Elohim Bijbel

Psalmen 67

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Moge Elohim ons zegenen, zodat alle volkeren Hem loven

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider, met snarenspel. Een psalm, een lied.
לַמְנַצֵּ֥ח
(lamnatsech)
voor de koorleider
בִּנְגִינֹ֗ת
(binginot)
met snarenspel
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
שִֽׁיר
(shir)
een lied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Wij vertalen ‘koorleider’.

נְגִינֹת (neginot), ‘snarenspel’: muziek op snaarinstrumenten.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Zegen over ons

2Moge Elohim ons genadig zijn en ons zegenen. Moge Hij Zijn aangezicht bij ons laten schijnen. Sela.
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
יְחָנֵּ֥נוּ
(yechanenu)
moge genadig zijn voor ons
וִֽיבָרְכֵ֑נוּ
(vivarekhenu)
en zegenen ons
יָ֤אֵ֥ר
(yaer)
moge laten schijnen
פָּנָ֖יו
(panav)
Zijn aangezicht
אִתָּ֣נוּ
(itanu)
bij ons
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker.

Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Het vers lijkt op de zegen van Aäron (Num. 6:24–26). חָנַן (chanan), ‘genadig zijn’, hoort bij חֵן (chen), ‘gunst’.

3Opdat men op aarde Uw weg kent, onder alle volken Uw redding.
לָדַ֣עַת
(ladaat)
opdat men kent
בָּאָ֣רֶץ
(baarets)
op aarde
דַּרְכֶּ֑ךָ
(darkekha)
Uw weg
בְּכָל
(bekhal)
onder alle
גּ֝וֹיִ֗ם
(goyim)
volken
יְשׁוּעָתֶֽךָ
(yeshuatekha)
Uw redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Alle volkeren loven U

4Mogen de volkeren U loven, Elohim. Mogen alle volkeren U loven.
יוֹד֖וּךָ
(yodukha)
mogen loven U
עַמִּ֥ים
(amim)
volkeren
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
י֝וֹד֗וּךָ
(yodukha)
mogen loven U
עַמִּ֥ים
(amim)
volkeren
כֻּלָּֽם
(kulam)
allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Mogen de naties zich verheugen en jubelen, want U spreekt recht over de volkeren in rechtheid, en U leidt de naties op aarde. Sela.
יִֽשְׂמְח֥וּ
(yismechu)
mogen zich verheugen
וִֽירַנְּנ֗וּ
(viranenu)
en jubelen
לְאֻ֫מִּ֥ים
(leumim)
naties
כִּֽי
(ki)
want
תִשְׁפֹּ֣ט
(tishpot)
U spreekt recht
עַמִּ֣ים
(amim)
volkeren
מִישׁ֑וֹר
(mishor)
in rechtheid
וּלְאֻמִּ֓ים
(uleumim)
en naties
בָּאָ֖רֶץ
(baarets)
op aarde
תַּנְחֵ֣ם
(tanchem)
U leidt
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִישׁוֹר (mishor), ‘rechtheid’: een vlakke, rechte baan.

Het beeld is eerlijk recht, zonder onrecht of partijdigheid.

6Mogen de volkeren U loven, Elohim. Mogen alle volkeren U loven.
יוֹד֖וּךָ
(yodukha)
mogen loven U
עַמִּ֥ים
(amim)
volkeren
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
י֝וֹד֗וּךָ
(yodukha)
mogen loven U
עַמִּ֥ים
(amim)
volkeren
כֻּלָּֽם
(kulam)
allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De aarde heeft haar opbrengst gegeven

7De aarde heeft haar opbrengst gegeven. Moge Elohim, onze Elohim, ons zegenen.
אֶ֭רֶץ
(erets)
aarde
נָתְנָ֣ה
(natena)
heeft gegeven
יְבוּלָ֑הּ
(yevulah)
haar opbrengst
יְ֝בָרְכֵ֗נוּ
(yevarekhenu)
moge zegenen ons
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
אֱלֹהֵֽינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָתְנָה (natnah), ‘heeft gegeven’: de opbrengst is er al, of de dichter ziet haar al als gegeven.

Vergelijk Lev. 26:4.

8Moge Elohim ons zegenen, en mogen alle uithoeken van de aarde Hem vrezen.
יְבָרְכֵ֥נוּ
(yevarekhenu)
moge zegenen ons
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
וְיִֽירְא֥וּ
(veyireu)
en mogen vrezen
אֹ֝ת֗וֹ
(oto)
Hem
כָּל
(kal)
alle
אַפְסֵי
(afsei)
uithoeken van
אָֽרֶץ
(arets)
aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)