Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Eén lot voor allen
1Want dit alles heb ik ter harte genomen, om dit alles te onderzoeken: de rechtvaardigen en de wijzen en hun daden zijn in Elohim’s handen. Zowel liefde als haat: de mens weet het niet. Alles ligt voor hen.
כִּ֣י
(ki)
want
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
זֶ֞ה
(ze)
dit
נָתַ֤תִּי
(natati)
heb ik gericht
אֶל
(el)
op
לִבִּי֙
(libi)
mijn hart
וְלָב֣וּר
(velavur)
en om te onderzoeken
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
זֶ֔ה
(ze)
dit
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
הַצַּדִּיקִ֧ים
(hatsadiqim)
de rechtvaardigen
וְהַחֲכָמִ֛ים
(vehachakhamim)
en de wijzen
וַעֲבָדֵיהֶ֖ם
(vaavadeihem)
en hun daden
בְּיַ֣ד
(beyad)
in de hand van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
גַּֽם
(gam)
ook
אַהֲבָ֣ה
(ahava)
liefde
גַם
(gam)
ook
שִׂנְאָ֗ה
(sina)
haat
אֵ֤ין
(ein)
niet
יוֹדֵ֨עַ֙
(yodea)
weet
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
de mens
הַכֹּ֖ל
(hakol)
alles
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
voor hun aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲבָדֵיהֶם (avadehem), ‘hun daden’: het kan ook ‘hun werken’ of ‘hun dienst’ betekenen.
בְּיַד הָאֱלֹהִים (beyad ha-Elohim), ‘in Elohim’s handen’: letterlijk ‘in de hand van Elohim’.
גַּם אַהֲבָה גַּם שִׂנְאָה (gam ahavah gam sin’ah), ‘zowel liefde als haat’: ook te lezen als ‘de mens weet niet of liefde of haat hem wacht’. הַכֹּל לִפְנֵיהֶם (hakol lifnehem), ‘alles ligt voor hen’: wat voor hen ligt, is niet duidelijk.
2Alles is hetzelfde voor allen. Eén lot is er voor de rechtvaardige en de goddeloze, voor de goede, de reine en de onreine, voor wie offert en wie niet offert. Zoals de goede is, zo is de zondaar. Zoals wie zweert, zo is wie een eed vreest.
הַכֹּ֞ל
(hakol)
alles
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
לַכֹּ֗ל
(lakol)
voor allen
מִקְרֶ֨ה
(miqre)
een lot
אֶחָ֜ד
(echad)
één
לַצַּדִּ֤יק
(latsadiq)
voor de rechtvaardige
וְלָרָשָׁע֙
(velarasha)
en voor de goddeloze
לַטּוֹב֙
(latov)
voor de goede
וְלַטָּה֣וֹר
(velatahor)
en voor de reine
וְלַטָּמֵ֔א
(velatame)
en voor de onreine
וְלַזֹּבֵ֔חַ
(velazoveach)
en voor wie offert
וְלַאֲשֶׁ֖ר
(velaasher)
en voor wie
אֵינֶ֣נּוּ
(einenu)
niet is
זֹבֵ֑חַ
(zoveach)
offerend
כַּטּוֹב֙
(katov)
zoals de goede
כַּֽחֹטֶ֔א
(kachote)
zoals de zondaar
הַנִּשְׁבָּ֕ע
(hanishba)
wie zweert
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals wie
שְׁבוּעָ֥ה
(shevua)
een eed
יָרֵֽא
(yare)
vreest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִקְרֶה (miqre), ‘lot’: wat iemand overkomt.
Wij vertalen overal ‘lot’.
Lezing
Het Hebreeuws heeft ‘voor de goede en voor de reine en voor de onreine’.
Sommige oude vertalingen hebben ‘voor de goede en voor de slechte’.
3Dit is een kwaad in alles wat onder de zon gedaan wordt: één lot is er voor allen. Ook het hart van de mensenkinderen is vol kwaad, en razernij is in hun hart zolang zij leven. Daarna gaan zij naar de doden.
זֶ֣ה
(ze)
dit
רָ֗ע
(ra)
kwaad
בְּכֹ֤ל
(bekhol)
in alles
אֲשֶֽׁר
(asher)
wat
נַעֲשָׂה֙
(naasa)
wordt gedaan
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
כִּֽי
(ki)
dat
מִקְרֶ֥ה
(miqre)
een lot
אֶחָ֖ד
(echad)
één
לַכֹּ֑ל
(lakol)
voor allen
וְגַ֣ם
(vegam)
en ook
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
בְּֽנֵי
(benei)
de kinderen van
הָ֠אָדָם
(haadam)
de mens
מָלֵא
(male)
is vol
רָ֨ע
(ra)
kwaad
וְהוֹלֵל֤וֹת
(veholelot)
en razernij
בִּלְבָבָם֙
(bilvavam)
in hun hart
בְּחַיֵּיהֶ֔ם
(bechayeihem)
in hun leven
וְאַחֲרָ֖יו
(veacharav)
en na hem
אֶל
(el)
naar
הַמֵּתִֽים
(hametim)
de doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Beleef het leven met de vrouw van wie je houdt, alle dagen van je leven van damp. Hij heeft het je onder de zon gegeven, alle dagen van je damp. Want dat is je deel in het leven en in je zwoegen waarmee jij onder de zon zwoegt.
רְאֵ֨ה
(ree)
zie
חַיִּ֜ים
(chayim)
leven
עִם
(im)
met
אִשָּׁ֣ה
(isha)
een vrouw
אֲשֶׁר
(asher)
die
אָהַ֗בְתָּ
(ahavta)
je liefhebt
כָּל
(kal)
alle
יְמֵי֙
(yemei)
dagen van
חַיֵּ֣י
(chayei)
het leven van
הֶבְלֶ֔ךָ
(hevlekha)
je damp
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
נָֽתַן
(natan)
Hij heeft gegeven
לְךָ֙
(lekha)
je
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
כֹּ֖ל
(kol)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
הֶבְלֶ֑ךָ
(hevlekha)
je damp
כִּ֣י
(ki)
want
ה֤וּא
(hu)
dat
חֶלְקְךָ֙
(chelqekha)
je deel
בַּֽחַיִּ֔ים
(bachayim)
in het leven
וּבַעֲמָ֣לְךָ֔
(uvaamalekha)
en in je zwoegen
אֲשֶׁר
(asher)
waarmee
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
עָמֵ֖ל
(amel)
zwoegt
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רְאֵה חַיִּים (re’eh chayyim), ‘beleef het leven’: letterlijk ‘zie leven’.
אִשָּׁה (ishah), ‘vrouw’: ook ‘echtgenote’.
Het subject van ‘heeft gegeven’ is Elohim, uit vers 7.
Het Hebreeuws herhaalt ‘alle dagen van je damp’; wij houden de herhaling.
10Alles wat je hand vindt om te doen, doe het met je kracht. Want er is geen werk, geen berekening, geen kennis en geen wijsheid in Sjeol, waar jij heen gaat.
כֹּ֠ל
(kol)
alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
תִּמְצָ֧א
(timtsa)
vindt
יָֽדְךָ֛
(yadekha)
je hand
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
om te doen
בְּכֹחֲךָ֖
(bekhochakha)
met je kracht
עֲשֵׂ֑ה
(ase)
doe
כִּי֩
(ki)
want
אֵ֨ין
(ein)
niet is
מַעֲשֶׂ֤ה
(maase)
werk
וְחֶשְׁבּוֹן֙
(vecheshbon)
en berekening
וְדַ֣עַת
(vedaat)
en kennis
וְחָכְמָ֔ה
(vechakhema)
en wijsheid
בִּשְׁא֕וֹל
(bishol)
in Sjeol
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waarheen
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
הֹלֵ֥ךְ
(holekh)
gaat
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Ik keerde terug en zag onder de zon dat de wedloop niet voor de snellen is en de strijd niet voor de helden. Ook het brood is niet voor de wijzen, ook rijkdom niet voor wie inzicht hebben, en ook gunst niet voor wie kennis hebben. Want tijd en toeval treffen hen allen.
שַׁ֜בְתִּי
(shavti)
ik keerde terug
וְרָאֹ֣ה
(verao)
en zien
תַֽחַת
(tachat)
onder
הַשֶּׁ֗מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
כִּ֣י
(ki)
dat
לֹא֩
(lo)
niet
לַקַּלִּ֨ים
(laqalim)
voor de snellen
הַמֵּר֜וֹץ
(hamerots)
de wedloop
וְלֹ֧א
(velo)
en niet
לַגִּבּוֹרִ֣ים
(lagiborim)
voor de helden
הַמִּלְחָמָ֗ה
(hamilchama)
de strijd
וְ֠גַם
(vegam)
en ook
לֹ֣א
(lo)
niet
לַחֲכָמִ֥ים
(lachakhamim)
voor de wijzen
לֶ֨חֶם֙
(lechem)
brood
וְגַ֨ם
(vegam)
en ook
לֹ֤א
(lo)
niet
לַנְּבֹנִים֙
(lanevonim)
voor de inzichtvollen
עֹ֔שֶׁר
(osher)
rijkdom
וְגַ֛ם
(vegam)
en ook
לֹ֥א
(lo)
niet
לַיֹּדְעִ֖ים
(layodeim)
voor wie kennen
חֵ֑ן
(chen)
gunst
כִּי
(ki)
want
עֵ֥ת
(et)
tijd
וָפֶ֖גַע
(vafega)
en toeval
יִקְרֶ֥ה
(yiqre)
treft
אֶת
(et)
(obj.)
כֻּלָּֽם
(kulam)
hen allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֵת וָפֶגַע (et vafega), ‘tijd en toeval’: het toeval is wat iemand op het moment zelf overkomt.
12Want de mens kent ook zijn tijd niet. Vissen worden gevangen in een kwaad net, en vogels worden gegrepen in de strik. Zo worden de mensenkinderen verstrikt op een kwade tijd, wanneer die plotseling over hen valt.
כִּ֡י
(ki)
want
גַּם֩
(gam)
ook
לֹֽא
(lo)
niet
יֵדַ֨ע
(yeda)
kent
הָאָדָ֜ם
(haadam)
de mens
אֶת
(et)
(obj.)
עִתּ֗וֹ
(ito)
zijn tijd
כַּדָּגִים֙
(kadagim)
zoals vissen
שֶׁנֶּֽאֱחָזִים֙
(sheneechazim)
die worden gegrepen
בִּמְצוֹדָ֣ה
(bimtsoda)
in een net
רָעָ֔ה
(raa)
kwaad
וְכַ֨צִּפֳּרִ֔ים
(vekhatsiporim)
en zoals vogels
הָאֲחֻז֖וֹת
(haachuzot)
die gegrepen worden
בַּפָּ֑ח
(bapach)
in de strik
כָּהֵ֗ם
(kahem)
zoals zij
יֽוּקָשִׁים֙
(yuqashim)
worden verstrikt
בְּנֵ֣י
(benei)
de kinderen van
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
de mens
לְעֵ֣ת
(leet)
op een tijd
רָעָ֔ה
(raa)
kwaad
כְּשֶׁתִּפּ֥וֹל
(keshetipol)
wanneer ze valt
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
over hen
פִּתְאֹֽם
(pitom)
plotseling
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws gebruikt twee woorden voor een net: מְצוֹדָה (metsodah) bij de vissen en פַּח (pach), ‘strik’, bij de vogels.