Elohim Bijbel

Prediker 9

123456789101112

Eén lot voor allen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Eén lot voor allen

1Want dit alles heb ik ter harte genomen, om dit alles te onderzoeken: de rechtvaardigen en de wijzen en hun daden zijn in Elohim’s handen. Zowel liefde als haat: de mens weet het niet. Alles ligt voor hen.
כִּ֣י
(ki)
want
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
זֶ֞ה
(ze)
dit
נָתַ֤תִּי
(natati)
heb ik gericht
אֶל
(el)
op
לִבִּי֙
(libi)
mijn hart
וְלָב֣וּר
(velavur)
en om te onderzoeken
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
זֶ֔ה
(ze)
dit
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
הַצַּדִּיקִ֧ים
(hatsadiqim)
de rechtvaardigen
וְהַחֲכָמִ֛ים
(vehachakhamim)
en de wijzen
וַעֲבָדֵיהֶ֖ם
(vaavadeihem)
en hun daden
בְּיַ֣ד
(beyad)
in de hand van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
גַּֽם
(gam)
ook
אַהֲבָ֣ה
(ahava)
liefde
גַם
(gam)
ook
שִׂנְאָ֗ה
(sina)
haat
אֵ֤ין
(ein)
niet
יוֹדֵ֨עַ֙
(yodea)
weet
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
de mens
הַכֹּ֖ל
(hakol)
alles
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
voor hun aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲבָדֵיהֶם (avadehem), ‘hun daden’: het kan ook ‘hun werken’ of ‘hun dienst’ betekenen.

בְּיַד הָאֱלֹהִים (beyad ha-Elohim), ‘in Elohim’s handen’: letterlijk ‘in de hand van Elohim’.

גַּם אַהֲבָה גַּם שִׂנְאָה (gam ahavah gam sin’ah), ‘zowel liefde als haat’: ook te lezen als ‘de mens weet niet of liefde of haat hem wacht’. הַכֹּל לִפְנֵיהֶם (hakol lifnehem), ‘alles ligt voor hen’: wat voor hen ligt, is niet duidelijk.

2Alles is hetzelfde voor allen. Eén lot is er voor de rechtvaardige en de goddeloze, voor de goede, de reine en de onreine, voor wie offert en wie niet offert. Zoals de goede is, zo is de zondaar. Zoals wie zweert, zo is wie een eed vreest.
הַכֹּ֞ל
(hakol)
alles
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
לַכֹּ֗ל
(lakol)
voor allen
מִקְרֶ֨ה
(miqre)
een lot
אֶחָ֜ד
(echad)
één
לַצַּדִּ֤יק
(latsadiq)
voor de rechtvaardige
וְלָרָשָׁע֙
(velarasha)
en voor de goddeloze
לַטּוֹב֙
(latov)
voor de goede
וְלַטָּה֣וֹר
(velatahor)
en voor de reine
וְלַטָּמֵ֔א
(velatame)
en voor de onreine
וְלַזֹּבֵ֔חַ
(velazoveach)
en voor wie offert
וְלַאֲשֶׁ֖ר
(velaasher)
en voor wie
אֵינֶ֣נּוּ
(einenu)
niet is
זֹבֵ֑חַ
(zoveach)
offerend
כַּטּוֹב֙
(katov)
zoals de goede
כַּֽחֹטֶ֔א
(kachote)
zoals de zondaar
הַנִּשְׁבָּ֕ע
(hanishba)
wie zweert
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals wie
שְׁבוּעָ֥ה
(shevua)
een eed
יָרֵֽא
(yare)
vreest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִקְרֶה (miqre), ‘lot’: wat iemand overkomt.

Wij vertalen overal ‘lot’.

Lezing

Het Hebreeuws heeft ‘voor de goede en voor de reine en voor de onreine’.

Sommige oude vertalingen hebben ‘voor de goede en voor de slechte’.

Wij volgen de Masoretische tekst.

3Dit is een kwaad in alles wat onder de zon gedaan wordt: één lot is er voor allen. Ook het hart van de mensenkinderen is vol kwaad, en razernij is in hun hart zolang zij leven. Daarna gaan zij naar de doden.
זֶ֣ה
(ze)
dit
רָ֗ע
(ra)
kwaad
בְּכֹ֤ל
(bekhol)
in alles
אֲשֶֽׁר
(asher)
wat
נַעֲשָׂה֙
(naasa)
wordt gedaan
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
כִּֽי
(ki)
dat
מִקְרֶ֥ה
(miqre)
een lot
אֶחָ֖ד
(echad)
één
לַכֹּ֑ל
(lakol)
voor allen
וְגַ֣ם
(vegam)
en ook
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
בְּֽנֵי
(benei)
de kinderen van
הָ֠אָדָם
(haadam)
de mens
מָלֵא
(male)
is vol
רָ֨ע
(ra)
kwaad
וְהוֹלֵל֤וֹת
(veholelot)
en razernij
בִּלְבָבָם֙
(bilvavam)
in hun hart
בְּחַיֵּיהֶ֔ם
(bechayeihem)
in hun leven
וְאַחֲרָ֖יו
(veacharav)
en na hem
אֶל
(el)
naar
הַמֵּתִֽים
(hametim)
de doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הוֹלֵלוֹת (holelot), ‘razernij’: zie ook 7:25.

אַחֲרָיו (acharav), ‘daarna’: letterlijk ‘na hem’.

Zie ook 7:14.

4Want wie bij alle levenden gevoegd wordt, heeft vertrouwen. Want een levende hond is beter dan een dode leeuw.
כִּי
(ki)
want
מִי֙
(mi)
wie
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יְחֻבַּ֔ר
(yechubar)
wordt gevoegd
אֶ֥ל
(el)
bij
כָּל
(kal)
alle
הַחַיִּ֖ים
(hachayim)
de levenden
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
בִּטָּח֑וֹן
(bitachon)
vertrouwen
כִּֽי
(ki)
want
לְכֶ֤לֶב
(lekhelev)
voor een hond
חַי֙
(chay)
levend
ה֣וּא
(hu)
hij
ט֔וֹב
(tov)
beter
מִן
(min)
dan
הָאַרְיֵ֖ה
(haarye)
de leeuw
הַמֵּֽת
(hamet)
de dode
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּטָּחוֹן (bittachon), ‘vertrouwen’: ook ‘hoop’ of ‘zekerheid’.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft יִבְחַר (yivchar), ‘kiest’ of ‘wordt gekozen’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft יְחֻבַּר (yechubbar), ‘wordt gevoegd’.

Wij volgen de voorgelezen tekst.

5Want de levenden weten dat zij zullen sterven, maar de doden weten niets. Zij hebben ook geen loon meer, want hun gedachtenis is vergeten.
כִּ֧י
(ki)
want
הַֽחַיִּ֛ים
(hachayim)
de levenden
יוֹדְעִ֖ים
(yodeim)
weten
שֶׁיָּמֻ֑תוּ
(sheyamutu)
dat zij zullen sterven
וְהַמֵּתִ֞ים
(vehametim)
en de doden
אֵינָ֧ם
(einam)
niet zijn
יוֹדְעִ֣ים
(yodeim)
wetend
מְא֗וּמָה
(meuma)
iets
וְאֵֽין
(veein)
en niet is
ע֤וֹד
(od)
meer
לָהֶם֙
(lahem)
voor hen
שָׂכָ֔ר
(sakhar)
loon
כִּ֥י
(ki)
want
נִשְׁכַּ֖ח
(nishkach)
is vergeten
זִכְרָֽם
(zikhram)
hun gedachtenis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Ps. 115:17 over de doden.

6Ook hun liefde, ook hun haat en ook hun afgunst is al verloren. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, in alles wat onder de zon gedaan wordt.
גַּ֣ם
(gam)
ook
אַהֲבָתָ֧ם
(ahavatam)
hun liefde
גַּם
(gam)
ook
שִׂנְאָתָ֛ם
(sinatam)
hun haat
גַּם
(gam)
ook
קִנְאָתָ֖ם
(qinatam)
hun afgunst
כְּבָ֣ר
(kevar)
al
אָבָ֑דָה
(avada)
is verloren
וְחֵ֨לֶק
(vecheleq)
en deel
אֵין
(ein)
niet is
לָהֶ֥ם
(lahem)
voor hen
עוֹד֙
(od)
meer
לְעוֹלָ֔ם
(leolam)
tot in eeuwigheid
בְּכֹ֥ל
(bekhol)
in alles
אֲשֶֽׁר
(asher)
wat
נַעֲשָׂ֖ה
(naasa)
wordt gedaan
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵלֶק (chelek), ‘deel’: het deel dat iemand in het leven krijgt.

Wij vertalen overal ‘deel’.

Eet je brood met vreugde

7Ga, eet je brood met vreugde en drink je wijn met een goed hart, want Elohim heeft je daden al met welgevallen aanvaard.
לֵ֣ךְ
(lekh)
ga
אֱכֹ֤ל
(ekhol)
eet
בְּשִׂמְחָה֙
(besimcha)
met vreugde
לַחְמֶ֔ךָ
(lachmekha)
je brood
וּֽשֲׁתֵ֥ה
(ushate)
en drink
בְלֶב
(belev)
met een hart
ט֖וֹב
(tov)
goed
יֵינֶ֑ךָ
(yeinekha)
je wijn
כִּ֣י
(ki)
want
כְבָ֔ר
(kevar)
al
רָצָ֥ה
(ratsa)
heeft behaagd
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
Elohim
אֶֽת
(et)
(obj.)
מַעֲשֶֽׂיךָ
(maaseikha)
je daden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook 8:15 en 9:9.

רָצָה (ratsah), ‘aanvaard met welgevallen’: Elohim heeft je daden al goedgekeurd.

Het leven genieten is dus niet verkeerd.

8Laat je kleren te allen tijde wit zijn, en laat olie op je hoofd niet ontbreken.
בְּכָל
(bekhal)
te allen
עֵ֕ת
(et)
tijde
יִהְי֥וּ
(yihyu)
laten zijn
בְגָדֶ֖יךָ
(begadeikha)
je kleren
לְבָנִ֑ים
(levanim)
wit
וְשֶׁ֖מֶן
(veshemen)
en olie
עַל
(al)
op
רֹאשְׁךָ֥
(roshkha)
je hoofd
אַל
(al)
niet
יֶחְסָֽר
(yechsar)
laat ontbreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Beleef het leven met de vrouw van wie je houdt, alle dagen van je leven van damp. Hij heeft het je onder de zon gegeven, alle dagen van je damp. Want dat is je deel in het leven en in je zwoegen waarmee jij onder de zon zwoegt.
רְאֵ֨ה
(ree)
zie
חַיִּ֜ים
(chayim)
leven
עִם
(im)
met
אִשָּׁ֣ה
(isha)
een vrouw
אֲשֶׁר
(asher)
die
אָהַ֗בְתָּ
(ahavta)
je liefhebt
כָּל
(kal)
alle
יְמֵי֙
(yemei)
dagen van
חַיֵּ֣י
(chayei)
het leven van
הֶבְלֶ֔ךָ
(hevlekha)
je damp
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
נָֽתַן
(natan)
Hij heeft gegeven
לְךָ֙
(lekha)
je
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
כֹּ֖ל
(kol)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
הֶבְלֶ֑ךָ
(hevlekha)
je damp
כִּ֣י
(ki)
want
ה֤וּא
(hu)
dat
חֶלְקְךָ֙
(chelqekha)
je deel
בַּֽחַיִּ֔ים
(bachayim)
in het leven
וּבַעֲמָ֣לְךָ֔
(uvaamalekha)
en in je zwoegen
אֲשֶׁר
(asher)
waarmee
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
עָמֵ֖ל
(amel)
zwoegt
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְאֵה חַיִּים (re’eh chayyim), ‘beleef het leven’: letterlijk ‘zie leven’.

אִשָּׁה (ishah), ‘vrouw’: ook ‘echtgenote’.

Het subject van ‘heeft gegeven’ is Elohim, uit vers 7.

Het Hebreeuws herhaalt ‘alle dagen van je damp’; wij houden de herhaling.

10Alles wat je hand vindt om te doen, doe het met je kracht. Want er is geen werk, geen berekening, geen kennis en geen wijsheid in Sjeol, waar jij heen gaat.
כֹּ֠ל
(kol)
alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
תִּמְצָ֧א
(timtsa)
vindt
יָֽדְךָ֛
(yadekha)
je hand
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
om te doen
בְּכֹחֲךָ֖
(bekhochakha)
met je kracht
עֲשֵׂ֑ה
(ase)
doe
כִּי֩
(ki)
want
אֵ֨ין
(ein)
niet is
מַעֲשֶׂ֤ה
(maase)
werk
וְחֶשְׁבּוֹן֙
(vecheshbon)
en berekening
וְדַ֣עַת
(vedaat)
en kennis
וְחָכְמָ֔ה
(vechakhema)
en wijsheid
בִּשְׁא֕וֹל
(bishol)
in Sjeol
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waarheen
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
הֹלֵ֥ךְ
(holekh)
gaat
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (Sjeol): het dodenrijk, zie Ps. 6:6.

חֶשְׁבּוֹן (cheshbon), ‘berekening’: zie 7:25.

Tijd en toeval

11Ik keerde terug en zag onder de zon dat de wedloop niet voor de snellen is en de strijd niet voor de helden. Ook het brood is niet voor de wijzen, ook rijkdom niet voor wie inzicht hebben, en ook gunst niet voor wie kennis hebben. Want tijd en toeval treffen hen allen.
שַׁ֜בְתִּי
(shavti)
ik keerde terug
וְרָאֹ֣ה
(verao)
en zien
תַֽחַת
(tachat)
onder
הַשֶּׁ֗מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
כִּ֣י
(ki)
dat
לֹא֩
(lo)
niet
לַקַּלִּ֨ים
(laqalim)
voor de snellen
הַמֵּר֜וֹץ
(hamerots)
de wedloop
וְלֹ֧א
(velo)
en niet
לַגִּבּוֹרִ֣ים
(lagiborim)
voor de helden
הַמִּלְחָמָ֗ה
(hamilchama)
de strijd
וְ֠גַם
(vegam)
en ook
לֹ֣א
(lo)
niet
לַחֲכָמִ֥ים
(lachakhamim)
voor de wijzen
לֶ֨חֶם֙
(lechem)
brood
וְגַ֨ם
(vegam)
en ook
לֹ֤א
(lo)
niet
לַנְּבֹנִים֙
(lanevonim)
voor de inzichtvollen
עֹ֔שֶׁר
(osher)
rijkdom
וְגַ֛ם
(vegam)
en ook
לֹ֥א
(lo)
niet
לַיֹּדְעִ֖ים
(layodeim)
voor wie kennen
חֵ֑ן
(chen)
gunst
כִּי
(ki)
want
עֵ֥ת
(et)
tijd
וָפֶ֖גַע
(vafega)
en toeval
יִקְרֶ֥ה
(yiqre)
treft
אֶת
(et)
(obj.)
כֻּלָּֽם
(kulam)
hen allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵת וָפֶגַע (et vafega), ‘tijd en toeval’: het toeval is wat iemand op het moment zelf overkomt.

נְבֹנִים (nevonim), ‘wie inzicht hebben’, en יֹדְעִים (yode’im), ‘wie kennis hebben’.

12Want de mens kent ook zijn tijd niet. Vissen worden gevangen in een kwaad net, en vogels worden gegrepen in de strik. Zo worden de mensenkinderen verstrikt op een kwade tijd, wanneer die plotseling over hen valt.
כִּ֡י
(ki)
want
גַּם֩
(gam)
ook
לֹֽא
(lo)
niet
יֵדַ֨ע
(yeda)
kent
הָאָדָ֜ם
(haadam)
de mens
אֶת
(et)
(obj.)
עִתּ֗וֹ
(ito)
zijn tijd
כַּדָּגִים֙
(kadagim)
zoals vissen
שֶׁנֶּֽאֱחָזִים֙
(sheneechazim)
die worden gegrepen
בִּמְצוֹדָ֣ה
(bimtsoda)
in een net
רָעָ֔ה
(raa)
kwaad
וְכַ֨צִּפֳּרִ֔ים
(vekhatsiporim)
en zoals vogels
הָאֲחֻז֖וֹת
(haachuzot)
die gegrepen worden
בַּפָּ֑ח
(bapach)
in de strik
כָּהֵ֗ם
(kahem)
zoals zij
יֽוּקָשִׁים֙
(yuqashim)
worden verstrikt
בְּנֵ֣י
(benei)
de kinderen van
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
de mens
לְעֵ֣ת
(leet)
op een tijd
רָעָ֔ה
(raa)
kwaad
כְּשֶׁתִּפּ֥וֹל
(keshetipol)
wanneer ze valt
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
over hen
פִּתְאֹֽם
(pitom)
plotseling
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws gebruikt twee woorden voor een net: מְצוֹדָה (metsodah) bij de vissen en פַּח (pach), ‘strik’, bij de vogels.

De wijze behoeftige in de kleine stad

13Ook dit heb ik gezien als wijsheid onder de zon, en zij is groot voor mij.
גַּם
(gam)
ook
זֹ֛ה
(zo)
dit
רָאִ֥יתִי
(raiti)
zag ik
חָכְמָ֖ה
(chakhema)
wijsheid
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
וּגְדוֹלָ֥ה
(ugedola)
en groot
הִ֖יא
(hi)
is zij
אֵלָֽי
(elay)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Er was een kleine stad, met daarin weinig mensen. Een grote koning kwam tegen haar op, omsingelde haar en bouwde grote belegeringswerken tegen haar.
עִ֣יר
(ir)
een stad
קְטַנָּ֔ה
(qetana)
klein
וַאֲנָשִׁ֥ים
(vaanashim)
en mensen
בָּ֖הּ
(bah)
daarin
מְעָ֑ט
(meat)
weinig
וּבָֽא
(uva)
en kwam
אֵלֶ֜יהָ
(eleiha)
tegen haar
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
een koning
גָּדוֹל֙
(gadol)
grote
וְסָבַ֣ב
(vesavav)
en omsingelde
אֹתָ֔הּ
(otah)
haar
וּבָנָ֥ה
(uvana)
en bouwde
עָלֶ֖יהָ
(aleiha)
tegen haar
מְצוֹדִ֥ים
(metsodim)
belegeringswerken
גְּדֹלִֽים
(gedolim)
grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְצוֹדִים (metsodim), ‘belegeringswerken’: dezelfde schrijfwijze betekent in 7:26 ‘vangnetten’.

Hier past ‘belegeringswerken’ bij het omsingelen van de stad.

15Daarin trof hij een behoeftige, wijze man aan, en hij redde de stad door zijn wijsheid. Maar niemand dacht aan die behoeftige man.
וּמָ֣צָא
(umatsa)
en vond
בָ֗הּ
(bah)
daarin
אִ֤ישׁ
(ish)
een man
מִסְכֵּן֙
(misken)
behoeftig
חָכָ֔ם
(chakham)
wijs
וּמִלַּט
(umilat)
en redde
ה֥וּא
(hu)
hij
אֶת
(et)
(obj.)
הָעִ֖יר
(hair)
de stad
בְּחָכְמָת֑וֹ
(bechakhemato)
door zijn wijsheid
וְאָדָם֙
(veadam)
en een mens
לֹ֣א
(lo)
niet
זָכַ֔ר
(zakhar)
dacht aan
אֶת
(et)
(obj.)
הָאִ֥ישׁ
(haish)
de man
הַמִּסְכֵּ֖ן
(hamisken)
de behoeftige
הַהּֽוּא
(hahu)
die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִסְכֵּן (misken), ‘behoeftige’: iemand die weinig heeft; een ander woord dan ‘arme’ of ‘berooide’.

וּמִלַּט (umillat), ‘en hij redde’: letterlijk ‘en hij liet ontkomen’.

16Ik zei: „Wijsheid is beter dan kracht.” Maar de wijsheid van de behoeftige wordt veracht, en zijn woorden worden niet gehoord.
וְאָמַ֣רְתִּי
(veamarti)
en ik zei
אָ֔נִי
(ani)
ik
טוֹבָ֥ה
(tova)
goed is
חָכְמָ֖ה
(chakhema)
wijsheid
מִגְּבוּרָ֑ה
(migevura)
dan kracht
וְחָכְמַ֤ת
(vechakhemat)
maar de wijsheid van
הַמִּסְכֵּן֙
(hamisken)
de behoeftige
בְּזוּיָ֔ה
(bezuya)
is veracht
וּדְבָרָ֖יו
(udevarav)
en zijn woorden
אֵינָ֥ם
(einam)
niet zijn
נִשְׁמָעִֽים
(nishmaim)
gehoord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גְּבוּרָה (gevurah), ‘kracht’: de kracht van een held.

17De woorden van wijzen worden in rust gehoord, meer dan het geschreeuw van een heerser onder dwazen.
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de woorden van
חֲכָמִ֔ים
(chakhamim)
wijzen
בְּנַ֖חַת
(benachat)
in rust
נִשְׁמָעִ֑ים
(nishmaim)
worden gehoord
מִזַּעֲקַ֥ת
(mizaaqat)
meer dan het geschreeuw van
מוֹשֵׁ֖ל
(moshel)
een heerser
בַּכְּסִילִֽים
(bakesilim)
onder de dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws heeft ‘meer dan’ (מִן, min).

Dat kan betekenen: ‘worden eerder gehoord dan’ of ‘zijn beter te horen dan’.

18Wijsheid is beter dan wapens van oorlog, maar één zondaar vernietigt veel goeds.
טוֹבָ֥ה
(tova)
goed is
חָכְמָ֖ה
(chakhema)
wijsheid
מִכְּלֵ֣י
(mikelei)
dan wapens van
קְרָ֑ב
(qerav)
oorlog
וְחוֹטֶ֣א
(vechote)
en een zondaar
אֶחָ֔ד
(echad)
één
יְאַבֵּ֥ד
(yeabed)
vernietigt
טוֹבָ֥ה
(tova)
goed
הַרְבֵּֽה
(harbe)
veel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)