Openbaring 7
De vier engelen met de winden, de 144.000 verzegelden en de grote menigte in witte gewaden
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De vier engelen en de vier winden
γωνία (gonia), ‘hoek’: de ‘vier hoeken van de aarde’ en de ‘vier winden’ komen ook in de profeten voor, zie Ez. 7:2, Jes. 11:12 en Zach. 6:5 (‘de vier winden van de hemel’). κρατέω (krateo), ‘vasthouden’.
Het getal ‘vier’ staat in letters.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij Μετὰ (‘na’) en πᾶν (‘enige’).
Wij volgen de SBLGNT.
ἀνατολὴ ἡλίου (anatole heliou), ‘opgang van de zon’: het oosten. σφραγὶς θεοῦ ζῶντος (sphragis theou zontos), ‘zegel van de levende Elohim’.
Het Grieks heeft ‘aan wie gegeven werd, aan hen’: een Hebreeuws klinkende dubbele aanduiding; wij vertalen ‘aan wie gegeven was’. ἀδικέω (adikeo), ‘schade toebrengen’.
Vergelijk Ez. 9:4, ‘Zet een teken op de voorhoofden van de mannen die zuchten’.
‘Wij’ zijn de engelen. σφραγίζω (sphragizo), ‘verzegelen’; μέτωπον (metopon), ‘voorhoofd’.
Zie ook 9:4; 14:1; 22:4.
De SBLGNT markeert bij ἄχρι (‘totdat’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De 144.000 verzegelden
Het getal 144.000 (ἑκατὸν τεσσεράκοντα τέσσαρες χιλιάδες, ‘honderdvierenveertig duizend’) schrijven wij met cijfers.
De tekst geeft in vers 5–8 zelf het aantal per stam, 12.000; of de getallen letterlijk of symbolisch zijn bedoeld, zegt de tekst niet.
Zie ook 14:1, 14:3.
‘Uit elke stam van de zonen van Israël’: de stammen volgen in vers 5–8.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἑκατὸν (‘honderd’) en ἐσφραγισμένοι (‘verzegelden’).
Wij volgen de SBLGNT.
De stammen staan hier in een eigen volgorde: Juda eerst.
Vergelijk de lijst van de zonen van Jakob in Gen. 35:22–26.
Het getal 12.000 per stam (δώδεκα χιλιάδες) schrijven wij met cijfers.
De SBLGNT markeert bij ἐσφραγισμένοι (‘verzegelden’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
In de lijst van 7:5–8 ontbreekt Dan, en Efraïm wordt niet genoemd (Jozef staat er wel, naast Manasse in 7:6).
De tekst geeft hiervoor geen reden.
In de lijst van de zonen van Jakob (Gen. 35:22–26) staat Dan wel en Manasse niet.
De SBLGNT markeert bij ἐσφραγισμένοι (‘verzegelden’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De grote menigte
ὄχλος (ochlos), ‘menigte’.
De opsomming ‘natie, stammen, volken, talen’ (ἔθνος, φυλαί, λαοί, γλῶσσαι) komt ook voor in 5:9, 10:11, 11:9, 13:7 en 14:6, in wisselende volgorde.
Het Grieks heeft ‘bekleed’ in de vierde naamval, terwijl ‘staand’ in de eerste naamval staat; de zinsbouw is onregelmatig.
Wij vertalen naar de zin. φοίνικες (phoinikes), ‘palmtakken’.
Zie ook Joh. 12:13.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij αὐτὸν (‘haar’), ἑστῶτες (‘staand’) en φοίνικες (‘palmtakken’).
Wij volgen de SBLGNT.
ἡ σωτηρία (he soteria), ‘de redding’: het Grieks zet dit in de derde naamval (‘aan onze Elohim’): de redding wordt aan Elohim en het Lam toegeschreven.
Vergelijk 12:10 en 19:1.
ἐπὶ τὰ πρόσωπα (epi ta prosopa), ‘op hun gezicht’: vergelijk 11:16. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’.
Dit zijn 7 woorden van lof: lof, heerlijkheid, wijsheid, dank, eer, kracht, sterkte (εὐλογία, δόξα, σοφία, εὐχαριστία, τιμή, δύναμις, ἰσχύς).
In 5:12 staat een andere zevenvoud.
Een van de ouderen legt uit
De oudere stelt de vraag; vers 14 geeft Johannes’ antwoord. πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderen’: zie 4:4.
κύριέ μου (kyrie mou), ‘mijn heer’: een beleefde aanspreking van de oudere; wij schrijven ‘heer’ met kleine letter en spreken de oudere aan met ‘u’.
Anders dan in 4:11, waar κύριος ‘Heer’ is, gaat het hier niet om Yeshua of Elohim. θλῖψις μεγάλη (thlipsis megale), ‘grote verdrukking’: vergelijk Dan. 12:1 en Matt. 24:21; de tekst legt het niet nader uit.
‘Zij hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam’: het Grieks voegt wassen en bloed samen; zie ook 1:5 en 22:14. Zijn antwoord loopt door tot en met vers 17.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij εἴρηκα (‘heb ik gezegd’) en αὐτὰς (‘ze’).
Wij volgen de SBLGNT.
λατρεύω (latreuo), ‘dienen’. ναός (naos), ‘heiligdom’. σκηνώσει ἐπ’ αὐτούς (skenosei ep autous): letterlijk ‘zal over hen tenten’, van σκηνή (skene), ‘tent’; ook in Joh. 1:14 (‘heeft gewoond’).
Wij schrijven ‘zal bij hen wonen’.
De SBLGNT markeert bij τοῦ θρόνου (‘de troon’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Vergelijk Jes. 49:10, ‘Zij zullen niet hongeren en niet dorsten.
Hitte en zon zullen hen niet treffen’.
De SBLGNT markeert bij οὐδὲ (‘noch’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: als een herder leiden; zoals in 2:27 (daar met een ijzeren staf).
Vergelijk Jes. 25:8, ‘Heer Yahweh zal de tranen van alle gezichten wissen’, en Jes. 49:10.
Zie ook 21:4.
Hier eindigt het antwoord van de oudere.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ποιμανεῖ (‘zal weiden’) en ὁδηγήσει (‘zal leiden’).
Wij volgen de SBLGNT.