Elohim Bijbel

Psalmen 63

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Mijn ziel dorst naar U

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda was.
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
לְדָוִ֑ד
(ledavid)
van David
בִּ֝הְיוֹת֗וֹ
(bihyoto)
toen hij was
בְּמִדְבַּ֥ר
(bemidbar)
in de woestijn van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De woestijn van Juda ligt tussen het bergland van Juda en de Zoutzee, in het oosten van de Westelijke Jordaanoever.

Zie Woestijn van Juda: De woestijn van Juda is het dorre gebied tussen het bergland van Juda en de Dode Zee.

Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Het opschrift verwijst naar een tijd dat David in de woestijn was, bijvoorbeeld op de vlucht voor Saul (1 Sam. 23:14; 24:2) of voor zijn zoon Absalom (2 Sam. 15:23; 16:2; 17:29). Het opschrift noemt niet welke tijd.

Mijn ziel dorst naar U

2Elohim, U bent mijn El; ik zoek U vroeg. Mijn ziel dorst naar U. Mijn vlees smacht naar U in een dor en uitgeput land zonder water.
אֱלֹהִ֤ים
(Elohim)
Elohim
אֵלִ֥י
(eli)
mijn El
אַתָּ֗ה
(ata)
U
אֲֽשַׁחֲ֫רֶ֥ךָּ
(ashachareka)
ik zoek U vroeg
צָמְאָ֬ה
(tsamea)
dorst
לְךָ֨
(lekha)
naar U
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
כָּמַ֣הּ
(kamah)
smacht
לְךָ֣
(lekha)
naar U
בְשָׂרִ֑י
(besari)
mijn vlees
בְּאֶֽרֶץ
(beerets)
in een land
צִיָּ֖ה
(tsiya)
dor
וְעָיֵ֣ף
(veayef)
en uitgeput
בְּלִי
(beli)
zonder
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: het lichaam, de mens als wezen van vlees.

אֲשַׁחֲרֶךָּ (asjacharecha), ‘ik zoek U vroeg’: het werkwoord hangt samen met ‘morgenrood’ (שַׁחַר). Het kan ook ‘ernstig zoeken’ betekenen. Wij vertalen ‘vroeg zoeken’.

כָּמַהּ (kamah), ‘smachten’: dit woord komt maar één keer voor. De betekenis ‘smachten’ is onzeker.

3Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd, om Uw macht en Uw heerlijkheid te zien.
כֵּ֭ן
(ken)
zo
בַּקֹּ֣דֶשׁ
(baqodesh)
in het heiligdom
חֲזִיתִ֑יךָ
(chazitikha)
heb ik U aanschouwd
לִרְא֥וֹת
(lirot)
om te zien
עֻ֝זְּךָ֗
(uzekha)
Uw macht
וּכְבוֹדֶֽךָ
(ukhevodekha)
en Uw heerlijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹדֶשׁ (qodesh), ‘heiligdom’: de heilige plaats.

David zegt dat hij Elohim daar eerder heeft gezien, nu in de woestijn vol verlangen.

4Want Uw trouw is beter dan het leven. Mijn lippen zullen U loven.
כִּי
(ki)
want
ט֣וֹב
(tov)
beter
חַ֭סְדְּךָ
(chasdekha)
Uw trouw
מֵֽחַיִּ֗ים
(mechayim)
dan het leven
שְׂפָתַ֥י
(sefatay)
mijn lippen
יְשַׁבְּחֽוּנְךָ
(yeshabechunekha)
zullen U loven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

שִׁבַּח (shibbach), ‘loven’: met luide stem prijzen.

5Zo zal ik U zegenen mijn leven lang. In Uw naam hef ik mijn handen op.
כֵּ֣ן
(ken)
zo
אֲבָרֶכְךָ֣
(avarekhkha)
zal ik U zegenen
בְחַיָּ֑י
(bechayay)
mijn leven lang
בְּ֝שִׁמְךָ
(beshimkha)
in Uw naam
אֶשָּׂ֥א
(esa)
ik hef op
כַפָּֽי
(kapay)
mijn handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Mijn handen opheffen’ is een gebedshouding.

6Mijn ziel wordt verzadigd als met vet en overvloed. Met jubelende lippen prijst mijn mond.
כְּמ֤וֹ
(kemo)
als
חֵ֣לֶב
(chelev)
vet
וָ֭דֶשֶׁן
(vadeshen)
en overvloed
תִּשְׂבַּ֣ע
(tisba)
wordt verzadigd
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
וְשִׂפְתֵ֥י
(vesiftei)
en lippen van
רְ֝נָנ֗וֹת
(renanot)
jubel
יְהַלֶּל
(yehalel)
prijst
פִּֽי
(pi)
mijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵלֶב וָדֶשֶׁן (chelev vadeshen), ‘vet en overvloed’: de rijkste delen van een maaltijd.

De dichter vergelijkt de nabijheid van Elohim met een feestmaal.

Op mijn bed denk ik aan U

7Als ik op mijn bed aan U denk, mijmer ik over U tijdens de nachtwaken.
אִם
(im)
als
זְכַרְתִּ֥יךָ
(zekhartikha)
ik denk aan U
עַל
(al)
op
יְצוּעָ֑י
(yetsuay)
mijn bed
בְּ֝אַשְׁמֻר֗וֹת
(beashmurot)
tijdens de nachtwaken
אֶהְגֶּה
(ehge)
mijmer ik
בָּֽךְ
(bakh)
over U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Want U bent mijn hulp geweest. In de schaduw van Uw vleugels jubel ik.
כִּֽי
(ki)
want
הָיִ֣יתָ
(hayita)
U bent geweest
עֶזְרָ֣תָה
(ezrata)
mijn hulp
לִּ֑י
(li)
voor mij
וּבְצֵ֖ל
(uvetsel)
en in de schaduw van
כְּנָפֶ֣יךָ
(kenafeikha)
Uw vleugels
אֲרַנֵּֽן
(aranen)
jubel ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Mijn ziel hangt achter U aan. Uw rechterhand ondersteunt mij.
דָּבְקָ֣ה
(daveqa)
hangt aan
נַפְשִׁ֣י
(nafshi)
mijn ziel
אַחֲרֶ֑יךָ
(achareikha)
achter U
בִּ֝֗י
(bi)
mij
תָּמְכָ֥ה
(tamekha)
ondersteunt
יְמִינֶֽךָ
(yeminekha)
Uw rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Mijn vijanden gaan de diepte in

10Maar zij zoeken mijn leven om het te vernietigen. Zij zullen de diepten van de aarde ingaan.
וְהֵ֗מָּה
(vehema)
maar zij
לְ֭שׁוֹאָה
(leshoa)
om te vernietigen
יְבַקְשׁ֣וּ
(yevaqshu)
zij zoeken
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn leven
יָ֝בֹ֗אוּ
(yavou)
zij zullen ingaan
בְּֽתַחְתִּיּ֥וֹת
(betachtiyot)
in de diepten van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier betekent נֶפֶשׁ (nefesh) ‘leven’: de vijanden zoeken Davids leven.

In de andere verzen staat ‘ziel’.

11Men zal hen overgeven aan de macht van het zwaard. Zij worden een prooi voor vossen.
יַגִּירֻ֥הוּ
(yagiruhu)
men zal overgeven
עַל
(al)
aan
יְדֵי
(yedei)
de macht van
חָ֑רֶב
(charev)
het zwaard
מְנָ֖ת
(menat)
prooi van
שֻׁעָלִ֣ים
(shualim)
vossen
יִהְיֽוּ
(yihyu)
zij zullen worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֻׁעָלִים (shu’alim), ‘vossen’: ook ‘jakhalzen’.

Vossen of jakhalzen eten aas.

Een lijk dat niet begraven wordt, is hun prooi.

יַגִּירֻהוּ (yagiruhu), ‘men zal hen overgeven’: letterlijk ‘men giet hem uit’.

12Maar de koning zal zich verheugen in Elohim. Ieder die bij Hem zweert, zal zich beroemen. Want de mond van de leugensprekers wordt gestopt.
וְהַמֶּלֶךְ֮
(vehamelekh)
en de koning
יִשְׂמַ֪ח
(yismach)
zal zich verheugen
בֵּאלֹ֫הִ֥ים
(bElohim)
in Elohim
יִ֭תְהַלֵּל
(yithalel)
zal zich beroemen
כָּל
(kal)
ieder
הַנִּשְׁבָּ֣ע
(hanishba)
die zweert
בּ֑וֹ
(bo)
bij Hem
כִּ֥י
(ki)
want
יִ֝סָּכֵ֗ר
(yisakher)
wordt gestopt
פִּ֣י
(pi)
de mond van
דֽוֹבְרֵי
(doverei)
sprekers van
שָֽׁקֶר
(shaqer)
leugen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוֹ (bo), ‘bij Hem’: dit kan Elohim zijn of de koning.

Wij lezen Elohim, omdat in het Hebreeuws zweren bij Elohim gebruikelijk is.

Zie Deut. 6:13.