Elohim Bijbel

Psalmen 146

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Vertrouw niet op edelen, maar op Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Ik wil Yahweh prijzen

1Halleluja! Prijs Yahweh, mijn ziel.
הַֽלְלוּ
(hallu)
prijst
יָ֡הּ
(yah)
Jah
הַלְלִ֥י
(halli)
prijs
נַ֝פְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַלְלוּ יָהּ (halelu Jah), ‘Halleluja’: ‘prijst Jah’.

Jah (יָהּ) is een korte vorm van Yahweh.

Zie ook Exod. 15:2.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen, de hele persoon. De dichter spreekt zichzelf aan.

Psalm 146 tot en met 150 beginnen en eindigen alle met ‘Halleluja’. Zij sluiten het Psalmboek af.

2Ik zal Yahweh prijzen zolang ik leef; ik zal mijn Elohim bezingen zolang ik er nog ben.
אֲהַלְלָ֣ה
(ahalla)
ik zal prijzen
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּחַיָּ֑י
(bechayay)
zolang ik leef
אֲזַמְּרָ֖ה
(azamera)
ik zal bezingen
לֵֽאלֹהַ֣י
(lelohay)
mijn Elohim
בְּעוֹדִֽי
(beodi)
zolang ik er nog ben
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Vertrouw niet op edelen

3Vertrouw niet op edelen, op een mensenkind bij wie geen redding is.
אַל
(al)
niet
תִּבְטְח֥וּ
(tivtechu)
vertrouwt
בִנְדִיבִ֑ים
(bindivim)
op edelen
בְּבֶן
(beven)
op een zoon van
אָדָ֓ם
(adam)
mens
שֶׁ֤אֵֽין
(sheein)
bij wie er niet is
ל֥וֹ
(lo)
voor hem
תְשׁוּעָֽה
(teshua)
redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָדִיב (nadiv), ‘edele’: een vorst of machtig man.

בֶּן אָדָם (ben adam), ‘mensenkind’: een sterfelijk mens, tegenover Elohim. Vergelijk Ps. 118:8–9.

תְּשׁוּעָה (teshu’ah), ‘redding’.

4Zijn geest gaat uit, hij keert terug naar zijn grond. Op diezelfde dag vergaan zijn plannen.
תֵּצֵ֣א
(tetse)
gaat uit
ר֭וּחוֹ
(rucho)
zijn geest
יָשֻׁ֣ב
(yashuv)
keert terug
לְאַדְמָת֑וֹ
(leadmato)
naar zijn grond
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הַ֝ה֗וּא
(hahu)
die
אָבְד֥וּ
(avedu)
vergaan
עֶשְׁתֹּנֹתָֽיו
(eshtonotav)
zijn plannen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘geest’: de levensadem.

Zie ook Ps. 104:29.

אֲדָמָה (adamah), ‘grond’: de mens komt van de grond en keert ernaar terug. Zie Gen. 2:7.

עֶשְׁתֹּנוֹת (eshtonot), ‘plannen’: een zeldzaam woord; de betekenis is niet helemaal zeker. Het gaat om wat iemand zich voorneemt.

Gelukkig wie Yahweh als hulp heeft

5Gelukkig wie de El van Jakob tot hulp heeft, wiens hoop op Yahweh, zijn Elohim, is.
אַשְׁרֵ֗י
(ashrei)
gelukkig
שֶׁ֤אֵ֣ל
(sheel)
wie de El van
יַעֲקֹ֣ב
(yaaqov)
Jakob
בְּעֶזְר֑וֹ
(beezro)
tot zijn hulp heeft
שִׂ֝בְר֗וֹ
(sivro)
zijn hoop
עַל
(al)
op
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָֽיו
(elohav)
zijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶזֶר (ezer), ‘hulp’; שֵׂבֶר (sever), ‘hoop’: het uitzien naar hulp van Yahweh.

6Hij die hemel en aarde heeft gemaakt, de zee en alles wat erin is, Hij die de waarheid bewaart tot in eeuwigheid,
עֹשֶׂ֤ה
(ose)
die maakte
שָׁ֘מַ֤יִם
(shamayim)
hemel
וָאָ֗רֶץ
(vaarets)
en aarde
אֶת
(et)
(obj.)
הַיָּ֥ם
(hayam)
de zee
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
בָּ֑ם
(bam)
erin is
הַשֹּׁמֵ֖ר
(hashomer)
die bewaart
אֱמֶ֣ת
(emet)
waarheid
לְעוֹלָֽם
(leolam)
tot in eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: ook ‘trouw’.

Yahweh blijft betrouwbaar tot in eeuwigheid.

Vergelijk Exod. 20:11.

Hij komt op voor wie zwak is

7die recht doet aan wie onderdrukt wordt, die brood geeft aan wie honger heeft. Yahweh maakt gevangenen vrij.
עֹשֶׂ֤ה
(ose)
die doet
מִשְׁפָּ֨ט
(mishpat)
recht
לָעֲשׁוּקִ֗ים
(laashuqim)
aan onderdrukten
נֹתֵ֣ן
(noten)
die geeft
לֶ֭חֶם
(lechem)
brood
לָרְעֵבִ֑ים
(lareevim)
aan hongerigen
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
מַתִּ֥יר
(matir)
maakt los
אֲסוּרִֽים
(asurim)
gevangenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: Yahweh zorgt dat onderdrukten hun recht krijgen.

Zie ook Deut. 10:18.

אֲסוּרִים (asurim), ‘gevangenen’: letterlijk ‘gebondenen’.

8Yahweh opent de ogen van blinden. Yahweh richt gebogenen op. Yahweh heeft de rechtvaardigen lief.
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
פֹּ֘קֵ֤חַ
(poqeach)
opent de ogen van
עִוְרִ֗ים
(ivrim)
blinden
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
זֹקֵ֣ף
(zoqef)
richt op
כְּפוּפִ֑ים
(kefufim)
gebogenen
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אֹהֵ֥ב
(ohev)
heeft lief
צַדִּיקִֽים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֹּקֵחַ (poqeach), ‘opent’: de ogen worden opengedaan.

Het woord ‘ogen’ staat er in het Hebreeuws niet bij.

9Yahweh beschermt de vreemdelingen. De wees en de weduwe ondersteunt Hij, maar de weg van de goddelozen maakt Hij krom.
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
שֹׁ֘מֵ֤ר
(shomer)
beschermt
אֶת
(et)
(obj.)
גֵּרִ֗ים
(gerim)
vreemdelingen
יָת֣וֹם
(yatom)
wees
וְאַלְמָנָ֣ה
(vealmana)
en weduwe
יְעוֹדֵ֑ד
(yeoded)
ondersteunt Hij
וְדֶ֖רֶךְ
(vederekh)
en de weg van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
יְעַוֵּֽת
(yeavet)
maakt Hij krom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֵּר (ger), ‘vreemdeling’: iemand die als gast tussen anderen woont, zonder eigen land.

עִוֵּת (ivvet), ‘krom maken’: Hij verdraait hun weg, zodat die niet doorgaat.

10Yahweh is koning tot in eeuwigheid, jouw Elohim, Sion, van generatie op generatie. Halleluja!
יִמְלֹ֤ךְ
(yimlokh)
is koning
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
לְעוֹלָ֗ם
(leolam)
tot in eeuwigheid
אֱלֹהַ֣יִךְ
(elohayikh)
jouw Elohim
צִ֭יּוֹן
(tsiyon)
Sion
לְדֹ֥ר
(ledor)
van generatie
וָדֹ֗ר
(vador)
en generatie
הַֽלְלוּ
(hallu)
prijst
יָֽהּ
(yah)
Jah
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Sion wordt hier rechtstreeks aangesproken: de stad met haar bewoners.

Wij vertalen ‘jouw Elohim’, omdat Sion een stad is en geen persoon.

Zie ook Ps. 147:12.