Elohim Bijbel

Matteüs 6

12345678910111213141516171819202122232425262728

De bergrede: aalmoezen, gebed, vasten en zorgen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Gerechtigheid in het verborgene

1Pas op dat jullie jullie gerechtigheid niet doen voor de mensen, om door hen bekeken te worden. Anders hebben jullie geen loon bij jullie Vader in de hemelen.
Προσέχετε
(Prosechete)
pas op
δὲ
(de)
maar
τὴν
(ten)
de
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μὴ
(me)
niet
ποιεῖν
(poiein)
te doen
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
πρὸς
(pros)
met het oog op
τὸ
(to)
het
θεαθῆναι
(theathenai)
bekeken te worden
αὐτοῖς
(autois)
door hen
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
niet
γε
(ge)
immers
μισθὸν
(misthon)
loon
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
πατρὶ
(patri)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τῷ
(to)
die
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: hier het doen van Elohims wil in daden.

In 6:2–18 volgen drie voorbeelden: geven, bidden en vasten.

θεαθῆναι (theathenai), ‘bekeken te worden’: als bij een schouwspel.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat hier ‘aalmoes’ (ἐλεημοσύνη, eleemosyne) in plaats van ‘gerechtigheid’.

De SBLGNT heeft ‘gerechtigheid’; het volgende vers begint met de aalmoes.

Aalmoezen geven

2Wanneer je dus een aalmoes geeft, blaas dan niet de bazuin voor je uit. Zo doen de huichelaars in de synagogen en op de straten, om door de mensen verheerlijkt te worden. Voorwaar, Ik zeg jullie: zij hebben hun loon volledig ontvangen.
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
οὖν
(oun)
dus
ποιῇς
(poies)
je doet
ἐλεημοσύνην
(eleemosynen)
aalmoes
μὴ
(me)
niet
σαλπίσῃς
(salpises)
blaas de bazuin
ἔμπροσθέν
(emprosthen)
voor
σου
(sou)
je
ὥσπερ
(hosper)
zoals
οἱ
(hoi)
de
ὑποκριταὶ
(hypokritai)
huichelaars
ποιοῦσιν
(poiousin)
doen
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ῥύμαις
(rhymais)
straten
ὅπως
(hopos)
opdat
δοξασθῶσιν
(doxasthosin)
zij verheerlijkt worden
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀπέχουσιν
(apechousin)
zij hebben ontvangen
τὸν
(ton)
het
μισθὸν
(misthon)
loon
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλεημοσύνη (eleemosyne), ‘aalmoes’, van ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: een gift aan een arme.

ὑποκριτής (hypokrites), ‘huichelaar’: oorspronkelijk een toneelspeler, iemand die een rol speelt. συναγωγή (synagoge), ‘synagoge’: de plaats waar de Joodse gemeenschap samenkomt. ῥύμη (rhyme), ‘straat’.

σαλπίσῃς (salpises), letterlijk ‘blaas op de bazuin’, is beeldspraak voor: de aandacht op jezelf vestigen.

ἀπέχουσιν (apechousin), ‘zij hebben volledig ontvangen’: dit is de taal van een ontvangstbewijs.

3Maar als jij een aalmoes geeft, laat je linkerhand dan niet weten wat je rechterhand doet,
σοῦ
(sou)
jij
δὲ
(de)
maar
ποιοῦντος
(poiountos)
doend
ἐλεημοσύνην
(eleemosynen)
aalmoes
μὴ
(me)
niet
γνώτω
(gnoto)
laat weten
ἡ
(he)
de
ἀριστερά
(aristera)
linker
σου
(sou)
je
τί
(ti)
wat
ποιεῖ
(poiei)
doet
ἡ
(he)
de
δεξιά
(dexia)
rechter
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
4zodat je aalmoes in het verborgene is. En je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je vergelden.
ὅπως
(hopos)
zodat
ᾖ
(e)
is
σου
(sou)
je
ἡ
(he)
de
ἐλεημοσύνη
(eleemosyne)
aalmoes
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
κρυπτῷ
(krypto)
verborgene
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
die
βλέπων
(blepon)
ziet
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
κρυπτῷ
(krypto)
verborgene
ἀποδώσει
(apodosei)
zal vergelden
σοι
(soi)
je
Bron: SBLGNT
Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat aan het eind ‘openlijk’ (ἐν τῷ φανερῷ, en to phanero), ook in 6:6 en 6:18.

De SBLGNT heeft dat niet; wij vertalen het niet.

Bidden

5En wanneer jullie bidden, wees dan niet zoals de huichelaars. Zij bidden graag staand in de synagogen en op de hoeken van de brede straten, om zich aan de mensen te laten zien. Voorwaar, Ik zeg jullie: zij hebben hun loon volledig ontvangen.
Καὶ
(Kai)
en
ὅταν
(hotan)
wanneer
προσεύχησθε
(proseuchesthe)
jullie bidden
οὐκ
(ouk)
niet
ἔσεσθε
(esesthe)
jullie zullen zijn
ὡς
(hos)
zoals
οἱ
(hoi)
de
ὑποκριταί
(hypokritai)
huichelaars
ὅτι
(hoti)
want
φιλοῦσιν
(philousin)
zij houden ervan
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
op
ταῖς
(tais)
de
γωνίαις
(goniais)
hoeken
τῶν
(ton)
van de
πλατειῶν
(plateion)
brede straten
ἑστῶτες
(hestotes)
staand
προσεύχεσθαι
(proseuchesthai)
te bidden
ὅπως
(hopos)
opdat
φανῶσιν
(phanosin)
zij zichtbaar zijn
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀπέχουσι
(apechousi)
zij hebben ontvangen
τὸν
(ton)
het
μισθὸν
(misthon)
loon
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλατεῖα (plateia), ‘brede straat’; in 6:2 staat ῥύμη (rhyme), ‘straat’.

6Maar jij, wanneer je bidt, ga je binnenkamer in, sluit je deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je vergelden.
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
ὅταν
(hotan)
wanneer
προσεύχῃ
(proseuche)
je bidt
εἴσελθε
(eiselthe)
ga binnen
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ταμεῖόν
(tameion)
binnenkamer
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
κλείσας
(kleisas)
sluitend
τὴν
(ten)
de
θύραν
(thyran)
deur
σου
(sou)
je
πρόσευξαι
(proseuxai)
bid
τῷ
(to)
tot de
πατρί
(patri)
Vader
σου
(sou)
je
τῷ
(to)
die
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
κρυπτῷ
(krypto)
verborgene
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
die
βλέπων
(blepon)
ziet
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
κρυπτῷ
(krypto)
verborgene
ἀποδώσει
(apodosei)
zal vergelden
σοι
(soi)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταμεῖον (tameion), ‘binnenkamer’: een kamer binnen in het huis, vaak een voorraadkamer.

Vergelijk Jes. 26:20, ‘ga je kamers binnen en sluit je deur achter je’.

Zie ookJes 26:20
7Wanneer jullie bidden, babbel dan niet, zoals de mensen van de volken. Zij denken namelijk dat zij verhoord worden door hun vele woorden.
Προσευχόμενοι
(Proseuchomenoi)
biddend
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
βατταλογήσητε
(battalogesete)
babbel
ὥσπερ
(hosper)
zoals
οἱ
(hoi)
de
ἐθνικοί
(ethnikoi)
mensen van de volken
δοκοῦσιν
(dokousin)
zij denken
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
door
τῇ
(te)
de
πολυλογίᾳ
(polylogia)
veelheid van woorden
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰσακουσθήσονται
(eisakousthesontai)
zij zullen verhoord worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

βατταλογέω (battalogeo), ‘babbelen’: dezelfde klanken eindeloos herhalen.

Het woord is waarschijnlijk klanknabootsend.

ἐθνικοί (ethnikoi), ‘mensen van de volken’: zie 5:47.

8Word dus niet zoals zij. Want jullie Vader weet wat jullie nodig hebben, voordat jullie Hem erom vragen.
μὴ
(me)
niet
οὖν
(oun)
dus
ὁμοιωθῆτε
(homoiothete)
word gelijk
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
οἶδεν
(oiden)
weet
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὧν
(hon)
wat
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
πρὸ
(pro)
voordat
τοῦ
(tou)
het
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
αἰτῆσαι
(aitesai)
vragen
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT

Zo moeten jullie bidden

9Zo moeten jullie dan bidden: ‘Onze Vader in de hemelen, laat Uw naam geheiligd worden.
Οὕτως
(Houtos)
zo
οὖν
(oun)
dus
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bid
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
Πάτερ
(Pater)
Vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὁ
(ho)
die
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
ἁγιασθήτω
(hagiastheto)
laat geheiligd worden
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit gebed heet ook wel het ‘Onze Vader’.

ἁγιασθήτω (hagiastheto), ‘laat geheiligd worden’: een lijdende vorm. Vergelijk Ezech. 36:23, waar Elohim zegt: ‘Ik zal Mijn grote naam heiligen’.

Zie ook Luc. 11:2–4.

10Laat Uw koninkrijk komen. Laat Uw wil gebeuren, zoals in de hemel, zo ook op aarde.
ἐλθέτω
(eltheto)
laat komen
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
σου
(sou)
Uw
γενηθήτω
(genetheto)
laat gebeuren
τὸ
(to)
de
θέλημά
(thelema)
wil
σου
(sou)
Uw
ὡς
(hos)
zoals
ἐν
(en)
in
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
καὶ
(kai)
ook
ἐπὶ
(epi)
op
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
11Geef ons vandaag ons brood voor de komende dag.
τὸν
(ton)
het
ἄρτον
(arton)
brood
ἡμῶν
(hemon)
ons
τὸν
(ton)
het
ἐπιούσιον
(epiousion)
voor de komende dag
δὸς
(dos)
geef
ἡμῖν
(hemin)
ons
σήμερον
(semeron)
vandaag
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιούσιος (epiousios), ‘voor de komende dag’: dit woord komt in het Nieuwe Testament alleen in dit gebed voor (hier en in Luc. 11:3) en de betekenis is onzeker.

Mogelijk is het ‘voor de dag die komt’ (van ἐπιέναι, epienai, ‘aankomen’), of ‘noodzakelijk voor het bestaan’.

Wij kiezen de eerste mogelijkheid.

Vergelijk Exod. 16:4, het brood voor elke dag, en Spr. 30:8, ‘het brood dat mij is toegemeten’.

12En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars hebben vergeven.
καὶ
(kai)
en
ἄφες
(aphes)
vergeef
ἡμῖν
(hemin)
ons
τὰ
(ta)
de
ὀφειλήματα
(opheilemata)
schulden
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀφήκαμεν
(aphekamen)
hebben vergeven
τοῖς
(tois)
aan de
ὀφειλέταις
(opheiletais)
schuldenaars
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀφείλημα (opheilema), ‘schuld’; in 6:14–15 staat παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’.

Het gaat om dezelfde zaak: wat openstaat tegenover Elohim en mensen.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat ‘zoals ook wij vergeven’ (tegenwoordige tijd).

De SBLGNT heeft de verleden tijd: ‘hebben vergeven’.

13En breng ons niet in beproeving, maar bevrijd ons van de boze.’
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
εἰσενέγκῃς
(eisenenkes)
breng binnen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
εἰς
(eis)
in
πειρασμόν
(peirasmon)
beproeving
ἀλλὰ
(alla)
maar
ῥῦσαι
(rhysai)
bevrijd
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
πονηροῦ
(ponerou)
boze
Bron: SBLGNT
Uitleg

πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: het hoort bij πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’ (zie 4:1). τοῦ πονηροῦ (tou ponerou): ‘de boze’ of ‘het kwade’, zie 5:37.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een afsluiting: ‘Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.

Amen.’

In de oudste handschriften ontbreekt die; wij vertalen alleen wat in de SBLGNT staat.

Vergeving

14Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven.
ἐὰν
(ean)
als
γὰρ
(gar)
want
ἀφῆτε
(aphete)
jullie vergeven
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
τὰ
(ta)
de
παραπτώματα
(paraptomata)
overtredingen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἀφήσει
(aphesei)
zal vergeven
καὶ
(kai)
ook
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὁ
(ho)
de
οὐράνιος
(ouranios)
hemelse
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 18:21–35; Mark. 11:25.

15Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal ook jullie Vader jullie overtredingen niet vergeven.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
ἀφῆτε
(aphete)
jullie vergeven
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
οὐδὲ
(oude)
ook niet
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀφήσει
(aphesei)
zal vergeven
τὰ
(ta)
de
παραπτώματα
(paraptomata)
overtredingen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT

Vasten

16Wanneer jullie vasten, wees dan niet somber zoals de huichelaars. Zij maken hun gezicht onherkenbaar, om zich aan de mensen te laten zien terwijl zij vasten. Voorwaar, Ik zeg jullie: zij hebben hun loon volledig ontvangen.
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
νηστεύητε
(nesteuete)
jullie vasten
μὴ
(me)
niet
γίνεσθε
(ginesthe)
wees
ὡς
(hos)
zoals
οἱ
(hoi)
de
ὑποκριταὶ
(hypokritai)
huichelaars
σκυθρωποί
(skythropoi)
somber
ἀφανίζουσιν
(aphanizousin)
zij maken onherkenbaar
γὰρ
(gar)
want
τὰ
(ta)
de
πρόσωπα
(prosopa)
gezichten
αὐτῶν
(auton)
hun
ὅπως
(hopos)
opdat
φανῶσιν
(phanosin)
zij zichtbaar zijn
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
νηστεύοντες
(nesteuontes)
vastend
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀπέχουσιν
(apechousin)
zij hebben ontvangen
τὸν
(ton)
het
μισθὸν
(misthon)
loon
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks speelt met woorden: ἀφανίζουσιν (aphanizousin), ‘zij maken onherkenbaar’, en φανῶσιν (phanosin), ‘zij zichtbaar zijn’.

De huichelaars maken hun gezicht onherkenbaar om gezien te worden.

νηστεύω (nesteuo), ‘vasten’.

17Maar jij, wanneer je vast, zalf je hoofd en was je gezicht,
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
νηστεύων
(nesteuon)
vastend
ἄλειψαί
(aleipsai)
zalf
σου
(sou)
je
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
πρόσωπόν
(prosopon)
gezicht
σου
(sou)
je
νίψαι
(nipsai)
was
Bron: SBLGNT
18zodat je je niet aan de mensen laat zien terwijl je vast, maar aan je Vader die in het verborgene is. En je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je vergelden.
ὅπως
(hopos)
opdat
μὴ
(me)
niet
φανῇς
(phanes)
je zichtbaar bent
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
νηστεύων
(nesteuon)
vastend
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῷ
(to)
aan de
πατρί
(patri)
Vader
σου
(sou)
je
τῷ
(to)
die
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
κρυφαίῳ
(kryphaio)
verborgene
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
die
βλέπων
(blepon)
ziet
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
κρυφαίῳ
(kryphaio)
verborgene
ἀποδώσει
(apodosei)
zal vergelden
σοι
(soi)
je
Bron: SBLGNT

Schatten in de hemel

19Verzamel voor jullie geen schatten op de aarde, waar mot en roest ze vernietigen en waar dieven inbreken en stelen.
Μὴ
(Me)
niet
θησαυρίζετε
(thesaurizete)
verzamel
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
θησαυροὺς
(thesaurous)
schatten
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ὅπου
(hopou)
waar
σὴς
(ses)
mot
καὶ
(kai)
en
βρῶσις
(brosis)
roest
ἀφανίζει
(aphanizei)
vernietigt
καὶ
(kai)
en
ὅπου
(hopou)
waar
κλέπται
(kleptai)
dieven
διορύσσουσιν
(dioryssousin)
breken in
καὶ
(kai)
en
κλέπτουσιν
(kleptousin)
stelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

βρῶσις (brosis), letterlijk ‘het eten, vraat’: wat spijs en stoffen aantast.

Wij vertalen ‘roest’. θησαυρίζω (thesaurizo), ‘schatten verzamelen’.

Zie ook Luc. 12:33–34.

20Verzamel voor jullie schatten in de hemel, waar mot noch roest ze vernietigt en waar dieven niet inbreken en niet stelen.
θησαυρίζετε
(thesaurizete)
verzamel
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
θησαυροὺς
(thesaurous)
schatten
ἐν
(en)
in
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ὅπου
(hopou)
waar
οὔτε
(oute)
noch
σὴς
(ses)
mot
οὔτε
(oute)
noch
βρῶσις
(brosis)
roest
ἀφανίζει
(aphanizei)
vernietigt
καὶ
(kai)
en
ὅπου
(hopou)
waar
κλέπται
(kleptai)
dieven
οὐ
(ou)
niet
διορύσσουσιν
(dioryssousin)
breken in
οὐδὲ
(oude)
en niet
κλέπτουσιν
(kleptousin)
stelen
Bron: SBLGNT
21Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
ὅπου
(hopou)
waar
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
θησαυρός
(thesauros)
schat
σου
(sou)
je
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT

Het oog, de lamp van het lichaam

22De lamp van het lichaam is het oog. Als je oog dus zuiver is, zal heel je lichaam vol licht zijn.
Ὁ
(Ho)
de
λύχνος
(lychnos)
lamp
τοῦ
(tou)
van het
σώματός
(somatos)
lichaam
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
het
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dus
ᾖ
(e)
is
ὁ
(ho)
het
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
σου
(sou)
je
ἁπλοῦς
(haplous)
zuiver
ὅλον
(holon)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
σου
(sou)
je
φωτεινὸν
(photeinon)
vol licht
ἔσται
(estai)
zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁπλοῦς (haplous), ‘zuiver’: eenvoudig, ongedeeld, zonder bijbedoeling.

Vergelijk Spr. 22:9, ‘Wie goed van oog is, wordt gezegend, want hij geeft van zijn brood aan de geringe’.

Zie ook Luc. 11:34–36.

23Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam vol duisternis zijn. Als dus het licht in jou duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
het
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
σου
(sou)
je
πονηρὸς
(poneros)
slecht
ᾖ
(e)
is
ὅλον
(holon)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμά
(soma)
lichaam
σου
(sou)
je
σκοτεινὸν
(skoteinon)
vol duisternis
ἔσται
(estai)
zal zijn
εἰ
(ei)
als
οὖν
(oun)
dus
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
τὸ
(to)
dat
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
jou
σκότος
(skotos)
duisternis
ἐστίν
(estin)
is
τὸ
(to)
de
σκότος
(skotos)
duisternis
πόσον
(poson)
hoe groot
Bron: SBLGNT
Uitleg

πονηρός (poneros), ‘slecht’.

Vergelijk Spr. 23:6, ‘iemand met een boos oog’: een gierigaard.

Zie ookSpr 23:6

Elohim of Mammon

24Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal of de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een vasthouden en de ander verachten. Jullie kunnen niet Elohim dienen en Mammon.
Οὐδεὶς
(Oudeis)
niemand
δύναται
(dynatai)
kan
δυσὶ
(dysi)
aan twee
κυρίοις
(kyriois)
heren
δουλεύειν
(douleuein)
dienen
ἢ
(e)
of
γὰρ
(gar)
want
τὸν
(ton)
de
ἕνα
(hena)
een
μισήσει
(misesei)
zal haten
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
ἕτερον
(heteron)
ander
ἀγαπήσει
(agapesei)
zal liefhebben
ἢ
(e)
of
ἑνὸς
(henos)
aan een
ἀνθέξεται
(anthexetai)
zal zich vasthouden
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
de
ἑτέρου
(heterou)
ander
καταφρονήσει
(kataphronesei)
zal verachten
οὐ
(ou)
niet
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
θεῷ
(theo)
Elohim
δουλεύειν
(douleuein)
dienen
καὶ
(kai)
en
μαμωνᾷ
(mamona)
Mammon
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘heer’, is hier een meester of eigenaar; δουλεύω (douleuo), ‘dienen’, is dienen als een knecht (δοῦλος, doulos): iemand die helemaal bij zijn heer hoort.

μαμωνᾶς (mamonas), ‘Mammon’: een Aramees woord voor bezit en rijkdom. Het staat hier als een heer waarnaar iemand zich richt.

Zie ook Luc. 16:13.

Zie ookLuc 16:13

Geen zorgen maken

25Daarom zeg Ik jullie: wees niet bezorgd over jullie leven, over wat jullie zullen eten, en niet over jullie lichaam, over wat jullie zullen aantrekken. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam niet meer dan de kleding?
Διὰ
(Dia)
vanwege
τοῦτο
(touto)
dit
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
μεριμνᾶτε
(merimnate)
wees bezorgd
τῇ
(te)
over het
ψυχῇ
(psyche)
leven
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τί
(ti)
wat
φάγητε
(phagete)
jullie zullen eten
μηδὲ
(mede)
noch
τῷ
(to)
over het
σώματι
(somati)
lichaam
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τί
(ti)
wat
ἐνδύσησθε
(endysesthe)
jullie zullen aantrekken
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἡ
(he)
het
ψυχὴ
(psyche)
leven
πλεῖόν
(pleion)
meer
ἐστι
(esti)
is
τῆς
(tes)
dan het
τροφῆς
(trophes)
voedsel
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τοῦ
(tou)
dan de
ἐνδύματος
(endymatos)
kleding
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘leven’: het Hebreeuwse נֶפֶשׁ (nefesh).

Zie ook Luc. 12:22–31.

26Kijk naar de vogels van de hemel: zij zaaien niet, zij oogsten niet en zij verzamelen niet in schuren, en jullie hemelse Vader voedt hen. Zijn jullie niet meer waard dan zij?
ἐμβλέψατε
(emblepsate)
kijk
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
πετεινὰ
(peteina)
vogels
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
σπείρουσιν
(speirousin)
zij zaaien
οὐδὲ
(oude)
en niet
θερίζουσιν
(therizousin)
zij oogsten
οὐδὲ
(oude)
en niet
συνάγουσιν
(synagousin)
zij verzamelen
εἰς
(eis)
in
ἀποθήκας
(apothekas)
schuren
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὁ
(ho)
de
οὐράνιος
(ouranios)
hemelse
τρέφει
(trephei)
voedt
αὐτά
(auta)
hen
οὐχ
(ouch)
niet
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
μᾶλλον
(mallon)
meer
διαφέρετε
(diapherete)
zijn waard
αὐτῶν
(auton)
dan zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Ps. 147:9, ‘Hij geeft het vee zijn voedsel, en de jonge raven wanneer zij roepen’, en Job 38:41.

27Wie van jullie kan, door zich zorgen te maken, één el aan zijn lengte toevoegen?
τίς
(tis)
wie
δὲ
(de)
maar
ἐξ
(ex)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μεριμνῶν
(merimnon)
zich zorgen makend
δύναται
(dynatai)
kan
προσθεῖναι
(prostheinai)
toevoegen
ἐπὶ
(epi)
aan
τὴν
(ten)
de
ἡλικίαν
(helikian)
lengte
αὐτοῦ
(autou)
zijn
πῆχυν
(pechyn)
el
ἕνα
(hena)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg

πῆχυς (pechys), ‘el’: ongeveer 45 centimeter. ἡλικία (helikia) kan ‘lengte’ en ‘levensduur’ betekenen.

Wij kiezen ‘lengte’; een el aan je leven toevoegen is ook mogelijk.

28En waarom zijn jullie bezorgd over kleding? Bekijk goed de lelies van het veld, hoe zij groeien. Zij zwoegen niet en zij spinnen niet.
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
over
ἐνδύματος
(endymatos)
kleding
τί
(ti)
waarom
μεριμνᾶτε
(merimnate)
zijn jullie bezorgd
καταμάθετε
(katamathete)
bekijk goed
τὰ
(ta)
de
κρίνα
(krina)
lelies
τοῦ
(tou)
van het
ἀγροῦ
(agrou)
veld
πῶς
(pos)
hoe
αὐξάνουσιν
(auxanousin)
zij groeien
οὐ
(ou)
niet
κοπιῶσιν
(kopiosin)
zij zwoegen
οὐδὲ
(oude)
en niet
νήθουσιν
(nethousin)
zij spinnen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίνον (krinon), ‘lelie’: een bloem van het veld; welke soort bedoeld wordt, is niet te zeggen. κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’. νήθω (netho), ‘spinnen’.

29Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo was in al zijn heerlijkheid niet gekleed als een van deze.
λέγω
(lego)
Ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδὲ
(oude)
zelfs niet
Σολομὼν
(Solomon)
Salomo
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
al
τῇ
(te)
de
δόξῃ
(doxe)
heerlijkheid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
περιεβάλετο
(periebaleto)
was gekleed
ὡς
(hos)
als
ἓν
(hen)
één
τούτων
(touton)
van deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk 1 Kon. 10:4–7, waar de koningin van Sjeba de pracht van Salomo en zijn hof ziet.

30Het gras van het veld is er vandaag en wordt morgen in de oven geworpen. Als Elohim dat zo kleedt, zal Hij jullie dan niet veel meer kleden, jullie kleingelovigen?
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
het
χόρτον
(chorton)
gras
τοῦ
(tou)
van het
ἀγροῦ
(agrou)
veld
σήμερον
(semeron)
vandaag
ὄντα
(onta)
zijnde
καὶ
(kai)
en
αὔριον
(aurion)
morgen
εἰς
(eis)
in
κλίβανον
(klibanon)
oven
βαλλόμενον
(ballomenon)
geworpen wordend
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
οὕτως
(houtos)
zo
ἀμφιέννυσιν
(amphiennysin)
kleedt
οὐ
(ou)
niet
πολλῷ
(pollo)
veel
μᾶλλον
(mallon)
meer
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὀλιγόπιστοι
(oligopistoi)
kleingelovigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Jes. 40:6–8 en Ps. 103:15–16, waar de mens als gras is. κλίβανος (klibanos), ‘oven’: een bakoven, waarin gras als brandstof kon dienen.

ὀλιγόπιστοι (oligopistoi), ‘kleingelovigen’, van ὀλίγος (oligos), ‘weinig’, en πίστις (pistis), ‘geloof’. Zie ook Matt. 8:26; Matt. 14:31; Matt. 16:8.

31Wees dus niet bezorgd en zeg niet: ‘Wat zullen wij eten?’ of: ‘Wat zullen wij drinken?’ of: ‘Waarmee zullen wij ons kleden?’
μὴ
(me)
niet
οὖν
(oun)
dus
μεριμνήσητε
(merimnesete)
wees bezorgd
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
φάγωμεν
(phagomen)
zullen wij eten
ἤ
(e)
of
Τί
(Ti)
wat
πίωμεν
(piomen)
zullen wij drinken
ἤ
(e)
of
Τί
(Ti)
wat
περιβαλώμεθα
(peribalometha)
zullen wij ons kleden
Bron: SBLGNT
32Want al deze dingen jagen de volken na. Jullie hemelse Vader weet immers dat jullie dit alles nodig hebben.
πάντα
(panta)
alles
γὰρ
(gar)
want
ταῦτα
(tauta)
dit
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἐπιζητοῦσιν
(epizetousin)
jagen na
οἶδεν
(oiden)
weet
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὁ
(ho)
de
οὐράνιος
(ouranios)
hemelse
ὅτι
(hoti)
dat
χρῄζετε
(chrezete)
jullie nodig hebben
τούτων
(touton)
van deze
ἁπάντων
(hapanton)
allemaal
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθνη (ethne), ‘volken’: de mensen buiten Israël. ἐπιζητέω (epizeteo), ‘najagen’: vergelijk ζητέω (zeteo), ‘zoeken’, in het volgende vers.

33Zoek eerst het koninkrijk en Zijn gerechtigheid, en dit alles zal jullie erbij gegeven worden.
ζητεῖτε
(zeteite)
zoek
δὲ
(de)
maar
πρῶτον
(proton)
eerst
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
dit
πάντα
(panta)
alles
προστεθήσεται
(prostethesetai)
zal erbij gegeven worden
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat na ‘het koninkrijk’ het woord ‘van Elohim’.

De SBLGNT heeft dat niet; wij vertalen het niet.

34Wees dus niet bezorgd over morgen, want morgen zal zich zorgen maken over zichzelf. Voor de dag is zijn eigen kwaad genoeg.
μὴ
(me)
niet
οὖν
(oun)
dus
μεριμνήσητε
(merimnesete)
wees bezorgd
εἰς
(eis)
om
τὴν
(ten)
de
αὔριον
(aurion)
morgen
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
αὔριον
(aurion)
morgen
μεριμνήσει
(merimnesei)
zal zorgen
αὑτῆς
(hautes)
over zichzelf
ἀρκετὸν
(arketon)
genoeg
τῇ
(te)
voor de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἡ
(he)
het
κακία
(kakia)
kwaad
αὐτῆς
(autes)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

κακία (kakia), ‘kwaad’: hier de moeite en narigheid van de dag. αὔριον (aurion), ‘morgen’.