Elohim Bijbel

Handelingen 13

12345678910111213141516171819202122232425262728

Barnabas en Saulus worden uitgezonden: Cyprus en Antiochië in Pisidië

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De gemeente in Antiochië zendt Barnabas en Saulus uit

1In Antiochië waren, in de gemeente die daar was, profeten en leraren. Dat waren Barnabas, Simeon, genaamd Niger, Lucius van Cyrene, Manaën, die samen met Herodes de viervorst was opgevoed, en Saulus.
Ἦσαν
(Esan)
waren
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
Ἀντιοχείᾳ
(Antiocheia)
Antiochië
κατὰ
(kata)
in
τὴν
(ten)
de
οὖσαν
(ousan)
zijnde
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
προφῆται
(prophetai)
profeten
καὶ
(kai)
en
διδάσκαλοι
(didaskaloi)
leraren
ὅ
(ho)
de
τε
(te)
en
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
καὶ
(kai)
en
Συμεὼν
(Symeon)
Simeon
ὁ
(ho)
die
καλούμενος
(kaloumenos)
genoemd wordt
Νίγερ
(Niger)
Niger
καὶ
(kai)
en
Λούκιος
(Loukios)
Lucius
ὁ
(ho)
de
Κυρηναῖος
(Kyrenaios)
Cyreneeër
Μαναήν
(Manaen)
Manaën
τε
(te)
en
Ἡρῴδου
(Herodou)
van Herodes
τοῦ
(tou)
de
τετραάρχου
(tetraarchou)
viervorst
σύντροφος
(syntrophos)
samen opgevoed
καὶ
(kai)
en
Σαῦλος
(Saulos)
Saulus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Antiochië (in Syrië): Antiochië aan de Orontes (nu Antakya, in het zuiden van Turkije) was de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië.

Daar werden de leerlingen voor het eerst Christenen genoemd.

Het is een ander Antiochië dan dat in Pisidië.

Zie Cyrene: Cyrene was de hoofdstad van Cyrenaica, in het noordoosten van het huidige Libië.

Er woonde een grote Joodse gemeenschap.

Uitleg

Ἀντιόχεια (Antiocheia), ‘Antiochië’: de stad aan de Orontes in Syrië, nu Antakya in Turkije.

Er is nog een Antiochië, in Pisidië (vers 14). κατὰ τὴν οὖσαν ἐκκλησίαν (kata ten ousan ekklesian), ‘in de gemeente die daar was’. Νίγερ (Niger) is een Latijnse bijnaam en betekent ‘donker’. σύντροφος (syntrophos), ‘samen opgevoed’: iemand die met een ander is opgegroeid.

Herodes is Herodes Antipas (Luc. 3:1).

Over deze mannen weten wij niet meer dan de tekst zegt.

Zie ook Hand. 11:19–26; Luc. 3:1.

2Terwijl zij de Heer dienden en vastten, zei de Heilige Geest: „Zonder Barnabas en Saulus voor Mij af voor het werk waartoe Ik hen heb geroepen.”
λειτουργούντων
(leitourgounton)
dienend
δὲ
(de)
nu
αὐτῶν
(auton)
zij
τῷ
(to)
de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
καὶ
(kai)
en
νηστευόντων
(nesteuonton)
vastend
εἶπεν
(eipen)
zei
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
Ἀφορίσατε
(Aphorisate)
zonder af
δή
(de)
toch
μοι
(moi)
voor Mij
τὸν
(ton)
de
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
καὶ
(kai)
en
Σαῦλον
(Saulon)
Saulus
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
ὃ
(ho)
waartoe
προσκέκλημαι
(proskeklemai)
Ik heb geroepen
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’: Lucas noemt Yeshua in de verteltekst vaak zo (vergelijk Luc. 7:13); wij schrijven ‘de Heer’ met hoofdletter.

Waar Handelingen het Oude Testament citeert of een vaste uitdrukking daaruit gebruikt, schrijven wij κύριος als ‘Yahweh’ (vergelijk Luc. 1:11).

Of met ‘de Heer’ hier Yeshua of Yahweh bedoeld is, laat de tekst open.

λειτουργέω (leitourgeo), ‘dienen’: de openbare dienst aan Elohim; hier de eredienst van de gemeente. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’: voor een taak apart zetten; vergelijk Rom. 1:1.

De Heilige Geest spreekt hier zelf. Wij zetten Zijn woorden rood, omdat de Geest Elohim is. Hoe de Geest sprak, zegt de tekst niet.

3Toen zij gevast en gebeden hadden en hun de handen hadden opgelegd, lieten zij hen gaan.
τότε
(tote)
toen
νηστεύσαντες
(nesteusantes)
gevast hebbend
καὶ
(kai)
en
προσευξάμενοι
(proseuxamenoi)
gebeden hebbend
καὶ
(kai)
en
ἐπιθέντες
(epithentes)
opgelegd hebbend
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
αὐτοῖς
(autois)
op hen
ἀπέλυσαν
(apelysan)
lieten gaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτίθημι τὰς χεῖρας (epitithemi tas cheiras), ‘de handen opleggen’: de handoplegging, een teken van zegen en van toewijding aan een taak.

Vergelijk Num. 27:18–23, waar Mozes zijn handen op Jozua legt.

Zie ook Num. 27:18–23.

Op Cyprus

4Zij werden door de Heilige Geest uitgestuurd en gingen naar Seleucië. Vandaar voeren zij naar Cyprus.
Αὐτοὶ
(Autoi)
zijzelf
μὲν
(men)
enerzijds
οὖν
(oun)
dus
ἐκπεμφθέντες
(ekpemphthentes)
uitgestuurd
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
κατῆλθον
(katelthon)
gingen af
εἰς
(eis)
naar
Σελεύκειαν
(Seleukeian)
Seleucië
ἐκεῖθέν
(ekeithen)
vandaar
τε
(te)
en
ἀπέπλευσαν
(apepleusan)
voeren weg
εἰς
(eis)
naar
Κύπρον
(Kypron)
Cyprus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Seleucië (haven van Antiochië): Seleucië (Seleukeia Pieria) was de haven van Antiochië aan de Orontes, aan de kust van het huidige Zuid-Turkije, bij Çevlik.

Zie Cyprus: Cyprus is een eiland in het oosten van de Middellandse Zee, voor de kust van Syrië en Zuid-Turkije.

Barnabas kwam er vandaan.

Uitleg

ἐκπέμπω (ekpempo), ‘uitsturen’: een samenstelling van πέμπω (pempo), ‘sturen’.

De gemeente laat hen gaan (vers 3); de Heilige Geest stuurt hen uit. Σελεύκεια (Seleukeia) was de havenstad van Antiochië. Κύπρος (Kypros), ‘Cyprus’, is een eiland in de Middellandse Zee; Barnabas komt er vandaan (Hand. 4:36).

Zie ook Hand. 4:36.

5In Salamis aangekomen, verkondigden zij het woord van Elohim in de synagogen van de Joden. Zij hadden ook Johannes als bediende.
καὶ
(kai)
en
γενόμενοι
(genomenoi)
gekomen
ἐν
(en)
in
Σαλαμῖνι
(Salamini)
Salamis
κατήγγελλον
(katengellon)
verkondigden
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
εἶχον
(eichon)
hadden
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
ὑπηρέτην
(hypereten)
als bediende
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Salamis: Salamis lag aan de oostkust van Cyprus, bij het huidige Famagusta.

Het was de grootste havenstad van het eiland.

Uitleg

Σαλαμίς (Salamis) lag aan de oostkant van Cyprus.

Het Grieks heeft ‘in de synagogen’ in het meervoud: er waren meer synagogen. ὑπηρέτης (hyperetes), ‘bediende’: iemand die helpt en opdrachten uitvoert; wij vertalen het zo ook in de evangeliën.

Deze Johannes is Johannes Markus.

Zie ook Hand. 12:12; Hand. 12:25; Hand. 15:37.

Sergius Paulus en Elymas

6Zij trokken door het hele eiland tot aan Pafos en vonden een man, een Jood, een magiër en valse profeet. Zijn naam was Bar-Yeshua.
διελθόντες
(dielthontes)
doorgetrokken
δὲ
(de)
maar
ὅλην
(holen)
heel
τὴν
(ten)
het
νῆσον
(neson)
eiland
ἄχρι
(achri)
tot
Πάφου
(Paphou)
Pafos
εὗρον
(heuron)
vonden
ἄνδρα
(andra)
man
τινὰ
(tina)
een
μάγον
(magon)
magiër
ψευδοπροφήτην
(pseudopropheten)
valse profeet
Ἰουδαῖον
(Ioudaion)
Jood
ᾧ
(ho)
wiens
ὄνομα
(onoma)
naam
Βαριησοῦ
(Bariesou)
Bar-Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Pafos (Nea Pafos): Pafos was de hoofdstad van Cyprus, waar de stadhouder zetelde.

Nea Pafos (Kato Pafos) lag aan de westkust; Oud-Pafos (Kouklia) lag ongeveer 15 km zuidoostelijker.

Hier is Nea Pafos aangehouden.

Uitleg

Πάφος (Pafos) lag aan de westkant van Cyprus. μάγος (magos), ‘magiër’: hetzelfde woord als in Matt. 2:1; hier iemand die zich met toverkunst en voorspellingen bezighoudt. ψευδοπροφήτης (pseudoprofetes), ‘valse profeet’. Βαριησοῦς (Bariesous), ‘Bar-Yeshua’: Aramees voor ‘zoon van Yeshua’.

Yeshua was een gewone Joodse naam, dezelfde als van de Messias (Matt. 1:21).

7Hij was bij de proconsul Sergius Paulus, een verstandig man. Die liet Barnabas en Saulus bij zich roepen en verlangde het woord van Elohim te horen.
ὃς
(hos)
die
ἦν
(en)
was
σὺν
(syn)
bij
τῷ
(to)
de
ἀνθυπάτῳ
(anthypato)
proconsul
Σεργίῳ
(Sergio)
Sergius
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
ἀνδρὶ
(andri)
man
συνετῷ
(syneto)
verstandige
οὗτος
(houtos)
deze
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
bij zich geroepen hebbend
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
καὶ
(kai)
en
Σαῦλον
(Saulon)
Saulus
ἐπεζήτησεν
(epezetesen)
verlangde
ἀκοῦσαι
(akousai)
te horen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνθύπατος (anthypatos), ‘proconsul’: de Romeinse bestuurder van een provincie die onder de senaat viel. Σέργιος Παῦλος (Sergios Paulos), ‘Sergius Paulus’, is een Romein en niet dezelfde man als Saulus, die in vers 9 ook Paulus genoemd wordt. ἐπιζητέω (epizeteo), ‘verlangen’: ernstig willen.

Zie ookHand 13:9
8Maar Elymas, de magiër, want zo wordt zijn naam vertaald, verzette zich tegen hen. Hij probeerde de proconsul van het geloof af te brengen.
ἀνθίστατο
(anthistato)
verzette zich
δὲ
(de)
maar
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἐλύμας
(Elymas)
Elymas
ὁ
(ho)
de
μάγος
(magos)
magiër
οὕτως
(houtos)
zo
γὰρ
(gar)
want
μεθερμηνεύεται
(methermeneuetai)
wordt vertaald
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ζητῶν
(zeton)
zoekend
διαστρέψαι
(diastrepsai)
af te brengen
τὸν
(ton)
de
ἀνθύπατον
(anthypaton)
proconsul
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
het
πίστεως
(pisteos)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἐλύμας (Elymas): het Grieks zegt dat dit de vertaling van zijn naam is, maar noemt het oorspronkelijke woord niet.

Wij laten het zo. διαστρέφω (diastrefo), ‘afbrengen’: van de goede richting wegdraaien; hetzelfde werkwoord staat in vers 10 (‘verdraaien’). πίστις (pistis), ‘geloof’.

Zie ookHand 13:10
9Maar Saulus, die ook Paulus heet, werd vervuld met de Heilige Geest. Hij keek hem strak aan,
Σαῦλος
(Saulos)
Saulus
δέ
(de)
maar
ὁ
(ho)
die
καὶ
(kai)
ook
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
πλησθεὶς
(plestheis)
vervuld
πνεύματος
(pneumatos)
met Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
ἀτενίσας
(atenisas)
strak aankijkend
εἰς
(eis)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σαῦλος (Saulos) is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Sjaoel (Saul). Παῦλος (Paulos) is een Romeinse naam (Latijn Paulus, ‘klein’).

Veel Joden hadden naast hun Hebreeuwse naam een Griekse of Romeinse naam.

Het Grieks heeft ὁ καὶ Παῦλος (ho kai Paulos), ‘die ook Paulus’; wij vullen ‘heet’ aan, omdat het Nederlands een werkwoord nodig heeft.

Tot hier noemt Lucas hem Saulus; vanaf hier noemt hij hem Paulus, en wij doen dat ook.

10en zei: „O, vol van alle bedrog en alle sluwheid, zoon van de duivel, vijand van alle gerechtigheid! Zul je niet ophouden de rechte wegen van Yahweh te verdraaien?
εἶπεν
(eipen)
zei
Ὦ
(O)
o
πλήρης
(pleres)
vol
παντὸς
(pantos)
van alle
δόλου
(dolou)
bedrog
καὶ
(kai)
en
πάσης
(pases)
alle
ῥᾳδιουργίας
(rhadiourgias)
sluwheid
υἱὲ
(huie)
zoon
διαβόλου
(diabolou)
van de duivel
ἐχθρὲ
(echthre)
vijand
πάσης
(pases)
van alle
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
οὐ
(ou)
niet
παύσῃ
(pause)
zul je ophouden
διαστρέφων
(diastrephon)
verdraaiend
τὰς
(tas)
de
ὁδοὺς
(hodous)
wegen
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
τὰς
(tas)
de
εὐθείας
(eutheias)
rechte
Bron: SBLGNT
Uitleg

διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar’, iemand die verdeelt.

‘Zoon van de duivel’ is een scheldwoord voor wie het werk van de duivel doet; vergelijk Joh. 8:44. ὁδοὺς κυρίου τὰς εὐθείας (hodous kyriou tas eutheias), ‘de rechte wegen van Yahweh’: κύριος is hier vertaald als Yahweh, naar de uitdrukking in Hos. 14:10, ‘recht zijn de wegen van Yahweh’.

Zie ook Hos. 14:10; Joh. 8:44.

11En nu, zie: de hand van Yahweh is op je. Je zult blind zijn en een tijd lang de zon niet zien.” Meteen viel een waas en duisternis op hem. Hij liep rond en zocht mensen die hem bij de hand konden leiden.
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἰδοὺ
(idou)
zie
χεὶρ
(cheir)
hand
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἐπὶ
(epi)
op
σέ
(se)
je
καὶ
(kai)
en
ἔσῃ
(ese)
je zult zijn
τυφλὸς
(typhlos)
blind
μὴ
(me)
niet
βλέπων
(blepon)
ziend
τὸν
(ton)
de
ἥλιον
(helion)
zon
ἄχρι
(achri)
tot
καιροῦ
(kairou)
een tijd
παραχρῆμα
(parachrema)
meteen
δὲ
(de)
en
ἔπεσεν
(epesen)
viel
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτὸν
(auton)
hem
ἀχλὺς
(achlys)
waas
καὶ
(kai)
en
σκότος
(skotos)
duisternis
καὶ
(kai)
en
περιάγων
(periagon)
rondlopend
ἐζήτει
(ezetei)
zocht
χειραγωγούς
(cheiragogous)
handleiders
Bron: SBLGNT
Uitleg

χεὶρ κυρίου (cheir kyriou), ‘hand van Yahweh’: een uitdrukking uit het Oude Testament voor Zijn ingrijpen (bijvoorbeeld Richt. 2:15; 1 Sam. 5:6).

Wij schrijven daarom Yahweh. ἀχλύς (achlys), ‘waas’: een nevel voor de ogen. χειραγωγός (cheiragogos), ‘handleider’: iemand die een blinde bij de hand neemt.

Vergelijk Hand. 9:8, waar Saulus zelf bij de hand wordt geleid.

Zie ook Richt. 2:15; 1 Sam. 5:6; Hand. 9:8.

12Toen de proconsul zag wat er gebeurd was, geloofde hij. Hij stond versteld over het onderwijs van de Heer.
τότε
(tote)
toen
ἰδὼν
(idon)
gezien hebbend
ὁ
(ho)
de
ἀνθύπατος
(anthypatos)
proconsul
τὸ
(to)
wat
γεγονὸς
(gegonos)
gebeurd was
ἐπίστευσεν
(episteusen)
geloofde
ἐκπλησσόμενος
(ekplessomenos)
versteld staand
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
het
διδαχῇ
(didache)
onderwijs
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

διδαχή (didache), ‘onderwijs’.

Het Grieks laat open of dit het onderwijs ‘van’ of ‘over’ de Heer is. ἐκπλήσσομαι (ekplessomai), ‘versteld staan’: zoals in Matt. 7:28.

Zie ookMat 7:28

Van Perge naar Antiochië in Pisidië

13Paulus en zijn gezelschap voeren weg van Pafos en kwamen in Perge in Pamfylië. Johannes ging bij hen weg en keerde terug naar Jeruzalem.
Ἀναχθέντες
(Anachthentes)
weggevaren
δὲ
(de)
maar
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Πάφου
(Paphou)
Pafos
οἱ
(hoi)
die
περὶ
(peri)
rond
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἦλθον
(elthon)
kwamen
εἰς
(eis)
in
Πέργην
(Pergen)
Perge
τῆς
(tes)
van
Παμφυλίας
(Pamphylias)
Pamfylië
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
δὲ
(de)
maar
ἀποχωρήσας
(apochoresas)
weggegaan
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ὑπέστρεψεν
(hypestrepsen)
keerde terug
εἰς
(eis)
naar
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Pafos (Nea Pafos): Pafos was de hoofdstad van Cyprus, waar de stadhouder zetelde.

Nea Pafos (Kato Pafos) lag aan de westkust; Oud-Pafos (Kouklia) lag ongeveer 15 km zuidoostelijker.

Hier is Nea Pafos aangehouden.

Zie Perge: Perge was de hoofdstad van Pamfylië, ongeveer 15 km ten noordoosten van het huidige Antalya.

Zie Pamfylië (ongeveer): Pamfylië was de kuststreek in het zuiden van het huidige Turkije, rond de baai van Antalya.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

οἱ περὶ Παῦλον (hoi peri Paulon), letterlijk ‘die rond Paulus’: Paulus en de mensen die bij hem waren.

Vanaf hier staat Paulus voorop; eerder stond Barnabas voorop (vers 1–7). Πέργη (Perge) lag in Pamfylië, aan de zuidkust van het huidige Turkije.

Waarom Johannes terugkeerde, zegt de tekst niet; zie Hand. 15:38.

Zie ook Hand. 15:38.

14Zij trokken van Perge verder en kwamen aan in Antiochië in Pisidië. Op de sabbat gingen zij de synagoge binnen en gingen zitten.
αὐτοὶ
(autoi)
zijzelf
δὲ
(de)
maar
διελθόντες
(dielthontes)
doorgetrokken
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Πέργης
(Perges)
Perge
παρεγένοντο
(paregenonto)
kwamen aan
εἰς
(eis)
in
Ἀντιόχειαν
(Antiocheian)
Antiochië
τὴν
(ten)
het
Πισιδίαν
(Pisidian)
Pisidische
καὶ
(kai)
en
εἰσελθόντες
(eiselthontes)
binnengegaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
συναγωγὴν
(synagogen)
synagoge
τῇ
(te)
op de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῶν
(ton)
van de
σαββάτων
(sabbaton)
sabbat
ἐκάθισαν
(ekathisan)
gingen zitten
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Perge: Perge was de hoofdstad van Pamfylië, ongeveer 15 km ten noordoosten van het huidige Antalya.

Zie Antiochië in Pisidië: Antiochië in Pisidië lag bij het huidige Yalvaç, in het binnenland van Zuid-Turkije, aan de grens van Frygië en Pisidië.

Het is een ander Antiochië dan dat in Syrië.

Zie Pisidië (ongeveer): Pisidië was het bergachtige gebied ten noorden van Pamfylië, in het zuidwesten van het huidige Turkije.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Ἀντιόχεια ἡ Πισιδία (Antiocheia he Pisidia), ‘Antiochië in Pisidië’: een andere stad dan het Antiochië in Syrië van vers 1.

Pisidië is een landstreek in het zuiden van het huidige Turkije.

Zie ookHand 13:1
15Na het lezen van de wet en de profeten zonden de synagogeleiders een bode naar hen toe. Zij lieten zeggen: „Mannen, broers, als er onder jullie een woord van bemoediging voor het volk is, spreek dan.”
μετὰ
(meta)
na
δὲ
(de)
en
τὴν
(ten)
het
ἀνάγνωσιν
(anagnosin)
lezen
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
προφητῶν
(propheton)
profeten
ἀπέστειλαν
(apesteilan)
zonden
οἱ
(hoi)
de
ἀρχισυνάγωγοι
(archisynagogoi)
synagogeleiders
πρὸς
(pros)
naar
αὐτοὺς
(autous)
hen
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
εἴ
(ei)
als
τίς
(tis)
enig
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
λόγος
(logos)
woord
παρακλήσεως
(parakleseos)
van bemoediging
πρὸς
(pros)
voor
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
λέγετε
(legete)
spreek
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks noemt geen bode; wij vullen ‘een bode’ aan. ἀρχισυνάγωγος (archisynagogos), ‘synagogeleider’: wie de dienst in de synagoge regelt. ἄνδρες ἀδελφοί (andres adelfoi), ‘mannen, broers’: een gewone aanspreking onder Joden; wij schrijven ‘broers’, zoals in de evangeliën. λόγος παρακλήσεως (logos parakleseos), ‘woord van bemoediging’: ook ‘troost’ of ‘vermaning’; vergelijk Luc. 2:25.

Zie ookLuc 2:25

De toespraak van Paulus in de synagoge

16Paulus stond op, gebaarde met zijn hand en zei: „Mannen, Israëlieten, en jullie godvrezenden, luister.
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
δὲ
(de)
maar
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
καὶ
(kai)
en
κατασείσας
(kataseisas)
gebarend
τῇ
(te)
met de
χειρὶ
(cheiri)
hand
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Ἰσραηλῖται
(Israelitai)
Israëlieten
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
φοβούμενοι
(phoboumenoi)
vrezen
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἀκούσατε
(akousate)
luister
Bron: SBLGNT
Uitleg

φοβούμενοι τὸν θεόν (phoboumenoi ton theon), ‘godvrezenden’: niet-Joden die Elohim vereren en de synagoge bezoeken, zonder volledig Joods te worden.

Het Grieks heeft ook σεβόμενοι (sebomenoi, vers 43 en 50).

Wij schrijven overal ‘godvrezenden’.

Een προσήλυτος (proselytos), ‘proseliet’, is een niet-Jood die zich bij het Joodse volk heeft aangesloten (vers 43).

Vergelijk Hand. 10:2.

De toespraak van Paulus loopt van vers 16 tot en met vers 41.

Zie ook Hand. 10:2.

17De Elohim van dit volk Israël koos onze vaders uit en verhoogde het volk tijdens hun verblijf als vreemdelingen in het land Egypte. Met een verheven arm leidde Hij hen daaruit weg.
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
τούτου
(toutou)
dit
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
ἐξελέξατο
(exelexato)
koos uit
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
ὕψωσεν
(hypsosen)
verhoogde
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
παροικίᾳ
(paroikia)
verblijf als vreemdelingen
ἐν
(en)
in
γῇ
(ge)
land
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
van Egypte
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
met
βραχίονος
(brachionos)
arm
ὑψηλοῦ
(hypselou)
verheven
ἐξήγαγεν
(exegagen)
leidde weg
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῆς
(autes)
het
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’: wij vertalen dit werkwoord overal zo.

Hier gaat het om het groot en sterk worden van het volk; vergelijk Exod. 1:7. παροικία (paroikia), ‘verblijf als vreemdeling’. βραχίων ὑψηλός (brachion hypselos), ‘verheven arm’: het Hebreeuws zegt ‘uitgestrekte arm’ (Exod. 6:6; Deut. 5:15); de Griekse tekst heeft ‘verheven arm’.

Zie ook Exod. 1:7; Exod. 6:6; Deut. 5:15.

18Ongeveer 40 jaar lang verdroeg Hij hun gedrag in de woestijn.
καί
(kai)
en
ὡς
(hos)
ongeveer
τεσσερακονταετῆ
(tesserakontaete)
veertig jaar durend
χρόνον
(chronon)
tijd
ἐτροποφόρησεν
(etropophoresen)
verdroeg hun gedrag
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐτροποφόρησεν (etropoforesen), ‘verdroeg hun gedrag’: van τρόπος (tropos), ‘manier van leven’, en φέρω (fero), ‘dragen’.

Lezing

Sommige handschriften hebben bijna dezelfde vorm, ἐτροφοφόρησεν (etrofoforesen), ‘Hij droeg hen als een verzorger’.

Dat klinkt als Deut. 1:31, waar Yahweh Zijn volk droeg zoals een man zijn zoon draagt.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Deut. 1:31.

Zie ookDeut 1:31
19Hij vernietigde zeven volken in het land Kanaän en gaf hun land als erfdeel
καὶ
(kai)
en
καθελὼν
(kathelon)
vernietigd hebbend
ἔθνη
(ethne)
volken
ἑπτὰ
(hepta)
zeven
ἐν
(en)
in
γῇ
(ge)
land
Χανάαν
(Chanaan)
Kanaän
κατεκληρονόμησεν
(katekleronomesen)
gaf als erfdeel
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

καθαιρέω (kathaireo), ‘vernietigen’: letterlijk ‘neerhalen’. κατακληρονομέω (katakleronomeo), ‘als erfdeel geven’.

De zeven volken staan in Deut. 7:1; het erfdeel wordt verdeeld in Joz. 14:1.

Zie ook Deut. 7:1; Joz. 14:1.

20in ongeveer 450 jaar. Daarna gaf Hij rechters, tot aan de profeet Samuël.
ὡς
(hos)
ongeveer
ἔτεσι
(etesi)
jaren
τετρακοσίοις
(tetrakosiois)
400
καὶ
(kai)
en
πεντήκοντα
(pentekonta)
50
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
κριτὰς
(kritas)
rechters
ἕως
(heos)
tot
Σαμουὴλ
(Samouel)
Samuël
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
Bron: SBLGNT
Uitleg

In de SBLGNT horen de ‘ongeveer 450 jaar’ bij de tijd van de uitverkiezing van de vaders tot het in bezit nemen van het land; daarna volgen de rechters.

De tekst telt de jaren niet voor; vergelijk 1 Kon. 6:1 (480 jaar) en Gen. 15:13 (400 jaar).

Lezing

In sommige handschriften staat het omgekeerd: ‘daarna gaf Hij rechters, ongeveer 450 jaar lang’.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gen. 15:13; 1 Kon. 6:1.

21Daarna vroegen zij om een koning, en Elohim gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam van Benjamin, voor 40 jaar.
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
ᾐτήσαντο
(etesanto)
vroegen
βασιλέα
(basilea)
koning
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτοῖς
(autois)
hun
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸν
(ton)
de
Σαοὺλ
(Saoul)
Saul
υἱὸν
(huion)
zoon
Κίς
(Kis)
van Kis
ἄνδρα
(andra)
man
ἐκ
(ek)
uit
φυλῆς
(phyles)
stam
Βενιαμίν
(Beniamin)
Benjamin
ἔτη
(ete)
jaren
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het volk vroeg om een koning (1 Sam. 8:5).

Saul, de zoon van Kis, was een Benjaminiet (1 Sam. 9:1–2).

De 40 jaar van Saul staan niet in onze Hebreeuwse tekst; zie de voetnoot bij 1 Sam. 13:1.

Zie ook 1 Sam. 8:5; 1 Sam. 9:1–2; 1 Sam. 13:1.

22Nadat Hij hem had afgezet, liet Hij David voor hen opstaan als koning. Over hem getuigde Hij: ‘Ik heb David, de zoon van Isaï, gevonden, een man naar Mijn hart, die alles zal doen wat Ik wil.’
καὶ
(kai)
en
μεταστήσας
(metastesas)
afgezet hebbend
αὐτὸν
(auton)
hem
ἤγειρεν
(egeiren)
deed opstaan
τὸν
(ton)
de
Δαυὶδ
(Dauid)
David
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
εἰς
(eis)
tot
βασιλέα
(basilea)
koning
ᾧ
(ho)
over wie
καὶ
(kai)
ook
εἶπεν
(eipen)
zei
μαρτυρήσας
(martyresas)
getuigend
Εὗρον
(Heuron)
Ik heb gevonden
Δαυὶδ
(Dauid)
David
τὸν
(ton)
de
τοῦ
(tou)
van
Ἰεσσαί
(Iessai)
Isaï
ἄνδρα
(andra)
man
κατὰ
(kata)
naar
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
μου
(mou)
Mijn
ὃς
(hos)
die
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
de
θελήματά
(thelemata)
wensen
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden die Elohim hier zegt, zijn samengesteld uit drie plaatsen: Ps. 89:21 (‘Ik heb David, Mijn dienaar, gevonden’), 1 Sam. 13:14 (‘een man naar Zijn hart’) en Jes. 44:28 (‘heel Mijn wil volbrengen’, gezegd over Kores).

Omdat de tekst zegt dat Elohim dit zei, zetten wij de woorden rood. μεταστήσας (metastesas), ‘afzetten’: letterlijk ‘verplaatsen’. Ἰεσσαί (Iessai), ‘Isaï’: de vader van David (1 Sam. 16:12). μαρτυρήσας εἶπεν (martyresas eipen), ‘getuigend zei Hij’: wij schrijven ‘getuigde Hij’.

Het Grieks heeft ‘David, de (zoon) van Isaï’; ‘zoon’ vullen wij aan.

Zie ook Ps. 89:21; 1 Sam. 13:14; Jes. 44:28.

23Uit het nageslacht van deze man heeft Elohim, volgens de belofte, voor Israël een Redder gebracht: Yeshua.
τούτου
(toutou)
van deze
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀπὸ
(apo)
uit
τοῦ
(tou)
het
σπέρματος
(spermatos)
nageslacht
κατ’
(kat’)
volgens
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
ἤγαγεν
(egagen)
bracht
τῷ
(to)
aan
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
σωτῆρα
(sotera)
Redder
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπέρμα (sperma), ‘nageslacht’: de belofte aan David staat in 2 Sam. 7:12–16. σωτήρ (soter), ‘Redder’. Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’, betekent ‘Yahweh redt’ (Matt. 1:21).

Zie ook 2 Sam. 7:12–16; Matt. 1:21.

24Vóór Zijn komst had Johannes aan heel het volk Israël een doop van bekering aangekondigd.
προκηρύξαντος
(prokeryxantos)
aangekondigd hebbend
Ἰωάννου
(Ioannou)
Johannes
πρὸ
(pro)
vóór
προσώπου
(prosopou)
het gezicht
τῆς
(tes)
van de
εἰσόδου
(eisodou)
komst
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
βάπτισμα
(baptisma)
doop
μετανοίας
(metanoias)
van bekering
παντὶ
(panti)
aan heel
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρὸ προσώπου (pro prosopou), letterlijk ‘voor het gezicht van’: een Hebreeuwse uitdrukking voor ‘vóór’. εἴσοδος (eisodos), ‘komst’: letterlijk ‘binnenkomst’; hier het optreden van Yeshua. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: zie Luc. 3:3.

Zie ook Luc. 3:3; Mark. 1:4.

25Toen Johannes zijn loop aan het voltooien was, zei hij: ‘Wie denken jullie dat ik ben? Ik ben het niet. Maar zie, na mij komt Hij van wie ik niet waardig ben de sandaal van Zijn voeten los te maken.’
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐπλήρου
(eplerou)
voltooide
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
τὸν
(ton)
de
δρόμον
(dromon)
loop
ἔλεγεν
(elegen)
zei
Τί
(Ti)
wie
ἐμὲ
(eme)
mij
ὑπονοεῖτε
(hyponoeite)
denken jullie
εἶναι
(einai)
te zijn
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἐγώ
(ego)
ik
ἀλλ’
(all’)
maar
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἔρχεται
(erchetai)
komt
μετ’
(met’)
na
ἐμὲ
(eme)
mij
οὗ
(hou)
van wie
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἄξιος
(axios)
waardig
τὸ
(to)
de
ὑπόδημα
(hypodema)
sandaal
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
λῦσαι
(lysai)
los te maken
Bron: SBLGNT
Uitleg

δρόμος (dromos), ‘loop’: een beeld uit de wedloop voor de taak die iemand moet afleggen; vergelijk Hand. 20:24.

De woorden van Johannes komen overeen met Luc. 3:15–16; Mark. 1:7 en Joh. 1:20, 1:27.

Zie ook Luc. 3:15–16; Mark. 1:7; Joh. 1:27; Hand. 20:24.

De dood en de opstanding van Yeshua

26Mannen, broers, zonen van het geslacht van Abraham, en de godvrezenden onder jullie: aan ons is het woord van deze redding gezonden.
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
υἱοὶ
(huioi)
zonen
γένους
(genous)
van het geslacht
Ἀβραὰμ
(Abraam)
van Abraham
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
φοβούμενοι
(phoboumenoi)
vrezen
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τῆς
(tes)
van de
σωτηρίας
(soterias)
redding
ταύτης
(tautes)
deze
ἐξαπεστάλη
(exapestale)
is gezonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαποστέλλω (exapostello), ‘zenden’: van ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’, met het voorvoegsel ἐξ-.

Lezing

In sommige handschriften staat ‘aan jullie’; de SBLGNT heeft ‘aan ons’.

27Want de inwoners van Jeruzalem en hun leiders kenden Hem niet. Door Hem te veroordelen hebben zij de stemmen van de profeten vervuld, die elke sabbat worden voorgelezen.
οἱ
(hoi)
de
γὰρ
(gar)
want
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonenden
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἄρχοντες
(archontes)
leiders
αὐτῶν
(auton)
hun
τοῦτον
(touton)
Hem
ἀγνοήσαντες
(agnoesantes)
niet gekend hebbend
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
φωνὰς
(phonas)
stemmen
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
τὰς
(tas)
die
κατὰ
(kata)
op
πᾶν
(pan)
elke
σάββατον
(sabbaton)
sabbat
ἀναγινωσκομένας
(anaginoskomenas)
voorgelezen wordende
κρίναντες
(krinantes)
veroordeeld hebbend
ἐπλήρωσαν
(eplerosan)
vervulden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ἀγνοέω (agnoeo), ‘niet kennen’.

Het Grieks is hier kort.

Wij lezen: zij kenden Hem niet, en door Hem te veroordelen hebben zij vervuld wat de profeten zeiden. φωνή (fone), ‘stem’.

28Zij vonden geen enkele reden voor de dood, maar vroegen Pilatus om Hem te laten doden.
καὶ
(kai)
en
μηδεμίαν
(medemian)
geen enkele
αἰτίαν
(aitian)
reden
θανάτου
(thanatou)
van dood
εὑρόντες
(heurontes)
gevonden hebbend
ᾐτήσαντο
(etesanto)
vroegen
Πιλᾶτον
(Pilaton)
Pilatus
ἀναιρεθῆναι
(anairethenai)
gedood te worden
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἰτία θανάτου (aitia thanatou), ‘reden voor de dood’: een grond voor de doodstraf. ἀναιρέω (anaireo), ‘doden’: letterlijk ‘wegnemen’.

Pilatus vond geen schuld in Hem (Luc. 23:4, 23:14, 23:22).

Zie ook Luc. 23:13–25; Joh. 19:4–6.

29Toen zij alles hadden voltooid wat over Hem geschreven staat, namen zij Hem van het hout af en legden Hem in een graf.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐτέλεσαν
(etelesan)
voltooiden
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de dingen
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
Hem
γεγραμμένα
(gegrammena)
geschreven
καθελόντες
(kathelontes)
afgenomen hebbend
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
ξύλου
(xylou)
hout
ἔθηκαν
(ethekan)
legden
εἰς
(eis)
in
μνημεῖον
(mnemeion)
graf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ξύλον (xylon), ‘hout’: de kruisboom.

Vergelijk Deut. 21:22–23, waar een gedode die aan een boom hangt een vervloeking van Elohim is.

Het Grieks heeft hier hetzelfde onderwerp ‘zij’; volgens de evangeliën begroef Jozef van Arimatea Hem (Luc. 23:50–53).

Zie ook Deut. 21:22–23; Luc. 23:50–53.

30Maar Elohim heeft Hem uit de doden opgewekt.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
ἤγειρεν
(egeiren)
wekte op
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
31Hij is gedurende meerdere dagen verschenen aan hen die met Hem van Galilea naar Jeruzalem waren opgegaan. Zij zijn nu Zijn getuigen voor het volk.
ὃς
(hos)
die
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
ἐπὶ
(epi)
gedurende
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
πλείους
(pleious)
meerdere
τοῖς
(tois)
aan hen die
συναναβᾶσιν
(synanabasin)
samen opgegaan zijn
αὐτῷ
(auto)
met Hem
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
οἵτινες
(hoitines)
die
νῦν
(nyn)
nu
εἰσὶ
(eisi)
zijn
μάρτυρες
(martyres)
getuigen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ὤφθη (ophthe), ‘verscheen’: hetzelfde woord als in Luc. 24:34.

Hand. 1:3 noemt een periode van veertig dagen.

Zie ook Luc. 24:34; Hand. 1:3.

32En wij brengen jullie de goede boodschap over de belofte die aan de vaders is gedaan.
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εὐαγγελιζόμεθα
(euangelizometha)
brengen de goede boodschap
τὴν
(ten)
de
πρὸς
(pros)
tot
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
γενομένην
(genomenen)
gedaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’: wij vertalen dit werkwoord overal zo.

Het Grieks heeft in vers 33 ‘dat’ (ὅτι): de goede boodschap is dat Elohim de belofte heeft vervuld.

Wij splitsen de zin in tweeën.

Zie ookHand 13:33
33Elohim heeft die vervuld voor onze kinderen door Yeshua te laten opstaan. Zo staat ook in de tweede psalm geschreven: ‘Mijn Zoon ben U, Ik heb U vandaag verwekt.’
ὅτι
(hoti)
dat
ταύτην
(tauten)
deze
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκπεπλήρωκεν
(ekpepleroken)
heeft vervuld
τοῖς
(tois)
aan
τέκνοις
(teknois)
kinderen
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἀναστήσας
(anastesas)
laten opstaan hebbend
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ψαλμῷ
(psalmo)
psalm
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven is
τῷ
(to)
de
δευτέρῳ
(deutero)
tweede
Υἱός
(Huios)
Zoon
μου
(mou)
Mijn
εἶ
(ei)
ben
σύ
(sy)
U
ἐγὼ
(ego)
Ik
σήμερον
(semeron)
vandaag
γεγέννηκά
(gegenneka)
heb verwekt
σε
(se)
U
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναστήσας (anastesas), ‘laten opstaan’: het Grieks kan hier ‘laten optreden’ betekenen (zoals in Hand. 3:22) of ‘opwekken uit de doden’.

Vers 34 begint met ‘maar dat Hij Hem uit de doden liet opstaan’.

Wij vertalen het woord letterlijk.

‘De tweede psalm’ is Ps. 2.

Het Hebreeuws van Ps. 2:7 spreekt de koning aan met ‘jij’; in de psalm zijn het de woorden van Yahweh.

Hier haalt Paulus ze aan als geschreven woord, daarom staan ze zwart.

Hier is het op Yeshua toegepast, die wij met ‘U’ aanspreken, zoals in Luc. 3:22.

Lezing

In sommige handschriften staat ‘aan ons, hun kinderen’; de SBLGNT heeft ‘aan onze kinderen’.

Zie ook Ps. 2:7; Hand. 3:22; Luc. 3:22.

34Elohim liet Hem uit de doden opstaan, zodat Hij niet meer tot bederf zou terugkeren. Zo heeft Elohim gezegd: ‘Ik zal jullie de heilige dingen van David geven, de betrouwbare.’
ὅτι
(hoti)
dat
δὲ
(de)
maar
ἀνέστησεν
(anestesen)
liet opstaan
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
μηκέτι
(meketi)
niet meer
μέλλοντα
(mellonta)
zullend
ὑποστρέφειν
(hypostrephein)
terugkeren
εἰς
(eis)
naar
διαφθοράν
(diaphthoran)
bederf
οὕτως
(houtos)
zo
εἴρηκεν
(eireken)
heeft gezegd
ὅτι
(hoti)
dat
Δώσω
(Doso)
Ik zal geven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
τὰ
(ta)
de
ὅσια
(hosia)
heilige dingen
Δαυὶδ
(Dauid)
van David
τὰ
(ta)
de
πιστά
(pista)
betrouwbare
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαφθορά (diaphthora), ‘bederf’: het vergaan van een lichaam in het graf.

Dit is Jes. 55:3.

Het Hebreeuws heeft ‘de betrouwbare blijken van trouw aan David’ (חַסְדֵי דָוִד, chasdei David); de Griekse tekst heeft τὰ ὅσια Δαυὶδ τὰ πιστά (ta hosia David ta pista), ‘de heilige dingen van David, de betrouwbare’. ὅσιος (hosios) is een ander woord dan ἅγιος (hagios), ‘heilig’; het staat ook in vers 35.

Het Grieks heeft ‘Dat Hij Hem uit de doden liet opstaan, … heeft Hij zo gezegd’, zonder onderwerp.

Uit vers 33 weten wij dat Elohim bedoeld is; wij noemen Hem erbij en splitsen de zin.

Omdat het citaat wordt ingeleid met ‘zo heeft Hij gezegd’, zetten wij het rood.

Zie ook Jes. 55:3.

35Daarom staat er ook in een andere psalm: ‘U zult Uw Heilige geen bederf laten zien.’
διότι
(dioti)
daarom
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
ἑτέρῳ
(hetero)
een andere
λέγει
(legei)
zegt
Οὐ
(Ou)
niet
δώσεις
(doseis)
zult geven
τὸν
(ton)
de
ὅσιόν
(hosion)
Heilige
σου
(sou)
Uw
ἰδεῖν
(idein)
te zien
διαφθοράν
(diaphthoran)
bederf
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is Ps. 16:10.

Het Hebreeuws heeft ‘Uw getrouwe’ (חָסִיד, chasid) en ‘de kuil’ (שַׁחַת, shachat); de Griekse tekst heeft τὸν ὅσιόν σου (ton hosion sou), ‘Uw Heilige’, en διαφθορά, ‘bederf’.

Het Grieks noemt bij ‘zegt’ geen onderwerp en geen psalm; wij schrijven ‘staat er … in een andere psalm’.

Paulus past het woord toe op Yeshua; daarom staat ‘Heilige’ met hoofdletter.

Petrus haalt hetzelfde vers aan in Hand. 2:27.

Zie ook Ps. 16:10; Hand. 2:27.

36Want David is ontslapen nadat hij in zijn eigen generatie het plan van Elohim had gediend. David is bij zijn vaders gelegd en heeft het bederf gezien.
Δαυὶδ
(Dauid)
David
μὲν
(men)
enerzijds
γὰρ
(gar)
want
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
γενεᾷ
(genea)
generatie
ὑπηρετήσας
(hyperetesas)
gediend hebbend
τῇ
(te)
het
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
βουλῇ
(boule)
plan
ἐκοιμήθη
(ekoimethe)
ontsliep
καὶ
(kai)
en
προσετέθη
(prosetethe)
werd bijgezet
πρὸς
(pros)
bij
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
εἶδεν
(eiden)
zag
διαφθοράν
(diaphthoran)
bederf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἰδίᾳ γενεᾷ ὑπηρετήσας τῇ τοῦ θεοῦ βουλῇ (idia genea hyperetesas te tou theou boule): het Grieks kan ook gelezen worden als ‘nadat hij zijn eigen generatie gediend had door het plan van Elohim’. βουλή (boule), ‘plan’: zoals in Luc. 7:30. ἐκοιμήθη (ekoimethe), ‘ontslapen’: een beeld voor sterven.

‘Bij zijn vaders gelegd’ komt overeen met 1 Kon. 2:10.

Het Grieks heeft in de laatste zin geen onderwerp; wij schrijven ‘David’, zodat het niet op Elohim lijkt te slaan.

Zie ook 1 Kon. 2:10; Luc. 7:30.

37Maar Hij die door Elohim is opgewekt, heeft het bederf niet gezien.
ὃν
(hon)
wie
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἤγειρεν
(egeiren)
wekte op
οὐκ
(ouk)
niet
εἶδεν
(eiden)
zag
διαφθοράν
(diaphthoran)
bederf
Bron: SBLGNT

Vergeving van zonden en een waarschuwing

38Jullie moeten dus weten, mannen, broers, dat door Hem vergeving van zonden aan jullie wordt verkondigd. Van alles waarvan jullie door de wet van Mozes niet gerechtvaardigd konden worden,
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
οὖν
(oun)
dus
ἔστω
(esto)
laat zijn
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἄνδρες
(andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὅτι
(hoti)
dat
διὰ
(dia)
door
τούτου
(toutou)
Hem
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἄφεσις
(aphesis)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
καταγγέλλεται
(katangelletai)
wordt verkondigd
καὶ
(kai)
en
ἀπὸ
(apo)
van
πάντων
(panton)
alles
ὧν
(hon)
waarvan
οὐκ
(ouk)
niet
ἠδυνήθητε
(edynethete)
konden jullie
ἐν
(en)
in
νόμῳ
(nomo)
wet
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
δικαιωθῆναι
(dikaiothenai)
gerechtvaardigd te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardigen’: voor Elohim als rechtvaardig gelden.

Het is verwant aan δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. ἐν νόμῳ (en nomo) is letterlijk ‘in de wet’; wij schrijven ‘door’. ἄφεσις ἁμαρτιῶν (afesis hamartion), ‘vergeving van zonden’: zoals in Luc. 24:47.

Zie ook Luc. 24:47.

Zie ookLuc 24:47
39wordt in Hem iedereen die gelooft, gerechtvaardigd.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
Hem
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
δικαιοῦται
(dikaioutai)
wordt gerechtvaardigd
Bron: SBLGNT
40Pas dus op dat niet over jullie komt wat in de profeten gezegd is:
βλέπετε
(blepete)
kijk
οὖν
(oun)
dus
μὴ
(me)
dat niet
ἐπέλθῃ
(epelthe)
over komt
τὸ
(to)
het
εἰρημένον
(eiremenon)
gezegde
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
προφήταις
(prophetais)
profeten
Bron: SBLGNT
41‘Zie, verachters, wees verbaasd en verdwijn! Want Ik verricht een werk in jullie dagen, een werk dat jullie niet zouden geloven als iemand het jullie vertelde.’”
Ἴδετε
(Idete)
zie
οἱ
(hoi)
de
καταφρονηταί
(kataphronetai)
verachters
καὶ
(kai)
en
θαυμάσατε
(thaumasate)
wees verbaasd
καὶ
(kai)
en
ἀφανίσθητε
(aphanisthete)
verdwijn
ὅτι
(hoti)
want
ἔργον
(ergon)
werk
ἐργάζομαι
(ergazomai)
verricht
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἔργον
(ergon)
werk
ὃ
(ho)
dat
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker niet
πιστεύσητε
(pisteusete)
zullen geloven
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἐκδιηγῆται
(ekdiegetai)
vertelt
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is Hab. 1:5, een van ‘de profeten’ (vers 40).

Het Hebreeuws heeft ‘Kijk onder de volken’ (בַגּוֹיִם, bagoyim) en ‘sta versteld’; de Griekse tekst heeft οἱ καταφρονηταί (hoi kataphronetai), ‘de verachters’, en ἀφανίσθητε (afanisthete), ‘verdwijn’.

In Habakuk spreekt Yahweh in de eerste persoon.

Hier staat het zwart, omdat Paulus uit de profeten aanhaalt.

Zie ook Hab. 1:5.

Na de toespraak

42Terwijl zij naar buiten gingen, vroeg men dat deze woorden op de sabbat daarna tot hen gesproken zouden worden.
Ἐξιόντων
(Exionton)
uitgaande
δὲ
(de)
maar
αὐτῶν
(auton)
zij
παρεκάλουν
(parekaloun)
vroegen
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
de
μεταξὺ
(metaxy)
volgende
σάββατον
(sabbaton)
sabbat
λαληθῆναι
(lalethenai)
gesproken te worden
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ταῦτα
(tauta)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks noemt geen onderwerp bij ‘vroeg men’. τὸ μεταξὺ σάββατον (to metaxy sabbaton): de sabbat daarna, of ‘de tussentijd’.

Lezing

In sommige handschriften staat dat de volken dit vroegen toen de Joden de synagoge verlieten; de SBLGNT heeft alleen ‘terwijl zij naar buiten gingen’.

43Toen de synagoge uit was, volgden velen van de Joden en van de godvrezende proselieten Paulus en Barnabas. Zij spraken met hen en probeerden hen te overtuigen om in de genade van Elohim te blijven.
λυθείσης
(lytheises)
ontbonden zijnde
δὲ
(de)
maar
τῆς
(tes)
de
συναγωγῆς
(synagoges)
synagoge
ἠκολούθησαν
(ekolouthesan)
volgden
πολλοὶ
(polloi)
velen
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
σεβομένων
(sebomenon)
godvrezende
προσηλύτων
(proselyton)
proselieten
τῷ
(to)
de
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
de
Βαρναβᾷ
(Barnaba)
Barnabas
οἵτινες
(hoitines)
die
προσλαλοῦντες
(proslalountes)
sprekend tot
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἔπειθον
(epeithon)
overtuigden
αὐτοὺς
(autous)
hen
προσμένειν
(prosmenein)
te blijven
τῇ
(te)
in de
χάριτι
(chariti)
genade
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσήλυτος (proselytos), ‘proseliet’: een niet-Jood die zich bij het Joodse volk heeft aangesloten; vergelijk Matt. 23:15. σεβόμενοι (sebomenoi), ‘godvrezend’: zie vers 16. χάρις (charis), ‘genade’.

De volgende sabbat

44Op de volgende sabbat was bijna heel de stad bijeengekomen om het woord van de Heer te horen.
Τῷ
(To)
op de
δὲ
(de)
maar
ἐρχομένῳ
(erchomeno)
komende
σαββάτῳ
(sabbato)
sabbat
σχεδὸν
(schedon)
bijna
πᾶσα
(pasa)
hele
ἡ
(he)
de
πόλις
(polis)
stad
συνήχθη
(synechthe)
kwam samen
ἀκοῦσαι
(akousai)
te horen
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ λόγος τοῦ κυρίου (ho logos tou kyriou), ‘het woord van de Heer’: de boodschap die Paulus en Barnabas brengen.

Het Grieks gebruikt ‘woord van de Heer’ (vers 44, 48, 49) en ‘woord van Elohim’ (vers 5, 7, 46) naast elkaar.

Wij schrijven ‘de Heer’, zoals in vers 2.

Lezing

In sommige handschriften staat ‘het woord van Elohim’; de SBLGNT heeft ‘de Heer’.

45Toen de Joden de menigten zagen, werden zij vervuld van naijver. Zij spraken tegen wat door Paulus werd gesproken en lasterden.
ἰδόντες
(idontes)
gezien hebbend
δὲ
(de)
maar
οἱ
(hoi)
de
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
τοὺς
(tous)
de
ὄχλους
(ochlous)
menigten
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
ζήλου
(zelou)
van naijver
καὶ
(kai)
en
ἀντέλεγον
(antelegon)
spraken tegen
τοῖς
(tois)
wat
ὑπὸ
(hypo)
door
Παύλου
(Paulou)
Paulus
λαλουμένοις
(laloumenois)
gesproken werd
βλασφημοῦντες
(blasphemountes)
lasterend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζῆλος (zelos), ‘ijver’: hier in slechte zin, ‘naijver’; in Joh. 2:17 staat hetzelfde woord in goede zin.

Het zijn niet alle Joden: velen volgden Paulus (vers 43). βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’.

Paulus en Barnabas keren zich tot de volken

46Paulus en Barnabas spraken openlijk: „Het was nodig dat het woord van Elohim eerst tot jullie gesproken werd. Omdat jullie het afwijzen en jullie zelf het eeuwige leven niet waardig achten, zie: wij wenden ons tot de volken.
παρρησιασάμενοί
(parresiasamenoi)
openlijk sprekend
τε
(te)
en
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Ὑμῖν
(Hymin)
aan jullie
ἦν
(en)
was
ἀναγκαῖον
(anankaion)
nodig
πρῶτον
(proton)
eerst
λαληθῆναι
(lalethenai)
gesproken te worden
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐπειδὴ
(epeide)
omdat
ἀπωθεῖσθε
(apotheisthe)
wijzen af
αὐτὸν
(auton)
het
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἀξίους
(axious)
waardig
κρίνετε
(krinete)
achten
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
τῆς
(tes)
van het
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwige
ζωῆς
(zoes)
leven
ἰδοὺ
(idou)
zie
στρεφόμεθα
(strephometha)
wenden wij ons
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησιάζομαι (parrhesiazomai), ‘openlijk spreken’: vrijmoedig, zonder angst; verwant aan παρρησία (parresia), ‘openlijk’.

Paulus gaat eerst naar de Joden en wendt zich dan tot de volken; vergelijk Hand. 18:6 en 28:28. ἀπωθέω (apotheo), ‘afwijzen’: letterlijk ‘wegduwen’.

Zie ook Hand. 18:6; Hand. 28:28.

47Want zo heeft Yahweh ons geboden: ‘Ik heb je gesteld tot een licht van de volken, zodat je tot redding zult zijn tot het einde van de aarde.’”
οὕτως
(houtos)
zo
γὰρ
(gar)
want
ἐντέταλται
(entetaltai)
heeft geboden
ἡμῖν
(hemin)
ons
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Yahweh
Τέθεικά
(Tetheika)
Ik heb gesteld
σε
(se)
je
εἰς
(eis)
tot
φῶς
(phos)
licht
ἐθνῶν
(ethnon)
van volken
τοῦ
(tou)
opdat
εἶναί
(einai)
zijn
σε
(se)
je
εἰς
(eis)
tot
σωτηρίαν
(soterian)
redding
ἕως
(heos)
tot
ἐσχάτου
(eschatou)
uiterste
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is Jes. 49:6.

Het Hebreeuws heeft ‘om Mijn redding te zijn tot het einde van de aarde’; de Griekse tekst heeft ‘zodat je tot redding zult zijn tot het einde van de aarde’.

In Jesaja spreekt Yahweh tot Zijn Knecht; Paulus en Barnabas passen het toe op hun eigen opdracht (vergelijk Luc. 2:32).

Omdat het citaat wordt ingeleid met ‘wat de Heer ons heeft geboden’ en Yahweh in de eerste persoon spreekt, zetten wij het rood. κύριος is hier vertaald als Yahweh.

Zie ook Jes. 49:6; Luc. 2:32.

48Toen de volken dit hoorden, verheugden zij zich en verheerlijkten het woord van de Heer. En allen die voor het eeuwige leven bestemd waren, geloofden.
ἀκούοντα
(akouonta)
horend
δὲ
(de)
maar
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἔχαιρον
(echairon)
verheugden zich
καὶ
(kai)
en
ἐδόξαζον
(edoxazon)
verheerlijkten
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
καὶ
(kai)
en
ἐπίστευσαν
(episteusan)
geloofden
ὅσοι
(hosoi)
allen die
ἦσαν
(esan)
waren
τεταγμένοι
(tetagmenoi)
bestemd
εἰς
(eis)
voor
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

τεταγμένοι (tetagmenoi), ‘bestemd’: van τάσσω (tasso), ‘plaatsen, aanwijzen’.

De vorm kan lijdend zijn (‘aangewezen’) of een middelvorm (‘zich opgesteld hebbend’); de tekst zegt niet door wie. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’.

49Het woord van de Heer werd verspreid door heel het gebied.
διεφέρετο
(diephereto)
werd verspreid
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
δι’
(di’)
door
ὅλης
(holes)
hele
τῆς
(tes)
het
χώρας
(choras)
gebied
Bron: SBLGNT

Vervolging en vertrek naar Ikonium

50Maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen van aanzien en de voornaamsten van de stad op. Zij wekten een vervolging op tegen Paulus en Barnabas en verdreven hen uit hun gebied.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
παρώτρυναν
(parotrynan)
hitsten op
τὰς
(tas)
de
σεβομένας
(sebomenas)
godvrezende
γυναῖκας
(gynaikas)
vrouwen
τὰς
(tas)
die
εὐσχήμονας
(euschemonas)
van aanzien
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πρώτους
(protous)
voornaamsten
τῆς
(tes)
van de
πόλεως
(poleos)
stad
καὶ
(kai)
en
ἐπήγειραν
(epegeiran)
wekten op
διωγμὸν
(diogmon)
vervolging
ἐπὶ
(epi)
tegen
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
καὶ
(kai)
en
Βαρναβᾶν
(Barnaban)
Barnabas
καὶ
(kai)
en
ἐξέβαλον
(exebalon)
verdreven
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἀπὸ
(apo)
uit
τῶν
(ton)
de
ὁρίων
(horion)
grenzen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

παροτρύνω (parotryno), ‘ophitsen’. εὐσχήμων (euschemon), ‘van aanzien’. ὅρια (horia), ‘gebied’: letterlijk ‘grenzen’.

De vrouwen worden ‘godvrezend’ genoemd: zie vers 16.

Zie ookHand 13:16
51Zij schudden het stof van hun voeten tegen hen af en gingen naar Ikonium.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐκτιναξάμενοι
(ektinaxamenoi)
afgeschud hebbend
τὸν
(ton)
het
κονιορτὸν
(koniorton)
stof
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
ἐπ’
(ep’)
tegen
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἦλθον
(elthon)
kwamen
εἰς
(eis)
naar
Ἰκόνιον
(Ikonion)
Ikonium
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Uitleg

ἐκτινάσσω (ektinasso), ‘afschudden’: het stof afschudden is een teken dat men met een plaats niets meer te maken wil hebben; vergelijk Luc. 9:5. Ἰκόνιον (Ikonion), ‘Ikonium’, is het huidige Konya in Turkije.

Zie ook Luc. 9:5; Matt. 10:14; Mark. 6:11.

52De leerlingen werden vervuld van vreugde en van de Heilige Geest.
οἵ
(hoi)
de
τε
(te)
en
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
ἐπληροῦντο
(eplerounto)
werden vervuld
χαρᾶς
(charas)
van vreugde
καὶ
(kai)
en
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
Bron: SBLGNT