Open in de app Alle boeken Psalmen ← 70 72 → Psalmen 71 Verlaat mij niet in mijn ouderdom
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Bij U schuil ik 1 Bij U, Yahweh, schuil ik. Laat mij nooit beschaamd worden.
חָסִ֑יתִי
(chasiti)
ik schuil
אֵב֥וֹשָׁה
(evosha)
laat mij beschaamd worden
לְעוֹלָֽם
(leolam)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Psalm 71 heeft geen opschrift.
Veel van de woorden komen ook voor in andere psalmen, vooral in Ps. 31:2–4.
2 Bevrijd mij door Uw gerechtigheid en laat mij ontkomen. Neig Uw oor naar mij en red mij.
בְּצִדְקָתְךָ֗
(betsidqatekha)
door Uw gerechtigheid
תַּצִּילֵ֥נִי
(tatsileni)
bevrijd mij
וּֽתְפַלְּטֵ֑נִי
(utefaleteni)
en laat mij ontkomen
אָ֝זְנְךָ֗
(azenekha)
Uw oor
וְהוֹשִׁיעֵֽנִי
(vehoshieni)
en red mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Wees mij een rots als woning, waar ik altijd heen kan gaan. U hebt bevolen mij te redden, want U bent mijn klip en mijn vesting.
לְצ֥וּר
(letsur)
tot een rots van
צִוִּ֥יתָ
(tsivita)
U hebt bevolen
לְהוֹשִׁיעֵ֑נִי
(lehoshieni)
om mij te redden
וּמְצוּדָתִ֣י
(umetsudati)
en mijn vesting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Wij volgen de Masoretische tekst: ‘een rots van woning’ (מָעוֹן , maon).
In Ps. 31:3 staat een verwant woord met de betekenis ‘burcht’ (מָעוֹז , maoz); beide lezingen geven ongeveer dezelfde gedachte.
4 Mijn Elohim, laat mij ontkomen uit de hand van de goddeloze, uit de greep van wie onrecht doet en geweld pleegt.
אֱֽלֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
פַּ֭לְּטֵנִי
(paleteni)
laat mij ontkomen
מִיַּ֣ד
(miyad)
uit de hand van
מִכַּ֖ף
(mikaf)
uit de greep van
מְעַוֵּ֣ל
(meavel)
onrechtpleger
וְחוֹמֵץ
(vechomets)
en geweldenaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חוֹמֵץ (chometz), ‘geweldenaar’: het woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker; het gaat om iemand die hard en gewelddadig is.
5 Want U bent mijn hoop, mijn Heer Yahweh, mijn vertrouwen van jongs af aan.
תִקְוָתִ֑י
(tiqvati)
mijn hoop
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
mijn Heer
מִבְטַחִ֥י
(mivtachi)
mijn vertrouwen
מִנְּעוּרָֽי
(mineuray)
van mijn jeugd af
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘mijn Heer Yahweh’: zie ook Gen. 15:2.
Adonai is hier de aanspreking; Yahweh de naam.
6 Op U steun ik van de moederschoot af. U bent het die mij uit de buik van mijn moeder hebt gehaald. U bent altijd het onderwerp van mijn lofzang.
נִסְמַ֬כְתִּי
(nismakhti)
ik steun
מִבֶּ֗טֶן
(mibeten)
van de buik af
מִמְּעֵ֣י
(mimeei)
van de ingewanden van
גוֹזִ֑י
(gozi)
mijn uithaler
תְהִלָּתִ֣י
(tehilati)
mijn lofzang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֹּזִי (gozi), ‘die mij uithaalde’: het woord komt elders niet voor en de betekenis is onzeker.
De betekenis ‘degene die mij uit de buik haalde’ past bij de zin; zo vertalen wij.
7 Voor velen ben ik een teken geweest, maar U bent mijn sterke toevlucht.
כְּ֭מוֹפֵת
(kemofet)
als een teken
הָיִ֣יתִי
(hayiti)
ik ben geweest
לְרַבִּ֑ים
(lerabim)
voor velen
מַֽחֲסִי
(machasi)
mijn toevlucht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מוֹפֵת (mofet), ‘teken’: iemand aan wie anderen zich verbazen, vanwege wat hem overkomt (of vanwege Elohims hulp).
De betekenis hier is niet geheel zeker.
8 Mijn mond is vol van Uw lof, de hele dag vol van Uw luister.
יִמָּ֣לֵא
(yimale)
wordt vol
תְּהִלָּתֶ֑ךָ
(tehilatekha)
Uw lof
תִּפְאַרְתֶּֽךָ
(tifartekha)
Uw luister
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Verlaat mij niet in mijn ouderdom 9 Verwerp mij niet in de tijd van de ouderdom. Verlaat mij niet nu mijn kracht opraakt.
תַּ֭שְׁלִיכֵנִי
(tashlikheni)
verwerp mij
לְעֵ֣ת
(leet)
in de tijd van
כִּכְל֥וֹת
(kikhlot)
als opraakt
כֹּ֝חִ֗י
(kochi)
mijn kracht
תַּעַזְבֵֽנִי
(taazveni)
verlaat mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Want mijn vijanden praten over mij, en zij die op mijn leven loeren, beramen samen een plan.
אוֹיְבַ֣י
(oyevay)
mijn vijanden
וְשֹׁמְרֵ֥י
(veshomerei)
en loerders op
נַ֝פְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie bij Ps. 70:3.
Hier ‘leven’.
11 Zij zeggen: „Elohim heeft hem verlaten. Jaag hem na en grijp hem, want er is niemand die bevrijdt.”
עֲזָב֑וֹ
(azavo)
heeft verlaten
וְ֝תִפְשׂ֗וּהוּ
(vetifsuhu)
en grijp hem
מַצִּֽיל
(matsil)
bevrijder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 Elohim, wees niet ver van mij. Mijn Elohim, haast U mij te helpen.
תִּרְחַ֣ק
(tirchaq)
wees ver
מִמֶּ֑נִּי
(mimeni)
van mij
אֱ֝לֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
לְעֶזְרָ֥תִי
(leezrati)
om mij te helpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is חישה (chishah); de te lezen vorm (qere) is חוּשָׁה (chushah), ‘haast U’.
Het is een andere spelling van hetzelfde woord.
Wij volgen de qere.
13 Laten zij beschaamd worden en vergaan, die mijn leven aanklagen. Laten zij zich hullen in smaad en schande, die mijn ongeluk zoeken.
יֵבֹ֣שׁוּ
(yevoshu)
laten beschaamd worden
יִכְלוּ֮
(yikhlu)
laten vergaan
שֹׂטְנֵ֪י
(sotenei)
aanklagers van
נַ֫פְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
יַֽעֲט֣וּ
(yaatu)
laten zich hullen in
וּכְלִמָּ֑ה
(ukhelima)
en schande
מְ֝בַקְשֵׁ֗י
(mevaqshei)
zoekers van
רָעָתִֽי
(raati)
mijn ongeluk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שָׂטָן (satan), ‘tegenstander, aanklager’: hier een deelwoord, ‘zij die mij aanklagen’, geen eigennaam.
Ik blijf hopen en U prijzen 14 Maar ik blijf altijd hopen, en ik voeg toe aan al Uw lof.
אֲיַחֵ֑ל
(ayachel)
zal hopen
וְ֝הוֹסַפְתִּ֗י
(vehosafti)
en ik zal toevoegen
תְּהִלָּתֶֽךָ
(tehilatekha)
Uw lof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 Mijn mond vertelt van Uw gerechtigheid, de hele dag van Uw redding, want ik ken er het getal niet van.
יְסַפֵּ֬ר
(yesaper)
vertelt
צִדְקָתֶ֗ךָ
(tsidqatekha)
Uw gerechtigheid
תְּשׁוּעָתֶ֑ךָ
(teshuatekha)
Uw redding
יָדַ֣עְתִּי
(yadati)
ik ken
סְפֹרֽוֹת
(seforot)
getallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סְפֹרוֹת (sefarot), ‘getal’: het woord komt elders niet voor.
De betekenis ‘getal, aantal’ is waarschijnlijk; wij vertalen ‘ik ken er het getal niet van’.
16 Ik kom met de machtige daden van mijn Heer Yahweh. Ik roep Uw gerechtigheid in herinnering, die van U alleen.
בִּ֭גְבֻרוֹת
(bigvurot)
met machtige daden van
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
mijn Heer
אַזְכִּ֖יר
(azkir)
ik herinner
צִדְקָתְךָ֣
(tsidqatekha)
Uw gerechtigheid
לְבַדֶּֽךָ
(levadekha)
U alleen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘ik kom met de machtige daden van mijn Heer Yahweh’.
Daarbij kan bedoeld zijn: ‘ik treed op in de kracht van’ of ‘ik kom om te vertellen van’.
De tekst kiest niet.
Van jongs af onderwezen 17 Elohim, U hebt mij onderwezen van jongs af aan, en tot nu toe vertel ik van Uw wonderen.
לִמַּדְתַּ֥נִי
(limadtani)
U hebt mij onderwezen
מִנְּעוּרָ֑י
(mineuray)
van mijn jeugd af
נִפְלְאוֹתֶֽיךָ
(nifleoteikha)
Uw wonderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Ook tot in mijn ouderdom en grijze haren, Elohim, verlaat mij niet, totdat ik Uw arm bekendmaak aan het volgende geslacht. Uw kracht maak ik bekend aan allen die komen.
וְשֵׂיבָה֮
(veseiva)
en grijze haren
תַּעַ֫זְבֵ֥נִי
(taazveni)
verlaat mij
זְרוֹעֲךָ֣
(zeroakha)
Uw arm
לְד֑וֹר
(ledor)
aan het geslacht
יָ֝ב֗וֹא
(yavo)
die zullen komen
גְּבוּרָתֶֽךָ
(gevuratekha)
Uw kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Uw gerechtigheid, Elohim, reikt tot in de hoogte. U hebt grote dingen gedaan. Elohim, wie is aan U gelijk?
וְצִדְקָתְךָ֥
(vetsidqatekha)
en Uw gerechtigheid
עָשִׂ֥יתָ
(asita)
U hebt gedaan
גְדֹל֑וֹת
(gedolot)
grote dingen
כָמֽוֹךָ
(kamokha)
is zoals U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 U die mij vele noden en rampen hebt laten zien, U zult mij weer doen leven. U zult mij weer omhoog brengen uit de oerdiepten van de aarde.
הִרְאִיתַ֨נִי
(hiritani)
U hebt mij laten zien
וְרָ֫ע֥וֹת
(veraot)
en rampen
תָּשׁ֥וּב
(tashuv)
U zult weer
תְּחַיֵּ֑ינִי
(techayeini)
mij doen leven
וּֽמִתְּהֹמ֥וֹת
(umitehomot)
en uit de oerdiepten van
הָ֝אָ֗רֶץ
(haarets)
de aarde
תָּשׁ֥וּב
(tashuv)
U zult weer
תַּעֲלֵֽנִי
(taaleni)
mij omhoog brengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּהֹמוֹת הָאָרֶץ (tehomot haarets), ‘de oerdiepten van de aarde’: de diepte onder de aarde, het rijk van de dood.
Vergelijk Job 38:16.
Lezing
Het geschreven Hebreeuws (ketiv) heeft ‘U hebt ons laten zien’ en ‘U zult ons weer doen leven’; de gelezen vorm (qere) heeft ‘mij’.
Wij volgen de qere, want de hele psalm spreekt in het enkelvoud.
21 U zult mijn grootheid vergroten. U zult mij omringen en troosten.
תֶּ֤רֶב
(terev)
U zult vermeerderen
גְּֽדֻלָּתִ֗י
(gedulati)
mijn grootheid
וְתִסֹּ֥ב
(vetisov)
en U zult omringen
תְּֽנַחֲמֵֽנִי
(tenachameni)
mij troosten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּסֹבֵּנִי (tesobeni), ‘U zult mij omringen’: van סָבַב (savav), ‘omringen, zich omkeren’.
Het kan ook betekenen: ‘U zult zich weer naar mij toekeren’.
Ik zal U bezingen 22 Ook ik zal U loven met harpspel, om Uw waarheid, mijn Elohim. Ik zal U bezingen met de lier, Heilige van Israël.
אוֹדְךָ֣
(odekha)
ik zal U loven
בִכְלִי
(bikhli)
met het instrument van
אֲמִתְּךָ֪
(amitekha)
Uw waarheid
אֱלֹ֫הָ֥י
(elohay)
mijn Elohim
אֲזַמְּרָ֣ה
(azamera)
ik zal bezingen
בְכִנּ֑וֹר
(bekhinor)
met de lier
קְ֝ד֗וֹשׁ
(qedosh)
Heilige van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קְדוֹשׁ יִשְׂרָאֵל (qedosh Yisrael), ‘Heilige van Israël’: een naam van Yahweh, vooral bij Jesaja.
כְּלִי נֶבֶל (keli nevel), ‘het instrument van de harp’: wij vertalen ‘harpspel’. כִּנּוֹר (kinnor) is de lier.
23 Mijn lippen zullen jubelen als ik U bezing, en ook mijn ziel, die U hebt vrijgekocht.
תְּרַנֵּ֣נָּ֣ה
(teranena)
zullen jubelen
שְׂ֭פָתַי
(sefatay)
mijn lippen
אֲזַמְּרָה
(azamera)
ik bezing
וְ֝נַפְשִׁ֗י
(venafshi)
en mijn ziel
פָּדִֽיתָ
(padita)
U hebt vrijgekocht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: iemand vrijmaken door een losprijs te betalen.
24 Ook mijn tong spreekt de hele dag over Uw gerechtigheid, want beschaamd en te schande gemaakt zijn zij die mijn ongeluk zoeken.
לְשׁוֹנִ֗י
(leshoni)
mijn tong
צִדְקָתֶ֑ךָ
(tsidqatekha)
Uw gerechtigheid
בֹ֥שׁוּ
(boshu)
zijn beschaamd
חָ֝פְר֗וּ
(chaferu)
zijn te schande gemaakt
מְבַקְשֵׁ֥י
(mevaqshei)
zoekers van
רָעָתִֽי
(raati)
mijn ongeluk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָגָה (hagah), ‘zacht spreken, overdenken’: hier van de tong: de tong spreekt over Uw gerechtigheid, voortdurend.