen. 25:22, waar de kinderen van Rebekka elkaar in haar schoot stootten. βρέφος (brephos), ‘baby’: ook van een ongeboren kind.

Zie ook Gen. 25:22.

Zie ookGen 25:22
42Zij riep met een luide kreet en zei: „Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot!
καὶ
(kai)
en
ἀνεφώνησεν
(anephonesen)
riep uit
κραυγῇ
(krauge)
met kreet
μεγάλῃ
(megale)
luide
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Εὐλογημένη
(Eulogemene)
gezegende
σὺ
(sy)
jij
ἐν
(en)
onder
γυναιξίν
(gynaixin)
vrouwen
καὶ
(kai)
en
εὐλογημένος
(eulogemenos)
gezegende
ὁ
(ho)
de
καρπὸς
(karpos)
vrucht
τῆς
(tes)
van de
κοιλίας
(koilias)
schoot
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογημένη (eulogemene), ‘gezegend’: door Elohim gezegend.

De woorden doen denken aan Richt. 5:24: ‘Gezegend zij Jaël boven alle vrouwen’.

Zie ook Richt. 5:24.

Zie ookRe 5:24
43Hoe komt het dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
καὶ
(kai)
en
πόθεν
(pothen)
vanwaar
μοι
(moi)
mij
τοῦτο
(touto)
dit
ἵνα
(hina)
opdat
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ἡ
(he)
de
μήτηρ
(meter)
moeder
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
μου
(mou)
mijn
πρὸς
(pros)
tot
ἐμέ
(eme)
mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’, met hoofdletter: Elisabet noemt het kind in de schoot van Maria haar Heer.

Vergelijk Ps. 110:1, ‘Uitspraak van Yahweh tot mijn Heer’.

Zie ook Ps. 110:1.

Zie ookPs 110:1
44Want zie: toen de stem van je groet in mijn oren klonk, sprong de baby van jubel op in mijn schoot.
ἰδοὺ
(idou)
zie
γὰρ
(gar)
want
ὡς
(hos)
toen
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἡ
(he)
de
φωνὴ
(phone)
stem
τοῦ
(tou)
van de
ἀσπασμοῦ
(aspasmou)
groet
σου
(sou)
je
εἰς
(eis)
in
τὰ
(ta)
de
ὦτά
(ota)
oren
μου
(mou)
mijn
ἐσκίρτησεν
(eskirtesen)
sprong op
ἐν
(en)
in
ἀγαλλιάσει
(agalliasei)
jubel
τὸ
(to)
de
βρέφος
(brephos)
baby
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
κοιλίᾳ
(koilia)
schoot
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
45En gelukkig is zij die geloofd heeft dat voltooid zal worden wat haar van Yahweh gezegd is.”
καὶ
(kai)
en
μακαρία
(makaria)
gelukkige
ἡ
(he)
de
πιστεύσασα
(pisteusasa)
geloofd hebbende
ὅτι
(hoti)
dat
ἔσται
(estai)
zal zijn
τελείωσις
(teleiosis)
voltooiing
τοῖς
(tois)
aan het
λελαλημένοις
(lelalemenois)
gesprokene
αὐτῇ
(aute)
aan haar
παρὰ
(para)
van
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακαρία (makaria), ‘gelukkig’: zoals in Matt. 5:3. τελείωσις (teleiosis), ‘voltooiing’: wat begonnen is, wordt afgemaakt.

Zie ookMat 5:3

De lofzang van Maria

46Maria zei: „Mijn ziel maakt Yahweh groot,
Καὶ
(Kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Μαριάμ
(Mariam)
Maria
Μεγαλύνει
(Megalynei)
maakt groot
ἡ
(he)
de
ψυχή
(psyche)
ziel
μου
(mou)
mijn
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg

Deze lofzang doet sterk denken aan het gebed van Hanna (1 Sam. 2:1–10): de hoogmoedigen vallen, de geringen worden verhoogd, de hongerigen worden verzadigd. μεγαλύνω (megalyno), ‘groot maken’: loven, verheerlijken. ψυχή (psyche), ‘ziel’.

Zie ook 1 Sam. 2:1–10.

47en mijn geest jubelt over Elohim, mijn Redder,
καὶ
(kai)
en
ἠγαλλίασεν
(egalliasen)
jubelde
τὸ
(to)
de
πνεῦμά
(pneuma)
geest
μου
(mou)
mijn
ἐπὶ
(epi)
over
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
τῷ
(to)
de
σωτῆρί
(soteri)
Redder
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
48want Hij heeft neergezien op de lage staat van Zijn dienares. Zie, vanaf nu zullen alle generaties mij gelukkig noemen,
ὅτι
(hoti)
want
ἐπέβλεψεν
(epeblepsen)
heeft neergezien
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
ταπείνωσιν
(tapeinosin)
lage staat
τῆς
(tes)
van de
δούλης
(doules)
dienares
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἰδοὺ
(idou)
zie
γὰρ
(gar)
want
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τοῦ
(tou)
het
νῦν
(nyn)
nu
μακαριοῦσίν
(makariousin)
zullen gelukkig noemen
με
(me)
mij
πᾶσαι
(pasai)
alle
αἱ
(hai)
de
γενεαί
(geneai)
generaties
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπείνωσις (tapeinosis), ‘lage staat’: het zijn van weinig aanzien; vergelijk 1 Sam. 1:11, waar Hanna om het ‘lijden’ van haar dienares vraagt. μακαρίζω (makarizo), ‘gelukkig noemen’: vergelijk Gen. 30:13.

Zie ook 1 Sam. 1:11; Gen. 30:13.

49want de Machtige heeft grote dingen voor mij gedaan, en heilig is Zijn naam.
ὅτι
(hoti)
want
ἐποίησέν
(epoiesen)
heeft gedaan
μοι
(moi)
voor mij
μεγάλα
(megala)
grote dingen
ὁ
(ho)
de
δυνατός
(dynatos)
Machtige
καὶ
(kai)
en
ἅγιον
(hagion)
heilig
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ δυνατός (ho dynatos), ‘de Machtige’: een naam voor Elohim.

‘Heilig is Zijn naam’: vergelijk Ps. 111:9.

Zie ook Ps. 111:9.

Zie ookPs 111:9
50Zijn barmhartigheid is van generatie op generatie voor wie Hem vrezen.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰς
(eis)
tot
γενεὰς
(geneas)
generaties
καὶ
(kai)
en
γενεὰς
(geneas)
generaties
τοῖς
(tois)
voor de
φοβουμένοις
(phoboumenois)
vrezenden
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: dit woord past bij het Hebreeuwse חֶסֶד (chesed), dat wij in het Oude Testament met ‘trouw’ weergeven.

Vergelijk Ps. 103:17.

Zie ook Ps. 103:17.

Zie ookPs 103:17
51Hij heeft kracht getoond met Zijn arm. Hij heeft de hoogmoedigen verstrooid, in het denken van hun hart.
Ἐποίησεν
(Epoiesen)
heeft gedaan
κράτος
(kratos)
kracht
ἐν
(en)
met
βραχίονι
(brachioni)
arm
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
διεσκόρπισεν
(dieskorpisen)
heeft verstrooid
ὑπερηφάνους
(hyperephanous)
hoogmoedigen
διανοίᾳ
(dianoia)
in het denken
καρδίας
(kardias)
van het hart
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

βραχίων (brachion), ‘arm’: in de Bijbel een beeld voor de kracht van Elohim, bijvoorbeeld in Jes. 52:10.

Zie ookJes 52:10
52Hij heeft machthebbers van de tronen gehaald en geringen verhoogd.
καθεῖλεν
(katheilen)
heeft neergehaald
δυνάστας
(dynastas)
machthebbers
ἀπὸ
(apo)
van
θρόνων
(thronon)
tronen
καὶ
(kai)
en
ὕψωσεν
(hypsosen)
verhoogde
ταπεινούς
(tapeinous)
geringen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’: wij vertalen dit werkwoord overal zo. δυνάστης (dynastes), ‘machthebber’.

Vergelijk 1 Sam. 2:7–8: ‘Hij vernedert, maar verheft ook.’

53Hongerigen heeft Hij gevuld met goede dingen, en rijken heeft Hij leeg weggezonden.
πεινῶντας
(peinontas)
hongerenden
ἐνέπλησεν
(eneplesen)
heeft gevuld
ἀγαθῶν
(agathon)
goede dingen
καὶ
(kai)
en
πλουτοῦντας
(ploutountas)
rijken
ἐξαπέστειλεν
(exapesteilen)
zond weg
κενούς
(kenous)
leeg
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαπέστειλεν (exapesteilen), ‘zond weg’: van ἀποστέλλω, ‘zenden’, met het voorvoegsel ἐξ-, ‘weg’.

Zie ook 1 Sam. 2:5; Ps. 107:9.

54Hij is Israël, Zijn knecht, te hulp gekomen en heeft aan barmhartigheid gedacht,
ἀντελάβετο
(antelabeto)
nam zich aan
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
παιδὸς
(paidos)
knecht
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
μνησθῆναι
(mnesthenai)
zich te herinneren
ἐλέους
(eleous)
barmhartigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

παῖς (pais), ‘knecht’: Israël wordt hier de knecht van Elohim genoemd, zoals in Jes. 41:8–9.

Zie ook Jes. 41:8–9.

55zoals Hij gesproken heeft tot onze vaders, tot Abraham en tot zijn nageslacht, voor eeuwig.”
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
πρὸς
(pros)
tot
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
τῷ
(to)
aan de
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan het
σπέρματι
(spermati)
nageslacht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
tot
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuwigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπέρμα (sperma), ‘nageslacht’: zoals het Hebreeuwse זֶרַע (zera).

De belofte aan Abraham staat in Gen. 22:16–18.

Zie ook Gen. 22:16–18; Micha 7:20.

56Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis.
Ἔμεινεν
(Emeinen)
bleef
δὲ
(de)
nu
Μαριὰμ
(Mariam)
Maria
σὺν
(syn)
met
αὐτῇ
(aute)
haar
ὡς
(hos)
ongeveer
μῆνας
(menas)
maanden
τρεῖς
(treis)
drie
καὶ
(kai)
en
ὑπέστρεψεν
(hypestrepsen)
keerde terug
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT

De geboorte van Johannes

57Voor Elisabet was de tijd gekomen om te bevallen, en zij beviel van een zoon.
Τῇ
(Te)
voor de
δὲ
(de)
nu
Ἐλισάβετ
(Elisabet)
Elisabet
ἐπλήσθη
(eplesthe)
werd vervuld
ὁ
(ho)
de
χρόνος
(chronos)
tijd
τοῦ
(tou)
om
τεκεῖν
(tekein)
te baren
αὐτήν
(auten)
haar
καὶ
(kai)
en
ἐγέννησεν
(egennesen)
beviel van
υἱόν
(huion)
zoon
Bron: SBLGNT
58Haar buren en familieleden hoorden dat Yahweh Zijn barmhartigheid aan haar groot had gemaakt, en zij verheugden zich met haar.
καὶ
(kai)
en
ἤκουσαν
(ekousan)
hoorden
οἱ
(hoi)
de
περίοικοι
(perioikoi)
buren
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
συγγενεῖς
(syngeneis)
familieleden
αὐτῆς
(autes)
haar
ὅτι
(hoti)
dat
ἐμεγάλυνεν
(emegalynen)
maakte groot
κύριος
(kyrios)
Yahweh
τὸ
(to)
de
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
μετ’
(met’)
met
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
συνέχαιρον
(synechairon)
verheugden zich mee
αὐτῇ
(aute)
met haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμεγάλυνεν κύριος τὸ ἔλεος αὐτοῦ (emegalynen kyrios to eleos autou), ‘Yahweh maakte Zijn barmhartigheid groot’: vergelijk Gen. 19:19, ‘U hebt mij grote trouw bewezen’.

Zie ook Gen. 19:19.

Zie ookGen 19:19
59Het gebeurde op de achtste dag dat zij kwamen om het kind te besnijden. Zij wilden het Zacharia noemen, naar de naam van zijn vader.
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῇ
(te)
de
ὀγδόῃ
(ogdoe)
achtste
ἦλθον
(elthon)
kwamen
περιτεμεῖν
(peritemein)
te besnijden
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
καὶ
(kai)
en
ἐκάλουν
(ekaloun)
noemden
αὐτὸ
(auto)
het
ἐπὶ
(epi)
naar
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ζαχαρίαν
(Zacharian)
Zacharia
Bron: SBLGNT
Uitleg

De besnijdenis op de achtste dag volgt Gen. 17:12 en Lev. 12:3. ἐκάλουν (ekaloun), ‘zij noemden’: de onvoltooid verleden tijd; zij wilden het kind zo noemen, of waren er al mee bezig.

Zie ook Gen. 17:12; Lev. 12:3.

60Zijn moeder antwoordde en zei: „Nee, hij zal Johannes genoemd worden.”
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεῖσα
(apokritheisa)
antwoordend
ἡ
(he)
de
μήτηρ
(meter)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐχί
(Ouchi)
nee
ἀλλὰ
(alla)
maar
κληθήσεται
(klethesetai)
zal worden genoemd
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
Bron: SBLGNT
61Zij zeiden tegen haar: „Niemand uit je familie heeft deze naam.”
καὶ
(kai)
en
εἶπαν
(eipan)
zeiden
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὴν
(auten)
haar
ὅτι
(hoti)
dat
Οὐδείς
(Oudeis)
niemand
ἐστιν
(estin)
is
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
συγγενείας
(syngeneias)
familie
σου
(sou)
je
ὃς
(hos)
die
καλεῖται
(kaleitai)
wordt genoemd
τῷ
(to)
met de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τούτῳ
(touto)
deze
Bron: SBLGNT
62Zij maakten gebaren naar zijn vader om te vragen hoe hij wilde dat het kind genoemd zou worden.
ἐνένευον
(eneneuon)
wenkten
δὲ
(de)
nu
τῷ
(to)
aan de
πατρὶ
(patri)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὸ
(to)
het
τί
(ti)
wat
ἂν
(an)
zou
θέλοι
(theloi)
hij wilde
καλεῖσθαι
(kaleisthai)
genoemd te worden
αὐτό
(auto)
het
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνένευον (eneneuon), ‘zij wenkten’: zij maakten gebaren.

Dat men zo met hem spreekt, wijst erop dat Zacharia ook doof was (zie vers 22).

Zie ookLuc 1:22
63Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef: „Johannes is zijn naam.” Allen verbaasden zich.
καὶ
(kai)
en
αἰτήσας
(aitesas)
vragend
πινακίδιον
(pinakidion)
schrijftafeltje
ἔγραψεν
(egrapsen)
schreef
λέγων
(legon)
zeggend
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ἐστὶν
(estin)
is
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἐθαύμασαν
(ethaumasan)
verbaasden zich
πάντες
(pantes)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πινακίδιον (pinakidion), ‘schrijftafeltje’: een plankje om op te schrijven, meestal met een laagje was.

64Onmiddellijk gingen zijn mond en zijn tong open. Hij sprak en zegende Elohim.
ἀνεῴχθη
(aneochthe)
werd geopend
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
αὐτοῦ
(autou)
zijn
παραχρῆμα
(parachrema)
onmiddellijk
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γλῶσσα
(glossa)
tong
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἐλάλει
(elalei)
sprak
εὐλογῶν
(eulogon)
zegenend
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
65Vrees kwam over al hun buren. In heel het bergland van Judea werd over al deze woorden gesproken.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐπὶ
(epi)
over
πάντας
(pantas)
allen
φόβος
(phobos)
vrees
τοὺς
(tous)
de
περιοικοῦντας
(perioikountas)
omwonenden
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ὅλῃ
(hole)
heel
τῇ
(te)
het
ὀρεινῇ
(oreine)
bergland
τῆς
(tes)
van de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
διελαλεῖτο
(dielaleito)
werd besproken
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ταῦτα
(tauta)
deze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

66Allen die het hoorden, legden het in hun hart en zeiden: „Wat zal dit kind dan worden?” Want de hand van Yahweh was met hem.
καὶ
(kai)
en
ἔθεντο
(ethento)
legden
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
de
ἀκούσαντες
(akousantes)
hoorders
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
αὐτῶν
(auton)
hun
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
ἄρα
(ara)
dan
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
τοῦτο
(touto)
dit
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
χεὶρ
(cheir)
hand
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἦν
(en)
was
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθεντο ἐν τῇ καρδίᾳ (ethento en te kardia), ‘zij legden het in hun hart’: zij onthielden het en dachten erover na.

‘De hand van Yahweh’ is een beeld voor Zijn kracht en zorg.

De lofzang van Zacharia

67Zijn vader Zacharia werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde:
Καὶ
(Kai)
en
Ζαχαρίας
(Zacharias)
Zacharia
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπλήσθη
(eplesthe)
werd vervuld
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
καὶ
(kai)
en
ἐπροφήτευσεν
(epropheteusen)
profeteerde
λέγων
(legon)
zeggend
Bron: SBLGNT
68„Gezegend is Yahweh, de Elohim van Israël, want Hij heeft omgezien en verlossing bewerkt voor Zijn volk.
Εὐλογητὸς
(Eulogetos)
gezegend
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τοῦ
(tou)
van
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
ὅτι
(hoti)
want
ἐπεσκέψατο
(epeskepsato)
heeft omgezien
καὶ
(kai)
en
ἐποίησεν
(epoiesen)
maakte
λύτρωσιν
(lytrosin)
verlossing
τῷ
(to)
aan het
λαῷ
(lao)
volk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

De lofspraak lijkt op Ps. 41:14: ‘Gezegend zij Yahweh, de Elohim van Israël’; daarom is κύριος hier vertaald als Yahweh. λύτρωσις (lytrosis), ‘verlossing’: het vrijkopen van iemand; vergelijk λύτρον (lytron), ‘losgeld’. ἐπεσκέψατο (epeskepsato), ‘heeft omgezien’: Elohim komt naar Zijn volk toe.

Zie ook Ps. 41:14.

Zie ookPs 41:14
69Hij heeft een hoorn van redding voor ons doen opstaan in het huis van David, Zijn knecht,
καὶ
(kai)
en
ἤγειρεν
(egeiren)
deed opstaan
κέρας
(keras)
hoorn
σωτηρίας
(soterias)
van redding
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
ἐν
(en)
in
οἴκῳ
(oiko)
huis
Δαυὶδ
(Dauid)
van David
παιδὸς
(paidos)
knecht
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

κέρας σωτηρίας (keras soterias), ‘hoorn van redding’: de hoorn is een beeld van kracht (1 Sam. 2:10); vergelijk Ps. 132:17.

Zie ook Ps. 132:17.

70zoals Hij van oudsher gesproken heeft door de mond van Zijn heilige profeten,
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
διὰ
(dia)
door
στόματος
(stomatos)
mond
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
ἀπ’
(ap’)
van
αἰῶνος
(aionos)
eeuwigheid
προφητῶν
(propheton)
profeten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
71redding van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten,
σωτηρίαν
(soterian)
redding
ἐξ
(ex)
van
ἐχθρῶν
(echthron)
vijanden
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
χειρὸς
(cheiros)
hand
πάντων
(panton)
van allen
τῶν
(ton)
de
μισούντων
(misounton)
haters
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
72om barmhartigheid te bewijzen aan onze vaders en te denken aan Zijn heilig verbond,
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
πατέρων
(pateron)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
μνησθῆναι
(mnesthenai)
te gedenken
διαθήκης
(diathekes)
verbond
ἁγίας
(hagias)
heilig
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαθήκη (diatheke), ‘verbond’: het Hebreeuwse בְּרִית (berit).

Zie ook Ps. 105:8–9.

73de eed die Hij gezworen heeft aan Abraham, onze vader, om ons te geven
ὅρκον
(horkon)
eed
ὃν
(hon)
die
ὤμοσεν
(omosen)
zwoer
πρὸς
(pros)
tot
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
τοῦ
(tou)
om
δοῦναι
(dounai)
te geven
ἡμῖν
(hemin)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

De eed aan Abraham staat in Gen. 22:16–18.

Zie ook Gen. 22:16–18.

74dat wij, uit de hand van vijanden bevrijd, Hem zonder vrees dienen,
ἀφόβως
(aphobos)
zonder vrees
ἐκ
(ek)
uit
χειρὸς
(cheiros)
hand
ἐχθρῶν
(echthron)
van vijanden
ῥυσθέντας
(rhysthentas)
bevrijd zijnde
λατρεύειν
(latreuein)
te dienen
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
75in toewijding en gerechtigheid voor Hem, al onze dagen.
ἐν
(en)
in
ὁσιότητι
(hosioteti)
toewijding
καὶ
(kai)
en
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
ἐνώπιον
(enopion)
voor
αὐτοῦ
(autou)
Hem
πάσαις
(pasais)
alle
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁσιότης (hosiotes), ‘toewijding’: trouw aan Elohim in het leven. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: wat in de ogen van Elohim goed en recht is.

76En jij, kind, zult profeet van de Allerhoogste genoemd worden, want jij zult voor Yahweh uitgaan om Zijn wegen gereed te maken,
καὶ
(kai)
en
σὺ
(sy)
jij
δέ
(de)
maar
παιδίον
(paidion)
kind
προφήτης
(prophetes)
profeet
Ὑψίστου
(Hypsistou)
van de Allerhoogste
κληθήσῃ
(klethese)
zult worden genoemd
προπορεύσῃ
(proporeuse)
zult voorafgaan
γὰρ
(gar)
want
ἐνώπιον
(enopion)
voor
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
ἑτοιμάσαι
(hetoimasai)
gereed te maken
ὁδοὺς
(hodous)
wegen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit verwijst naar Mal. 3:1 en Jes. 40:3: de bode die de weg gereedmaakt voor Yahweh. κυρίου is daarom vertaald als Yahweh.

Zie ook Mal. 3:1; Jes. 40:3; Matt. 11:10; Luc. 3:4–6.

77om Zijn volk kennis van redding te geven, in de vergeving van hun zonden,
τοῦ
(tou)
om
δοῦναι
(dounai)
te geven
γνῶσιν
(gnosin)
kennis
σωτηρίας
(soterias)
van redding
τῷ
(to)
aan het
λαῷ
(lao)
volk
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐν
(en)
in
ἀφέσει
(aphesei)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
78door de innige barmhartigheid van onze Elohim, waarmee de opkomende zon uit de hoogte ons zal bezoeken,
διὰ
(dia)
door
σπλάγχνα
(splanchna)
innerlijk
ἐλέους
(eleous)
van barmhartigheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐν
(en)
in
οἷς
(hois)
welke
ἐπισκέψεται
(episkepsetai)
zal bezoeken
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἀνατολὴ
(anatole)
opkomende zon
ἐξ
(ex)
uit
ὕψους
(hypsous)
hoogte
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπλάγχνα (splanchna), ‘innerlijk’: letterlijk de ingewanden, waar volgens de Bijbel de gevoelens zitten; vergelijk het Hebreeuwse רַחֲמִים (rachamim), ‘innig medelijden’. ἀνατολή (anatole), ‘opkomende zon’: het woord betekent ‘opkomst’ (van de zon of een ster).

Sommige oude vertalingen gebruiken dit woord voor de ‘Spruit’ in Zach. 3:8 en 6:12.

Zie ook Mal. 3:20; Zach. 3:8; Zach. 6:12.

79om te schijnen voor wie in duisternis en in de schaduw van de dood zitten, en onze voeten te richten op de weg van vrede.”
ἐπιφᾶναι
(epiphanai)
te schijnen
τοῖς
(tois)
aan hen
ἐν
(en)
in
σκότει
(skotei)
duisternis
καὶ
(kai)
en
σκιᾷ
(skia)
schaduw
θανάτου
(thanatou)
van de dood
καθημένοις
(kathemenois)
zittenden
τοῦ
(tou)
om
κατευθῦναι
(kateuthynai)
te richten
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
ἡμῶν
(hemon)
onze
εἰς
(eis)
naar
ὁδὸν
(hodon)
weg
εἰρήνης
(eirenes)
van vrede
Bron: SBLGNT
Uitleg

De ‘schaduw van de dood’ (Hebreeuws צַלְמָוֶת, tsalmavet) komt voor in Ps. 107:10 en Jes. 9:1.

Zie ook Jes. 9:1; Ps. 107:10; Matt. 4:16.

Johannes groeit op

80Het kind groeide en werd sterk in de geest. Hij was in de woestijn tot de dag van zijn bekendmaking aan Israël.
Τὸ
(To)
het
δὲ
(de)
nu
παιδίον
(paidion)
kind
ηὔξανε
(eyxane)
groeide
καὶ
(kai)
en
ἐκραταιοῦτο
(ekrataiouto)
werd sterk
πνεύματι
(pneumati)
in de geest
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐρήμοις
(eremois)
woestijnen
ἕως
(heos)
tot
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἀναδείξεως
(anadeixeos)
van bekendmaking
αὐτοῦ
(autou)
zijn
πρὸς
(pros)
aan
τὸν
(ton)
de
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεύματι (pneumati), ‘in de geest’: het Grieks laat open of dit de geest van Johannes is of de Heilige Geest; vergelijk vers 15. ἀνάδειξις (anadeixis), ‘bekendmaking’: het openlijk aanwijzen of tonen van iemand. ἐρήμοις (eremois), ‘woestijnen’, staat in het meervoud.

Zie ookLuc 1:15