Elohim Bijbel

Handelingen 2

12345678910111213141516171819202122232425262728

Pinksteren: de uitstorting van de Geest en de toespraak van Petrus

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Pinksteren: de Geest wordt uitgestort

1Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen samen op dezelfde plaats.
Καὶ
(Kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
συμπληροῦσθαι
(symplerousthai)
vervuld worden
τὴν
(ten)
de
ἡμέραν
(hemeran)
dag
τῆς
(tes)
van het
πεντηκοστῆς
(pentekostes)
Pinksteren
ἦσαν
(esan)
waren
πάντες
(pantes)
allen
ὁμοῦ
(homou)
samen
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτό
(auto)
zelfde
Bron: SBLGNT
Uitleg

πεντηκοστή (pentekoste), ‘Pinksteren’: letterlijk ‘de vijftigste (dag)’.

Het is het Joodse feest van de weken (Hebreeuws shavu’ot), vijftig dagen na het Pesach (Lev. 23:15–21).

Het wordt ook beschreven in Deut. 16:9–12 en Exod. 34:22. συμπληροῦσθαι (sympleroustai), ‘aanbrak’: letterlijk ‘vervuld werd’; de dag was gekomen. ἐπὶ τὸ αὐτό (epi to auto), ‘op dezelfde plaats’: letterlijk ‘op hetzelfde’.

De tekst zegt niet precies wie ‘zij allen’ zijn; vergelijk 1:13–15.

Zie ook Lev. 23:15–21; Deut. 16:9–12.

2Plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een hevige wind die aanwaait, en het vulde het hele huis waar zij zaten.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἄφνω
(aphno)
plotseling
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἦχος
(echos)
geluid
ὥσπερ
(hosper)
zoals
φερομένης
(pheromenes)
aanwaaiende
πνοῆς
(pnoes)
wind
βιαίας
(biaias)
hevige
καὶ
(kai)
en
ἐπλήρωσεν
(eplerosen)
vulde
ὅλον
(holon)
heel
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
οὗ
(hou)
waar
ἦσαν
(esan)
waren
καθήμενοι
(kathemenoi)
zittend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἦχος (echos), ‘geluid’. πνοή (pnoe), ‘wind’: ook ‘adem’.

In het Hebreeuws en het Grieks betekent hetzelfde woord (ruach, pneuma) zowel ‘wind’ als ‘Geest’.

De tekst noemt ‘het huis’ en zegt niet welk huis; vergelijk 1:13.

3Aan hen verschenen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en op ieder van hen ging er een zitten.
καὶ
(kai)
en
ὤφθησαν
(ophthesan)
verschenen
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
διαμεριζόμεναι
(diamerizomenai)
zich verdelend
γλῶσσαι
(glossai)
tongen
ὡσεὶ
(hosei)
als
πυρός
(pyros)
van vuur
καὶ
(kai)
en
ἐκάθισεν
(ekathisen)
zat
ἐφ’
(eph’)
op
ἕνα
(hena)
een
ἕκαστον
(hekaston)
ieder
αὐτῶν
(auton)
van hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

γλῶσσα (glossa), ‘tong’ en ‘taal’: hetzelfde woord, zie vers 4. ἐκάθισεν (ekathisen), ‘ging zitten’, staat in het enkelvoud: op ieder van hen ging er een zitten.

De vuurtongen herinneren aan de verschijning van Yahweh in vuur (Exod. 19:18).

4Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in andere talen te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
καὶ
(kai)
en
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
πάντες
(pantes)
allen
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
καὶ
(kai)
en
ἤρξαντο
(erxanto)
begonnen
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
ἑτέραις
(heterais)
andere
γλώσσαις
(glossais)
talen
καθὼς
(kathos)
zoals
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἐδίδου
(edidou)
gaf
ἀποφθέγγεσθαι
(apophthengesthai)
uit te spreken
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἑτέραις γλώσσαις (heterais glossais), ‘andere talen’: de Griekse tekst zegt dat zij in talen spraken die zij niet geleerd hadden; de menigte hoort dit in vers 6–11 als hun eigen taal. ἀποφθέγγεσθαι (apophthengesthai), ‘uitspreken’: indrukwekkend, vervuld spreken.

Zie ook Joël 3:1–5 (in de Nederlandse telling is dit 2:28–32); Luc. 24:49; Hand. 1:5.

De menigte is verbaasd

5In Jeruzalem woonden Joden, vrome mannen, uit alle volken onder de hemel.
Ἦσαν
(Esan)
waren
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonend
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
ἄνδρες
(andres)
mannen
εὐλαβεῖς
(eulabeis)
vrome
ἀπὸ
(apo)
uit
παντὸς
(pantos)
elk
ἔθνους
(ethnous)
volk
τῶν
(ton)
van degenen
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

εὐλαβής (eulabes), ‘vroom’: iemand die Elohim met eerbied dient.

Het zijn Joden die in Jeruzalem wonen maar uit alle landen afkomstig zijn; zie de lijst in vers 9–11. ἔθνος (ethnos), ‘volk’.

6Toen dit geluid klonk, kwam de menigte bijeen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
γενομένης
(genomenes)
toen was gekomen
δὲ
(de)
nu
τῆς
(tes)
de
φωνῆς
(phones)
geluid
ταύτης
(tautes)
dit
συνῆλθε
(synelthe)
kwam samen
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
καὶ
(kai)
en
συνεχύθη
(synechythe)
raakte in verwarring
ὅτι
(hoti)
omdat
ἤκουον
(ekouon)
hoorden
εἷς
(heis)
een
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
τῇ
(te)
in de
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
διαλέκτῳ
(dialekto)
taal
λαλούντων
(lalounton)
sprekend
αὐτῶν
(auton)
zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

φωνή (phone), ‘geluid’: ook ‘stem’.

Hier gaat het om het geluid uit vers 2 of om het spreken van de leerlingen. πλῆθος (plethos), ‘menigte’. συνεχύθη (synechythe), ‘raakte in verwarring’.

Zie ookHand 2:2
7Zij waren buiten zichzelf en verwonderden zich. Zij zeiden: „Zie, zijn al deze sprekers niet Galileeërs?
ἐξίσταντο
(existanto)
waren buiten zichzelf
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
en
ἐθαύμαζον
(ethaumazon)
verwonderden zich
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Οὐχ
(Ouch)
niet
ἰδοὺ
(idou)
zie
πάντες
(pantes)
allen
οὗτοί
(houtoi)
deze
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
die
λαλοῦντες
(lalountes)
sprekend
Γαλιλαῖοι
(Galilaioi)
Galileeërs
Bron: SBLGNT
Uitleg

Γαλιλαῖοι (Galilaioi), ‘Galileeërs’: mensen uit Galilea, een streek waar men een eigen uitspraak had (vergelijk Matt. 26:73).

Zij verwonderen zich dat Galileeërs zoveel talen spreken.

Zie ookMat 26:73
8En hoe horen wij het dan ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?
καὶ
(kai)
en
πῶς
(pos)
hoe
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀκούομεν
(akouomen)
horen
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
τῇ
(te)
in de
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
διαλέκτῳ
(dialekto)
taal
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐν
(en)
in
ᾗ
(he)
welke
ἐγεννήθημεν
(egennethemen)
zijn geboren
Bron: SBLGNT
9Parthen en Meden en Elamieten, en de bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia,
Πάρθοι
(Parthoi)
Parthen
καὶ
(kai)
en
Μῆδοι
(Medoi)
Meden
καὶ
(kai)
en
Ἐλαμῖται
(Elamitai)
Elamieten
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonen in
τὴν
(ten)
de
Μεσοποταμίαν
(Mesopotamian)
Mesopotamië
Ἰουδαίαν
(Ioudaian)
Judea
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
Καππαδοκίαν
(Kappadokian)
Kappadocië
Πόντον
(Ponton)
Pontus
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
Ἀσίαν
(Asian)
Asia
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Parthië (ongeveer): Parthië was het rijk van de Parthen, dat in die tijd Iran en Irak besloeg; het oorspronkelijke Parthië lag ten zuidoosten van de Kaspische Zee.

De grenzen zijn niet scherp; dit punt is bij benadering.

Zie Medië (de Meden): Medië lag in het noordwesten van het huidige Iran.

De Meden zijn de bewoners van dat land.

Zie Elam (de Elamieten): Elam lag ten oosten van de Tigris, in het zuidwesten van het huidige Iran.

De Elamieten zijn de bewoners van dat land.

Zie Mesopotamië (ongeveer): Mesopotamië is het land tussen de Eufraat en de Tigris, nu vooral Irak, met delen van Syrië en Turkije.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Zie Kappadocië (ongeveer): Kappadocië was het hoogland in het midden van het huidige Turkije.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Pontus (ongeveer): Pontus was de kuststreek aan de zuidkant van de Zwarte Zee, in het noorden van het huidige Turkije.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

De lijst van volken in vers 9–11 loopt van oost naar west: Parthen, Meden en Elamieten wonen oostelijk van het Romeinse rijk.

Het Grieks noemt ook Ἰουδαία (Ioudaia), ‘Judea’, tussen Mesopotamië en Kappadocië, wat opvallend is omdat Judea hun eigen land is; wij vertalen het zoals het staat. Ἀσία (Asia) is hier de Romeinse provincie Asia in het westen van het huidige Turkije.

10Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en de Romeinen die hier verblijven,
Φρυγίαν
(Phrygian)
Frygië
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
Παμφυλίαν
(Pamphylian)
Pamfylië
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
μέρη
(mere)
streken
τῆς
(tes)
van
Λιβύης
(Libyes)
Libië
τῆς
(tes)
die
κατὰ
(kata)
bij
Κυρήνην
(Kyrenen)
Cyrene
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
ἐπιδημοῦντες
(epidemountes)
verblijven
Ῥωμαῖοι
(Rhomaioi)
Romeinen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Frygië (ongeveer): Frygië was een streek in het westen en midden van het huidige Turkije.

De grenzen wisselden en zijn niet scherp.

Zie Pamfylië (ongeveer): Pamfylië was de kuststreek in het zuiden van het huidige Turkije, rond de baai van Antalya.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Libië (Cyrenaica; ongeveer): Met Libië bedoelt de tekst het gebied rond Cyrene, in het noordoosten van het huidige Libië.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Cyrene: Cyrene was de hoofdstad van Cyrenaica, in het noordoosten van het huidige Libië.

Er woonde een grote Joodse gemeenschap.

Uitleg

De streken van Libië bij Cyrene liggen ten westen van Egypte. ἐπιδημοῦντες (epidemountes), ‘verblijven’: mensen die in Jeruzalem op bezoek of tijdelijk gevestigd zijn.

11Joden en proselieten, Kretenzers en Arabieren: wij horen hen in onze eigen talen spreken over de grote daden van Elohim.”
Ἰουδαῖοί
(Ioudaioi)
Joden
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
προσήλυτοι
(proselytoi)
proselieten
Κρῆτες
(Kretes)
Kretenzers
καὶ
(kai)
en
Ἄραβες
(Arabes)
Arabieren
ἀκούομεν
(akouomen)
horen wij
λαλούντων
(lalounton)
sprekend
αὐτῶν
(auton)
hen
ταῖς
(tais)
in de
ἡμετέραις
(hemeterais)
onze
γλώσσαις
(glossais)
talen
τὰ
(ta)
de
μεγαλεῖα
(megaleia)
grote daden
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kreta: Kreta is het grote eiland ten zuiden van de Egeïsche Zee, ongeveer 250 km lang.

Paulus voer er langs op weg naar Rome (Handelingen 27).

Zie Arabië (de Arabieren; ongeveer): Arabië is het woestijngebied ten oosten en zuiden van Israël.

Wat de tekst met de Arabieren precies bedoelt, is niet te zeggen; de grenzen zijn niet scherp.

Uitleg

προσήλυτος (proselytos), ‘proseliet’: iemand die uit de volken tot het jodendom is overgegaan.

Joden en proselieten staan hier bij elkaar. μεγαλεῖα (megaleia), ‘grote daden’: de machtige werken van Elohim; vergelijk Luc. 1:49, ‘de Machtige heeft grote dingen voor mij gedaan’.

Zie ookLuc 1:49
12Zij waren allen buiten zichzelf en wisten geen raad. Zij zeiden tegen elkaar: „Wat betekent dit?”
ἐξίσταντο
(existanto)
waren buiten zichzelf
δὲ
(de)
nu
πάντες
(pantes)
allen
καὶ
(kai)
en
διηπόρουν
(dieporoun)
wisten geen raad
ἄλλος
(allos)
de een
πρὸς
(pros)
tot
ἄλλον
(allon)
de ander
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
θέλει
(thelei)
wil
τοῦτο
(touto)
dit
εἶναι
(einai)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαπορέω (diaporeo), ‘geen raad weten’: niet weten wat men moet denken. τί θέλει τοῦτο εἶναι (ti thelei touto einai) is letterlijk ‘wat wil dit zijn’; wij schrijven ‘wat betekent dit’.

13Anderen zeiden spottend: „Zij zijn vol van zoete wijn.”
ἕτεροι
(heteroi)
anderen
δὲ
(de)
maar
διαχλευάζοντες
(diachleuazontes)
spottend
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
ὅτι
(hoti)
dat
Γλεύκους
(Gleukous)
van zoete wijn
μεμεστωμένοι
(memestomenoi)
vol
εἰσίν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

γλεῦκος (gleukos) is ‘most’ of jonge, zoete wijn; die kon nog sterk werken.

De spotters zeggen dat de leerlingen dronken zijn.

De toespraak van Petrus

14Petrus stond op met de elf, verhief zijn stem en sprak hen toe: „Mannen, Joden en alle bewoners van Jeruzalem, dit moet jullie bekend zijn. Luister goed naar mijn woorden.
Σταθεὶς
(Statheis)
opgestaan
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
ἕνδεκα
(hendeka)
elf
ἐπῆρεν
(eperen)
verhief
τὴν
(ten)
de
φωνὴν
(phonen)
stem
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἀπεφθέγξατο
(apephthenxato)
sprak uit
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonen in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
πάντες
(pantes)
allen
τοῦτο
(touto)
dit
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
ἔστω
(esto)
laat zijn
καὶ
(kai)
en
ἐνωτίσασθε
(enotisasthe)
luister goed
τὰ
(ta)
de
ῥήματά
(rhemata)
woorden
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De ‘elf’ zijn de apostelen met Matthias (1:26). ἀπεφθέγξατο (apephthenxato), ‘sprak uit’, is hetzelfde werkwoord als ‘uitspreken’ in vers 4: Petrus spreekt onder leiding van de Geest. ἐνωτίσασθε (enotisasthe), ‘luister goed’: letterlijk ‘neem in het oor’.

Zie ookHand 2:4
15Deze mensen zijn niet dronken, zoals jullie denken, want het is het derde uur van de dag.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ὡς
(hos)
zoals
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὑπολαμβάνετε
(hypolambanete)
veronderstellen
οὗτοι
(houtoi)
deze
μεθύουσιν
(methyousin)
zijn dronken
ἔστιν
(estin)
is
γὰρ
(gar)
want
ὥρα
(hora)
uur
τρίτη
(trite)
derde
τῆς
(tes)
van de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὥρα τρίτη (hora trite), ‘het derde uur’: de uren van de dag werden geteld vanaf zonsopgang.

Het derde uur is dus ongeveer 9 uur ’s ochtends.

16Maar dit is wat gezegd is door de profeet Joël:
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῦτό
(touto)
dit
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
εἰρημένον
(eiremenon)
gezegde
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
Ἰωήλ
(Ioel)
Joël
Bron: SBLGNT
Uitleg

De profeet Joël: het citaat in vers 17–21 is Joël 3:1–5 (in de Nederlandse telling is dit 2:28–32).

Zie ook Joël 3:1–5.

17‘Het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt Elohim: Ik zal van Mijn Geest uitstorten over alle vlees. Jullie zonen en jullie dochters zullen profeteren, jullie jonge mannen zullen visioenen zien en jullie oude mannen zullen dromen hebben.
Καὶ
(Kai)
en
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐσχάταις
(eschatais)
laatste
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ἐκχεῶ
(ekcheo)
zal uitstorten
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
πνεύματός
(pneumatos)
Geest
μου
(mou)
Mijn
ἐπὶ
(epi)
op
πᾶσαν
(pasan)
alle
σάρκα
(sarka)
vlees
καὶ
(kai)
en
προφητεύσουσιν
(propheteusousin)
zullen profeteren
οἱ
(hoi)
de
υἱοὶ
(huioi)
zonen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
θυγατέρες
(thygateres)
dochters
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
νεανίσκοι
(neaniskoi)
jonge mannen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὁράσεις
(horaseis)
visioenen
ὄψονται
(opsontai)
zullen zien
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
oude mannen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐνυπνίοις
(enypniois)
met dromen
ἐνυπνιασθήσονται
(enypniasthesontai)
zullen dromen hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Hebreeuws heeft ‘daarna’ (אַחֲרֵי־כֵן, acharei-chen); de Griekse tekst heeft ‘in de laatste dagen’ en voegt ‘zegt Elohim’ toe.

Het Hebreeuws noemt eerst de oude mannen en dan de jonge mannen; de Griekse tekst heeft de omgekeerde volgorde. πρεσβύτεροι (presbyteroi) is hier ‘oude mannen’, tegenover ‘jonge mannen’; elders in dit boek ‘ouderlingen’ (bijv. 11:30). σάρξ (sarx), ‘vlees’: alle mensen.

De uitstorting van de Geest over ‘alle vlees’ sluit aan bij de wens van Mozes in Num. 11:29.

Zie ook Joël 3:1–5; Num. 11:29.

18Ook over Mijn knechten en over Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
καί
(kai)
en
γε
(ge)
zelfs
ἐπὶ
(epi)
over
τοὺς
(tous)
de
δούλους
(doulous)
knechten
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
over
τὰς
(tas)
de
δούλας
(doulas)
dienaressen
μου
(mou)
Mijn
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ἐκχεῶ
(ekcheo)
zal uitstorten
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
πνεύματός
(pneumatos)
Geest
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
προφητεύσουσιν
(propheteusousin)
zullen profeteren
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Hebreeuws heeft ‘de dienaren’ en ‘de slavinnen’ zonder ‘Mijn’, en heeft niet de woorden ‘en zij zullen profeteren’; de Griekse tekst heeft beide. δοῦλος (doulos) vertalen wij ‘knecht’, δούλη (doule) ‘dienares’.

19Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en damp van rook.
καὶ
(kai)
en
δώσω
(doso)
zal geven
τέρατα
(terata)
wonderen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ἄνω
(ano)
boven
καὶ
(kai)
en
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
κάτω
(kato)
beneden
αἷμα
(haima)
bloed
καὶ
(kai)
en
πῦρ
(pyr)
vuur
καὶ
(kai)
en
ἀτμίδα
(atmida)
damp
καπνοῦ
(kapnou)
van rook
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Hebreeuws heeft ‘Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde: bloed, vuur en zuilen van rook’.

De Griekse tekst voegt ‘boven’, ‘beneden’ en ‘tekenen’ toe en heeft ‘damp van rook’ (ἀτμίς, atmis) voor ‘zuilen van rook’. τέρας (teras), ‘wonder’; σημεῖον (semeion), ‘teken’.

20De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de dag van Yahweh komt, de grote en schitterende.
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
μεταστραφήσεται
(metastraphesetai)
zal worden veranderd
εἰς
(eis)
in
σκότος
(skotos)
duisternis
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
σελήνη
(selene)
maan
εἰς
(eis)
in
αἷμα
(haima)
bloed
πρὶν
(prin)
voordat
ἢ
(e)
dan
ἐλθεῖν
(elthein)
komt
ἡμέραν
(hemeran)
dag
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
τὴν
(ten)
de
μεγάλην
(megalen)
grote
καὶ
(kai)
en
ἐπιφανῆ
(epiphane)
schitterende
Bron: SBLGNT
Uitleg

κυρίου (kyriou) is hier vertaald als Yahweh, omdat het Hebreeuwse citaat יהוה heeft.

Het Hebreeuws heeft ‘de grote en vreeswekkende’ (נוֹרָא, nora); de Griekse tekst heeft ἐπιφανῆ (epiphane), ‘schitterende, in het oog vallende’.

21Het zal gebeuren: ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal gered worden.’
καὶ
(kai)
en
ἔσται
(estai)
zal zijn
πᾶς
(pas)
ieder
ὃς
(hos)
die
ἐὰν
(ean)
maar
ἐπικαλέσηται
(epikalesetai)
aanroept
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
σωθήσεται
(sothesetai)
zal worden gered
Bron: SBLGNT
Uitleg

κυρίου is hier vertaald als Yahweh (Hebreeuws יהוה).

Het Hebreeuws heeft ‘zal ontkomen’ (יִמָּלֵט, yimmalet); de Griekse tekst heeft σωθήσεται (sothesetai), ‘zal gered worden’.

Wij vertalen σῴζω overal met ‘redden’.

Het Hebreeuws gaat verder met ‘op de berg Sion en in Jeruzalem zullen er ontkomenen zijn’; Petrus houdt hier op.

Zie ook Joël 3:5; Rom. 10:13.

22Mannen, Israëlieten, luister naar deze woorden. Yeshua de Nazoreeër was een man die door Elohim bij jullie is aangewezen met krachten, wonderen en tekenen. Elohim heeft die door Hem in jullie midden gedaan, zoals jullie zelf weten.
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Ἰσραηλῖται
(Israelitai)
Israëlieten
ἀκούσατε
(akousate)
luister
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τούτους
(toutous)
deze
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τὸν
(ton)
de
Ναζωραῖον
(Nazoraion)
Nazoreeër
ἄνδρα
(andra)
man
ἀποδεδειγμένον
(apodedeigmenon)
aangewezen
ἀπὸ
(apo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
δυνάμεσι
(dynamesi)
met krachten
καὶ
(kai)
en
τέρασι
(terasi)
wonderen
καὶ
(kai)
en
σημείοις
(semeiois)
tekenen
οἷς
(hois)
die
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
καθὼς
(kathos)
zoals
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
οἴδατε
(oidate)
weten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ναζωραῖος (Nazoraios), ‘Nazoreeër’: iemand uit Nazaret (Matt. 2:23). ἀποδεδειγμένον (apodedeigmenon), ‘aangewezen’: openlijk aangetoond. δύναμις (dynamis), ‘kracht’; τέρας, ‘wonder’; σημεῖον, ‘teken’.

In het Grieks is Yeshua het voorwerp van ‘luister’; wij maken er een eigen zin van en voegen daarvoor ‘was’ toe.

Zie ook Luc. 24:19.

23Hem hebben jullie, overgeleverd volgens het vastgestelde plan en de voorkennis van Elohim, door de hand van wetelozen vastgenageld en gedood.
τοῦτον
(touton)
Hem
τῇ
(te)
door het
ὡρισμένῃ
(horismene)
vastgestelde
βουλῇ
(boule)
plan
καὶ
(kai)
en
προγνώσει
(prognosei)
voorkennis
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἔκδοτον
(ekdoton)
overgeleverd
διὰ
(dia)
door
χειρὸς
(cheiros)
hand
ἀνόμων
(anomon)
van wetelozen
προσπήξαντες
(prospexantes)
vastgenageld hebbend
ἀνείλατε
(aneilate)
hebben gedood
Bron: SBLGNT
Uitleg

βουλή (boule), ‘plan’: wat Elohim besloten heeft; πρόγνωσις (prognosis), ‘voorkennis’.

Zie ook 4:28. ἄνομος (anomos), ‘wetteloze’: iemand zonder de wet van Mozes, dus meestal een niet-Jood; wij vertalen ‘wetelozen’ zoals in Luc. 22:37. προσπήγνυμι (prospegnymi), ‘vastnagelen’: aan het kruis.

Zie ook Luc. 22:22; Luc. 22:37.

24Elohim heeft Hem laten opstaan en de weeën van de dood losgemaakt. Want het was niet mogelijk dat Hij door de dood vastgehouden werd.
ὃν
(hon)
die
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀνέστησεν
(anestesen)
liet opstaan
λύσας
(lysas)
losmakend
τὰς
(tas)
de
ὠδῖνας
(odinas)
weeën
τοῦ
(tou)
van de
θανάτου
(thanatou)
dood
καθότι
(kathoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἦν
(en)
was
δυνατὸν
(dynaton)
mogelijk
κρατεῖσθαι
(krateisthai)
vastgehouden te worden
αὐτὸν
(auton)
Hij
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
de dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνέστησεν (anestesen), ‘liet opstaan’; wij vertalen ἀνίστημι zo en ἐγείρω (egeiro) met ‘opwekken’. ὠδῖνες (odines), ‘weeën’: barensweeën.

Ps. 18:5–6 (in de Nederlandse telling is dit 18:4–5) heeft in het Hebreeuws ‘touwen van de dood’ (חֶבְלֵי־מָוֶת, chevlei-mavet); het Hebreeuwse woord heeft ook de betekenis ‘weeën’.

Zie ook Ps. 18:5–6.

25David zegt namelijk over Hem: ‘Ik zag Yahweh altijd voor mij, want Hij is aan mijn rechterhand, zodat ik niet wankel.
Δαυὶδ
(Dauid)
David
γὰρ
(gar)
want
λέγει
(legei)
zegt
εἰς
(eis)
over
αὐτόν
(auton)
Hem
Προορώμην
(Prooromen)
zag voor mij
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Yahweh
ἐνώπιόν
(enopion)
voor
μου
(mou)
mij
διὰ
(dia)
door
παντός
(pantos)
altijd
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐκ
(ek)
aan
δεξιῶν
(dexion)
rechterhand
μού
(mou)
mijn
ἐστιν
(estin)
is
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
σαλευθῶ
(saleutho)
ik wankel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is Ps. 16:8–11. κύριον (kyrion) is hier vertaald als Yahweh.

Het Hebreeuws heeft ‘Ik heb Yahweh altijd voor mij gesteld’; de Griekse tekst heeft προορώμην (prooromen), ‘ik zag voor mij’.

Petrus zegt dat David hier ‘over Hem’ spreekt, over de Messias (vers 31).

Zie ook Ps. 16:8–11.

26Daarom is mijn hart verheugd en jubelt mijn tong. Bovendien zal ook mijn vlees in hoop wonen,
διὰ
(dia)
wegens
τοῦτο
(touto)
dit
ηὐφράνθη
(eyphranthe)
was verheugd
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
ἠγαλλιάσατο
(egalliasato)
jubelde
ἡ
(he)
de
γλῶσσά
(glossa)
tong
μου
(mou)
mijn
ἔτι
(eti)
bovendien
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
het
σάρξ
(sarx)
vlees
μου
(mou)
mijn
κατασκηνώσει
(kataskenosei)
zal wonen
ἐπ’
(ep’)
in
ἐλπίδι
(elpidi)
hoop
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Hebreeuws van Ps. 16:9 heeft ‘mijn eer jubelt’ (כְּבוֹדִי, kevodi); de Griekse tekst heeft ‘mijn tong jubelt’.

Het Hebreeuws heeft ‘mijn vlees zal in veiligheid wonen’; de Griekse tekst heeft ἐπ’ ἐλπίδι (ep elpidi), ‘in hoop’. κατασκηνόω (kataskenoo), ‘wonen’: letterlijk ‘een tent opslaan’.

Zie ookPs 16:9
27want U zult mijn ziel niet achterlaten in het dodenrijk en U zult niet toestaan dat Uw getrouwe ontbinding ziet.
ὅτι
(hoti)
want
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγκαταλείψεις
(enkataleipseis)
zult achterlaten
τὴν
(ten)
de
ψυχήν
(psychen)
ziel
μου
(mou)
mijn
εἰς
(eis)
in
ᾅδην
(haden)
dodenrijk
οὐδὲ
(oude)
en niet
δώσεις
(doseis)
zult toestaan
τὸν
(ton)
de
ὅσιόν
(hosion)
getrouwe
σου
(sou)
Uw
ἰδεῖν
(idein)
te zien
διαφθοράν
(diaphthoran)
ontbinding
Bron: SBLGNT
Uitleg

ᾅδης (hades), ‘dodenrijk’; het Hebreeuws van Ps. 16:10 heeft ‘Sjeol’ (שְׁאוֹל). ὅσιος (hosios), ‘getrouwe’: het Hebreeuws heeft חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’. διαφθορά (diaphthora), ‘ontbinding’, is ook ‘verderf’; het Hebreeuws heeft שַׁחַת (shachat), ‘kuil’.

Petrus legt het uit als: het lichaam van de Messias zou niet vergaan (vers 31).

28U hebt mij de wegen van het leven bekendgemaakt. U zult mij vervullen met blijdschap bij Uw aangezicht.’
ἐγνώρισάς
(egnorisas)
hebt bekendgemaakt
μοι
(moi)
aan mij
ὁδοὺς
(hodous)
wegen
ζωῆς
(zoes)
van het leven
πληρώσεις
(pleroseis)
zult vervullen
με
(me)
mij
εὐφροσύνης
(euphrosynes)
met blijdschap
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
het
προσώπου
(prosopou)
aangezicht
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Hebreeuws van Ps. 16:11 heeft ‘het pad van het leven’ (enkelvoud) en ‘verzadiging van vreugde’; de Griekse tekst heeft ‘wegen van het leven’ en ‘vervullen met blijdschap’ (εὐφροσύνη, euphrosyne).

De tekst eindigt hier bij het citaat; ‘voor altijd’ uit het Hebreeuws staat niet in de Griekse tekst.

Zie ookPs 16:11
29Mannen, broers, ik mag vrijmoedig tegen jullie zeggen over de aartsvader David dat hij gestorven en begraven is. Het graf van David is bij ons tot op deze dag.
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐξὸν
(exon)
geoorloofd
εἰπεῖν
(eipein)
te zeggen
μετὰ
(meta)
met
παρρησίας
(parresias)
vrijmoedigheid
πρὸς
(pros)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
πατριάρχου
(patriarchou)
aartsvader
Δαυίδ
(Dauid)
David
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
ἐτελεύτησεν
(eteleutesen)
stierf
καὶ
(kai)
en
ἐτάφη
(etaphe)
werd begraven
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
μνῆμα
(mnema)
graf
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἔστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
bij
ἡμῖν
(hemin)
ons
ἄχρι
(achri)
tot
τῆς
(tes)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ταύτης
(tautes)
deze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Graf van David (traditioneel; ligging onzeker): Het graf van David wordt van oudsher gezocht op de Sion, de zuidwestelijke heuvel van Jeruzalem.

Volgens 1 Koningen 2:10 werd David begraven in de stad van David.

De precieze plek is niet zeker.

Uitleg

παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: openlijk en zonder angst spreken.

Wij vertalen dit woord overal zo (ook 4:13, 4:29, 4:31). πατριάρχης (patriarches), ‘aartsvader’: stamvader.

Het graf van David in Jeruzalem wordt genoemd in 1 Kon. 2:10.

Zie ook 1 Kon. 2:10.

Zie ook1 Kon 2:10
30David was dus profeet. Hij wist dat Elohim hem onder ede gezworen had dat er iemand uit de vrucht van zijn lendenen op zijn troon zou zitten.
προφήτης
(prophetes)
profeet
οὖν
(oun)
dus
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
καὶ
(kai)
en
εἰδὼς
(eidos)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ὅρκῳ
(horko)
met een eed
ὤμοσεν
(omosen)
zwoer
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκ
(ek)
uit
καρποῦ
(karpou)
vrucht
τῆς
(tes)
van de
ὀσφύος
(osphyos)
lendenen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καθίσαι
(kathisai)
te laten zitten
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
θρόνον
(thronon)
troon
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt niet wie op de troon zou zitten; wij voegen ‘iemand’ toe.

Dit gaat terug op Ps. 132:11 (‘Een vrucht van je schoot zal Ik op je troon zetten’) en 2 Sam. 7:12–13. ὀσφύς (osphys), ‘lendenen’: de plaats van de voortplanting; het Hebreeuws van Ps. 132:11 heeft ‘schoot’.

Zie ook Ps. 132:11; 2 Sam. 7:12–13.

31David zag dit vooruit en sprak over de opstanding van de Messias. Hij is niet in het dodenrijk achtergelaten en Zijn vlees heeft de ontbinding niet gezien.
προϊδὼν
(proidon)
vooruitziend
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
τοῦ
(tou)
van de
χριστοῦ
(christou)
Messias
ὅτι
(hoti)
dat
οὔτε
(oute)
noch
ἐγκατελείφθη
(enkateleiphthe)
werd achtergelaten
εἰς
(eis)
in
ᾅδην
(haden)
dodenrijk
οὔτε
(oute)
noch
ἡ
(he)
het
σὰρξ
(sarx)
vlees
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἶδεν
(eiden)
zag
διαφθοράν
(diaphthoran)
ontbinding
Bron: SBLGNT
Uitleg

χριστός (christos), ‘Messias’: het woord betekent ‘gezalfde’; het is de vertaling van het Hebreeuwse מָשִׁיחַ (mashiach).

Wij schrijven overal ‘Messias’.

Petrus zegt dat David, doordat hij profeet was, de opstanding van de Messias voorzag.

32Deze Yeshua heeft Elohim laten opstaan. Daarvan zijn wij allen getuigen.
τοῦτον
(touton)
deze
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ἀνέστησεν
(anestesen)
liet opstaan
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
οὗ
(hou)
waarvan
πάντες
(pantes)
allen
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐσμεν
(esmen)
zijn
μάρτυρες
(martyres)
getuigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μάρτυς (martys), ‘getuige’: zoals in 1:8 en 1:22.

33Hij is dus door de rechterhand van Elohim verhoogd en heeft van de Vader de belofte van de Heilige Geest ontvangen. Hij heeft dit uitgestort, wat jullie zien en horen.
τῇ
(te)
door de
δεξιᾷ
(dexia)
rechterhand
οὖν
(oun)
dus
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὑψωθεὶς
(hypsotheis)
verhoogd
τήν
(ten)
de
τε
(te)
en
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
λαβὼν
(labon)
ontvangen hebbend
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
Vader
ἐξέχεεν
(execheen)
heeft uitgestort
τοῦτο
(touto)
dit
ὃ
(ho)
wat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
βλέπετε
(blepete)
zien
καὶ
(kai)
en
ἀκούετε
(akouete)
horen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τῇ δεξιᾷ (te dexia) kan ‘door de rechterhand’ of ‘aan de rechterhand’ betekenen.

Wij kiezen ‘door’; in vers 34 staat ‘aan Mijn rechterhand’. ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’: wij vertalen dit werkwoord overal zo, ook in Joh. 12:32. ἐπαγγελία, ‘belofte’: zie 1:4–5. ἐκχέω (ekcheo), ‘uitstorten’, is hetzelfde werkwoord als in vers 17.

Zie ook Luc. 24:49; Joh. 14:26.

34Want David is niet naar de hemel opgestegen, maar hij zelf zegt: ‘Yahweh zei tegen mijn Heer: „Zit aan Mijn rechterhand,
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
Δαυὶδ
(Dauid)
David
ἀνέβη
(anebe)
steeg op
εἰς
(eis)
naar
τοὺς
(tous)
de
οὐρανούς
(ouranous)
hemelen
λέγει
(legei)
zegt
δὲ
(de)
maar
αὐτός
(autos)
hijzelf
Εἶπεν
(Eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Yahweh
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
μου
(mou)
mijn
Κάθου
(Kathou)
zit
ἐκ
(ek)
aan
δεξιῶν
(dexion)
rechterhand
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is Ps. 110:1.

Het Hebreeuws heeft ‘Uitspraak van Yahweh tot mijn Heer’ (Adonai); de Griekse tekst heeft ὁ κύριος τῷ κυρίῳ μου (ho kyrios to kyrio mou).

Wij vertalen het eerste κύριος als Yahweh en het tweede als ‘Heer’, zoals in Luc. 20:42.

Petrus zegt dat David niet naar de hemel opgestegen is; de psalm gaat dus niet over David zelf.

Zie ook Ps. 110:1; Matt. 22:44; Mark. 12:36; Luc. 20:42–43.

35totdat Ik je vijanden leg als voetbank voor je voeten.”’
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
maar
θῶ
(tho)
Ik leg
τοὺς
(tous)
de
ἐχθρούς
(echthrous)
vijanden
σου
(sou)
je
ὑποπόδιον
(hypopodion)
voetbank
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
36Het hele huis van Israël moet daarom met zekerheid weten dat Elohim Hem zowel tot Heer als tot Messias heeft gemaakt. Dat is deze Yeshua, die jullie gekruisigd hebben.”
ἀσφαλῶς
(asphalos)
met zekerheid
οὖν
(oun)
dus
γινωσκέτω
(ginosketo)
laat weten
πᾶς
(pas)
heel
οἶκος
(oikos)
huis
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
zowel
κύριον
(kyrion)
Heer
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
als
χριστὸν
(christon)
Messias
ἐποίησεν
(epoiesen)
maakte
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
τοῦτον
(touton)
deze
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ὃν
(hon)
die
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐσταυρώσατε
(estaurosate)
hebben gekruisigd
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios) is hier de titel ‘Heer’ (met hoofdletter): Elohim heeft de gekruisigde Yeshua tot Heer en Messias gemaakt.

Het is geen citaat uit het Oude Testament.

Vergelijk Ps. 110:1 in vers 34. ἐσταυρώσατε (estaurosate), ‘gekruisigd hebt’: Petrus spreekt hier tot de bewoners van Jeruzalem.

De reactie van de menigte

37Toen zij dit hoorden, werden zij in het hart getroffen. Zij zeiden tegen Petrus en de overige apostelen: „Wat moeten wij doen, mannen, broers?”
Ἀκούσαντες
(Akousantes)
gehoord hebbend
δὲ
(de)
nu
κατενύγησαν
(katenygesan)
werden getroffen
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
εἶπόν
(eipon)
zeiden
τε
(te)
en
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
Πέτρον
(Petron)
Petrus
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
λοιποὺς
(loipous)
overige
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
Τί
(Ti)
wat
ποιήσωμεν
(poiesomen)
moeten wij doen
ἄνδρες
(andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατενύγησαν (katenygesan), ‘werden getroffen’: letterlijk ‘doorstoken’.

Het gaat om diepe ontroering en schuldgevoel. ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: zie 1:15.

38Petrus zei tegen hen: „Bekeer jullie en laat ieder van jullie zich dopen in de naam van Yeshua de Messias tot vergeving van jullie zonden. En jullie zullen de gave van de Heilige Geest ontvangen.
Πέτρος
(Petros)
Petrus
δὲ
(de)
nu
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Μετανοήσατε
(Metanoesate)
bekeer jullie
καὶ
(kai)
en
βαπτισθήτω
(baptistheto)
laat zich dopen
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
εἰς
(eis)
tot
ἄφεσιν
(aphesin)
vergeving
τῶν
(ton)
van de
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
λήμψεσθε
(lempsesthe)
zullen ontvangen
τὴν
(ten)
de
δωρεὰν
(dorean)
gave
τοῦ
(tou)
van de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft bij Petrus geen werkwoord (‘Petrus … tot hen’); wij schrijven ‘zei’. μετανοέω (metanoeo), ‘zich bekeren’: van denken veranderen (zie Matt. 3:2). βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’; βαπτισθήτω is lijdend: ‘laat zich dopen’. ἐπὶ τῷ ὀνόματι (epi to onomati) is letterlijk ‘op de naam’; elders staat ἐν τῷ ὀνόματι, ‘in de naam’ (bijv. 10:48). δωρεά (dorea), ‘gave’: een geschenk.

Zie ook Luc. 24:47; Mark. 1:4.

39Want voor jullie is de belofte, voor jullie kinderen en voor allen die ver weg zijn, zovelen als Yahweh, onze Elohim, tot Zich roept.”
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἐπαγγελία
(epangelia)
belofte
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
voor de
τέκνοις
(teknois)
kinderen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
πᾶσι
(pasi)
voor allen
τοῖς
(tois)
die
εἰς
(eis)
tot
μακρὰν
(makran)
ver
ὅσους
(hosous)
zovelen
ἂν
(an)
maar
προσκαλέσηται
(proskalesetai)
tot Zich roept
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Allen die ver weg zijn’ (τοῖς εἰς μακράν) kan Joden in andere landen bedoelen of mensen uit de volken; vergelijk Jes. 57:19, ‘vrede voor wie ver is en voor wie dichtbij is’. κύριος ὁ θεὸς ἡμῶν is hier vertaald als ‘Yahweh, onze Elohim’, naar het Hebreeuwse יהוה אלהינו.

De woorden doen denken aan Joël 3:5, ‘zij die Yahweh roept’.

Zie ook Jes. 57:19; Joël 3:5.

40Met nog veel meer andere woorden getuigde hij ernstig en spoorde hij hen aan: „Laat jullie redden van deze kromme generatie.”
ἑτέροις
(heterois)
met andere
τε
(te)
en
λόγοις
(logois)
woorden
πλείοσιν
(pleiosin)
meer
διεμαρτύρατο
(diemartyrato)
getuigde ernstig
καὶ
(kai)
en
παρεκάλει
(parekalei)
spoorde aan
αὐτοὺς
(autous)
hen
λέγων
(legon)
zeggend
Σώθητε
(Sothete)
laat jullie redden
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
γενεᾶς
(geneas)
generatie
τῆς
(tes)
de
σκολιᾶς
(skolias)
kromme
ταύτης
(tautes)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘ernstig getuigen’: plechtig verklaren. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: ook ‘vermanen, troosten’. σκολιός (skolios), ‘krom’: een beeld voor wie van het rechte pad af is; het komt uit Deut. 32:5, ‘een verdraaid en kronkelig geslacht’. γενεά (genea), ‘generatie’.

Zie ook Deut. 32:5.

Zie ookDeut 32:5

De eerste gemeente in Jeruzalem

41Zij die zijn woord aanvaardden, werden gedoopt. Op die dag werden er ongeveer 3000 mensen toegevoegd.
οἱ
(hoi)
die
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dan
ἀποδεξάμενοι
(apodexamenoi)
aanvaard hebbend
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐβαπτίσθησαν
(ebaptisthesan)
werden gedoopt
καὶ
(kai)
en
προσετέθησαν
(prosetethesan)
werden toegevoegd
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
ψυχαὶ
(psychai)
mensen
ὡσεὶ
(hosei)
ongeveer
τρισχίλιαι
(trischiliai)
drieduizend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘ziel’: hier ‘persoon’, zoals het Hebreeuwse nefesj (Gen. 46:27).

Wij schrijven ‘mensen’.

Het getal 3000 is ‘ongeveer’ (ὡσεί, hosei).

Zie ookGen 46:27
42Zij bleven volharden in het onderwijs van de apostelen, in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.
ἦσαν
(esan)
waren
δὲ
(de)
nu
προσκαρτεροῦντες
(proskarterountes)
volhardend
τῇ
(te)
in het
διδαχῇ
(didache)
onderwijs
τῶν
(ton)
van de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
in de
κοινωνίᾳ
(koinonia)
gemeenschap
τῇ
(te)
in het
κλάσει
(klasei)
breken
τοῦ
(tou)
van het
ἄρτου
(artou)
brood
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
in de
προσευχαῖς
(proseuchais)
gebeden
Bron: SBLGNT
Uitleg

διδαχή (didache), ‘onderwijs’. κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: samen delen. κλάσις τοῦ ἄρτου (klasis tou artou), ‘het breken van het brood’: de gewone maaltijd of de maaltijd van de Heer (Luc. 22:19; 24:30, 24:35).

Het Grieks zegt niet welke van de twee bedoeld is.

Het Grieks kan ook zo gelezen worden dat ‘gemeenschap’ en ‘het breken van het brood’ bij elkaar horen.

Zie ook Luc. 22:19; Luc. 24:35.

43Vrees kwam over ieder mens, en vele wonderen en tekenen gebeurden door de apostelen.
Ἐγίνετο
(Egineto)
kwam
δὲ
(de)
nu
πάσῃ
(pase)
over ieder
ψυχῇ
(psyche)
mens
φόβος
(phobos)
vrees
πολλά
(polla)
vele
τε
(te)
en
τέρατα
(terata)
wonderen
καὶ
(kai)
en
σημεῖα
(semeia)
tekenen
διὰ
(dia)
door
τῶν
(ton)
de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
ἐγίνετο
(egineto)
gebeurden
Bron: SBLGNT
Uitleg

φόβος (phobos), ‘vrees’: eerbied en ontzag.

‘Wonderen en tekenen’ zijn dezelfde woorden als in vers 19 en 22.

44Allen die geloofden, waren bij elkaar en hadden alles gemeenschappelijk.
πάντες
(pantes)
allen
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
die
πιστεύοντες
(pisteuontes)
geloofden
ἦσαν
(esan)
waren
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
καὶ
(kai)
en
εἶχον
(eichon)
hadden
ἅπαντα
(hapanta)
alles
κοινά
(koina)
gemeenschappelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπὶ τὸ αὐτό (epi to auto): zie vers 1.

Hier ‘bij elkaar’.

Zie ook Hand. 4:32–35.

45Zij verkochten hun bezittingen en have en verdeelden dat onder allen, naar wat ieder nodig had.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
κτήματα
(ktemata)
bezittingen
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ὑπάρξεις
(hyparxeis)
have
ἐπίπρασκον
(epipraskon)
verkochten
καὶ
(kai)
en
διεμέριζον
(diemerizon)
verdeelden
αὐτὰ
(auta)
die
πᾶσιν
(pasin)
onder allen
καθότι
(kathoti)
naarmate
ἄν
(an)
maar
τις
(tis)
iemand
χρείαν
(chreian)
behoefte
εἶχεν
(eichen)
had
Bron: SBLGNT
Uitleg

κτῆμα (ktema), ‘bezit’: land en vast bezit; ὕπαρξις (hyparxis), ‘have’: roerende goederen.

Dit gebeurde vrijwillig, naar behoefte (vergelijk 4:34–35).

Zie ook Hand. 4:32–35.

46Elke dag bleven zij eensgezind volharden in de tempel. In de huizen braken zij brood en aten zij hun voedsel met jubel en een eenvoudig hart,
καθ’
(kath’)
elke
ἡμέραν
(hemeran)
dag
τε
(te)
en
προσκαρτεροῦντες
(proskarterountes)
volhardend
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
κλῶντές
(klontes)
brekend
τε
(te)
en
κατ’
(kat’)
per
οἶκον
(oikon)
huis
ἄρτον
(arton)
brood
μετελάμβανον
(metelambanon)
namen deel aan
τροφῆς
(trophes)
voedsel
ἐν
(en)
in
ἀγαλλιάσει
(agalliasei)
jubel
καὶ
(kai)
en
ἀφελότητι
(apheloteti)
eenvoud
καρδίας
(kardias)
van hart
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμοθυμαδόν (homothymadon), ‘eensgezind’: zie 1:14. κατ’ οἶκον (kat oikon) is ‘in de huizen’, van huis tot huis. ἀγαλλίασις (agalliasis), ‘jubel’; ἀφελότης (aphelotes), ‘eenvoud’: een eenvoudig, oprecht hart; het woord is zeldzaam.

47terwijl zij Elohim loofden en in de gunst stonden bij het hele volk. En de Heer voegde dagelijks aan hen toe wie gered werden.
αἰνοῦντες
(ainountes)
lovend
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
χάριν
(charin)
gunst
πρὸς
(pros)
bij
ὅλον
(holon)
heel
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
κύριος
(kyrios)
Heer
προσετίθει
(prosetithei)
voegde toe
τοὺς
(tous)
die
σῳζομένους
(sozomenous)
gered werden
καθ’
(kath’)
elke
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτό
(auto)
zelfde
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘gunst’: hier de welwillendheid van het volk; wij vertalen χάρις elders met ‘genade’ of ‘dank’. ὁ κύριος (ho kyrios), ‘de Heer’: de Heer Yeshua; zie 1:21. ἐπὶ τὸ αὐτό (epi to auto), ‘op hetzelfde’, staat aan het eind van de zin.

Wij laten het in de tekst weg, omdat ‘aan hen toevoegen’ al zegt dat zij één groep werden; in de glosses staat het wel.