De tent en het huis uit de hemel, de rechterstoel van de Messias, een nieuwe schepping en de verzoening
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De tent en het huis uit de hemel
1Want wij weten: als ons aardse huis, de tent, wordt afgebroken, dan hebben wij een bouwwerk van Elohim. Dat is een huis dat niet met handen gemaakt is, eeuwig, in de hemelen.
Οἴδαμεν
(Oidamen)
wij weten
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
ἐὰν
(ean)
als
ἡ
(he)
het
ἐπίγειος
(epigeios)
aardse
ἡμῶν
(hemon)
onze
οἰκία
(oikia)
huis
τοῦ
(tou)
van de
σκήνους
(skenous)
tent
καταλυθῇ
(katalythe)
wordt afgebroken
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
bouwwerk
ἐκ
(ek)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἔχομεν
(echomen)
hebben wij
οἰκίαν
(oikian)
huis
ἀχειροποίητον
(acheiropoieton)
niet met handen gemaakt
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκῆνος (skenos), ‘tent’: het aardse lichaam als tijdelijke woning. οἰκοδομή (oikodome), ‘bouwwerk’; ἀχειροποίητος (acheiropoietos), ‘niet met handen gemaakt’.
Wat Paulus bedoelt met dit ‘bouwwerk van Elohim’, zegt de tekst niet verder; wij vertalen de beelden zoals ze er staan.
Het woord ‘niet met handen gemaakt’ komt ook voor in Mark. 14:58.
2Want hierin zuchten wij ook, verlangend om onze woning uit de hemel over ons aan te trekken,
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
στενάζομεν
(stenazomen)
zuchten wij
τὸ
(to)
de
οἰκητήριον
(oiketerion)
woning
ἡμῶν
(hemon)
onze
τὸ
(to)
die
ἐξ
(ex)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἐπενδύσασθαι
(ependysasthai)
over aan te trekken
ἐπιποθοῦντες
(epipothountes)
verlangend
Bron: SBLGNT
Uitleg
De verzen 2–4 gebruiken beelden van een tent, een woning en kleren.
De Griekse zinnen zijn moeilijk en laten meer dan één verklaring toe; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat. οἰκητήριον (oiketerion), ‘woning’. ἐπενδύω (ependyo), ‘erover aantrekken’: een kledingstuk over een ander aantrekken.
3als wij tenminste, ook wanneer wij bekleed zijn, niet naakt bevonden zullen worden.
4Want ook wij die in de tent zijn, zuchten, bezwaard. Wij willen niet ontkleed worden maar overkleed worden, opdat het sterfelijke door het leven verzwolgen wordt.
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
οἱ
(hoi)
zij die
ὄντες
(ontes)
zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
σκήνει
(skenei)
tent
στενάζομεν
(stenazomen)
zuchten wij
βαρούμενοι
(baroumenoi)
bezwaard
ἐφ’
(eph’)
waarbij
ᾧ
(ho)
dit
οὐ
(ou)
niet
θέλομεν
(thelomen)
willen wij
ἐκδύσασθαι
(ekdysasthai)
ontkleed worden
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐπενδύσασθαι
(ependysasthai)
overkleed worden
ἵνα
(hina)
opdat
καταποθῇ
(katapothe)
verzwolgen wordt
τὸ
(to)
het
θνητὸν
(thneton)
sterfelijke
ὑπὸ
(hypo)
door
τῆς
(tes)
het
ζωῆς
(zoes)
leven
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐκδύω (ekdyo), ‘ontkleden’, tegenover ἐπενδύω (ependyo), ‘overkleden’ in vers 2. θνητόν (thneton), ‘het sterfelijke’. καταπίνω (katapino), ‘verzwelgen’, zoals in 2:7: het sterfelijke wordt door het leven verzwolgen.
6Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij thuis zijn in het lichaam, van de Heer van huis zijn.
Θαρροῦντες
(Tharrountes)
goede moed hebbend
οὖν
(oun)
dus
πάντοτε
(pantote)
altijd
καὶ
(kai)
en
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ἐνδημοῦντες
(endemountes)
thuis zijnd
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
σώματι
(somati)
lichaam
ἐκδημοῦμεν
(ekdemoumen)
zijn wij van huis
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐνδημέω (endemeo), ‘thuis zijn’, en ἐκδημέω (ekdemeo), ‘van huis zijn, in den vreemde zijn’: wij houden deze twee woorden in de verzen 6, 8 en 9 uit elkaar.
‘De Heer’ (κύριος, kyrios) is hier Yeshua, zie vers 8 en vers 10. θαρρέω (tharreo), ‘goede moed hebben’.
10Want wij allen moeten openbaar worden voor de rechterstoel van de Messias. Zo zal ieder ontvangen wat hem toekomt voor wat hij door het lichaam gedaan heeft, goed of slecht.
τοὺς
(tous)
de
γὰρ
(gar)
want
πάντας
(pantas)
allen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
φανερωθῆναι
(phanerothenai)
openbaar te worden
δεῖ
(dei)
het is nodig
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
βήματος
(bematos)
rechterstoel
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ἵνα
(hina)
opdat
κομίσηται
(komisetai)
ontvangt
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
τὰ
(ta)
wat
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
het
σώματος
(somatos)
lichaam
πρὸς
(pros)
naar
ἃ
(ha)
wat
ἔπραξεν
(epraxen)
hij deed
εἴτε
(eite)
of
ἀγαθὸν
(agathon)
goed
εἴτε
(eite)
of
φαῦλον
(phaulon)
slecht
Bron: SBLGNT
Uitleg
βῆμα (bema), ‘rechterstoel’, zoals in Matt. 27:19 en Hand. 18:12: de zetel van de rechter. φανερόω (faneroo), ‘openbaar maken’; hier: ieders daden komen aan het licht. κομίζω (komizo), ‘ontvangen, terugkrijgen’. φαῦλος (faulos), ‘slecht, waardeloos’.
11Omdat wij dus de vrees voor de Heer kennen, overtuigen wij mensen. Maar voor Elohim zijn wij openbaar. Ik hoop dat wij dat ook zijn in jullie geweten.
Εἰδότες
(Eidotes)
wetend
οὖν
(oun)
dus
τὸν
(ton)
de
φόβον
(phobon)
vrees
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
πείθομεν
(peithomen)
overtuigen wij
θεῷ
(theo)
voor Elohim
δὲ
(de)
maar
πεφανερώμεθα
(pephanerometha)
zijn wij openbaar
ἐλπίζω
(elpizo)
ik hoop
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συνειδήσεσιν
(syneidesesin)
gewetens
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πεφανερῶσθαι
(pephanerosthai)
openbaar te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
φόβος τοῦ κυρίου (fobos tou kyriou), ‘de vrees voor de Heer’: de Heer is hier Yeshua (vers 10).
De uitdrukking klinkt als ‘de vrees voor Yahweh’ uit de Schrift. πείθω (peitho), ‘overtuigen’.
12Wij bevelen onszelf niet opnieuw bij jullie aan. Wij geven jullie aanleiding om op ons te roemen, zodat jullie iets hebben tegenover hen die roemen op het uiterlijk en niet op het hart.
οὐ
(ou)
niet
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἑαυτοὺς
(heautous)
onszelf
συνιστάνομεν
(synistanomen)
bevelen wij aan
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀφορμὴν
(aphormen)
aanleiding
διδόντες
(didontes)
gevend
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
καυχήματος
(kauchematos)
van roem
ὑπὲρ
(hyper)
over
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἵνα
(hina)
opdat
ἔχητε
(echete)
jullie hebben
πρὸς
(pros)
tegenover
τοὺς
(tous)
hen die
ἐν
(en)
op
προσώπῳ
(prosopo)
uiterlijk
καυχωμένους
(kauchomenous)
roemen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἐν
(en)
op
καρδίᾳ
(kardia)
hart
Bron: SBLGNT
Uitleg
καύχημα (kauchema), ‘roem, reden om te roemen’. ἐν προσώπῳ (en prosopo), ‘naar het gezicht’: naar het uiterlijk.
13Want als wij buiten onszelf zijn, dan is het voor Elohim; als wij bij zinnen zijn, dan is het voor jullie.
εἴτε
(eite)
of
γὰρ
(gar)
want
ἐξέστημεν
(exestemen)
zijn wij buiten onszelf
θεῷ
(theo)
voor Elohim
εἴτε
(eite)
of
σωφρονοῦμεν
(sophronoumen)
zijn wij bij zinnen
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξίστημι (existemi), ‘buiten zinnen zijn, buiten zichzelf zijn’: een toestand van verrukking of van opwinding die anderen vreemd vinden. σωφρονέω (sofroneo), ‘bij zinnen zijn, nuchter zijn’.
14Want de liefde van de Messias dringt ons, die tot de slotsom gekomen zijn: één is voor allen gestorven, dus zijn zij allen gestorven.
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
ἀγάπη
(agape)
liefde
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
συνέχει
(synechei)
dringt
ἡμᾶς
(hemas)
ons
κρίναντας
(krinantas)
tot een slotsom gekomen zijnd
τοῦτο
(touto)
dit
ὅτι
(hoti)
dat
εἷς
(heis)
één
ὑπὲρ
(hyper)
voor
πάντων
(panton)
allen
ἀπέθανεν
(apethanen)
is gestorven
ἄρα
(ara)
dus
οἱ
(hoi)
de
πάντες
(pantes)
allen
ἀπέθανον
(apethanon)
zijn gestorven
Bron: SBLGNT
Uitleg
συνέχω (synecho), ‘dringen, beheersen, bijeenhouden’. ἀγάπη τοῦ Χριστοῦ (agape tou Christou), ‘de liefde van de Messias’: het Grieks kan de liefde van de Messias voor ons bedoelen of onze liefde voor Hem; de redenering (Hij stierf voor allen) wijst op het eerste. κρίνω (krino), ‘oordelen, tot een slotsom komen’.
15En voor allen is Hij gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf leven, maar voor Hem die voor hen gestorven en opgewekt is.
καὶ
(kai)
en
ὑπὲρ
(hyper)
voor
πάντων
(panton)
allen
ἀπέθανεν
(apethanen)
is gestorven
ἵνα
(hina)
opdat
οἱ
(hoi)
zij die
ζῶντες
(zontes)
leven
μηκέτι
(meketi)
niet meer
ἑαυτοῖς
(heautois)
voor zichzelf
ζῶσιν
(zosin)
leven
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῷ
(to)
voor Hem die
ὑπὲρ
(hyper)
voor
αὐτῶν
(auton)
hen
ἀποθανόντι
(apothanonti)
gestorven is
καὶ
(kai)
en
ἐγερθέντι
(egerthenti)
opgewekt is
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’.
Paulus zegt dat het leven van wie leeft, nu bij de Messias hoort.
Een nieuwe schepping
16Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees. Ook al hebben wij de Messias naar het vlees gekend, nu kennen wij Hem zo niet meer.
Ὥστε
(Hoste)
zodat
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τοῦ
(tou)
het
νῦν
(nyn)
nu
οὐδένα
(oudena)
niemand
οἴδαμεν
(oidamen)
kennen wij
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
ἐγνώκαμεν
(egnokamen)
wij hebben gekend
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
Χριστόν
(Christon)
de Messias
ἀλλὰ
(alla)
maar
νῦν
(nyn)
nu
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
γινώσκομεν
(ginoskomen)
kennen wij
Bron: SBLGNT
Uitleg
κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: naar menselijke maatstaven, naar het uiterlijk; σάρξ (sarx), ‘vlees’, zoals in Gal. 3:3.
Paulus zegt dat hij de Messias vroeger zo beoordeelde, maar nu niet meer.
18Alles nu is uit Elohim, die ons met Zichzelf verzoend heeft door de Messias en ons de dienst van de verzoening gegeven heeft.
τὰ
(ta)
het
δὲ
(de)
nu
πάντα
(panta)
alles
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
die
καταλλάξαντος
(katallaxantos)
verzoend heeft
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἑαυτῷ
(heauto)
met Zichzelf
διὰ
(dia)
door
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
καὶ
(kai)
en
δόντος
(dontos)
gegeven heeft
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
τὴν
(ten)
de
διακονίαν
(diakonian)
dienst
τῆς
(tes)
van de
καταλλαγῆς
(katallages)
verzoening
Bron: SBLGNT
Uitleg
καταλλάσσω (katallasso), ‘verzoenen’, en καταλλαγή (katallage), ‘verzoening’: iemand van vijand tot vriend maken.
De verzoening gaat uit van Elohim.
19Dat is: Elohim was in de Messias de wereld met Zichzelf aan het verzoenen. Hij rekende hun overtredingen hun niet toe en heeft het woord van de verzoening in ons gelegd.
ὡς
(hos)
als
ὅτι
(hoti)
dat
θεὸς
(theos)
Elohim
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
κόσμον
(kosmon)
wereld
καταλλάσσων
(katallasson)
verzoenend
ἑαυτῷ
(heauto)
met Zichzelf
μὴ
(me)
niet
λογιζόμενος
(logizomenos)
toerekenend
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
τὰ
(ta)
de
παραπτώματα
(paraptomata)
overtredingen
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
θέμενος
(themenos)
gelegd hebbend
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τῆς
(tes)
van de
καταλλαγῆς
(katallages)
verzoening
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὡς ὅτι θεὸς ἦν ἐν Χριστῷ κόσμον καταλλάσσων (hos hoti theos en en Christo kosmon katallasson): de Griekse zin kan op twee manieren gelezen worden.
Of: ‘Elohim was in de Messias, de wereld verzoenend’.
Of: ‘Elohim was de wereld in de Messias aan het verzoenen’.
Wij houden het tweede. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’, zoals in Gal. 3:6. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding, misstap’.
20Namens de Messias zijn wij dus gezanten, alsof Elohim door ons oproept. Wij smeken namens de Messias: laat jullie verzoenen met Elohim.
ὑπὲρ
(hyper)
namens
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
οὖν
(oun)
dus
πρεσβεύομεν
(presbeuomen)
zijn wij gezanten
ὡς
(hos)
alsof
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
παρακαλοῦντος
(parakalountos)
oproept
δι’
(di’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
δεόμεθα
(deometha)
smeken wij
ὑπὲρ
(hyper)
namens
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
καταλλάγητε
(katallagete)
laat jullie verzoenen
τῷ
(to)
met de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
πρεσβεύω (presbeuo), ‘gezant zijn’: iemand die namens een koning of keizer spreekt. παρακαλέω (parakaleo) staat hier als ‘oproepen’; het is hetzelfde Griekse woord als ‘troosten’ in 1:4. δέομαι (deomai), ‘smeken, dringend vragen’. καταλλάγητε (katallagete) is lijdend: ‘laat u verzoenen’; Elohim heeft de verzoening gebracht, de mens mag haar aannemen.
21Hem die geen zonde gekend had, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij in Hem de gerechtigheid van Elohim zouden worden.
τὸν
(ton)
Hem
μὴ
(me)
die niet
γνόντα
(gnonta)
gekend heeft
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἁμαρτίαν
(hamartian)
tot zonde
ἐποίησεν
(epoiesen)
heeft Hij gemaakt
ἵνα
(hina)
opdat
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
γενώμεθα
(genometha)
worden
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἁμαρτίαν ἐποίησεν (hamartian epoiesen), ‘tot zonde gemaakt’: ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’, kan hier ook ‘zondoffer’ betekenen; het Hebreeuwse חַטָּאת (chatat) betekent zowel ‘zonde’ als ‘zondoffer’ (zie Lev. 4:3).
Het Grieks zegt niet meer dan ‘Hij maakte Hem tot zonde’.
‘Hij’ is Elohim. δικαιοσύνη θεοῦ (dikaiosyne theou), ‘gerechtigheid van Elohim’.