Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yahweh, voer mijn strijd
1Van David. Twist, Yahweh, met wie met mij twisten. Vecht tegen wie tegen mij vechten.
לְדָוִ֨ד
(ledavid)
van David
רִיבָ֣ה
(riva)
twist
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
יְרִיבַ֑י
(yerivay)
mijn tegenstanders
לְ֝חַ֗ם
(lecham)
vecht
אֶת
(et)
(obj.)
לֹֽחֲמָֽי
(lochamay)
mijn bestrijders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רִיבָה (rivah), ‘twist’: het woord uit het recht.
De dichter ziet zijn nood tegelijk als een rechtszaak en als een gevecht.
3Trek de speer en sluit de weg af voor mijn vervolgers. Zeg tegen mijn ziel: „Ik ben je redding.”
וְהָ֘רֵ֤ק
(vehareq)
trek
חֲנִ֣ית
(chanit)
speer
וּ֭סְגֹר
(usegor)
en sluit af
לִקְרַ֣את
(liqrat)
tegemoet
רֹדְפָ֑י
(rodefay)
mijn vervolgers
אֱמֹ֥ר
(emor)
zeg
לְ֝נַפְשִׁ֗י
(lenafshi)
tot mijn ziel
יְֽשֻׁעָתֵ֥ךְ
(yeshuatekh)
je redding
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de levende mens met zijn adem en verlangen.
Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ (vers 4 en 7).
Zeg tegen mijn ziel: de dichter vraagt Yahweh dit te zeggen. Het is een gevraagde uitspraak en geen uitspraak van Yahweh zelf; daarom staat ze niet in het rood.
Lezing
וּסְגֹר (usegor) is in de Masoretische tekst een gebiedende wijs, ‘sluit af’: sluit de weg voor de vervolgers.
Sommige uitleggers lezen het als een wapen, ‘strijdbijl’.
10Al mijn beenderen zullen zeggen: „Yahweh, wie is zoals U? U bevrijdt de ellendige van wie sterker is dan hij; U bevrijdt de ellendige en de arme van wie hem berooft.”
כָּ֥ל
(kal)
al
עַצְמוֹתַ֨י
(atsmotay)
mijn beenderen
תֹּאמַרְנָה֮
(tomarna)
zullen zeggen
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
מִ֥י
(mi)
wie
כָ֫מ֥וֹךָ
(kamokha)
zoals U
מַצִּ֣יל
(matsil)
bevrijder van
עָ֭נִי
(ani)
ellendige
מֵחָזָ֣ק
(mechazaq)
van sterker
מִמֶּ֑נּוּ
(mimenu)
dan hij
וְעָנִ֥י
(veani)
en ellendige
וְ֝אֶבְי֗וֹן
(veevyon)
en arme
מִגֹּזְלֽוֹ
(migozelo)
van zijn berover
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Mogen zij samen beschaamd en schaamrood worden, die zich over mijn ongeluk verheugen. Mogen zij die zich tegen mij groot maken, met schande en smaad bekleed worden.
יֵ֘בֹ֤שׁוּ
(yevoshu)
mogen beschaamd worden
וְיַחְפְּר֨וּ
(veyachperu)
en schaamrood worden
יַחְדָּו֮
(yachdav)
samen
שְׂמֵחֵ֪י
(semechei)
zich verheugenden over
רָעָ֫תִ֥י
(raati)
mijn ongeluk
יִֽלְבְּשׁוּ
(yilbeshu)
mogen zij zich kleden in
בֹ֥שֶׁת
(boshet)
schande
וּכְלִמָּ֑ה
(ukhelima)
en smaad
הַֽמַּגְדִּילִ֥ים
(hamagdilim)
de zich groot makenden
עָלָֽי
(alay)
tegen mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)