Elohim Bijbel

Psalmen 3

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Gebed van David op de vlucht voor Absalom

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Een psalm van David, toen hij vluchtte voor zijn zoon Absalom.
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִ֑ד
(ledavid)
van David
בְּ֝בָרְח֗וֹ
(bevarecho)
toen hij vluchtte
מִפְּנֵ֤י
(mipenei)
voor
אַבְשָׁל֬וֹם
(avshalom)
Absalom
בְּנֽוֹ
(beno)
zijn zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: het voorzetsel kan ook ‘voor’ of ‘over’ David betekenen. Het opschrift verwijst naar de vlucht van David voor Absalom: zie 2 Sam. 15:14 en 2 Sam. 15:30.

De vijanden zijn talrijk

2Yahweh, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders! Velen staan op tegen mij.
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מָֽה
(ma)
hoe
רַבּ֣וּ
(rabu)
zijn talrijk
צָרָ֑י
(tsaray)
mijn tegenstanders
רַ֝בִּ֗ים
(rabim)
velen
קָמִ֥ים
(qamim)
staan op
עָלָֽי
(alay)
tegen mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Velen zeggen van mij: „Er is geen redding voor hem bij Elohim.” Sela.
רַבִּים֮
(rabim)
velen
אֹמְרִ֪ים
(omerim)
zeggen
לְנַ֫פְשִׁ֥י
(lenafshi)
van mijn ziel
אֵ֤ין
(ein)
er is geen
יְֽשׁוּעָ֓תָה
(yeshuata)
redding
לּ֬וֹ
(lo)
voor hem
בֵֽאלֹהִ֬ים
(bElohim)
bij Elohim
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

In ‘van mijn ziel’ betekent het hier gewoon ‘van mij’.

סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker; waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze in de zang.

4Maar U, Yahweh, bent een schild om mij heen. U bent mijn heerlijkheid en U heft mijn hoofd op.
וְאַתָּ֣ה
(veata)
maar U
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מָגֵ֣ן
(magen)
schild
בַּעֲדִ֑י
(baadi)
om mij heen
כְּ֝בוֹדִ֗י
(kevodi)
mijn heerlijkheid
וּמֵרִ֥ים
(umerim)
en U die verheft
רֹאשִֽׁי
(roshi)
mijn hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: Yahweh is wat de dichter glans en waardigheid geeft; Hij heft zijn gebogen hoofd op.

5Met mijn stem roep ik tot Yahweh, en Hij antwoordt mij vanaf Zijn heilige berg. Sela.
ק֭וֹלִי
(qoli)
mijn stem
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶקְרָ֑א
(eqra)
roep ik
וַיַּֽעֲנֵ֨נִי
(vayaaneni)
en Hij antwoordt mij
מֵהַ֖ר
(mehar)
van de berg van
קָדְשׁ֣וֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ‘heilige berg’ is Sion, waar Yahweh woont (Ps. 2:6).

Vertrouwen op Yahweh

6Ik ging liggen en sliep. Ik werd wakker, want Yahweh ondersteunt mij.
אֲנִ֥י
(ani)
ik
שָׁכַ֗בְתִּי
(shakhavti)
ging liggen
וָֽאִ֫ישָׁ֥נָה
(vaishana)
en sliep
הֱקִיצ֑וֹתִי
(heqitsoti)
werd wakker
כִּ֖י
(ki)
want
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
יִסְמְכֵֽנִי
(yismekheni)
ondersteunt mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Ik ben niet bang voor tienduizenden van het volk die zich rondom tegen mij hebben opgesteld.
לֹֽא
(lo)
niet
אִ֭ירָא
(ira)
ben ik bang
מֵרִבְב֥וֹת
(merivvot)
voor tienduizenden van
עָ֑ם
(am)
volk
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
סָ֝בִ֗יב
(saviv)
rondom
שָׁ֣תוּ
(shatu)
zich hebben opgesteld
עָלָֽי
(alay)
tegen mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Bede om redding

8Sta op, Yahweh! Red mij, mijn Elohim! Want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen; de tanden van goddelozen hebt U gebroken.
ק֘וּמָ֤ה
(quma)
sta op
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
הוֹשִׁ֘יעֵ֤נִי
(hoshieni)
red mij
אֱלֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
כִּֽי
(ki)
want
הִכִּ֣יתָ
(hikita)
U hebt geslagen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
אֹיְבַ֣י
(oyevay)
mijn vijanden
לֶ֑חִי
(lechi)
op de kaak
שִׁנֵּ֖י
(shinei)
tanden van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
שִׁבַּֽרְתָּ
(shibarta)
hebt U gebroken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het slaan op de kaak en het breken van de tanden zijn beelden van een roofdier dat onschadelijk wordt gemaakt (vergelijk Job 29:17).

9Aan Yahweh behoort de redding. Over Uw volk is Uw zegen. Sela.
לַיהוָ֥ה
(laYahweh)
aan Yahweh
הַיְשׁוּעָ֑ה
(hayshua)
de redding
עַֽל
(al)
over
עַמְּךָ֖
(amekha)
Uw volk
בִרְכָתֶ֣ךָ
(birkhatekha)
Uw zegen
סֶּֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)